-
Een sterke code is er een waarbij geen aanwijzing te vinden is
-
Om geen aanwijzing te geven
-
moet je verdeling van de letterfrequenties onherkenbaar maken.
-
In het midden van de 15e eeuw
-
gebruikte men meervoudigletter codes
-
om dit te bereiken.
-
Stel Alice en Bob delen een geheime code.
-
Als eerste, zet Alice het woord in nummers
-
volgens de plaats van de letter in het alfabet.
-
Vervolgens wordt deze volgorde van de nummers langs het bericht gelegd.
-
En elke letter in het bericht gecodeerd
-
door een verschuiving naar het nummerl eronder.
-
Ze heeft meerdere verschuivingen voor vercijfering gebruikt in plaats van een enkele verschuiving
-
zoals Caesar eerder had gedaan.
-
Vervolgens wordt het gecodeerde bericht openlijk verzonden naar Bob.
-
Bob decodeert het bericht door de verschuivingen af te trekken
-
volgens het geheime woord (code) welke hij en Alice delen.
-
Stel nu dat een codekraker, Eve,
-
een reeks berichten onderschept
-
en de letterfrequenties onderzoekt,
-
dan vindt zij een vlakkere verdeling of een onbruikbare aanwijzing,
-
dus hoe kan ze de code kraken?
-
Vergeet niet, codekrakers zoeken naar aanwijzingen,
-
een kleine aanwijzing is al voldoende.
-
Telkens als de letterfrequentie verandert ,
-
kan dat een aanwijzing geven.
-
Deze verandering wordt veroorzaakt door herhaling in het gecodeerde bericht.
-
In dit geval, bevat Alice's sleutel een herhalend codewoord.
-
Om de codering te kraken, zou Eve eerst moeten bepalen
-
wat de lengte van het sleutel woord is, niet het woord zelf.
-
Ze moet om de sleutel te vinden
-
zoeken naar de frequentieverdeling van verschillende intervallen.
-
Wanneer ze de frequentieverdeling van elke vijfde letter bekijkt
-
zal ze de aanwijzing vinden
-
Het probleem is nu om de 5 cijferige Caesar-code te kraken
-
in een herhalende reeks.
-
Het lijkt een eenvoudig probleem
-
zoals we eerder hebben gezien
-
bepaalt de kwaliteit van de code is de benodigde tijd
-
om de lengte te vinden van de gebruikte sleutel
-
Hoe langer het sleuteword, hoe sterker de code.