Ik bestudeer het menselijk brein,
de functies en de structuur van het menselijk brein.
Om u een idee te geven wat dat precies inhoudt:
We hebben het over drie pond geleiachtige massa
die met gemak in de palm van je hand past
maar ook in staat is tot beschouwingen over de interstellaire ruimte.
Het brein denkt na over oneindigheid
maar ook over het feit dat het gedachten heeft over oneindigheid.
Dit merkwaardige recursieve proces noemen we het zelfbewustzijn,
de Heilige Graal van de neurowetenschap of neurologie.
We hopen ooit te begrijpen hoe dit proces in elkaar steekt.
Hoe bestudeer je dit mysterieuze orgaan?
Er zijn wel 100 miljard zenuwcellen --
hoopjes protoplasma die voortdurend op elkaar reageren.
Uit die activiteit komen de talloze vermogens voort
die tezamen de menselijke aard ofwel het bewustzijn vormen.
Hoe gaat dat in zijn werk?
We kunnen de functies van het menselijk brein op vele manieren bestuderen.
Vaak kijken we naar patiënten
met beschadigingen in een klein deel van de hersenen,
waardoor er een genetische verschuiving heeft plaatsgevonden.
Er is dan niet zozeer sprake van algehele teloorgang
van het verstandelijk vermogen --
de cognitieve vaardigheden zijn niet afgestompt.
Er is sprake van selectief verlies van één functie,
terwijl de overige functies intact blijven.
Dat geeft voldoende zekerheid om vast te stellen
dat dat deel van het brein betrokken is bij die functie.
We plaatsen de functie binnen de structuur van het brein
en gaan dan na hoe er verbindingen worden gemaakt
om die specifieke functie te genereren.
Zo gaan wij te werk.
Ik zal u nu drie interessante voorbeelden geven.
Voor ieder voorbeeld trek ik zes minuten uit.
Allereerst het eigenaardige syndroom van Capgras.
Op de eerste dia ziet u
de temporale kwabben, de frontale kwabben en de pariëtale kwabben,
alle hersenkwabben bij elkaar.
Aan de binnenzijde van de temporale kwabben --
hier niet te zien --
bevindt zich de gyrus fusiformis.
Daar zit de gezichtsherkenning in verstopt.
Als dat gebied beschadigd is, herken je geen gezichten meer.
Aan de stem kun je nog wel horen
dat het Joe is, bijvoorbeeld,
maar aan het gezicht kun je dat niet meer zien.
Je kunt jezelf niet eens meer herkennen in de spiegel.
Je knipoogt, het gezicht knipoogt terug.
Je weet dat het een spiegel is.
Toch herken je jezelf niet als zodanig.
Dit syndroom ontstaat door schade aan de gyrus fusiformus.
Er is echter nog een ander syndroom, dat zó zeldzaam is
dat slechts een handjevol artsen en neurologen het kent:
Capgras-waan.
Een patiënt die verder volstrekt normaal is,
komt na hoofdletsel uit een coma,
oogt en handelt volstrekt normaal, maar ziet zijn moeder
en zegt: "Deze vrouw ziet eruit als mijn moeder,
maar ze is een bedriegster.
Dit is een vrouw die doet alsof ze mijn moeder is."
Hoe kan dat?
Waarom zou een verder volkomen normale man
op het moment dat hij zijn moeder ziet
in een waanidee roepen dat het niet zijn moeder is?
De gangbare verklaring hiervoor,
die ook in alle psychiatrische handboeken terug te vinden is,
heeft een Freudiaanse inslag. De man --
overigens geldt de redenatie ook voor vrouwen,
maar ik beperk me hier tot mannen --
voelde zich in zijn jongste jaren
seksueel aangetrokken tot zijn moeder.
Het zogenaamde Oedipus-complex van Freud.
Niet dat ik er zo over denk,
maar de aanhangers van Freud interpreteren het zo.
Naarmate je ouder wordt, ontwikkelt de cortex zich.
De latente seksuele gevoelens voor je moeder worden onderdrukt.
Gelukkig maar, anders werd iedereen opgewonden bij de aanblik van hun moeder.
Maar dan:
Je krijgt een klap op je hoofd. De cortex raakt beschadigd.
Alle latente seksuele gevoelens komen bovendrijven.
Vreemd genoeg raak je plotseling
seksueel opgewonden door je eigen moeder.
En je zegt: "Hemel, als dit mijn moeder is,
waarom raak ik dan opgewonden?
Nee, het is een andere vrouw. Dit is een bedriegster."
Dat is de enige redenering die hout snijdt voor je beschadigde brein.
Persoonlijk heb ik hier dus nooit wat in gezien.
Het is heel vindingrijk, zoals alles wat uit Freuds koker komt --
(publiek lacht)
maar toch slaat het nergens op. Ditzelfde waanidee
heb ik bij een andere patiënt gezien over zijn poedel.
(publiek lacht)
"Dokter, dit is niet Fifi. Hij lijkt wel precies op Fifi,
maar het is een andere hond."
Probeer daar maar eens een Freudiaanse draai aan te geven.
(publiek lacht)
Dan kom je uit op de latente bestialiteit in de mens.
Dat is van de zotte natuurlijk.
Wat is er dan wel aan de hand?
Een verklaring voor deze aandoening
vinden we in de structuur en functies van de normale gezichtsbanen in de hersenen.
Gewoonlijk komen visuele signalen via de oogballen
binnen in het visuele deel van de hersenen.
Er zijn in het achterhoofd wel 30 delen uitsluitend bezig met het gezichtsvermogen.
Als alles daar is verwerkt, gaat de informatie naar een structuur
genaamd de gyrus fusiformus. Daar bevinden zich neuronen
die gevoelig zijn voor de vorm van gezichten.
Daar zit dus de gezichtsherkenning verstopt
waar ik het eerder al over had.
Als dat deel van de hersenen beschadigd is, zie je gezichten niet meer.
Vanuit dat deel gaat de informatie
door naar de amygdala, in het limbisch systeem.
Dat is de emotionele kern van de hersenen.
De amygdala bepaalt
het emotionele belang van datgene waar je naar kijkt.
Is het een prooi? Is het een roofdier? Is het een partner?
Of is het iets totaal onbelangrijks, zoals een pluisje,
een krijtje, een -- dat wil ik niet als voorbeeld --
een schoen, enzovoorts.
Iets wat je geheel kunt negeren.
Belangrijk is dat informatie bij stimulering van de amygdala
wordt doorgestuurd naar het autonome zenuwstelsel.
Je hartslag gaat omhoog,
je begint te zweten om de warmte kwijt te raken
die vrijkomt bij lichamelijke inspanning.
Wij profiteren daarvan. Met twee elektroden op de handpalmen
meten we het verschil in de huidweerstand als gevolg van de zweetproductie.
Zo gaan we na of je van visuele stimuli
opgewonden raakt, of iets je prikkelt of niet.
Ik kom daar straks op terug.
Als deze man zijn blik richt op een willekeurig object,
gaat de informatie naar het visuele gedeelte
en vervolgens naar de gyrus fusiformus.
Het beeld wordt herkend: Een plant, een tafel,
je moeder.
Die informatie wordt doorgegeven aan de amygdala
en vervolgt dan zijn weg naar het autonome zenuwstelsel.
Bij deze man is het draadje van de amygdala naar het limbisch systeem --
de emotionele kern van het brein -- misschien wel stuk.
De gyrus fusiformus is intact
en dus herkent de man zijn moeder wel.
"O ja, ze ziet eruit als mijn moeder."
Maar omdat de verbinding met de emoties er niet is,
zegt hij: "Maar als dat mijn moeder is, waarom voel ik dan geen warmte?"
Of doodsangst, dat zou natuurlijk ook kunnen.
(publiek lacht)
"Hoe kan ik dit rare gebrek aan emoties verklaren?
Dit kan mijn moeder niet zijn.
Het is een onbekende die zich als mijn moeder voordoet."
Hoe kun je daarop testen?
Ik laat een van de mensen hier uit de zaal plaatsnemen voor een scherm.
Vervolgens meet ik de galvanische huidreactie
terwijl ik afbeeldingen op het scherm laat zien.
Ik kan meten hoeveel u zweet bij het zien van een object.
Bij een foto van een tafel of paraplu zweet u natuurlijk niet.
Maar bij een foto van een leeuw, tijger of pin-up zweet u wel.
En geloof het of niet, bij een foto van hun moeder
beginnen mensen doorgaans ook te zweten.
Daar hoef je niet per se Joods voor te zijn.
(publiek lacht)
Wat zou er gebeuren als we dat doen met deze patiënt?
Je zet de patiënt voor het scherm en laat hem de foto's zien.
Dan meet je zijn galvanische huidreactie.
Tafels, stoelen, stof -- er gebeurt niets. Heel normaal.
Maar dan laat je hem een foto van zijn moeder zien.
De galvanische huidreactie is nihil.
Er is geen emotionele reactie op zijn moeder,
omdat het draadje van het visuele gedeelte naar het emotionele centrum stuk is.
Zijn gezichtsvermogen is intact.
Emotioneel is ook alles in orde. Hij lacht, hij huilt, enzovoorts.
Tussen gezichtsvermogen en emoties is geen verbinding.
Daarom leeft hij in de waan dat zijn moeder een bedriegster is.
Dit is een prachtig voorbeeld van ons werk.
Na bestudering van een bizar, ogenschijnlijk onbegrijpelijk neuro-psychiatrisch syndroom
verwerpen wij de reguliere Freudiaanse interpretatie
en geven een exacte verklaring
op basis van de ons bekende neurale anatomie van het brein.
Overigens: Als de patiënt door zijn moeder
wordt gebeld vanuit een andere kamer,
zal hij heel normaal reageren: "Hoi, mam, hoe is het? Waar ben je?"
Telefonisch is er geen waanbeeld.
Wel als ze later naar hem toe komt: "Wie bent u?
U lijkt als twee druppels water op mijn moeder."
Er is namelijk een aparte verbinding
tussen het gehoorcentrum en het emotionele centrum,
en die is nog intact.
Dat verklaart waarom hij over de telefoon zijn moeder herkent,
maar haar bij een persoonlijke ontmoeting tot bedriegster bestempelt.
Hoe is die ingewikkelde bedrading in onze hersenen ontstaan?
Is dat genetisch bepaald, of door de omgeving bepaald?
Met die vraag in ons achterhoofd
bestuderen we een ander curieus syndroom: Het fantoomledemaat.
U weet vast wel wat dat is.
Als je arm of been wordt geamputeerd vanwege gangreen,
of bijvoorbeeld is afgerukt door oorlogsgeweld,
zoals nu in Irak veel gebeurt,
voel je het ontbrekende ledemaat nog heel sterk.
Dat is dan een fantoomarm of fantoombeen.
Dit kan gebeuren met vrijwel alle delen van het lichaam,
zelfs met inwendige organen.
Na een hysterectomie hebben sommige patiënten
een fantoombaarmoeder, met bijbehorende menstruatieklachten
zo rond die tijd van de maand.
Een student vroeg me laatst
of ze ook fantoom-PMS hebben.
(publiek lacht)
Dat lijkt me wel een wetenschappelijk onderzoek waard.
De vraag is:
Wat kunnen we met experimenten vaststellen over fantoompijnen?
We hebben onder meer ontdekt
dat de helft van de patiënten met fantoomledematen
zegt het ledemaat te kunnen bewegen.
De verdwenen arm geeft een schouderklopje,
pakt de telefoon op, zwaait mensen uit.
De patiënt ervaart deze handelingen als heel reëel.
Dat is geen waanidee.
De patiënt weet dat de arm weg is,
maar voelt toch heel sterk de beweging ervan.
Ongeveer de helft van de patiënten heeft heel andere ervaringen.
Zij zeggen: "Dokter, mijn fantoomledemaat is verlamd.
Mijn arm of been is permanent verkrampt en doet waanzinnig veel pijn.
Kon ik maar bewegen, dan zou de pijn weggaan."
Waarom voelt een fantoomledemaat verlamd?
Dat lijkt een oxymoron.
Bij bestudering van de medische gegevens van
patiënten met verlamde fantoomledematen
bleek dat de echte arm door zenuwletsel verlamd was.
De zenuw naar de arm was beschadigd,
doorgesneden, bij een motorongeluk bijvoorbeeld.
De patiënt had een zeer pijnlijke arm,
droeg die maandenlang in een mitella,
en in een ondoordachte poging om de pijn weg te nemen,
ging zijn arts over tot amputatie.
Gevolg is een fantoomarm, met dezelfde pijn.
Dit is een ernstig klinisch probleem.
Patiënten worden er depressief van.
Soms plegen ze zelfmoord.
Hoe behandel je dit syndroom?
Waar komt de verlamming vandaan?
Uit de gegevens van de patiënt kon ik opmaken
dat de zenuwen naar de echte arm waren doorgesneden.
De echte arm was verlamd,
en werd na enkele maanden geamputeerd.
De pijn werd echter overgedragen op de fantoomarm.
Waarom?
Toen de arm er nog was, verlamd en al,
stuurden de hersenen opdrachten naar de arm. "Beweeg."
De visuele feedback was: "Nee."
Beweeg. Nee. Beweeg. Nee. Beweeg. Nee.
Dit wordt in de bedrading van de hersenen ingebed.
We noemen dat aangeleerde verlamming.
Door deze associatie, Hebbian learning genoemd,
leert het brein dat de opdracht "Bewegen"
een gevoel van verlamming geeft in de arm.
Na amputatie wordt de aangeleerde verlamming
in het lichaamsbeeld opgenomen,
in de fantoomarm.
Hoe kunnen we zo'n patiënt helpen?
Hoe kun je aangeleerde verlamming afleren
en de gruwelijke pijn wegnemen uit de verkrampte
fantoomarm?
Ons idee was om de fantoomarm een opdracht te geven,
met visuele feedback waaruit blijkt dat die opdracht wordt opgevolgd.
Misschien dat dan de fantoompijn, de vermeende verkramping, verdwijnt.
Hoe? Met virtuele realiteit.
Dat kost echter miljoenen dollars.
Ik vond een oplossing die maar drie dollar heeft gekost.
De sponsor blijft geheim.
(publiek lacht)
Mijn oplossing was een spiegeldoos.
Dat is een kartonnen doos met in het midden een spiegel.
Voor die spiegel plaatste ik de fantoomarm van mijn patiënt Derek.
Zijn arm was tien jaar ervoor geamputeerd.
De hoofdzenuw van zijn bovenarm was doorgescheurd.
Een jaar lang had hij met een mitella rondgelopen. Toen is de arm geamputeerd.
Hij had een hele pijnlijke fantoomarm die hij niet kon bewegen.
Een verlamde fantoomarm.
Ik gaf hem dus mijn contraptie,
de spiegeldoos.
De patiënt legt er zijn linkerarm in,
de verlamde fantoomarm, links van de spiegel.
De normale hand legt hij rechts van de spiegel,
in dezelfde verkrampte houding.
Wat blijkt als hij vervolgens in de spiegel kijkt?
Zijn fantoomarm is er weer.
Het spiegelbeeld van de normale arm
geeft hem immers die indruk.
Ik zeg: "Kijk naar je fantoomarm en beweeg je vingers.
Of kijk in de spiegel en beweeg je echte vingers."
Zo krijgt hij een beeld van een bewegende fantoomarm.
Heel logisch allemaal. Verbazend is
de reactie van de patiënt: "Mijn fantoomarm beweegt weer,
de pijn en de verkramping zijn weg."
Mijn eerste patiënt kwam dus binnen--
(applaus)
Dank u.
Mijn eerste patiënt kwam binnen, keek in de spiegel,
en ik zei: "Kijk naar het spiegelbeeld van je arm."
Hij begon te giechelen: "Ik kan mijn fantoomarm zien."
Die jongen is niet gek.
Hij weet dat het een spiegelbeeld is.
Maar het gevoel is levensecht.
Ik: "Beweeg je normale hand en je fantoomhand."
Hij: "Mijn fantoomhand doet pijn. Die kan ik niet bewegen."
Ik: "Beweeg je normale hand."
Hij: "Nu beweegt mijn fantoomarm weer. Ongelooflijk!
En mijn pijn ebt weg."
Ik zei: "Sluit je ogen."
Dat deed hij.
"Beweeg je normale hand."
"Nee, niets. Weer die kramp."
"Open je ogen."
"Mijn fantoomhand beweegt weer!"
Als een kind zo blij was hij.
En daarmee is mijn theorie over aangeleerde verlamming
en de kritieke rol van visuele input bewezen.
Niet dat ik nu de Nobel-prijs krijg
omdat iemand zijn fantoomarm weer aan de praat heeft gekregen.
(publiek lacht)
(applaus)
Wat ik bereikt heb, is hartstikke nutteloos.
(publiek lacht)
Toen dacht ik aan andere soorten verlamming
waar neurologen zich over buigen, na beroertes, bij focale dystonie.
Misschien zit daar ook een aangeleerde component in.
Misschien kan ook dat met een spiegel worden verholpen.
Ik zei tegen Derek,
die natuurlijk voor pijnverlichting niet eeuwig met die spiegel kon rondzeulen:
"Neem dat ding mee naar huis en oefen er een tijdje mee.
Misschien dat je dan
ook zonder spiegel
je verlamde arm weer kunt bewegen.
Dan is de pijn voorgoed voorbij."
Hij nam die spiegel mee naar huis.
Tja, wat geeft het ook, het ding kostte maar een paar dollar.
Na twee weken belt hij me op.
"Dokter, dit geloof je niet."
Ik: "Wat?"
Hij: "Ik ben het kwijt."
Ik: "Wat ben je kwijt?"
Ik dacht, misschien is hij de spiegeldoos kwijt.
(publiek lacht)
Hij: "Nee, de fantoomarm waar ik al tien jaar mee rondloop.
Die is verdwenen."
Bezorgd vroeg ik me af
wat deze verandering van zijn lichaamsbeeld
voor gevolgen had, ethisch gezien.
Dus ik zei: "Vind je het erg?"
Hij: "Nee, de laatste drie dagen zit ik zonder fantoomarm
en dus zonder pijnlijke elleboog, zonder verkramping,
zonder pijnlijke onderarm. Alle pijn is verdwenen.
Probleem is wel dat mijn fantoomvingers nog aan mijn schouder hangen.
De doos is niet groot genoeg."
(publiek lacht)
"Kun je het ontwerp aanpassen en op mijn voorhoofd plakken
zodat ik ook mijn fantoomvingers kan laten verdwijnen?"
Hij dacht dat ik een soort tovenaar was.
Hoe kan dit?
De hersenen kampen met grote zintuiglijke tegenstellingen.
Het gezichtsvermogen geeft aan dat de fantoomarm er weer is.
Maar er is geen signaal van de spieren.
De spieren geven juist aan dat er géén arm is.
Het motorische gedeelte zegt weer dat er wél een arm is.
Na al die conflicterende input neemt het brein
een besluit: Er is geen fantoomarm. Punt.
De hersenen negeren de tegenstrijdige signalen.
Met de arm verdwijnt gelukkig ook de pijn.
Zonder bijbehorend lichaamsdeel kun je geen pijn voelen.
Dat is het mooie ervan.
De spiegeldoos is op talloze patiënten uitgeprobeerd,
door andere groepen in Helsinki.
Mogelijk is het een goede behandeling van fantoompijn.
Ook is de doos gebruikt bij revalidatie na een beroerte.
Meestal denken we bij een beroerte aan onherstelbare
schade aan hersenweefsel.
Een deel van de verlamming na beroertes blijkt echter aangeleerd.
Misschien dat we met de spiegeldoos daar wat aan kunnen doen.
Inmiddels zijn er in klinische proeven
al vele patiënten geholpen.
Nu wil ik het hebben over het derde en laatste voorbeeld.
Dit betreft het curieuse fenomeen synesthesie,
door Francis Galton ontdekt in de negentiende eeuw.
Deze neef van Charles Darwin
ontdekte dat verder hele normale mensen
beschikten over een eigenaardig trekje:
Bij cijfers zagen ze kleuren.
Vijf is blauw, zeven is geel, acht is geelgroen,
negen is indigo.
Verder was er aan deze mensen niets bijzonders te ontdekken.
Soms horen ze bij muzieknoten ook kleuren.
C grote terts is blauw, F grote terts is groen.
Weer een andere noot is geel.
Wat is hier aan de hand?
We noemen dit fenomeen synesthesie.
Galton beschrijft het als een vermenging van de zintuigen.
Bij de meesten van ons zijn alle zintuigen gescheiden.
Bij deze mensen zijn ze vermengd.
Waarom?
Er zijn twee interessante aspecten aan dit fenomeen.
Ten eerste is synesthesie een familietrekje.
Galton stelde dat het een erfelijke aandoening was.
Het tweede punt brengt me bij het hoofdthema
van deze lezing, creativiteit:
Synesthesie komt acht keer vaker voor bij artiesten, dichters, schrijvers
en andere creatieve mensen.
Hoe zit dat?
Die vraag is nog nooit beantwoord.
Vanavond geef ik echter uitsluitsel.
Wat is synesthesie? Hoe ontstaat het?
Er zijn veel theorieën in omloop.
Een theorie is dat die mensen gek zijn.
Niet echt wetenschappelijk onderbouwd, dus die slaan we over.
Een andere theorie is dat het allemaal door LSD en wiet komt.
Daar zit wel wat in.
Het komt namelijk veel vaker voor in San Francisco dan in San Diego.
(publiek lacht)
Dan nu de derde theorie.
Eerst vertel ik u wat er daadwerkelijk gebeurt bij synesthesie.
We hebben ontdekt dat kleuren en cijfers
in de hersenen naast elkaar worden opgeslagen, in de gyrus fusiformis.
Daarom denken we dat de verbindingen naar
kleuren en cijfers elkaar daar kruisen.
Telkens als je een cijfer ziet, zie je ook een kleur.
Zo ontstaat synesthesie.
Waarom gebeurt dit?
Waarom kruisen de verbindingen elkaar bij sommige mensen?
Ik heb al gezegd dat het een familietrekje is.
Dat is een belangrijk aanknopingspunt.
Ook weten we dat er een abnormaal gen is,
een gemuteerd gen, waardoor de kruising ontstaat.
Het blijkt dat iedereen
wordt geboren met alles aan elkaar verbonden.
Alle delen van het brein zijn met alle andere delen verbonden.
Het aantal verbindingen neemt na de geboorte af
en uiteindelijk ontstaat de modulaire structuur van het volwassen brein.
Stel dat het afnemen voortkomt uit een gen.
Als dat gen muteert,
nemen de verbindingen tussen aanpalende delen niet altijd af.
Blijft er een verbinding tussen cijfers en kleur: Cijfer-kleur synesthesie.
Blijft er een verbinding tussen geluid en kleur: Geluid-kleur synesthesie.
Heel duidelijk.
Wat nu als het gen overal in de hersenen verstek laat gaan
en alles met elkaar verbonden blijft?
Denk maar aan het gemeenschappelijke vermogen van kunstenaars, schrijvers en dichters:
Het denken in metaforen.
Ogenschijnlijk niet-gerelateerde ideeën
zoals "Het is het oosten, en Julia is de zon."
Als je Julia tot zon bestempeld
dan is ze nog geen gloeiende vuurbal.
Alleen schizofrenen zouden dat wellicht denken.
Voor normale mensen is ze warm als de zon,
stralend als de zon, voedend als de zon.
Die verbindingen pik je direct op.
Als we uitgaan van een bredere koppeling
tussen concepten in verschillende delen van de hersenen
dan voedt dat als vanzelf de neiging
tot metaforisch en creatief denken
bij mensen met synesthesie.
Vandaar dat synesthesie acht maal vaker voorkomt
bij dichters, kunstenaars en schrijvers.
Dit is een heel frenologische visie op synesthesie.
Heb ik nog tijd voor een kleine demonstratie?
(applaus)
Ik ga aantonen dat ook jullie onbewust synesthesie ervaren.
Dit is de taal van de Marsmannetjes. Een alfabet:
A is A, B is B, C is C.
Er zijn verschillende vormen voor verschillende fonemen.
In de taal van de Marsmannetjes
is een van deze twee Kiki en de andere Buba.
Welke is Kiki en welke is Buba?
Steek je hand op als je denkt dat links Kiki is, en rechts Buba.
Goed, er zijn een paar mutanten.
(publiek lacht)
Steek je hand op als je denkt dat links Buba is, en rechts Kiki.
99 procent denkt dat.
Hoe kan dat?
Jullie hanteren allemaal een synesthetische abstractie.
De scherpe klanken van het woord Kiki
stimuleren via de gehoorcellen de auditieve cortex.
Het woord Kiki imiteert de scherpe hoeken van de vorm.
Dit is een belangrijk gegeven.
Op primitieve wijze manipuleert het brein
een ogenschijnlijk eenvoudige illusie.
De fotonen in je ogen herkennen een vorm,
en de gehoorcellen in je oren prikkelen een auditief patroon.
Daarin vinden de hersenen een gemeenschappelijke noemer.
Bekend is dat deze primitieve vorm van abstractie
plaatsvindt in de gyrus fusiformis.
Mensen blijken bij beschadiging van dat deel
niet meer in staat om Buba en Kiki te plaatsen.
Zij herkennen ook geen metaforen meer.
"Het is niet al goud wat er blinkt". Als je zo'n patiënt vraagt:
"Wat betekent dat?"
Zegt hij: "Iets dat metaalachtig glimt, hoeft nog geen goud te zijn.
Je moet het soortelijk gewicht bepalen."
Hij mist de metafoor van dit gezegde.
Bij mensen is dit gebied acht maal groter
dan bij lagere primaten.
Met name interessant is dit deel, de gyrus angularis.
Daar komen gehoor, gezichtsvermogen en tastzin bij elkaar.
Dit gebied heeft zich bij mensen heel sterk ontwikkeld.
Het is de basis van veel unieke menselijke eigenschappen,
zoals abstractie, metaforen, creativiteit.
Alle mysteries waar filosofen zich al eeuwen over buigen,
kunnen wij wetenschappers nu met hersenscans
en onderzoeken proberen te ontrafelen.
Dank u.
(applaus)
Mijn excuses.
(publiek lacht)