-
Laten we het eens hebben
over het volume van een kegel.
-
Een kegel heeft een ronde basis.
-
En het hangt er een beetje
van af hoe je het tekent
-
maar als je denkt aan een
kegelvormige hoed
-
dan heeft het een
cirkel als basis.
-
en het loopt dan in een punt.
-
Het zou er dan ongeveer zo uitzien.
-
Dit kan je dus beschouwen als een kegel.
-
Of je maakt hem ondersteboven,
-
als je aan een ijshoorntje denkt.
-
Dan zou het er zo uit kunnen zien.
-
Dat is de bovenkant.
-
En dan loopt het zo naar beneden.
-
Dit lijkt ook wel een beetje
op wegwerp bekers
-
die je bij waterkoelers ziet.
-
En het belangrijkste wat we moeten weten
-
als we het volume van
een kegel willen berekenen
-
is dat we de radius willen weten.
-
Zo, dat is de radius van de basis.
-
Of hier is de radius
van de bovenkant.
-
Je hebt sowieso die radius nodig.
-
En je moet weten hoe hoog de kegel is.
-
Laten we die h noemen.
-
Die schrijf ik hier.
-
Je kunt deze afstand h noemen.
-
En de formule voor het volume van een kegel
-
is bijna gelijk aan de formule voor het volume
-
van een cilinder.
-
En dat is iets wat verrassend.
-
En het mooie aan deze
-
drie-dimensionale meetkunde is
-
dat het niet zo willekeurig is als het lijkt.
-
Het is de oppervlakte van de basis.
-
Nou, wat is de oppervlakte van de basis?
-
De oppervlakte van de basis is
pi r kwadraat.
-
Het wordt pi r kwadraat keer de hoogte.
-
En als je gewoon de hoogte met
pi r kwadraat vermenigvuldigd,
-
krijg je het volume van een hele cilinder.
-
Dat ziet er ongeveer zo uit.
-
Dit geeft je dus het volume
-
van het hele figuur dat er zo uitziet.
-
Waarvan het middelpunt van de bovenkant,
deze punt is.
-
Dus als ik het laat als pi r kwadraat h
-
of h keer pi r kwadraat, is dat het volume
-
van de hele cilinder.
-
Maar als je alleen de kegel wilt,
is dat 1/3 daarvan.
-
Het is 1/3 daarvan.
-
En dat bedoel ik als ik zeg
-
dat het verrassend goed uitkomt, dat
deze kegel
-
1/3 van het volume van de cilinder heeft.
-
Je kan het zien alsof het door de cilinder
omgrensd wordt.
-
Of als je dit wilt herschrijven,
-
kun je dit schrijven als 1/3 keer pi
of pi/3 keer h r kwadraat.
-
Net hoe je het fijn vindt.
-
Een makkelijke manier hoe ik het onthoud?
-
Voor mij is het volume van een cilinder
vrij intuïtief.
-
Je neemt de oppervlakte van de basis.
-
En dat vermenigvuldig je met de hoogte.
-
En het volume van een kegel,
is gewoon 1/3 daarvan.
-
Het is gewoon 1/3 van het volume,
van de omgrenzende cilinder.
-
Dat is een manier om het te zien.
-
Maar laten we dit nu eens gebruiken,
-
zodat we zeker weten dat we het snappen.
-
Stel dat dit een soort van
kegelvormig glas is,
-
zo een die je wel is bij
waterkoelers ziet.
-
En stel dat ze ons vertellen,
-
dat er 131 kubieke cm water in zit.
-
En ze vertellen ook dat de hoogte,
-
deze hoogte,
ik wil het in een andere kleur doen,
-
ze vertellen dat de hoogte van deze
kegel 5 cm is.
-
Dat wetende, wat is ongeveer
-
de radius van de bovenkant van het glas?
-
Laten we zeggen, afgerond op een
10e van een cm.
-
Nou, we moeten gewoon weer de formule toepassen.
-
Het volume, wat 131 kubieke cm is,
-
wordt gelijk aan 1/3 keer pi
-
keer de hoogte, welke 5 cm is,
keer de radius in het kwadraat.
-
Als we dit willen oplossen voor de
radius in het kwadraat,
-
kunnen we gewoon beide kanten delen
door al deze dingen.
-
En dat geeft ons radius kwadraat is
-
gelijk aan 131 cm tot de derde
-
of 131 kubieke cm,
moet ik zeggen.
-
Je deelt door 1/3.
-
Dat is het zelfde als vermenigvuldigen met 3.
-
En dan, natuurlijk, deel je het door pi.
-
En deel je door 5 cm.
-
Laten we eens kijken of we dit
iets netter kunnen maken.
-
Deze cm valt weg met een van deze centimeters.
-
Je houdt dus vierkante cm over.
-
alleen in de teller.
-
En om r op te lossen,
-
nemen we de wortel van beide kanten.
-
We kunnen dus zeggen dat r
-
gelijk is aan de wortel van
3 keer 131
-
dat is 393, gedeeld door 5 pi
-
En denk er aan, we kunnen eenheden
-
net zo gebruiken als algebraïsche hoeveelheden.
-
De wortel van cm kwadraat, nou
-
dat wordt gewoon cm, en dat is fijn
-
want we willen onze eenheden in cm.
-
Laten we onze rekenmachine pakken
-
en deze moeilijke uitdrukking uitrekenen.
-
Zet hem aan.
-
Eens kijken
-
De wortel van 393 gedeeld door 5 keer pi,
-
is gelijk aan
-
Dat is vrij dichtbij,
dus afgerond is het ongeveer 5 cm.
-
Dus onze radius is ongeveer gelijk aan 5 cm.
-
Tenminste, in dit voorbeeld.