< Return to Video

Vilayanur Ramachandran over ons denkvermogen

  • 0:00 - 0:04
    Ik bestudeer het menselijk brein,
  • 0:04 - 0:06
    de functies en de structuur van het menselijk brein.
  • 0:06 - 0:10
    Om u een idee te geven wat dat precies inhoudt:
  • 0:10 - 0:14
    We hebben het over drie pond geleiachtige massa
  • 0:14 - 0:17
    die met gemak in de palm van je hand past
  • 0:17 - 0:21
    maar ook in staat is tot beschouwingen over de interstellaire ruimte.
  • 0:21 - 0:23
    Het brein denkt na over oneindigheid
  • 0:23 - 0:28
    maar ook over het feit dat het gedachten heeft over oneindigheid.
  • 0:28 - 0:33
    Dit merkwaardige recursieve proces noemen we het zelfbewustzijn,
  • 0:33 - 0:37
    de Heilige Graal van de neurowetenschap of neurologie.
  • 0:37 - 0:39
    We hopen ooit te begrijpen hoe dit proces in elkaar steekt.
  • 0:40 - 0:43
    Hoe bestudeer je dit mysterieuze orgaan?
  • 0:43 - 0:47
    Er zijn wel 100 miljard zenuwcellen --
  • 0:47 - 0:50
    hoopjes protoplasma die voortdurend op elkaar reageren.
  • 0:50 - 0:54
    Uit die activiteit komen de talloze vermogens voort
  • 0:54 - 0:57
    die tezamen de menselijke aard ofwel het bewustzijn vormen.
  • 0:57 - 0:58
    Hoe gaat dat in zijn werk?
  • 0:58 - 1:01
    We kunnen de functies van het menselijk brein op vele manieren bestuderen.
  • 1:01 - 1:04
    Vaak kijken we naar patiënten
  • 1:04 - 1:09
    met beschadigingen in een klein deel van de hersenen,
  • 1:09 - 1:11
    waardoor er een genetische verschuiving heeft plaatsgevonden.
  • 1:11 - 1:15
    Er is dan niet zozeer sprake van algehele teloorgang
  • 1:15 - 1:17
    van het verstandelijk vermogen --
  • 1:17 - 1:20
    de cognitieve vaardigheden zijn niet afgestompt.
  • 1:20 - 1:23
    Er is sprake van selectief verlies van één functie,
  • 1:23 - 1:25
    terwijl de overige functies intact blijven.
  • 1:25 - 1:27
    Dat geeft voldoende zekerheid om vast te stellen
  • 1:27 - 1:31
    dat dat deel van het brein betrokken is bij die functie.
  • 1:31 - 1:33
    We plaatsen de functie binnen de structuur van het brein
  • 1:33 - 1:36
    en gaan dan na hoe er verbindingen worden gemaakt
  • 1:36 - 1:38
    om die specifieke functie te genereren.
  • 1:38 - 1:40
    Zo gaan wij te werk.
  • 1:40 - 1:43
    Ik zal u nu drie interessante voorbeelden geven.
  • 1:43 - 1:47
    Voor ieder voorbeeld trek ik zes minuten uit.
  • 1:47 - 1:51
    Allereerst het eigenaardige syndroom van Capgras.
  • 1:51 - 1:53
    Op de eerste dia ziet u
  • 1:53 - 1:58
    de temporale kwabben, de frontale kwabben en de pariëtale kwabben,
  • 1:58 - 2:00
    alle hersenkwabben bij elkaar.
  • 2:00 - 2:04
    Aan de binnenzijde van de temporale kwabben --
  • 2:04 - 2:06
    hier niet te zien --
  • 2:06 - 2:08
    bevindt zich de gyrus fusiformis.
  • 2:08 - 2:11
    Daar zit de gezichtsherkenning in verstopt.
  • 2:11 - 2:14
    Als dat gebied beschadigd is, herken je geen gezichten meer.
  • 2:14 - 2:16
    Aan de stem kun je nog wel horen
  • 2:16 - 2:18
    dat het Joe is, bijvoorbeeld,
  • 2:18 - 2:21
    maar aan het gezicht kun je dat niet meer zien.
  • 2:21 - 2:23
    Je kunt jezelf niet eens meer herkennen in de spiegel.
  • 2:23 - 2:26
    Je knipoogt, het gezicht knipoogt terug.
  • 2:26 - 2:28
    Je weet dat het een spiegel is.
  • 2:28 - 2:31
    Toch herken je jezelf niet als zodanig.
  • 2:31 - 2:35
    Dit syndroom ontstaat door schade aan de gyrus fusiformus.
  • 2:35 - 2:38
    Er is echter nog een ander syndroom, dat zó zeldzaam is
  • 2:38 - 2:42
    dat slechts een handjevol artsen en neurologen het kent:
  • 2:42 - 2:44
    Capgras-waan.
  • 2:44 - 2:47
    Een patiënt die verder volstrekt normaal is,
  • 2:47 - 2:50
    komt na hoofdletsel uit een coma,
  • 2:50 - 2:53
    oogt en handelt volstrekt normaal, maar ziet zijn moeder
  • 2:53 - 2:56
    en zegt: "Deze vrouw ziet eruit als mijn moeder,
  • 2:56 - 2:58
    maar ze is een bedriegster.
  • 2:58 - 3:00
    Dit is een vrouw die doet alsof ze mijn moeder is."
  • 3:00 - 3:02
    Hoe kan dat?
  • 3:02 - 3:05
    Waarom zou een verder volkomen normale man
  • 3:05 - 3:07
    op het moment dat hij zijn moeder ziet
  • 3:07 - 3:10
    in een waanidee roepen dat het niet zijn moeder is?
  • 3:10 - 3:12
    De gangbare verklaring hiervoor,
  • 3:12 - 3:14
    die ook in alle psychiatrische handboeken terug te vinden is,
  • 3:14 - 3:18
    heeft een Freudiaanse inslag. De man --
  • 3:18 - 3:20
    overigens geldt de redenatie ook voor vrouwen,
  • 3:20 - 3:22
    maar ik beperk me hier tot mannen --
  • 3:22 - 3:25
    voelde zich in zijn jongste jaren
  • 3:25 - 3:27
    seksueel aangetrokken tot zijn moeder.
  • 3:27 - 3:29
    Het zogenaamde Oedipus-complex van Freud.
  • 3:29 - 3:31
    Niet dat ik er zo over denk,
  • 3:31 - 3:33
    maar de aanhangers van Freud interpreteren het zo.
  • 3:33 - 3:36
    Naarmate je ouder wordt, ontwikkelt de cortex zich.
  • 3:36 - 3:40
    De latente seksuele gevoelens voor je moeder worden onderdrukt.
  • 3:40 - 3:44
    Gelukkig maar, anders werd iedereen opgewonden bij de aanblik van hun moeder.
  • 3:44 - 3:46
    Maar dan:
  • 3:46 - 3:48
    Je krijgt een klap op je hoofd. De cortex raakt beschadigd.
  • 3:48 - 3:52
    Alle latente seksuele gevoelens komen bovendrijven.
  • 3:52 - 3:55
    Vreemd genoeg raak je plotseling
  • 3:55 - 3:58
    seksueel opgewonden door je eigen moeder.
  • 3:58 - 4:00
    En je zegt: "Hemel, als dit mijn moeder is,
  • 4:00 - 4:02
    waarom raak ik dan opgewonden?
  • 4:02 - 4:04
    Nee, het is een andere vrouw. Dit is een bedriegster."
  • 4:04 - 4:08
    Dat is de enige redenering die hout snijdt voor je beschadigde brein.
  • 4:08 - 4:11
    Persoonlijk heb ik hier dus nooit wat in gezien.
  • 4:11 - 4:14
    Het is heel vindingrijk, zoals alles wat uit Freuds koker komt --
  • 4:14 - 4:16
    (publiek lacht)
  • 4:16 - 4:21
    maar toch slaat het nergens op. Ditzelfde waanidee
  • 4:21 - 4:23
    heb ik bij een andere patiënt gezien over zijn poedel.
  • 4:23 - 4:24
    (publiek lacht)
  • 4:24 - 4:29
    "Dokter, dit is niet Fifi. Hij lijkt wel precies op Fifi,
  • 4:29 - 4:31
    maar het is een andere hond."
  • 4:31 - 4:33
    Probeer daar maar eens een Freudiaanse draai aan te geven.
  • 4:33 - 4:34
    (publiek lacht)
  • 4:34 - 4:38
    Dan kom je uit op de latente bestialiteit in de mens.
  • 4:38 - 4:41
    Dat is van de zotte natuurlijk.
  • 4:41 - 4:43
    Wat is er dan wel aan de hand?
  • 4:43 - 4:45
    Een verklaring voor deze aandoening
  • 4:45 - 4:49
    vinden we in de structuur en functies van de normale gezichtsbanen in de hersenen.
  • 4:49 - 4:52
    Gewoonlijk komen visuele signalen via de oogballen
  • 4:52 - 4:54
    binnen in het visuele deel van de hersenen.
  • 4:54 - 4:57
    Er zijn in het achterhoofd wel 30 delen uitsluitend bezig met het gezichtsvermogen.
  • 4:57 - 5:00
    Als alles daar is verwerkt, gaat de informatie naar een structuur
  • 5:00 - 5:05
    genaamd de gyrus fusiformus. Daar bevinden zich neuronen
  • 5:05 - 5:07
    die gevoelig zijn voor de vorm van gezichten.
  • 5:07 - 5:10
    Daar zit dus de gezichtsherkenning verstopt
  • 5:10 - 5:12
    waar ik het eerder al over had.
  • 5:12 - 5:16
    Als dat deel van de hersenen beschadigd is, zie je gezichten niet meer.
  • 5:16 - 5:19
    Vanuit dat deel gaat de informatie
  • 5:19 - 5:22
    door naar de amygdala, in het limbisch systeem.
  • 5:22 - 5:24
    Dat is de emotionele kern van de hersenen.
  • 5:24 - 5:26
    De amygdala bepaalt
  • 5:26 - 5:28
    het emotionele belang van datgene waar je naar kijkt.
  • 5:28 - 5:32
    Is het een prooi? Is het een roofdier? Is het een partner?
  • 5:32 - 5:34
    Of is het iets totaal onbelangrijks, zoals een pluisje,
  • 5:34 - 5:38
    een krijtje, een -- dat wil ik niet als voorbeeld --
  • 5:38 - 5:40
    een schoen, enzovoorts.
  • 5:40 - 5:42
    Iets wat je geheel kunt negeren.
  • 5:42 - 5:45
    Belangrijk is dat informatie bij stimulering van de amygdala
  • 5:45 - 5:48
    wordt doorgestuurd naar het autonome zenuwstelsel.
  • 5:48 - 5:50
    Je hartslag gaat omhoog,
  • 5:50 - 5:53
    je begint te zweten om de warmte kwijt te raken
  • 5:53 - 5:55
    die vrijkomt bij lichamelijke inspanning.
  • 5:55 - 5:59
    Wij profiteren daarvan. Met twee elektroden op de handpalmen
  • 5:59 - 6:03
    meten we het verschil in de huidweerstand als gevolg van de zweetproductie.
  • 6:03 - 6:05
    Zo gaan we na of je van visuele stimuli
  • 6:05 - 6:09
    opgewonden raakt, of iets je prikkelt of niet.
  • 6:09 - 6:11
    Ik kom daar straks op terug.
  • 6:11 - 6:15
    Als deze man zijn blik richt op een willekeurig object,
  • 6:15 - 6:19
    gaat de informatie naar het visuele gedeelte
  • 6:19 - 6:22
    en vervolgens naar de gyrus fusiformus.
  • 6:22 - 6:25
    Het beeld wordt herkend: Een plant, een tafel,
  • 6:25 - 6:27
    je moeder.
  • 6:27 - 6:30
    Die informatie wordt doorgegeven aan de amygdala
  • 6:30 - 6:32
    en vervolgt dan zijn weg naar het autonome zenuwstelsel.
  • 6:32 - 6:37
    Bij deze man is het draadje van de amygdala naar het limbisch systeem --
  • 6:37 - 6:40
    de emotionele kern van het brein -- misschien wel stuk.
  • 6:40 - 6:42
    De gyrus fusiformus is intact
  • 6:42 - 6:45
    en dus herkent de man zijn moeder wel.
  • 6:45 - 6:47
    "O ja, ze ziet eruit als mijn moeder."
  • 6:47 - 6:50
    Maar omdat de verbinding met de emoties er niet is,
  • 6:50 - 6:54
    zegt hij: "Maar als dat mijn moeder is, waarom voel ik dan geen warmte?"
  • 6:54 - 6:56
    Of doodsangst, dat zou natuurlijk ook kunnen.
  • 6:56 - 6:57
    (publiek lacht)
  • 6:57 - 7:03
    "Hoe kan ik dit rare gebrek aan emoties verklaren?
  • 7:03 - 7:05
    Dit kan mijn moeder niet zijn.
  • 7:05 - 7:07
    Het is een onbekende die zich als mijn moeder voordoet."
  • 7:07 - 7:09
    Hoe kun je daarop testen?
  • 7:09 - 7:11
    Ik laat een van de mensen hier uit de zaal plaatsnemen voor een scherm.
  • 7:11 - 7:14
    Vervolgens meet ik de galvanische huidreactie
  • 7:14 - 7:16
    terwijl ik afbeeldingen op het scherm laat zien.
  • 7:16 - 7:19
    Ik kan meten hoeveel u zweet bij het zien van een object.
  • 7:19 - 7:22
    Bij een foto van een tafel of paraplu zweet u natuurlijk niet.
  • 7:22 - 7:27
    Maar bij een foto van een leeuw, tijger of pin-up zweet u wel.
  • 7:27 - 7:30
    En geloof het of niet, bij een foto van hun moeder
  • 7:30 - 7:32
    beginnen mensen doorgaans ook te zweten.
  • 7:32 - 7:34
    Daar hoef je niet per se Joods voor te zijn.
  • 7:34 - 7:36
    (publiek lacht)
  • 7:36 - 7:40
    Wat zou er gebeuren als we dat doen met deze patiënt?
  • 7:40 - 7:44
    Je zet de patiënt voor het scherm en laat hem de foto's zien.
  • 7:44 - 7:46
    Dan meet je zijn galvanische huidreactie.
  • 7:46 - 7:51
    Tafels, stoelen, stof -- er gebeurt niets. Heel normaal.
  • 7:51 - 7:53
    Maar dan laat je hem een foto van zijn moeder zien.
  • 7:53 - 7:55
    De galvanische huidreactie is nihil.
  • 7:55 - 7:57
    Er is geen emotionele reactie op zijn moeder,
  • 7:57 - 8:02
    omdat het draadje van het visuele gedeelte naar het emotionele centrum stuk is.
  • 8:02 - 8:05
    Zijn gezichtsvermogen is intact.
  • 8:05 - 8:08
    Emotioneel is ook alles in orde. Hij lacht, hij huilt, enzovoorts.
  • 8:08 - 8:11
    Tussen gezichtsvermogen en emoties is geen verbinding.
  • 8:11 - 8:14
    Daarom leeft hij in de waan dat zijn moeder een bedriegster is.
  • 8:14 - 8:17
    Dit is een prachtig voorbeeld van ons werk.
  • 8:17 - 8:21
    Na bestudering van een bizar, ogenschijnlijk onbegrijpelijk neuro-psychiatrisch syndroom
  • 8:21 - 8:23
    verwerpen wij de reguliere Freudiaanse interpretatie
  • 8:23 - 8:27
    en geven een exacte verklaring
  • 8:27 - 8:29
    op basis van de ons bekende neurale anatomie van het brein.
  • 8:29 - 8:31
    Overigens: Als de patiënt door zijn moeder
  • 8:31 - 8:36
    wordt gebeld vanuit een andere kamer,
  • 8:36 - 8:40
    zal hij heel normaal reageren: "Hoi, mam, hoe is het? Waar ben je?"
  • 8:40 - 8:42
    Telefonisch is er geen waanbeeld.
  • 8:42 - 8:44
    Wel als ze later naar hem toe komt: "Wie bent u?
  • 8:44 - 8:46
    U lijkt als twee druppels water op mijn moeder."
  • 8:46 - 8:48
    Er is namelijk een aparte verbinding
  • 8:48 - 8:52
    tussen het gehoorcentrum en het emotionele centrum,
  • 8:52 - 8:54
    en die is nog intact.
  • 8:54 - 8:59
    Dat verklaart waarom hij over de telefoon zijn moeder herkent,
  • 8:59 - 9:02
    maar haar bij een persoonlijke ontmoeting tot bedriegster bestempelt.
  • 9:02 - 9:06
    Hoe is die ingewikkelde bedrading in onze hersenen ontstaan?
  • 9:06 - 9:09
    Is dat genetisch bepaald, of door de omgeving bepaald?
  • 9:09 - 9:11
    Met die vraag in ons achterhoofd
  • 9:11 - 9:15
    bestuderen we een ander curieus syndroom: Het fantoomledemaat.
  • 9:15 - 9:17
    U weet vast wel wat dat is.
  • 9:17 - 9:20
    Als je arm of been wordt geamputeerd vanwege gangreen,
  • 9:20 - 9:22
    of bijvoorbeeld is afgerukt door oorlogsgeweld,
  • 9:22 - 9:24
    zoals nu in Irak veel gebeurt,
  • 9:24 - 9:28
    voel je het ontbrekende ledemaat nog heel sterk.
  • 9:28 - 9:31
    Dat is dan een fantoomarm of fantoombeen.
  • 9:31 - 9:33
    Dit kan gebeuren met vrijwel alle delen van het lichaam,
  • 9:33 - 9:36
    zelfs met inwendige organen.
  • 9:36 - 9:40
    Na een hysterectomie hebben sommige patiënten
  • 9:40 - 9:45
    een fantoombaarmoeder, met bijbehorende menstruatieklachten
  • 9:45 - 9:47
    zo rond die tijd van de maand.
  • 9:47 - 9:49
    Een student vroeg me laatst
  • 9:49 - 9:51
    of ze ook fantoom-PMS hebben.
  • 9:51 - 9:52
    (publiek lacht)
  • 9:52 - 9:56
    Dat lijkt me wel een wetenschappelijk onderzoek waard.
  • 9:56 - 9:59
    De vraag is:
  • 9:59 - 10:02
    Wat kunnen we met experimenten vaststellen over fantoompijnen?
  • 10:02 - 10:04
    We hebben onder meer ontdekt
  • 10:04 - 10:06
    dat de helft van de patiënten met fantoomledematen
  • 10:06 - 10:08
    zegt het ledemaat te kunnen bewegen.
  • 10:08 - 10:10
    De verdwenen arm geeft een schouderklopje,
  • 10:10 - 10:12
    pakt de telefoon op, zwaait mensen uit.
  • 10:12 - 10:15
    De patiënt ervaart deze handelingen als heel reëel.
  • 10:15 - 10:17
    Dat is geen waanidee.
  • 10:17 - 10:19
    De patiënt weet dat de arm weg is,
  • 10:19 - 10:22
    maar voelt toch heel sterk de beweging ervan.
  • 10:22 - 10:25
    Ongeveer de helft van de patiënten heeft heel andere ervaringen.
  • 10:25 - 10:29
    Zij zeggen: "Dokter, mijn fantoomledemaat is verlamd.
  • 10:29 - 10:32
    Mijn arm of been is permanent verkrampt en doet waanzinnig veel pijn.
  • 10:32 - 10:35
    Kon ik maar bewegen, dan zou de pijn weggaan."
  • 10:35 - 10:38
    Waarom voelt een fantoomledemaat verlamd?
  • 10:38 - 10:40
    Dat lijkt een oxymoron.
  • 10:40 - 10:43
    Bij bestudering van de medische gegevens van
  • 10:43 - 10:45
    patiënten met verlamde fantoomledematen
  • 10:45 - 10:49
    bleek dat de echte arm door zenuwletsel verlamd was.
  • 10:49 - 10:52
    De zenuw naar de arm was beschadigd,
  • 10:52 - 10:54
    doorgesneden, bij een motorongeluk bijvoorbeeld.
  • 10:54 - 10:57
    De patiënt had een zeer pijnlijke arm,
  • 10:57 - 11:01
    droeg die maandenlang in een mitella,
  • 11:01 - 11:04
    en in een ondoordachte poging om de pijn weg te nemen,
  • 11:04 - 11:06
    ging zijn arts over tot amputatie.
  • 11:06 - 11:10
    Gevolg is een fantoomarm, met dezelfde pijn.
  • 11:10 - 11:12
    Dit is een ernstig klinisch probleem.
  • 11:12 - 11:14
    Patiënten worden er depressief van.
  • 11:14 - 11:16
    Soms plegen ze zelfmoord.
  • 11:16 - 11:18
    Hoe behandel je dit syndroom?
  • 11:18 - 11:20
    Waar komt de verlamming vandaan?
  • 11:20 - 11:24
    Uit de gegevens van de patiënt kon ik opmaken
  • 11:24 - 11:27
    dat de zenuwen naar de echte arm waren doorgesneden.
  • 11:27 - 11:30
    De echte arm was verlamd,
  • 11:30 - 11:34
    en werd na enkele maanden geamputeerd.
  • 11:34 - 11:40
    De pijn werd echter overgedragen op de fantoomarm.
  • 11:40 - 11:42
    Waarom?
  • 11:42 - 11:44
    Toen de arm er nog was, verlamd en al,
  • 11:44 - 11:47
    stuurden de hersenen opdrachten naar de arm. "Beweeg."
  • 11:47 - 11:49
    De visuele feedback was: "Nee."
  • 11:49 - 11:53
    Beweeg. Nee. Beweeg. Nee. Beweeg. Nee.
  • 11:53 - 11:56
    Dit wordt in de bedrading van de hersenen ingebed.
  • 11:56 - 11:59
    We noemen dat aangeleerde verlamming.
  • 11:59 - 12:03
    Door deze associatie, Hebbian learning genoemd,
  • 12:03 - 12:06
    leert het brein dat de opdracht "Bewegen"
  • 12:06 - 12:08
    een gevoel van verlamming geeft in de arm.
  • 12:08 - 12:10
    Na amputatie wordt de aangeleerde verlamming
  • 12:10 - 12:14
    in het lichaamsbeeld opgenomen,
  • 12:14 - 12:17
    in de fantoomarm.
  • 12:17 - 12:19
    Hoe kunnen we zo'n patiënt helpen?
  • 12:19 - 12:21
    Hoe kun je aangeleerde verlamming afleren
  • 12:21 - 12:25
    en de gruwelijke pijn wegnemen uit de verkrampte
  • 12:25 - 12:27
    fantoomarm?
  • 12:27 - 12:32
    Ons idee was om de fantoomarm een opdracht te geven,
  • 12:32 - 12:36
    met visuele feedback waaruit blijkt dat die opdracht wordt opgevolgd.
  • 12:36 - 12:39
    Misschien dat dan de fantoompijn, de vermeende verkramping, verdwijnt.
  • 12:39 - 12:41
    Hoe? Met virtuele realiteit.
  • 12:41 - 12:43
    Dat kost echter miljoenen dollars.
  • 12:43 - 12:46
    Ik vond een oplossing die maar drie dollar heeft gekost.
  • 12:46 - 12:48
    De sponsor blijft geheim.
  • 12:48 - 12:49
    (publiek lacht)
  • 12:49 - 12:53
    Mijn oplossing was een spiegeldoos.
  • 12:53 - 12:55
    Dat is een kartonnen doos met in het midden een spiegel.
  • 12:55 - 12:59
    Voor die spiegel plaatste ik de fantoomarm van mijn patiënt Derek.
  • 12:59 - 13:02
    Zijn arm was tien jaar ervoor geamputeerd.
  • 13:02 - 13:05
    De hoofdzenuw van zijn bovenarm was doorgescheurd.
  • 13:05 - 13:09
    Een jaar lang had hij met een mitella rondgelopen. Toen is de arm geamputeerd.
  • 13:09 - 13:11
    Hij had een hele pijnlijke fantoomarm die hij niet kon bewegen.
  • 13:11 - 13:13
    Een verlamde fantoomarm.
  • 13:13 - 13:17
    Ik gaf hem dus mijn contraptie,
  • 13:17 - 13:20
    de spiegeldoos.
  • 13:20 - 13:23
    De patiënt legt er zijn linkerarm in,
  • 13:23 - 13:25
    de verlamde fantoomarm, links van de spiegel.
  • 13:25 - 13:27
    De normale hand legt hij rechts van de spiegel,
  • 13:27 - 13:31
    in dezelfde verkrampte houding.
  • 13:31 - 13:34
    Wat blijkt als hij vervolgens in de spiegel kijkt?
  • 13:34 - 13:37
    Zijn fantoomarm is er weer.
  • 13:37 - 13:41
    Het spiegelbeeld van de normale arm
  • 13:41 - 13:43
    geeft hem immers die indruk.
  • 13:43 - 13:46
    Ik zeg: "Kijk naar je fantoomarm en beweeg je vingers.
  • 13:46 - 13:50
    Of kijk in de spiegel en beweeg je echte vingers."
  • 13:50 - 13:54
    Zo krijgt hij een beeld van een bewegende fantoomarm.
  • 13:54 - 13:56
    Heel logisch allemaal. Verbazend is
  • 13:56 - 13:59
    de reactie van de patiënt: "Mijn fantoomarm beweegt weer,
  • 13:59 - 14:01
    de pijn en de verkramping zijn weg."
  • 14:01 - 14:04
    Mijn eerste patiënt kwam dus binnen--
  • 14:04 - 14:05
    (applaus)
  • 14:05 - 14:09
    Dank u.
  • 14:09 - 14:12
    Mijn eerste patiënt kwam binnen, keek in de spiegel,
  • 14:12 - 14:15
    en ik zei: "Kijk naar het spiegelbeeld van je arm."
  • 14:15 - 14:17
    Hij begon te giechelen: "Ik kan mijn fantoomarm zien."
  • 14:17 - 14:19
    Die jongen is niet gek.
  • 14:19 - 14:21
    Hij weet dat het een spiegelbeeld is.
  • 14:21 - 14:23
    Maar het gevoel is levensecht.
  • 14:23 - 14:26
    Ik: "Beweeg je normale hand en je fantoomhand."
  • 14:26 - 14:28
    Hij: "Mijn fantoomhand doet pijn. Die kan ik niet bewegen."
  • 14:28 - 14:30
    Ik: "Beweeg je normale hand."
  • 14:30 - 14:32
    Hij: "Nu beweegt mijn fantoomarm weer. Ongelooflijk!
  • 14:32 - 14:35
    En mijn pijn ebt weg."
  • 14:35 - 14:36
    Ik zei: "Sluit je ogen."
  • 14:36 - 14:38
    Dat deed hij.
  • 14:38 - 14:39
    "Beweeg je normale hand."
  • 14:39 - 14:40
    "Nee, niets. Weer die kramp."
  • 14:40 - 14:42
    "Open je ogen."
  • 14:42 - 14:43
    "Mijn fantoomhand beweegt weer!"
  • 14:43 - 14:45
    Als een kind zo blij was hij.
  • 14:45 - 14:50
    En daarmee is mijn theorie over aangeleerde verlamming
  • 14:50 - 14:52
    en de kritieke rol van visuele input bewezen.
  • 14:52 - 14:54
    Niet dat ik nu de Nobel-prijs krijg
  • 14:54 - 14:56
    omdat iemand zijn fantoomarm weer aan de praat heeft gekregen.
  • 14:56 - 14:57
    (publiek lacht)
  • 14:57 - 14:58
    (applaus)
  • 14:58 - 15:01
    Wat ik bereikt heb, is hartstikke nutteloos.
  • 15:01 - 15:02
    (publiek lacht)
  • 15:02 - 15:06
    Toen dacht ik aan andere soorten verlamming
  • 15:06 - 15:11
    waar neurologen zich over buigen, na beroertes, bij focale dystonie.
  • 15:11 - 15:13
    Misschien zit daar ook een aangeleerde component in.
  • 15:13 - 15:16
    Misschien kan ook dat met een spiegel worden verholpen.
  • 15:16 - 15:18
    Ik zei tegen Derek,
  • 15:18 - 15:21
    die natuurlijk voor pijnverlichting niet eeuwig met die spiegel kon rondzeulen:
  • 15:21 - 15:25
    "Neem dat ding mee naar huis en oefen er een tijdje mee.
  • 15:25 - 15:27
    Misschien dat je dan
  • 15:27 - 15:29
    ook zonder spiegel
  • 15:29 - 15:31
    je verlamde arm weer kunt bewegen.
  • 15:31 - 15:33
    Dan is de pijn voorgoed voorbij."
  • 15:33 - 15:35
    Hij nam die spiegel mee naar huis.
  • 15:35 - 15:37
    Tja, wat geeft het ook, het ding kostte maar een paar dollar.
  • 15:37 - 15:40
    Na twee weken belt hij me op.
  • 15:40 - 15:42
    "Dokter, dit geloof je niet."
  • 15:42 - 15:43
    Ik: "Wat?"
  • 15:43 - 15:45
    Hij: "Ik ben het kwijt."
  • 15:45 - 15:46
    Ik: "Wat ben je kwijt?"
  • 15:46 - 15:48
    Ik dacht, misschien is hij de spiegeldoos kwijt.
  • 15:48 - 15:49
    (publiek lacht)
  • 15:49 - 15:52
    Hij: "Nee, de fantoomarm waar ik al tien jaar mee rondloop.
  • 15:52 - 15:54
    Die is verdwenen."
  • 15:54 - 15:56
    Bezorgd vroeg ik me af
  • 15:56 - 15:58
    wat deze verandering van zijn lichaamsbeeld
  • 15:58 - 16:01
    voor gevolgen had, ethisch gezien.
  • 16:01 - 16:03
    Dus ik zei: "Vind je het erg?"
  • 16:03 - 16:06
    Hij: "Nee, de laatste drie dagen zit ik zonder fantoomarm
  • 16:06 - 16:09
    en dus zonder pijnlijke elleboog, zonder verkramping,
  • 16:09 - 16:12
    zonder pijnlijke onderarm. Alle pijn is verdwenen.
  • 16:12 - 16:16
    Probleem is wel dat mijn fantoomvingers nog aan mijn schouder hangen.
  • 16:16 - 16:18
    De doos is niet groot genoeg."
  • 16:18 - 16:19
    (publiek lacht)
  • 16:19 - 16:22
    "Kun je het ontwerp aanpassen en op mijn voorhoofd plakken
  • 16:22 - 16:25
    zodat ik ook mijn fantoomvingers kan laten verdwijnen?"
  • 16:25 - 16:27
    Hij dacht dat ik een soort tovenaar was.
  • 16:27 - 16:28
    Hoe kan dit?
  • 16:28 - 16:31
    De hersenen kampen met grote zintuiglijke tegenstellingen.
  • 16:31 - 16:34
    Het gezichtsvermogen geeft aan dat de fantoomarm er weer is.
  • 16:34 - 16:36
    Maar er is geen signaal van de spieren.
  • 16:36 - 16:40
    De spieren geven juist aan dat er géén arm is.
  • 16:40 - 16:42
    Het motorische gedeelte zegt weer dat er wél een arm is.
  • 16:42 - 16:45
    Na al die conflicterende input neemt het brein
  • 16:45 - 16:48
    een besluit: Er is geen fantoomarm. Punt.
  • 16:48 - 16:50
    De hersenen negeren de tegenstrijdige signalen.
  • 16:50 - 16:54
    Met de arm verdwijnt gelukkig ook de pijn.
  • 16:54 - 16:58
    Zonder bijbehorend lichaamsdeel kun je geen pijn voelen.
  • 16:58 - 17:00
    Dat is het mooie ervan.
  • 17:00 - 17:02
    De spiegeldoos is op talloze patiënten uitgeprobeerd,
  • 17:02 - 17:04
    door andere groepen in Helsinki.
  • 17:04 - 17:07
    Mogelijk is het een goede behandeling van fantoompijn.
  • 17:07 - 17:09
    Ook is de doos gebruikt bij revalidatie na een beroerte.
  • 17:09 - 17:12
    Meestal denken we bij een beroerte aan onherstelbare
  • 17:12 - 17:14
    schade aan hersenweefsel.
  • 17:14 - 17:19
    Een deel van de verlamming na beroertes blijkt echter aangeleerd.
  • 17:19 - 17:22
    Misschien dat we met de spiegeldoos daar wat aan kunnen doen.
  • 17:22 - 17:24
    Inmiddels zijn er in klinische proeven
  • 17:24 - 17:26
    al vele patiënten geholpen.
  • 17:26 - 17:30
    Nu wil ik het hebben over het derde en laatste voorbeeld.
  • 17:30 - 17:34
    Dit betreft het curieuse fenomeen synesthesie,
  • 17:34 - 17:37
    door Francis Galton ontdekt in de negentiende eeuw.
  • 17:37 - 17:39
    Deze neef van Charles Darwin
  • 17:39 - 17:41
    ontdekte dat verder hele normale mensen
  • 17:41 - 17:45
    beschikten over een eigenaardig trekje:
  • 17:45 - 17:48
    Bij cijfers zagen ze kleuren.
  • 17:48 - 17:52
    Vijf is blauw, zeven is geel, acht is geelgroen,
  • 17:52 - 17:54
    negen is indigo.
  • 17:54 - 17:57
    Verder was er aan deze mensen niets bijzonders te ontdekken.
  • 17:57 - 18:00
    Soms horen ze bij muzieknoten ook kleuren.
  • 18:00 - 18:03
    C grote terts is blauw, F grote terts is groen.
  • 18:03 - 18:06
    Weer een andere noot is geel.
  • 18:06 - 18:08
    Wat is hier aan de hand?
  • 18:08 - 18:10
    We noemen dit fenomeen synesthesie.
  • 18:10 - 18:12
    Galton beschrijft het als een vermenging van de zintuigen.
  • 18:12 - 18:14
    Bij de meesten van ons zijn alle zintuigen gescheiden.
  • 18:14 - 18:16
    Bij deze mensen zijn ze vermengd.
  • 18:16 - 18:17
    Waarom?
  • 18:17 - 18:19
    Er zijn twee interessante aspecten aan dit fenomeen.
  • 18:19 - 18:21
    Ten eerste is synesthesie een familietrekje.
  • 18:21 - 18:24
    Galton stelde dat het een erfelijke aandoening was.
  • 18:24 - 18:28
    Het tweede punt brengt me bij het hoofdthema
  • 18:28 - 18:31
    van deze lezing, creativiteit:
  • 18:31 - 18:36
    Synesthesie komt acht keer vaker voor bij artiesten, dichters, schrijvers
  • 18:36 - 18:39
    en andere creatieve mensen.
  • 18:39 - 18:40
    Hoe zit dat?
  • 18:40 - 18:42
    Die vraag is nog nooit beantwoord.
  • 18:42 - 18:44
    Vanavond geef ik echter uitsluitsel.
  • 18:44 - 18:45
    Wat is synesthesie? Hoe ontstaat het?
  • 18:45 - 18:46
    Er zijn veel theorieën in omloop.
  • 18:46 - 18:48
    Een theorie is dat die mensen gek zijn.
  • 18:48 - 18:51
    Niet echt wetenschappelijk onderbouwd, dus die slaan we over.
  • 18:51 - 18:55
    Een andere theorie is dat het allemaal door LSD en wiet komt.
  • 18:55 - 18:57
    Daar zit wel wat in.
  • 18:57 - 18:59
    Het komt namelijk veel vaker voor in San Francisco dan in San Diego.
  • 18:59 - 19:00
    (publiek lacht)
  • 19:00 - 19:03
    Dan nu de derde theorie.
  • 19:03 - 19:08
    Eerst vertel ik u wat er daadwerkelijk gebeurt bij synesthesie.
  • 19:08 - 19:11
    We hebben ontdekt dat kleuren en cijfers
  • 19:11 - 19:14
    in de hersenen naast elkaar worden opgeslagen, in de gyrus fusiformis.
  • 19:14 - 19:16
    Daarom denken we dat de verbindingen naar
  • 19:16 - 19:19
    kleuren en cijfers elkaar daar kruisen.
  • 19:19 - 19:22
    Telkens als je een cijfer ziet, zie je ook een kleur.
  • 19:22 - 19:24
    Zo ontstaat synesthesie.
  • 19:24 - 19:26
    Waarom gebeurt dit?
  • 19:26 - 19:28
    Waarom kruisen de verbindingen elkaar bij sommige mensen?
  • 19:28 - 19:30
    Ik heb al gezegd dat het een familietrekje is.
  • 19:30 - 19:32
    Dat is een belangrijk aanknopingspunt.
  • 19:32 - 19:34
    Ook weten we dat er een abnormaal gen is,
  • 19:34 - 19:37
    een gemuteerd gen, waardoor de kruising ontstaat.
  • 19:37 - 19:39
    Het blijkt dat iedereen
  • 19:39 - 19:43
    wordt geboren met alles aan elkaar verbonden.
  • 19:43 - 19:46
    Alle delen van het brein zijn met alle andere delen verbonden.
  • 19:46 - 19:48
    Het aantal verbindingen neemt na de geboorte af
  • 19:48 - 19:51
    en uiteindelijk ontstaat de modulaire structuur van het volwassen brein.
  • 19:51 - 19:53
    Stel dat het afnemen voortkomt uit een gen.
  • 19:53 - 19:55
    Als dat gen muteert,
  • 19:55 - 19:58
    nemen de verbindingen tussen aanpalende delen niet altijd af.
  • 19:58 - 20:01
    Blijft er een verbinding tussen cijfers en kleur: Cijfer-kleur synesthesie.
  • 20:01 - 20:04
    Blijft er een verbinding tussen geluid en kleur: Geluid-kleur synesthesie.
  • 20:04 - 20:06
    Heel duidelijk.
  • 20:06 - 20:08
    Wat nu als het gen overal in de hersenen verstek laat gaan
  • 20:08 - 20:09
    en alles met elkaar verbonden blijft?
  • 20:09 - 20:15
    Denk maar aan het gemeenschappelijke vermogen van kunstenaars, schrijvers en dichters:
  • 20:15 - 20:18
    Het denken in metaforen.
  • 20:18 - 20:20
    Ogenschijnlijk niet-gerelateerde ideeën
  • 20:20 - 20:23
    zoals "Het is het oosten, en Julia is de zon."
  • 20:23 - 20:25
    Als je Julia tot zon bestempeld
  • 20:25 - 20:27
    dan is ze nog geen gloeiende vuurbal.
  • 20:27 - 20:30
    Alleen schizofrenen zouden dat wellicht denken.
  • 20:30 - 20:33
    Voor normale mensen is ze warm als de zon,
  • 20:33 - 20:35
    stralend als de zon, voedend als de zon.
  • 20:35 - 20:37
    Die verbindingen pik je direct op.
  • 20:37 - 20:40
    Als we uitgaan van een bredere koppeling
  • 20:40 - 20:43
    tussen concepten in verschillende delen van de hersenen
  • 20:43 - 20:46
    dan voedt dat als vanzelf de neiging
  • 20:46 - 20:49
    tot metaforisch en creatief denken
  • 20:49 - 20:51
    bij mensen met synesthesie.
  • 20:51 - 20:54
    Vandaar dat synesthesie acht maal vaker voorkomt
  • 20:54 - 20:56
    bij dichters, kunstenaars en schrijvers.
  • 20:56 - 20:59
    Dit is een heel frenologische visie op synesthesie.
  • 20:59 - 21:01
    Heb ik nog tijd voor een kleine demonstratie?
  • 21:01 - 21:03
    (applaus)
  • 21:03 - 21:08
    Ik ga aantonen dat ook jullie onbewust synesthesie ervaren.
  • 21:08 - 21:12
    Dit is de taal van de Marsmannetjes. Een alfabet:
  • 21:12 - 21:15
    A is A, B is B, C is C.
  • 21:15 - 21:18
    Er zijn verschillende vormen voor verschillende fonemen.
  • 21:18 - 21:20
    In de taal van de Marsmannetjes
  • 21:20 - 21:22
    is een van deze twee Kiki en de andere Buba.
  • 21:22 - 21:24
    Welke is Kiki en welke is Buba?
  • 21:24 - 21:26
    Steek je hand op als je denkt dat links Kiki is, en rechts Buba.
  • 21:26 - 21:28
    Goed, er zijn een paar mutanten.
  • 21:28 - 21:29
    (publiek lacht)
  • 21:29 - 21:31
    Steek je hand op als je denkt dat links Buba is, en rechts Kiki.
  • 21:31 - 21:33
    99 procent denkt dat.
  • 21:33 - 21:35
    Hoe kan dat?
  • 21:35 - 21:40
    Jullie hanteren allemaal een synesthetische abstractie.
  • 21:40 - 21:44
    De scherpe klanken van het woord Kiki
  • 21:44 - 21:49
    stimuleren via de gehoorcellen de auditieve cortex.
  • 21:49 - 21:52
    Het woord Kiki imiteert de scherpe hoeken van de vorm.
  • 21:52 - 21:55
    Dit is een belangrijk gegeven.
  • 21:55 - 21:57
    Op primitieve wijze manipuleert het brein
  • 21:57 - 21:59
    een ogenschijnlijk eenvoudige illusie.
  • 21:59 - 22:03
    De fotonen in je ogen herkennen een vorm,
  • 22:03 - 22:06
    en de gehoorcellen in je oren prikkelen een auditief patroon.
  • 22:06 - 22:11
    Daarin vinden de hersenen een gemeenschappelijke noemer.
  • 22:11 - 22:13
    Bekend is dat deze primitieve vorm van abstractie
  • 22:13 - 22:18
    plaatsvindt in de gyrus fusiformis.
  • 22:18 - 22:19
    Mensen blijken bij beschadiging van dat deel
  • 22:19 - 22:23
    niet meer in staat om Buba en Kiki te plaatsen.
  • 22:23 - 22:25
    Zij herkennen ook geen metaforen meer.
  • 22:25 - 22:29
    "Het is niet al goud wat er blinkt". Als je zo'n patiënt vraagt:
  • 22:29 - 22:31
    "Wat betekent dat?"
  • 22:31 - 22:33
    Zegt hij: "Iets dat metaalachtig glimt, hoeft nog geen goud te zijn.
  • 22:33 - 22:36
    Je moet het soortelijk gewicht bepalen."
  • 22:36 - 22:39
    Hij mist de metafoor van dit gezegde.
  • 22:39 - 22:42
    Bij mensen is dit gebied acht maal groter
  • 22:42 - 22:45
    dan bij lagere primaten.
  • 22:45 - 22:48
    Met name interessant is dit deel, de gyrus angularis.
  • 22:48 - 22:51
    Daar komen gehoor, gezichtsvermogen en tastzin bij elkaar.
  • 22:51 - 22:55
    Dit gebied heeft zich bij mensen heel sterk ontwikkeld.
  • 22:55 - 22:58
    Het is de basis van veel unieke menselijke eigenschappen,
  • 22:58 - 23:01
    zoals abstractie, metaforen, creativiteit.
  • 23:01 - 23:04
    Alle mysteries waar filosofen zich al eeuwen over buigen,
  • 23:04 - 23:08
    kunnen wij wetenschappers nu met hersenscans
  • 23:08 - 23:10
    en onderzoeken proberen te ontrafelen.
  • 23:10 - 23:12
    Dank u.
  • 23:12 - 23:13
    (applaus)
  • 23:13 - 23:14
    Mijn excuses.
  • 23:14 - 23:15
    (publiek lacht)
Title:
Vilayanur Ramachandran over ons denkvermogen
Speaker:
VS Ramachandran
Description:

Vilayanur Ramachandran laat aan de hand van drie opvallende waanbeelden zien wat we uit hersenbeschadigingen kunnen afleiden over de relatie tussen hersenweefsel en het denkvermogen.

more » « less
Video Language:
English
Team:
closed TED
Project:
TEDTalks
Duration:
23:17
Nicolette Marié added a translation

Dutch subtitles

Revisions