< Return to Video

Een neuraal portret van het menselijk brein

  • 0:01 - 0:02
    Vandaag wil ik vertellen
  • 0:02 - 0:04
    over een project dat uitgevoerd wordt
  • 0:04 - 0:06
    door wetenschappers over de hele wereld
  • 0:06 - 0:10
    om een neuraal portret
    van het brein te schetsen
  • 0:10 - 0:12
    Het centrale idee van dit werk
  • 0:12 - 0:14
    is dat het menselijke brein
  • 0:14 - 0:16
    geen afzonderlijke, algemene processor is,
  • 0:16 - 0:20
    maar een verzameling van uiterst
    gespecialiseerde onderdelen,
  • 0:20 - 0:23
    waarvan elk een ander
    specifiek probleem oplost,
  • 0:23 - 0:25
    en die toch in hun geheel bepalen
  • 0:25 - 0:30
    wie we zijn als
    menselijke wezens en denkers.
  • 0:30 - 0:31
    Om jullie een idee te geven,
  • 0:31 - 0:34
    beeld je het volgende scenario in:
  • 0:34 - 0:36
    Je wandelt de kinderopvang binnen.
  • 0:36 - 0:38
    Zoals gewoonlijk zijn er
    een tiental kinderen
  • 0:38 - 0:40
    die wachten op hun ouder.
  • 0:40 - 0:41
    Maar deze keer
  • 0:41 - 0:44
    lijken de gezichten van de kinderen
    merkwaardig veel op mekaar
  • 0:44 - 0:47
    en je kan niet uitmaken
    welk kind van jou is.
  • 0:47 - 0:49
    Heb je een nieuwe bril nodig?
  • 0:49 - 0:51
    Ben je gek aan het worden?
  • 0:51 - 0:53
    Je overloopt een snelle
    checklist in je hoofd.
  • 0:53 - 0:55
    Je lijkt toch helder te denken
  • 0:55 - 0:58
    en je zicht is nog scherp.
  • 0:58 - 0:59
    Alles ziet er normaal uit,
  • 0:59 - 1:02
    behalve de gezichten
    van de kinderen.
  • 1:02 - 1:03
    Je kan de gezichten zien,
  • 1:03 - 1:05
    maar je kan ze niet onderscheiden
  • 1:05 - 1:07
    en geen van hen komt je bekend voor.
  • 1:07 - 1:09
    Alleen door het herkennen
    van haar oranje haarlintje
  • 1:09 - 1:11
    kan je je dochter vinden.
  • 1:11 - 1:15
    Dit plotse verlies van het vermogen
    om gezichten te herkennen
  • 1:15 - 1:16
    komt werkelijk voor bij mensen.
  • 1:16 - 1:18
    Het wordt prosopagnosie genoemd
  • 1:18 - 1:22
    en is het resultaat van schade
    aan een specifiek deel van het brein.
  • 1:22 - 1:23
    Het gekke is
  • 1:23 - 1:26
    dat alleen de gezichtsherkenning
    beschadigd is;
  • 1:26 - 1:28
    met de rest is niks mis.
  • 1:28 - 1:33
    Prosopagnosie is één van vele
    verrassend specifieke stoornissen
  • 1:33 - 1:37
    die kunnen voorkomen na hersenschade.
  • 1:37 - 1:38
    Al deze syndromen
  • 1:38 - 1:40
    doen al lange tijd vermoeden
  • 1:40 - 1:44
    dat het brein verdeeld is in
    verschillende onderdelen,
  • 1:44 - 1:46
    maar de inspanning om
    deze onderdelen te ontdekken
  • 1:46 - 1:48
    heeft een snelle vlucht genomen
  • 1:48 - 1:51
    met de technologie
    van hersenbeeldvorming,
  • 1:51 - 1:53
    vooral de MRI.
  • 1:54 - 1:57
    MRI laat toe om de interne anatomie
  • 1:57 - 1:58
    in hoge resolutie te zien.
  • 1:58 - 2:00
    Ik laat jullie zo meteen
  • 2:00 - 2:03
    een aantal dwarsdoorsneden zien
  • 2:03 - 2:05
    van bekende voorwerpen
    waar we doorheen gaan.
  • 2:05 - 2:08
    Jullie proberen uit te maken
    welk voorwerp het is.
  • 2:08 - 2:10
    Daar gaan we.
  • 2:12 - 2:14
    Niet makkelijk…
    Dat was een artisjok.
  • 2:14 - 2:16
    OK, we proberen een andere.
  • 2:16 - 2:18
    Van beneden naar boven.
  • 2:21 - 2:22
    Broccoli!
  • 2:22 - 2:24
    Mooi, toch?
  • 2:24 - 2:26
    OK, nog eentje.
    Dat is een brein, natuurlijk.
  • 2:26 - 2:28
    Meer bepaald mijn brein.
  • 2:28 - 2:30
    Dit zijn doorsneden van mijn hoofd.
  • 2:30 - 2:31
    Rechts zit mijn neus,
  • 2:31 - 2:35
    en nu gaan we naar dit plekje, hier zo.
  • 2:35 - 2:38
    Dit is een mooi beeld,
    al zeg ik het zelf...
  • 2:39 - 2:41
    Maar het laat alleen anatomie zien.
  • 2:41 - 2:44
    Een heel coole vooruitgang
    in functionele beeldvorming
  • 2:44 - 2:45
    werd gemaakt toen men ontdekte
  • 2:45 - 2:49
    hoe beelden te maken die niet alleen
    anatomie maar ook activiteit tonen,
  • 2:49 - 2:51
    waar neuronen afgevuurd worden.
  • 2:51 - 2:52
    Dat werkt als volgt.
  • 2:52 - 2:54
    Het brein is als een spier.
  • 2:54 - 2:56
    Wanneer het actief is,
  • 2:56 - 2:58
    heeft het meer bloedtoevoer nodig
    om de activiteit te voorzien,
  • 2:58 - 3:02
    en gelukkig gebeurt de bloedtoevoer
    naar het brein op lokaal niveau,
  • 3:02 - 3:04
    dus als een hoopje neuronen hier zegt,
  • 3:04 - 3:06
    "word actief, vuur af",
  • 3:06 - 3:08
    dan stijgt de bloedtoevoer op die plek.
  • 3:08 - 3:12
    Functionele MRI merkt die bloedtoevoer op,
  • 3:12 - 3:14
    met een hogere respons
  • 3:14 - 3:17
    waar de neurale activiteit stijgt.
  • 3:17 - 3:19
    Om je een concreet idee te geven
  • 3:19 - 3:21
    over hoe een functioneel
    MRI-experiment gaat
  • 3:21 - 3:23
    en wat je ervan kan leren
  • 3:23 - 3:24
    en wat niet,
  • 3:24 - 3:28
    laat ik eerst één van de eerste studies
    beschrijven die ik ooit deed.
  • 3:28 - 3:32
    We wilden weten of een bepaald
    deel van het brein gezichten herkende,
  • 3:32 - 3:35
    en er waren toen al redenen
    om te geloven dat dat zo was,
  • 3:35 - 3:36
    gebaseerd op de prosopagnosie
  • 3:36 - 3:39
    die ik zojuist beschreef,
  • 3:39 - 3:41
    maar niemand had dat deel van het brein
  • 3:41 - 3:43
    ooit gezien bij een normale persoon,
  • 3:43 - 3:45
    en dus gingen we ernaar op zoek.
  • 3:45 - 3:47
    Ik was het eerste voorwerp van de studie.
  • 3:47 - 3:49
    Ik ging onder de scanner, lag op mijn rug,
  • 3:49 - 3:52
    hield mijn hoofd zo stil als ik kon
  • 3:52 - 3:57
    terwijl ik naar foto's staarde
    van gezichten zoals deze...
  • 3:57 - 3:59
    en voorwerpen als deze...
  • 3:59 - 4:04
    en gezichten… en objecten... urenlang.
  • 4:04 - 4:07
    Als wereldrecordhouder
  • 4:07 - 4:10
    van het totaal aantal uren gespendeerd
    onder een MRI-scanner
  • 4:10 - 4:12
    kan ik je dit vertellen:
  • 4:12 - 4:14
    een heel belangrijke vaardigheid
    bij MRI-onderzoek
  • 4:14 - 4:16
    is je blaas onder controle houden.
  • 4:16 - 4:18
    (Gelach)
  • 4:18 - 4:19
    Toen ik eronderuit kwam,
  • 4:19 - 4:22
    deed ik een snelle analyse
    van de gegevens.
  • 4:22 - 4:23
    Ik zocht naar plaatsen
  • 4:23 - 4:26
    met een hogere respons bij gezichten
  • 4:26 - 4:28
    dan bij voorwerpen.
  • 4:28 - 4:30
    Ik zag dit.
  • 4:30 - 4:34
    Dit beeld ziet er naar huidige maatstaven
    verschrikkelijk uit,
  • 4:34 - 4:37
    maar ik vond het prachtig.
  • 4:37 - 4:39
    Dit gebied hier,
  • 4:39 - 4:40
    dat kleine vlekje,
  • 4:40 - 4:42
    ongeveer zo groot als een olijf
  • 4:42 - 4:44
    en aan de onderkant van mijn brein
  • 4:44 - 4:47
    2,5 centimeter van hier,
  • 4:47 - 4:50
    dat deel van mijn brein
  • 4:50 - 4:53
    genereerde een hogere MRI-respons,
  • 4:53 - 4:54
    een hogere neurale activiteit,
  • 4:54 - 4:56
    wanneer ik naar gezichten keek
  • 4:56 - 4:58
    dan wanneer ik naar voorwerpen keek.
  • 4:58 - 4:59
    Dat is heel cool,
  • 4:59 - 5:02
    maar hoe weten we dat dit geen toeval is?
  • 5:02 - 5:03
    Wel, de gemakkelijkste manier
  • 5:03 - 5:05
    is het experiment gewoon opnieuw te doen.
  • 5:05 - 5:07
    Dus ging ik terug in de scanner,
  • 5:07 - 5:09
    keek naar meer gezichten
    en meer voorwerpen
  • 5:09 - 5:12
    en kreeg hetzelfde vlekje...
  • 5:12 - 5:13
    En ik deed het opnieuw...
  • 5:13 - 5:15
    en opnieuw...
  • 5:15 - 5:18
    en opnieuw en opnieuw...
  • 5:18 - 5:19
    en tegen die tijd
  • 5:19 - 5:22
    besloot ik te geloven dat het echt was.
  • 5:22 - 5:26
    Maar toch, misschien is dit gewoon
    iets eigenaardigs in mijn brein
  • 5:26 - 5:29
    dat niet voorkomt bij anderen.
  • 5:29 - 5:31
    Om dat uit te zoeken,
    scanden we andere mensen
  • 5:31 - 5:34
    en kwamen we tot het besluit
    dat bijna iedereen
  • 5:34 - 5:36
    dat plekje heeft dat gezichten verwerkt
  • 5:36 - 5:38
    in een gelijkaardig gebied van het brein.
  • 5:38 - 5:40
    De volgende vraag was:
  • 5:40 - 5:42
    wat doet dat ding nu eigenlijk?
  • 5:42 - 5:46
    Is het echt gespecialiseerd
    in gezichtsherkenning?
  • 5:46 - 5:47
    Misschien niet?
  • 5:47 - 5:49
    Misschien reageert het
  • 5:49 - 5:51
    ook op andere lichaamsdelen?
  • 5:51 - 5:53
    Misschien reageert het
    op alles wat menselijk is
  • 5:53 - 5:55
    of alles dat leeft
  • 5:55 - 5:57
    of alles dat rond is.
  • 5:57 - 5:59
    De enige manier om heel zeker te zijn
  • 5:59 - 6:01
    dat het gespecialiseerd
    is in gezichtsherkenning,
  • 6:01 - 6:04
    is al die hypotheses uit te sluiten.
  • 6:04 - 6:07
    En dus brachten we de volgende
    jaren door met het scannen
  • 6:07 - 6:08
    van proefpersonen terwijl ze
  • 6:08 - 6:10
    naar allerlei foto's keken,
  • 6:10 - 6:12
    en toonden aan dat dat deel van het brein
  • 6:12 - 6:14
    sterk reageert wanneer je naar gezichten
  • 6:14 - 6:17
    van elke aard kijkt,
  • 6:17 - 6:19
    en dat het veel minder sterk reageert
  • 6:19 - 6:22
    op elk beeld dat geen gezicht is,
  • 6:22 - 6:24
    zoals deze.
  • 6:24 - 6:26
    Hebben we dan eindelijk bewezen
  • 6:26 - 6:29
    dat dit gebied nodig is
    voor gezichtsherkenning?
  • 6:29 - 6:31
    Nee hoor.
  • 6:31 - 6:32
    Hersenbeeldvorming kan nooit bepalen
  • 6:32 - 6:35
    of een gebied ergens voor nodig is.
  • 6:35 - 6:36
    Het enige wat je ziet
  • 6:36 - 6:38
    is dat gebieden aan- en
    uitgeschakeld worden
  • 6:38 - 6:40
    wanneer je verschillende gedachten denkt.
  • 6:40 - 6:44
    Om uit te maken of een deel van het brein
    nodig is voor een mentale functie,
  • 6:44 - 6:46
    moet je ermee spelen
    en nagaan wat er gebeurt.
  • 6:46 - 6:49
    Normaal gezien kunnen we dat niet.
  • 6:49 - 6:51
    Maar onlangs deed zich
    een uitgelezen kans voor
  • 6:51 - 6:54
    toen een paar van mijn collega's
  • 6:54 - 6:57
    deze man met epilepsie testten
  • 6:57 - 7:00
    en die hier in zijn ziekenhuisbed ligt
  • 7:00 - 7:01
    waar hij net elektroden
  • 7:01 - 7:03
    op zijn hoofd geplaatst kreeg
  • 7:03 - 7:06
    om de oorzaak van zijn aanvallen
    te achterhalen.
  • 7:06 - 7:08
    Toevallig bleek het
  • 7:08 - 7:10
    dat twee elektroden
  • 7:10 - 7:13
    op het gezichtsgebied plakten.
  • 7:13 - 7:16
    Met de toestemming van de patiënt
  • 7:16 - 7:18
    vroegen de dokters hem wat er gebeurde
  • 7:18 - 7:22
    wanneer ze dat deel van zijn brein
    elektrisch stimuleerden.
  • 7:22 - 7:24
    Nu, de patiënt weet niet
  • 7:24 - 7:25
    waar de elektroden zitten en
  • 7:25 - 7:28
    weet niet wat het gezichtsgebied is.
  • 7:28 - 7:30
    Laten we eens kijken wat er gebeurt.
  • 7:30 - 7:32
    Het begint met een controlevoorwaarde
  • 7:32 - 7:34
    waarbij bijna onzichtbaar "Sham"
  • 7:34 - 7:36
    in het rood links beneden staat,
  • 7:36 - 7:38
    als er geen stroom wordt gegeven.
  • 7:38 - 7:42
    Je zal de neuroloog eerst tegen
    de patiënt horen spreken.
  • 7:42 - 7:44
    (Video) Neuroloog: Kijk naar mijn gezicht
  • 7:44 - 7:47
    en vertel me wat er gebeurt
    wanneer ik dit doe,
  • 7:47 - 7:48
    OK?
  • 7:48 - 7:50
    Patiënt: OK.
  • 7:51 - 7:54
    Neuroloog: Eén, twee, drie.
  • 7:55 - 7:58
    Patiënt: Niets.
    Neuroloog: Niets? OK.
  • 7:58 - 8:01
    Ik doe het nog een keer.
  • 8:01 - 8:03
    Kijk naar mijn gezicht.
  • 8:04 - 8:07
    Eén, twee, drie.
  • 8:08 - 8:11
    Patiënt: Je veranderde in iemand anders.
  • 8:11 - 8:13
    Je gezicht veranderde.
  • 8:13 - 8:16
    Je neus zakte in en ging naar links.
  • 8:16 - 8:20
    Je zag er bijna uit als iemand
    die ik al ooit gezien had,
  • 8:20 - 8:22
    maar iemand anders.
  • 8:22 - 8:25
    Te gek!
  • 8:25 - 8:28
    (Gelach)
  • 8:28 - 8:29
    Nancy Kanwisher: Dit experiment -
  • 8:29 - 8:32
    (Applaus) -
  • 8:33 - 8:36
    Dit experiment bewijst eindelijk
  • 8:36 - 8:38
    dat dit deel van het brein niet alleen
  • 8:38 - 8:40
    selectief reageert op gezichten,
  • 8:40 - 8:43
    maar ook actief betrokken is
    bij gezichtsherkenning.
  • 8:43 - 8:46
    Ik bekeek al deze details
    over het gezichtsgebied
  • 8:46 - 8:50
    om te tonen wat vereist is om te bewijzen
    dat een deel van het brein
  • 8:50 - 8:53
    selectief betrokken is bij een
    specifiek mentaal proces.
  • 8:53 - 8:55
    Nu overloop ik wat sneller
  • 8:55 - 8:58
    enkele andere gespecialiseerde
    gebieden van het brein
  • 8:58 - 9:00
    die wij en anderen ontdekt hebben.
  • 9:00 - 9:02
    De voorbije maand heb ik veel tijd
  • 9:02 - 9:04
    in de scanner doorgebracht
  • 9:04 - 9:06
    om jullie deze dingen
    in mijn brein te tonen.
  • 9:06 - 9:10
    Hier gaan we. Dit is
    mijn rechter hersenhelft.
  • 9:10 - 9:12
    We zijn zo georiënteerd.
    Je kijkt zo naar mijn hoofd.
  • 9:12 - 9:13
    Denk de schedel weg
  • 9:13 - 9:16
    en beeld je in dat je zo
    naar het brein kijkt.
  • 9:16 - 9:17
    Zoals je kan zien, is het oppervlak
  • 9:17 - 9:19
    van het brein opgevouwen.
  • 9:19 - 9:21
    Misschien zit daar iets verborgen.
  • 9:21 - 9:22
    We willen alles zien,
  • 9:22 - 9:25
    dus laten we het opblazen.
  • 9:25 - 9:28
    Nu gaan we het gebied zoeken
    waarover ik het had
  • 9:28 - 9:30
    dat op beelden als deze reageert.
  • 9:30 - 9:32
    We draaien het brein om
  • 9:32 - 9:34
    en kijken naar de binnenkant beneden.
  • 9:34 - 9:36
    Daar ligt mijn gezichtsgebied.
  • 9:36 - 9:39
    Net rechts daarvan ligt een ander gebied
  • 9:39 - 9:41
    in het paars aangeduid
  • 9:41 - 9:44
    dat reageert wanneer je
    kleureninformatie verwerkt,
  • 9:44 - 9:46
    en dichtbij die gebieden
    liggen andere gebieden
  • 9:46 - 9:49
    die betrokken zijn bij
    het waarnemen van plaatsen.
  • 9:49 - 9:52
    Nu zie ik bijvoorbeeld
    deze ruimte rondom mij
  • 9:52 - 9:53
    en deze gebieden in het groen
  • 9:53 - 9:55
    zijn heel actief.
  • 9:55 - 9:57
    Er is er nog een op het buitenoppervlak
  • 9:57 - 10:00
    waar ook een aantal
    gezichtsgebieden liggen.
  • 10:00 - 10:02
    Hier dichtbij ligt een gebied
  • 10:02 - 10:04
    dat selectief betrokken is
  • 10:04 - 10:06
    bij het verwerken van visuele beweging
  • 10:06 - 10:07
    zoals deze bewegende stipjes,
  • 10:07 - 10:10
    aangeduid in het geel
    aan de onderkant van het brein.
  • 10:10 - 10:13
    Dicht daarbij ligt een gebied dat reageert
  • 10:13 - 10:16
    als je naar beelden van
    lichamen en lichaamsdelen kijkt,
  • 10:16 - 10:19
    zoals deze, en dat gebied
    is aangeduid in het groen
  • 10:19 - 10:21
    aan de onderkant van het brein.
  • 10:21 - 10:23
    Alle gebieden die ik
    tot nu toe getoond heb,
  • 10:23 - 10:27
    zijn betrokken bij specifieke aspecten
    van visuele waarneming.
  • 10:28 - 10:30
    Hebben we dan ook
    gespecialiseerde gebieden
  • 10:30 - 10:33
    voor andere zintuigen, zoals het gehoor?
  • 10:33 - 10:36
    Jazeker: als we het brein
    een beetje draaien,
  • 10:36 - 10:38
    zie je hier een gebied in het blauw
  • 10:38 - 10:41
    dat we pas een paar maanden
    geleden opmerkten
  • 10:41 - 10:42
    en dit gebied reageert sterk
  • 10:42 - 10:46
    wanneer je geluiden met
    een toonhoogte als deze hoort
  • 10:46 - 10:48
    (Sirene)
  • 10:48 - 10:50
    (Cello)
  • 10:50 - 10:52
    (Deurbel)
  • 10:52 - 10:55
    Maar datzelfde gebied
    reageert niet sterk
  • 10:55 - 10:57
    als je bekende geluiden hoort
  • 10:57 - 10:59
    die geen duidelijke toonhoogte
    hebben, zoals deze -
  • 10:59 - 11:02
    (Gekauw)
  • 11:02 - 11:04
    (Trommelgeroffel)
  • 11:04 - 11:07
    (Doorspoelen van toilet)
  • 11:07 - 11:09
    Naast dat gebied
  • 11:09 - 11:12
    ligt een aantal gebieden
    die selectief reageren
  • 11:12 - 11:14
    als je spraakgeluiden hoort.
  • 11:14 - 11:16
    Laten we deze gebieden eens bekijken.
  • 11:16 - 11:19
    Mijn linker hersenhelft is gelijkaardig,
  • 11:19 - 11:20
    maar niet identiek
  • 11:20 - 11:22
    en de meeste gebieden
    liggen ook aan deze kant,
  • 11:22 - 11:24
    zij het soms in een andere grootte.
  • 11:24 - 11:26
    Alles wat ik tot nu toe heb laten zien,
  • 11:26 - 11:29
    zijn gebieden voor verschillende
    aspecten van waarneming,
  • 11:29 - 11:31
    zien en horen.
  • 11:31 - 11:33
    Zijn er ook zulke gebieden
  • 11:33 - 11:36
    voor heel chique, ingewikkelde
    mentale processen?
  • 11:36 - 11:38
    Ja, die hebben we.
  • 11:38 - 11:41
    Hier in het roze liggen mijn taalgebieden.
  • 11:41 - 11:43
    Het is al heel lang geweten
  • 11:43 - 11:45
    dat dit algemene gebied in het brein
  • 11:45 - 11:47
    betrokken is bij taalverwerking,
  • 11:47 - 11:49
    maar heel recent toonden we aan
  • 11:49 - 11:50
    dat deze roze gebieden
  • 11:50 - 11:53
    extreem selectief reageren.
  • 11:53 - 11:55
    Ze reageren wanneer je
    de betekenis van een zin begrijpt,
  • 11:55 - 11:58
    maar niet wanneer je andere
    ingewikkelde mentale dingen doet
  • 11:58 - 12:00
    zoals hoofdrekenen
  • 12:00 - 12:03
    of informatie in het geheugen houden
  • 12:03 - 12:05
    of de complexe structuur
  • 12:05 - 12:08
    van een muziekstuk bevatten.
  • 12:10 - 12:13
    Het meest verbazende gebied dat we
    tot nu toe gevonden hebben
  • 12:13 - 12:16
    is het turkooizen gebied hier.
  • 12:16 - 12:18
    Dit gebied reageert
  • 12:18 - 12:21
    wanneer je denkt aan wat
    een andere persoon aan het denken is.
  • 12:22 - 12:24
    Dat lijkt misschien gek,
  • 12:24 - 12:28
    maar eigenlijk doen wij
    mensen dat voortdurend.
  • 12:28 - 12:30
    Je doet het wanneer je beseft
  • 12:30 - 12:32
    dat je partner bezorgd zal zijn
  • 12:32 - 12:34
    als je niet naar huis belt
    als je later zal komen.
  • 12:34 - 12:38
    Ik doe het nu met
    dat gebied van mijn brein
  • 12:38 - 12:40
    wanneer ik besef dat jullie zich nu
  • 12:40 - 12:42
    waarschijnlijk afvragen wat
  • 12:42 - 12:44
    dat grijze onbekende gebied
    in het brein is,
  • 12:44 - 12:46
    en wat doet dat juist?
  • 12:46 - 12:48
    Wel, ik vraag me dat ook af
  • 12:48 - 12:50
    en we zijn bezig met
    een aantal experimenten
  • 12:50 - 12:54
    om een aantal andere mogelijke
    specialisaties te vinden
  • 12:54 - 12:58
    voor andere zeer specifieke
    mentale functies.
  • 12:58 - 13:00
    Maar ik denk niet
  • 13:00 - 13:02
    dat er specialisaties zijn
  • 13:02 - 13:04
    voor elke belangrijke mentale functie,
  • 13:04 - 13:08
    zelfs mentale functies die
    essentieel zijn voor overleving.
  • 13:08 - 13:10
    Een aantal jaar geleden
  • 13:10 - 13:12
    was een wetenschapper
    uit mijn labo ervan overtuigd
  • 13:12 - 13:14
    dat hij een gebied had gevonden
  • 13:14 - 13:16
    voor het opsporen van voedsel.
  • 13:16 - 13:18
    Het reageerde sterk in de scanner
  • 13:18 - 13:21
    wanneer mensen naar
    beelden als deze keken.
  • 13:21 - 13:24
    Verder vond hij een gelijkaardige reactie
  • 13:24 - 13:26
    op ongeveer dezelfde plaats
  • 13:26 - 13:28
    bij 10 op de 12 subjecten.
  • 13:28 - 13:30
    Hij was dus nogal in de wolken
  • 13:30 - 13:31
    en rende door het labo
  • 13:31 - 13:33
    en riep dat hij naar 'Oprah' zou gaan
  • 13:33 - 13:35
    met deze grote ontdekking.
  • 13:35 - 13:38
    Maar toen bedacht hij
    de beslissende test:
  • 13:38 - 13:41
    hij liet beelden zien van
    voedsel zoals deze
  • 13:41 - 13:44
    en vergeleek ze met beelden
    met zeer gelijkaardige
  • 13:44 - 13:48
    kleuren en vormen, maar
    geen voedsel, zoals deze.
  • 13:48 - 13:50
    En het gebied reageerde
    op dezelfde manier
  • 13:50 - 13:52
    op beide beelden.
  • 13:52 - 13:53
    Het was geen voedselgebied,
  • 13:53 - 13:56
    alleen een gebied dat graag
    kleuren en vormen ziet.
  • 13:56 - 13:59
    Geen "Oprah" dus.
  • 14:00 - 14:03
    De vraag is natuurlijk,
  • 14:03 - 14:05
    hoe verwerken we alle andere dingen
  • 14:05 - 14:08
    waar we geen gespecialiseerde
    gebieden voor hebben?
  • 14:08 - 14:12
    Wel, ik denk dat we
    buiten de gespecialiseerde onderdelen
  • 14:12 - 14:13
    die ik beschreven heb
  • 14:13 - 14:17
    ook veel algemene machinerie
    in ons hoofd hebben
  • 14:17 - 14:18
    die ons toelaat
  • 14:18 - 14:20
    om welk probleem dan ook aan te pakken.
  • 14:20 - 14:23
    We hebben onlangs aangetoond dat
  • 14:23 - 14:25
    de gebieden hier in het wit
  • 14:25 - 14:28
    reageren wanneer je een moeilijke
    mentale taak uitvoert, of toch ten minste
  • 14:28 - 14:32
    een van de zeven taken
    die we hebben getest.
  • 14:33 - 14:35
    Elk van de gebieden
  • 14:35 - 14:36
    die ik beschreven heb,
  • 14:36 - 14:39
    is aanwezig op ongeveer dezelfde plaats
  • 14:39 - 14:41
    bij elke normale persoon.
  • 14:41 - 14:42
    Ik zou iemand kunnen uitkiezen,
  • 14:42 - 14:43
    hem in de scanner leggen,
  • 14:43 - 14:46
    en elk van die gebieden
    kunnen terugvinden,
  • 14:46 - 14:48
    en ze zouden erg op mijn brein lijken,
  • 14:48 - 14:50
    zij het lichtjes verschillend
  • 14:50 - 14:53
    in hun exacte locatie en grootte.
  • 14:53 - 14:56
    Wat voor mij belangrijk is aan dit werk,
  • 14:56 - 14:59
    zijn niet de specifieke
    locaties van deze gebieden,
  • 14:59 - 15:01
    maar het simpele feit dat we selectieve,
  • 15:01 - 15:05
    überhaupt specifieke onderdelen
    in ons brein hebben.
  • 15:05 - 15:07
    Het had namelijk anders kunnen zijn.
  • 15:07 - 15:10
    Het brein zou een enkele,
  • 15:10 - 15:11
    algemene processor kunnen zijn,
  • 15:11 - 15:13
    meer een keukenmes
  • 15:13 - 15:15
    dan een Zwitsers mes.
  • 15:15 - 15:18
    Maar wat hersenbeeldvorming
    ons gegeven heeft,
  • 15:18 - 15:22
    is een rijk en interessant beeld
    van het menselijk brein.
  • 15:22 - 15:24
    Zo hebben we een beeld
    van de algemene machinerie
  • 15:24 - 15:25
    in ons hoofd
  • 15:25 - 15:27
    bovenop de verrassende waaier
  • 15:27 - 15:31
    aan zeer gespecialiseerde onderdelen.
  • 15:32 - 15:34
    Maar we zijn er nog lang niet.
  • 15:34 - 15:37
    We zijn nog maar
    aan de eerste penseelstrekenntoe
  • 15:37 - 15:40
    van ons neuraal portret.
  • 15:40 - 15:43
    De meest fundamentele vragen
    blijven nog onbeantwoord.
  • 15:43 - 15:46
    Bijvoorbeeld, wat doet elk
    van deze gebieden precies?
  • 15:46 - 15:49
    Waarom hebben we drie
    gezichtsgebieden nodig
  • 15:49 - 15:50
    en drie locatiegebieden,
  • 15:50 - 15:53
    en wat is de werkverdeling onderling?
  • 15:53 - 15:56
    Ten tweede, hoe zijn deze dingen
  • 15:56 - 15:57
    met elkaar verbonden in het brein?
  • 15:57 - 15:59
    Met diffusiebeeldvorming
  • 15:59 - 16:01
    kan je hoopjes neuronen opsporen
  • 16:01 - 16:04
    verbonden met verschillende delen
    van het brein
  • 16:04 - 16:05
    en met deze methode hier
  • 16:05 - 16:09
    kan je de verbindingen van
    individuele neuronen opsporen,
  • 16:09 - 16:12
    wat ons ooit een bedradingsdiagram
    zou kunnen opleveren
  • 16:12 - 16:14
    van het volledige menselijke brein.
  • 16:14 - 16:16
    Ten derde, hoe wordt deze
  • 16:16 - 16:19
    zeer systematische structuur gebouwd
  • 16:19 - 16:22
    doorheen de ontwikkeling in de kindertijd
  • 16:22 - 16:25
    en doorheen de evolutie van onze soort?
  • 16:25 - 16:27
    Om zulke vragen te beantwoorden,
  • 16:27 - 16:28
    zijn wetenschappers bezig
  • 16:28 - 16:31
    met het scannen van andere diersoorten
  • 16:31 - 16:34
    en ook met het scannen van baby's.
  • 16:37 - 16:41
    Veel mensen rechtvaardigen de hoge kosten
    van neurowetenschappelijk onderzoek
  • 16:41 - 16:43
    door erop te wijzen dat het ons
    ooit zou kunnen helpen
  • 16:43 - 16:47
    om stoornissen als Alzheimer
    en autisme te behandelen.
  • 16:47 - 16:49
    Dat is een enorm belangrijk doel
  • 16:49 - 16:52
    en ik zou het fantastisch vinden als
    mijn werk daartoe bijdroeg.
  • 16:52 - 16:55
    Maar dingen herstellen
    die gebroken zijn,
  • 16:55 - 16:58
    is niet het enige dat de moeite waard is.
  • 16:58 - 17:01
    De inspanning om het menselijke brein
    te begrijpen is waardevol,
  • 17:01 - 17:04
    ook al heeft het nooit
    geleid tot de behandeling
  • 17:04 - 17:05
    van een ziekte.
  • 17:05 - 17:08
    Wat zou er boeiender zijn
  • 17:08 - 17:11
    dan de fundamentele
    mechanismen te begrijpen
  • 17:11 - 17:13
    die aan de grondslag liggen
    van het menszijn,
  • 17:13 - 17:16
    om in essentie te begrijpen wie we zijn?
  • 17:16 - 17:21
    Dat is, denk ik, de grootste
    wetenschappelijke zoektocht aller tijden.
  • 17:22 - 17:28
    (Applaus)
Title:
Een neuraal portret van het menselijk brein
Speaker:
Nancy Kanwisher
Description:

Nancy Kanwisher, een pionier in hersenbeeldvorming die fMRI-scans gebruikt om activiteit in breingebieden op te sporen, vertelt wat zij en haar collega's geleerd hebben: het brein bevat zowel sterk gespecialiseerde onderdelen als universele 'machinerie'. Nog een verrassing: er is nog zoveel te leren.

more » « less
Video Language:
English
Team:
closed TED
Project:
TEDTalks
Duration:
17:42

Dutch subtitles

Revisions