-
Stel dat je naar het zwarte bord kijkt...
...het witte bord
-
en dit is een kaars
-
... een kaars
-
en de kaars straalt licht uit
-
...en warmte,
in veel richtingen.
-
Deze kaars brandt misschien in
vijf of zeven uur helemaal op, nietwaar?
-
En daarna is alle was weg.
-
De kaars lijkt dood te gaan.
-
Denk je dat de kaars ergens naar toe gaat,
als hij dood is?
-
De kaars heeft zo'n vijf uur om te leven,
om te branden.
-
en denk je dat hij ergens heengaat
als hij helemaal opgebrand is, of niet?
-
En denk je, stel dat deze lijn
het begin en eind van de kaars aangeeft,
-
dat er een kaars is vanaf hier,
ben je het daarmee eens?
-
Je bent het ermee eens.
-
We zijn het er allemaal over eens
dat er vanaf deze lijn een kaars is.
-
Maar denk je dat er vanaf deze lijn
naar beneden geen kaars is?
-
Nee of ja?
-
Het lijkt alsof je als boeddhist moet geloven,
dat er nog iets komt, na je dood.
-
En ook als je christen bent,
hoor je dat te geloven,
-
dat er na je dood nog iets is,
dat je ergens naar toe gaat.
-
In het geval van de kaars,
-
denk je dat er nog iets over is
als de kaars helemaal is opgebrand?
-
Wie zegt er ja?
-
Niet zo veel.
-
Wie zegt er nee,
er is geen kaars meer?
-
Veel mensen hebben nog
geen beslissing genomen.
-
De Dharma is erg diep en liefdevol.
-
Je moet haar met heel je hart bestuderen
om het echt te begrijpen.
-
De vraag waar we naar toe gaan als we sterven
is een goede vraag.
-
Maar zonder oefening in heel diep kijken
kunnen we geen goed antwoord geven.
-
Kijk naar deze kaars.
-
Dit moment is het huidige moment.
-
Deze lijn is het huidige moment.
-
Op dit huidige moment is de kaars
al ergens naar onderweg.
-
Want op dit moment stuurt de kaars
zichzelf veel richtingen op,
-
in de vorm van warmte en licht.
-
Dus de kaars gaat op dit moment
al ergens heen,
-
hij hoeft niet eerst hier aan te komen
om ergens heen te kunnen gaan.
-
Het is met jou hetzelfde.
-
Op dit moment ga je al ergens heen.
-
Er is een komen en gaan
op ieder moment van je dagelijks leven.
-
Jij gaat een beetje op dezelfde manier als de kaars.
-
De kaars gaat in de vorm van licht en warmte.
-
Jij gaat in de vorm van gedachtes, spraak...
-
...en fysieke beweging.
-
Er zijn drie soorten actie.
-
Op ieder moment van je dagelijks leven
-
creëer je gedachtes, spraak en handelingen.
-
En je gaat veel kanten op.
-
Met je spraak kom je in je kinderen.
-
Alles wat je denkt, zegt of doet
gaat je kinderen in,
-
en naar je vrienden, en de kosmos in.
-
Dat heet 'karma', actions.
-
We geven onszelf uit, we gaan...
-
Ik leid mijn dagelijks leven op zo'n manier
-
dat ik prachtig de wereld in kan gaan,
-
in mijn leerlingen, in mijn vrienden.
-
Ik wil mooie gedachten denken.
-
De gedachten van
liefhebbende vriendelijkheid,
-
de gedachten van mededogen,
-
de gedachten van liefde en begrip.
-
Bij iedere gedachte die ik heb,
-
geef ik mezelf aan jullie, mijn leerlingen,
mijn vrienden en aan de wereld.
-
Dat is mijn voortzetting.
-
Ik wil niet de negatieve dingen doorgeven.
-
Ik wil de negatieve dingen transformeren,
zodat ze positief worden, voordat ik...
-
...voordat ik ga, want ik ga de kosmos in
-
en mijn vrienden en mijn leerlingen
zijn het dichtste bij.
-
Dus als je in mijn leerlingen kijkt,
kun je mij zien.
-
Als je in mijn vrienden kijkt,
kun je mij zien.
-
En dit is erg wetenschappelijk.
-
Ik blijf in mijn leerlingen,
mijn vrienden en de kosmos gaan.
-
Je kunt mij zien buiten mijn lichaam
en dit is mijn beoefening.
-
De kaars doet hetzelfde, zie je?
De kaars geeft licht en warmte.
-
Het licht wordt aan de wereld gegeven
en de warmte ook,
-
en het kaarslicht en de warmte
worden ook aan de kaars zelf gegeven.
-
Het kaarslicht kan de kaars verlichten
-
en de warmte van de kaars
kan de was laten smelten.
-
En het werkt zo omdat
het lont de was kan absorberen.
-
Daarom kan de vlam krachtig zijn.
-
Dus iedere handeling vanuit de kaars
heeft een invloed op de wereld en op zichzelf.
-
Iedere actie vanuit de kaars
gaat ook weer terug naar de kaars.
-
Als je een gedachte hebt van
liefdevolle vriendelijkheid
-
heeft de wereld daar profijt van
en jij ook.
-
Het effect is onmiddellijk.
-
Als je iets heel aardigs zegt
tegen iemand anders,
-
heeft het een effect op de persoon
die het ontvangt en ook op jou...
-
...ook jij profiteert van ...
-
... van die liefdevolle spraak.
-
Iedere handeling van jou kan een effect hebben
op de wereld en op jouzelf.
-
En sommige handelingen, sommige gedachten
of dingen die je gezegd hebt,
-
komen meteen
op hetzelfde moment bij je terug.
-
Maar soms heeft een gedachte of een woord
meer tijd nodig om bij je terug te komen.
-
Je zegt iets dat niet waar is.
-
Die woorden hebben meteen een effect, nu
-
maar later komen die woorden bij je terug.
-
Mensen gaan ontdekken
dat het een leugen is.
-
Dus die komt bij je terug, en je zult
moeten leven met het effect ervan.
-
Er zijn dingen die we nu doen,
-
maar waar we tien of twintig jaar later
nog door lijden.
-
Dus karma, dat 'handeling' betekent,
kan twee soorten effect hebben.
-
Een onmiddellijk effect en
een uitgesteld effect.
-
Het is net als met sommige medicijnen.
-
Als je een medicijn neemt, verlicht het de pijn
en heeft het meteen een effect,
-
maar later blijft het nog steeds een effect hebben.
-
Dus je gedachten, je spraak en je handelingen
hebben meteen een invloed op je
-
maar ook later werkt dat nog door.
-
Dus stel dat je hier in dit huidige moment
iets doet of je zegt iets heel sterks.
-
Dat gaat de wereld in
en heeft er een invloed op.
-
En het gaat ook weer terug
waar het invloed op jou heeft.
-
Maar een gedeelte van je actie
komt pas later bij je terug.
-
En die kaars moet doorbranden
tot aan deze lijn,
-
voordat hij vergelding ontvangt.
-
In het Vietnamees zeggen we....
-
"De vader eet iets heel zouts
en de zoon moet veel water drinken."
-
Dus wat je ook doet,
je denkt dat je op dit moment spreekt,
-
en je hebt nu een effect,
maar je hebt ook later een effect.
-
Stel dat je iets heel sterks doet,
en je krijgt een effect .. hier.
-
Het is je zoon die de vergelding krijgt,
want je zoon is jouw voortzetting.
-
Jouw zoon is de meest
zichtbare vergelding.
-
Je zoon is de meest
zichtbare voortzetting van jou.
-
Of je dochter.
-
Je dochter is een van je meest
zichtbare voortzettingen.
-
Je zoon is jou, en je dochter is jou.
-
Je leerling is jou, en je vrienden zijn jou
want je bent iedere dag naar hen toe gegaan.
-
Ik kan mijn voortzetting zien
niet alleen in dit lichaam en in mijn bewustzijn,
-
maar ik kan mijn voortzetting ook zien
in mijn leerlingen, in mijn vrienden en in de wereld.
-
Weet je, ik heb een aantal boeken geschreven.
-
En een paar van mijn boeken
gaan heel erg ver.
-
Het heeft een effect
op de mensen die het lezen.
-
Ik heb veel heilzame gedachtes en inzichten
in mijn boeken gegeven.
-
Sommige boeken zijn gevangenissen ingegaan.
-
Gevangenen lezen en beoefenen in de gevangenis.
-
Ik ben graag in gevangenissen om te kunnen helpen.
-
Dus veel gevangenen zijn een voortzetting van mij.
-
En er zijn katholieke monniken
en nonnen die in kloosters leven.
-
Die hebben mijn boeken gelezen
en brieven aan me geschreven.
-
Ze konden enkele zienswijzen loslaten.
-
Ze voelen zich veel lichter
en ik word door hen voortgezet.
-
Dus ik kan mezelf in veel vormen
voortgezet zien worden.
-
Dus op dit punt,
als je mijn lichaam niet meer ziet,
-
als je dan zegt dat Thay er niet meer is,
is dat niet waar.
-
Thay is er nog, maar je hebt de ogen van tekenloosheid nodig
om hem te kunnen herkennen.
-
Het is net als...
-
...als wanneer de wolk regen wordt.
-
De wolk is niet verloren.
-
Je kunt de wolk herkennen
in haar nieuwe vorm, de regen.
-
Dus als je Thay in deze vorm niet meer ziet
-
kun je Thays aanwezigheid en voortzetting
herkennen in andere vormen.
-
De meest zichtbare daarvan zijn
zijn leerlingen.
-
Kijk naar de monniken en nonnen
en de leken-beoefenaars in Plum Village.
-
Daar kun je Thay in zien,
dat is niet erg moeilijk.
-
De manier waarop ze lopen en glimlachen,
-
de manier waarop ze koken
en de vloer vegen
-
en de manier waarop ze andere mensen helpen,
-
daar zit een heleboel Thay in.
-
Dus de vraag kan zo worden beantwoord
-
als je weet waar je
op dit moment naar toe gaat,
-
is het niet moeilijk om te weten
waar je naar toe gaat na je leven.
-
Je gaat dood en je wordt opnieuw geboren
precies hier en nu in het huidige moment.
-
Je hoeft niet op dit punt aan te komen
om te kunnen sterven.
-
Je gaat ieder moment dood
en je wordt ieder moment opnieuw geboren,
-
niet alleen binnen jezelf, maar ook daarbuiten.
-
We weten dat er veel cellen in het lichaam zijn.
-
Ieder moment sterven er
veel cellen in ons lichaam af.
-
Ook op dit moment sterven er
veel cellen in ons lichaam
-
om plaats te maken voor andere cellen
om geboren te kunnen worden.
-
Dus geboorte en dood gebeuren hier en nu.
-
Je hoeft geen 80 jaar te worden
om te kunnen sterven.
-
Je gaat nu dood,
zodat je nu herboren kunt worden.
-
Geboorte en dood spelen zich
op ieder moment af.
-
Dat zijn de lessen van de Boeddha,
en je moet oefenen om diep te kijken
-
om dat te kunnen zien.
-
Dus als je zegt, na mijn dood,
-
bedoel je dat je nu niet doodgaat.
-
Dat klopt niet.
Je gaat op dit moment dood.
-
En je wordt geboren
precies op dit moment.
-
Stel je voor...
-
dood gebeurt op ieder moment.
-
Vele duizenden, vele miljoenen cellen
sterven op dit moment.
-
Iedere keer als iemand doodgaat
organiseren we een begrafenis en huilen we.
-
Maar ...
-
...als we iedere keer dat een cel doodgaat
een begrafenis gaan organiseren en gaan huilen
-
dan hebben we helemaal geen tijd meer
om nog iets anders te doen.
-
Je moet accepteren dat er op ieder moment
iets in ons sterft en iets geboren wordt.
-
Dus om deze vraag te beantwoorden,
-
moet je oefenen om diep te kijken
op de manier die Boeddha voorstelde,
-
zodat je kunt zien dat geboorte en dood
op ieder moment gebeuren
-
en dat je op ieder moment niet alleen geboren wordt
in je lichaam en in je bewustzijn
-
maar ook in andere vormen.
-
We zullen hierover doorgaan,
-
want deze vraag vereist
heel veel, heel diep kijken.