< Return to Video

Jane Eyre (1983) - Episode 3

  • 0:44 - 0:45
    O.
  • 0:48 - 0:49
    Zal ik uw jas aannemen?
  • 0:49 - 0:50
    Nee, bedankt.
  • 0:50 - 0:51
    Is er iemand in de lerarenkamer?
  • 0:51 - 0:54
    Ik weet het niet.
  • 0:54 - 0:56
    Zal ik thee brengen om u op te warmen?
  • 0:56 - 0:58
    Nee, bedankt. Ik wil even alleen zijn.
  • 1:01 - 1:03
    Mejuffrouw Eyre, eindelijk bent u terug.
  • 1:03 - 1:05
    U zei dat ik naar het dorp kon gaan.
  • 1:05 - 1:06
    Ja. En ik stond toe
  • 1:06 - 1:08
    dat je daar gisteren heenging
  • 1:08 - 1:11
    en eergisteren
    en elke dag sinds ik er ben.
  • 1:11 - 1:13
    Hopelijk schiet ik niet tekort
    in m'n plichten.
  • 1:13 - 1:16
    Je verricht ze goed,
    zoals ik ook verwachtte
  • 1:16 - 1:19
    toen ik directrice werd
    in plaats van mejuffrouw Temple.
  • 1:19 - 1:21
    Ze sprak zeer positief over je.
  • 1:21 - 1:24
    Ik had u niet graag teleurgesteld,
    mejuffrouw Watts.
  • 1:24 - 1:25
    Het is verontrustend als een lerares
  • 1:26 - 1:28
    van wie ik alle steun had verwacht
  • 1:28 - 1:30
    het gebouw zo gehaast verlaat
  • 1:30 - 1:34
    en ook onrustig is, elke middag.
  • 1:34 - 1:37
    Men vraagt zich af waarom.
  • 1:37 - 1:39
    Het zal niet meer gebeuren.
  • 1:39 - 1:41
    Hopelijk niet.
  • 1:41 - 1:44
    Je weet waar ze heengaat. Het postkantoor.
  • 1:44 - 1:45
    Hoe weet je dat?
  • 1:45 - 1:47
    Mensen praten.
    Zeker die directrice van het kantoor.
  • 1:47 - 1:48
    Maar zij zegt van alles.
  • 1:49 - 1:50
    Bijna elke middag deze week
  • 1:50 - 1:51
    komt mejuffrouw Eyre langs
  • 1:51 - 1:53
    om te vragen of er een brief is voor J.E.
  • 1:53 - 1:56
    En als die er niet is,
    loopt ze bedroefd weer weg.
  • 2:02 - 2:03
    Volgens mij is het uw beurt
  • 2:03 - 2:05
    om het studie-uur te overzien.
  • 2:05 - 2:06
    Ja en dan lees ik gebeden
  • 2:06 - 2:08
    en breng ik ze naar bed.
  • 2:08 - 2:10
    Zorg dat je niet te laat komt
    voor het avondmaal.
  • 2:25 - 2:28
    'Als J.E. goede aanbevelingen heeft
  • 2:28 - 2:30
    kan een functie worden aangeboden
    met slechts één leerling
  • 2:30 - 2:33
    een meisje, voor een salaris
    van 30 pond per jaar.
  • 2:33 - 2:37
    Richt alle vragen aan mevrouw Fairfax
    in Thornfield, nabij Millcote.'
  • 2:39 - 2:41
    Prima, Barbara, maar laat
    het niet nog eens gebeuren.
  • 2:42 - 2:44
    Dat is alles. Je kunt gaan.
  • 2:44 - 2:45
    Ja, mevrouw.
  • 2:46 - 2:47
    Mejuffrouw Watts?
  • 2:47 - 2:49
    Wilt u me spreken, mejuffrouw Eyre?
  • 2:49 - 2:50
    Als dat kan, mejuffrouw Watts.
  • 2:51 - 2:53
    Het betreft iets dat
    erg belangrijk voor me is.
  • 2:53 - 2:55
    Ik heb het erg druk, mejuffrouw Eyre
  • 2:55 - 2:57
    maar als het dringend is,
    zeg het dan.
  • 2:57 - 2:59
    Ik maak kans op een andere functie.
  • 3:00 - 3:01
    U wilt weggaan bij Lowood?
  • 3:01 - 3:04
    In deze functie bedraagt
    het salaris 30 pond per jaar.
  • 3:05 - 3:06
    Tweemaal zoveel als ik nu verdien.
  • 3:06 - 3:08
    En u wilt dat ik de kwestie
  • 3:08 - 3:10
    aan meneer Brocklehurst voorleg?
  • 3:10 - 3:12
    Ik zou u zeer dankbaar zijn.
  • 3:13 - 3:15
    We moeten mevrouw Reed, uw voogd
  • 3:15 - 3:17
    benaderen voor toestemming.
  • 3:17 - 3:19
    Het maakt mevrouw Reed niet uit
    wat er met me gebeurt.
  • 3:19 - 3:21
    En dan moet de zaak
  • 3:21 - 3:23
    worden voorgelegd aan het bestuur.
  • 3:23 - 3:25
    Dat kan even duren
  • 3:25 - 3:27
    maar ik twijfel er niet aan
  • 3:27 - 3:30
    aangezien u zich altijd
    uitstekend heeft gedragen
  • 3:30 - 3:33
    dat u een aanbeveling krijgt
    voor uw karakter en geschiktheid.
  • 3:33 - 3:35
    Bedankt, mejuffrouw Watts.
  • 3:39 - 3:41
    Mejuffrouw Eyre, ik kwam u net halen.
  • 3:41 - 3:43
    Er is iemand die u wil zien.
  • 3:43 - 3:45
    Dat zal de bode zijn.
  • 3:45 - 3:46
    Nee, een jonge vrouw.
  • 3:46 - 3:48
    Hij komt over een half uur.
  • 3:48 - 3:49
    M'n koffer moet naar de herberg.
  • 3:49 - 3:51
    Ik vertrek 's ochtends met de koets.
  • 3:51 - 3:52
    Wie is de gast?
  • 3:53 - 3:54
    Ze is het, ik weet het zeker.
  • 3:54 - 3:56
    Ik had haar overal herkend.
  • 3:56 - 3:59
    Nou, wie is het?
  • 3:59 - 4:01
    Je bent me toch niet vergeten?
  • 4:01 - 4:03
    O, Bessie.
  • 4:04 - 4:06
    O.
  • 4:06 - 4:09
    Barbara, dit is m'n zeer goede vriendin.
  • 4:09 - 4:11
    Ze was m'n zuster in Gateshead.
  • 4:11 - 4:12
    De enige die ooit aardig was.
  • 4:12 - 4:15
    Dus een extra gast bij de thee.
  • 4:15 - 4:16
    Waar kunnen we praten?
  • 4:16 - 4:19
    M'n kamergenote is aan het studeren.
  • 4:19 - 4:20
    De lerarenkamer is leeg.
  • 4:20 - 4:22
    Kom. We moeten zo veel bespreken.
  • 4:22 - 4:23
    Je bent getrouwd.
  • 4:23 - 4:25
    Ja, al bijna vijf jaar.
  • 4:25 - 4:27
    Met Robert Leaven, de koetsier.
  • 4:27 - 4:30
    Ik ken hem nog wel.
    Een geweldige man.
  • 4:30 - 4:31
    We hebben een zoon, Bobby
  • 4:32 - 4:33
    en een dochter.
    Raad eens hoe ze heet?
  • 4:34 - 4:35
    Hoe?
    -Jane.
  • 4:35 - 4:37
    Bessie, bedankt.
  • 4:37 - 4:38
    Ben je weg uit Gateshead?
  • 4:38 - 4:41
    Nee, de portier is weg
    en we konden er wonen.
  • 4:41 - 4:42
    O.
  • 4:42 - 4:45
    Je bent niet zo lang geworden
  • 4:45 - 4:46
    en ook niet zo stevig.
  • 4:46 - 4:48
    Ik ben bang dat ik je teleurstel.
  • 4:48 - 4:49
    Kom even zitten.
  • 4:49 - 4:50
    Nee, niet helemaal.
  • 4:50 - 4:52
    Je bent deftig en je
    ziet eruit als een dame.
  • 4:52 - 4:55
    en meer had ik niet van je verwacht.
  • 4:55 - 4:57
    Je was geen schoonheid als kind.
  • 4:57 - 4:59
    Maar je bent wel slim.
  • 4:59 - 5:02
    Wat kun je? Speel je piano?
  • 5:02 - 5:04
    Een beetje.
  • 5:19 - 5:22
    De dames Reeds spelen niet zo goed.
  • 5:22 - 5:24
    Ik zei altijd dat je beter was
    en dat is zo.
  • 5:24 - 5:26
    Wat kun je nog meer? Tekenen?
  • 5:26 - 5:28
    Boven de haard hangt
    een van m'n schilderijen.
  • 5:28 - 5:31
    Dat is prachtig.
  • 5:34 - 5:36
    Bessie, heeft m'n tante je gestuurd?
  • 5:36 - 5:39
    Hemeltje, nee. Maar ze had een brief
  • 5:39 - 5:41
    waarin stond dat je wegging
  • 5:41 - 5:42
    dus ik dacht, ik ga op pad
  • 5:42 - 5:44
    om je te zien, voor je echt vertrekt.
  • 5:44 - 5:46
    O, wat lief.
  • 5:46 - 5:47
    Je wil horen over de familie.
  • 5:47 - 5:50
    Mejuffrouw Georgiana is erg knap
  • 5:50 - 5:51
    en ging er haast vandoor
  • 5:51 - 5:52
    maar haar zus verraadde haar
  • 5:52 - 5:54
    en nu vechten ze als kat en hond.
  • 5:55 - 5:57
    Meneer John is een teleurstelling.
  • 5:58 - 5:59
    Hij studeerde rechten.
    Het was zinloos
  • 5:59 - 6:01
    en nu verpest hij z'n gezondheid.
  • 6:02 - 6:04
    Je tante ziet er goed uit
  • 6:04 - 6:06
    maar haar hart breekt vanwege John.
  • 6:06 - 6:07
    Ze gaat er nog aan onderdoor.
  • 6:07 - 6:10
    Ik wil geen nieuws horen over de familie.
  • 6:10 - 6:13
    Ze hebben nooit naar mij gevraagd.
    Laten we het over ons hebben.
  • 6:13 - 6:14
    Nooit?
  • 6:15 - 6:17
    Heeft ze niet geschreven
    toen die man kwam?
  • 6:18 - 6:19
    Welke man?
  • 6:19 - 6:21
    Mevrouw Reed zei toch altijd
  • 6:21 - 6:23
    dat het volk van je vader
    arm en min was?
  • 6:24 - 6:25
    Ze zijn misschien arm, maar ik vind
  • 6:25 - 6:27
    ze net zo voornaam als de Reeds.
  • 6:27 - 6:31
    Op een dag, zo'n zeven jaar geleden
  • 6:31 - 6:34
    kwam een meneer Eyre
    naar Gateshead en vroeg naar je.
  • 6:35 - 6:37
    Ik dacht dat mevrouw
    je wel geschreven had.
  • 6:37 - 6:38
    Ze heeft nooit geschreven.
  • 6:38 - 6:40
    O, jeetje.
  • 6:40 - 6:43
    Ze zei dat je op school was,
    zo'n 80 kilometer verderop.
  • 6:43 - 6:45
    Hij leek zo teleurgesteld
  • 6:45 - 6:47
    want hij ging naar het buitenland
  • 6:47 - 6:49
    en z'n boot zou
    over twee dagen vertrekken.
  • 6:50 - 6:52
    Hij zag er heel fatsoenlijk uit.
  • 6:52 - 6:54
    Ik denk dat hij je vaders broer was.
  • 6:55 - 6:58
    En naar welk land ging hij?
  • 6:58 - 7:00
    Een eiland, duizenden kilometers verderop.
  • 7:00 - 7:03
    Waar ze wijn maken.
    De butler heeft het wel gezegd.
  • 7:04 - 7:05
    Madeira?
  • 7:05 - 7:07
    Ja, dat is het. Dat is het woord.
  • 7:08 - 7:09
    En hij vertrok?
  • 7:09 - 7:12
    Ja, hij bleef daar niet lang.
  • 7:12 - 7:14
    Ze gedroeg zich uit de hoogte.
  • 7:14 - 7:17
    Daarna noemde ze hem
    een gluiperige handelaar.
  • 7:18 - 7:20
    Volgens m'n Robert
    is hij een wijnhandelaar.
  • 7:20 - 7:23
    Misschien. Of een bediende
    van een wijnhandelaar.
  • 7:24 - 7:26
    Ik kan niet lang blijven.
  • 7:26 - 7:29
    Er komt een wagenmenner langs
    die me thuisbrengt.
  • 7:29 - 7:30
    Niet voor je wat eet en uitrust.
  • 7:30 - 7:32
    Kom. De thee staat nu vast klaar.
  • 7:32 - 7:35
    We gaan in de keuken lekker praten.
  • 7:35 - 7:36
    Ik moet je alles vertellen
  • 7:36 - 7:38
    want ik begin een nieuw leven.
  • 7:38 - 7:40
    -Nee.
    -Ja.
  • 8:21 - 8:23
    Welkom op Thornfield.
  • 8:23 - 8:24
    Bedankt.
  • 8:30 - 8:33
    Kom verder. John brengt
    de koffer wel naar uw kamer.
  • 8:36 - 8:39
    Altijd John.
  • 8:51 - 8:52
    Komt u deze kant op?
  • 9:07 - 9:08
    Mejuffrouw Eyre.
  • 9:09 - 9:11
    Hoe gaat het, m'n kind?
  • 9:11 - 9:14
    Hoe maakt u het?
    Mevrouw Fairfax, denk ik?
  • 9:14 - 9:15
    Ja, dat klopt.
  • 9:15 - 9:18
    Ik ben bang dat je rit
    uit Millcote langdradig was.
  • 9:18 - 9:21
    John rijdt langzaam.
    Zat je daarvoor al lang in de koets?
  • 9:21 - 9:23
    Hij vertrok vanmorgen
    om vier uur uit Lowton.
  • 9:23 - 9:25
    Ik moest voor drie uur opstaan.
  • 9:25 - 9:27
    Je bent vast moe. Ga lekker zitten.
  • 9:29 - 9:29
    Is dit niet uw stoel?
  • 9:30 - 9:32
    Ik zit hier prima.
  • 9:32 - 9:34
    Je handen zien er stijf van de kou uit.
  • 9:34 - 9:36
    Leah, staan de drankjes klaar?
    -Ja, mevrouw.
  • 9:36 - 9:38
    Maak ook wat warme wijn.
  • 9:38 - 9:39
    Het water staat op.
  • 9:41 - 9:43
    Ik hoop dat ik zo
    juffrouw Fairfax ontmoet.
  • 9:43 - 9:47
    Gelukkig kwam ik voor de avond aan
  • 9:47 - 9:50
    want ik wil graag m'n leerlinge
    ontmoeten, mejuffrouw Fairfax.
  • 9:50 - 9:54
    Fairfax? Je bedoelt mejuffrouw Varens.
  • 9:54 - 9:56
    Varens is de naam van je leerlinge.
  • 9:56 - 9:58
    -Varens?
    -Ja.
  • 9:58 - 10:00
    Bedankt, Leah.
  • 10:05 - 10:06
    Neem een slok en warm jezelf op.
  • 10:08 - 10:10
    Dus ze is niet uw dochter?
  • 10:10 - 10:11
    Nee, ik heb geen familie.
  • 10:13 - 10:14
    Maar ik ben zo blij dat je er bent.
  • 10:14 - 10:18
    Het zal aangenaam zijn
    om met iemand te kunnen praten.
  • 10:19 - 10:20
    Thornfield is wel mooi
  • 10:20 - 10:22
    maar in het rustige seizoen
  • 10:22 - 10:25
    voel je je akelig en best alleen.
  • 10:25 - 10:26
    Nou, alleen.
  • 10:26 - 10:30
    Leah, m'n dienstmeisje, is aardig
  • 10:30 - 10:32
    en John en z'n vrouw
    zijn fatsoenlijke mensen.
  • 10:32 - 10:34
    Maar ze zijn slechts bediendes.
  • 10:36 - 10:37
    Eet wat, mejuffrouw Eyre.
  • 10:37 - 10:39
    Hecht je niet aan de vormen.
  • 10:39 - 10:41
    Je mag eten terwijl ik babbel.
  • 10:45 - 10:47
    De kamer naast de mijne
    is voor je klaargemaakt.
  • 10:47 - 10:49
    Het vertrek is maar klein
  • 10:49 - 10:51
    maar ik denk dat je dit leuker vindt
  • 10:51 - 10:54
    dan een grote kamer vooraan.
  • 10:54 - 10:57
    In die kamers staan mooiere meubels
  • 10:57 - 11:00
    maar ze zijn zo groot en afgelegen.
  • 11:00 - 11:02
    Ik slaap er zelf nooit. Hier is het.
  • 11:05 - 11:07
    Het is prachtig.
  • 11:07 - 11:08
    Bedankt, mevrouw Fairfax.
  • 11:09 - 11:10
    En bedankt voor uw vriendelijkheid.
  • 11:10 - 11:12
    Vriendelijkheid? Wat een onzin.
  • 11:13 - 11:15
    Nu heb ik iemand om mee te praten.
  • 11:16 - 11:17
    Maar ik zal je niet meer
  • 11:17 - 11:19
    ophouden met m'n geklets.
  • 11:20 - 11:21
    Welterusten, m'n kind.
  • 11:21 - 11:22
    Welterusten, mevrouw Fairfax.
  • 12:26 - 12:29
    Goedemorgen.
  • 12:29 - 12:31
    Je staat vroeg op.
  • 12:31 - 12:34
    Het is allemaal zo mooi.
    Elk moment telt.
  • 12:34 - 12:36
    Kom mee. Ik heb thee in m'n kamer.
  • 12:39 - 12:40
    De thee is precies goed.
  • 12:42 - 12:43
    En hoe bevalt Thornfield?
  • 12:44 - 12:45
    Erg goed.
  • 12:45 - 12:46
    Het is een mooie plek.
  • 12:47 - 12:49
    Maar ik vrees dat het niet zo blijft
  • 12:50 - 12:52
    als meneer Rochester niet besluit
  • 12:52 - 12:54
    om hier permanent te verblijven.
  • 12:55 - 12:56
    Meneer Rochester? Wie is dat?
  • 12:56 - 12:58
    De eigenaar van Thornfield.
  • 12:58 - 13:00
    Wist je niet dat hij Rochester heet?
  • 13:01 - 13:02
    Ik dacht dat Thornfield van u was.
  • 13:02 - 13:05
    Van mij? O.
  • 13:07 - 13:10
    M'n lieve kind. Wat een idee.
  • 13:12 - 13:13
    Ik ben slechts de huishoudster.
  • 13:15 - 13:15
    De beheerster.
  • 13:15 - 13:19
    Ik ben wel verre familie van de Rochesters
  • 13:19 - 13:21
    of eigenlijk was m'n man dat.
  • 13:22 - 13:23
    Hij was een predikant.
  • 13:23 - 13:26
    Dominee van Hay,
    het dorpje achter die heuvel.
  • 13:26 - 13:29
    De moeder van de huidige
    meneer Rochester heette Fairfax
  • 13:29 - 13:31
    en was een achternicht van m'n man.
  • 13:32 - 13:34
    Maar ik verwacht niets van die relatie.
  • 13:35 - 13:38
    M'n werkgever is altijd beleefd
    en meer verwacht ik niet.
  • 13:39 - 13:41
    En het meisje? M'n leerlinge?
  • 13:41 - 13:43
    Meneer Rochester is haar voogd
  • 13:44 - 13:46
    en hij vroeg me om
    een gouvernante aan te nemen.
  • 13:49 - 13:52
    Ik hoor haar. Ik zal je voorstellen.
  • 13:53 - 13:54
    En als je schoolwerk klaar is
  • 13:54 - 13:56
    zal ik je een rondleiding geven.
  • 13:57 - 13:58
    O, la la.
  • 13:58 - 14:00
    Kom snel, Sophie.
  • 14:00 - 14:02
    Adele, niet zo snel. Wacht even.
  • 14:02 - 14:03
    Daar is ze.
  • 14:03 - 14:05
    Goedemorgen, Miss Adele.
  • 14:05 - 14:06
    Kom de dame ontmoeten
    die je les zal geven
  • 14:06 - 14:09
    en ooit een slimme vrouw van je zal maken.
  • 14:10 - 14:11
    Ga maar.
  • 14:13 - 14:14
    Goededag, mevrouw Fairfax.
  • 14:15 - 14:16
    Aangenaam, mejuffrouw.
  • 14:16 - 14:18
    Ben je Française?
  • 14:18 - 14:20
    Ik wist niet dat ik
    een buitenlandse leerlinge had.
  • 14:20 - 14:22
    Ik geloof dat Adele
    geboren is op het continent
  • 14:22 - 14:24
    en ze is pas zes maanden in Engeland.
  • 14:24 - 14:27
    Ze spreekt best goed Engels
  • 14:27 - 14:30
    maar dat doet ze niet graag.
  • 14:30 - 14:32
    Ik krijg er weinig uit.
  • 14:32 - 14:36
    Dit is Sophie, haar 'bonne'
    zoals ze haar kinderjuffrouw noemt.
  • 14:36 - 14:37
    Mejuffrouw.
  • 14:37 - 14:40
    We hebben genoeg te doen samen.
  • 14:40 - 14:41
    Ja, natuurlijk.
  • 14:41 - 14:44
    Ze spreekt perfect Frans.
  • 14:44 - 14:44
    Wat?
  • 14:44 - 14:46
    Ja, ik had een goede leraar.
  • 14:48 - 14:50
    En ik heb vele jaren elke dag geoefend.
  • 14:50 - 14:51
    Begrijp je me?
  • 14:51 - 14:52
    Ja, mejuffrouw.
  • 14:52 - 14:55
    Prima. En omdat je Engels moet spreken
  • 14:55 - 14:56
    zoals een Engelse dame
  • 14:56 - 14:58
    praten we vanaf nu alleen in het Engels.
  • 14:58 - 15:00
    Ik zal het proberen, maar steeds...
  • 15:01 - 15:03
    Proberen? Het zal je lukken.
  • 15:03 - 15:04
    Wat is uw naam?
  • 15:04 - 15:05
    Jane Eyre.
  • 15:06 - 15:07
    Eyre.
  • 15:07 - 15:11
    Ik zie graag dat je haar vraagt
    naar haar ouders.
  • 15:11 - 15:13
    Je komt vast meer te weten dan ik.
  • 15:13 - 15:15
    Adele, woonde je in Parijs?
  • 15:15 - 15:17
    Mais oui, mejuffrouw.
  • 15:17 - 15:18
    Ja, mejuffrouw.
  • 15:18 - 15:20
    Met wie woonde je daar?
  • 15:20 - 15:21
    Ik woonde lang geleden bij mama
  • 15:21 - 15:23
    maar ze is nu bij de Heilige Maagd.
  • 15:23 - 15:25
    Ach, het arme schaap.
  • 15:25 - 15:26
    En daarna?
  • 15:26 - 15:27
    We woonden bij arme mensen.
  • 15:27 - 15:30
    Maar meneer Rochester kwam.
  • 15:30 - 15:33
    Hij vroeg of ik bij hem
    wilde wonen in Engeland.
  • 15:33 - 15:36
    Want ik kende hem toen
    m'n moeder nog leefde
  • 15:36 - 15:38
    en hij gaf me
    'de belles robes et des jouets'.
  • 15:39 - 15:40
    Mooie jurken en speelgoed.
  • 15:41 - 15:44
    Maar nu heeft hij me helemaal
    alleen gelaten en is hij er niet.
  • 15:44 - 15:46
    Hij moest weer naar het buitenland.
  • 15:47 - 15:50
    Ik kan zingen, dansen en ik ken gedichten.
  • 15:50 - 15:52
    Zal ik dansen? Dan kunt u kijken.
  • 15:52 - 15:53
    Niet nu, lieverd.
  • 15:53 - 15:55
    We hebben een mooi klaslokaal voor je
  • 15:56 - 15:59
    Met een piano en wereldbollen
    en alles wat je maar nodig hebt.
  • 15:59 - 16:00
    Zal ik hem laten zien?
  • 16:01 - 16:02
    Graag, mevrouw Fairfax.
  • 16:02 - 16:07
    Sophie, je zult genoeg
    te doen hebben tijdens de lessen.
  • 16:08 - 16:09
    Mevrouw?
  • 16:10 - 16:11
    O. Sophie,
  • 16:11 - 16:13
    'vous aurez des choses faire
    pendant nos leçons.'
  • 16:13 - 16:15
    Ja, mejuffrouw.
  • 16:15 - 16:16
    Kom dan maar.
  • 16:17 - 16:18
    Kom, m'n kind.
  • 16:18 - 16:20
    Ik wil eerst in de tuin spelen.
  • 16:22 - 16:23
    Daarna.
  • 16:23 - 16:25
    In Engeland doen meisjes
    wat er gevraagd wordt.
  • 16:25 - 16:27
    Kom op, ik wil je horen zingen.
  • 16:27 - 16:28
    Mooi zo.
  • 16:41 - 16:43
    Kom verder.
  • 16:43 - 16:45
    Zijn je ochtendlessen voorbij?
  • 16:45 - 16:48
    Ja. Het lokaal is voortreffelijk.
  • 16:48 - 16:50
    U houdt alles zo netjes.
  • 16:50 - 16:54
    Hoewel meneer Rochester
    bijna nooit langskomt
  • 16:54 - 16:56
    komt hij altijd plots en onverwacht.
  • 16:57 - 16:59
    Dus ik zorg dat z'n huis altijd klaar is.
  • 17:00 - 17:03
    Is meneer Rochester
    zo veeleisend en kritisch?
  • 17:03 - 17:05
    Hij heeft de smaak en
    gewoonten van een heer.
  • 17:05 - 17:07
    Hij verwacht dat z'n huis
  • 17:07 - 17:09
    overeenkomstig wordt bijgehouden.
  • 17:09 - 17:11
    Vind je hem aardig?
    Vindt men hem aardig?
  • 17:11 - 17:13
    Jazeker. De familie bezit
  • 17:13 - 17:15
    bijna al het land hier
  • 17:15 - 17:16
    sinds mensenheugenis
  • 17:16 - 17:19
    en de famlie werd altijd gerespecteerd.
  • 17:19 - 17:20
    Maar vind je hem aardig?
  • 17:20 - 17:22
    Ik heb geen reden om dat niet te doen
  • 17:23 - 17:25
    en dat geldt ook voor z'n pachters
    voor wie hij gul is
  • 17:25 - 17:27
    ook al ziet hij ze bijna nooit.
  • 17:28 - 17:30
    Heeft hij geen eigenaardigheden?
  • 17:30 - 17:31
    Wat voor een karakter heeft hij?
  • 17:32 - 17:34
    Hij is een heel goede heer.
  • 17:36 - 17:37
    Is dat alles?
  • 17:38 - 17:40
    Hij is onberispelijk, denk ik.
  • 17:42 - 17:43
    Hij heeft wel iets eigenaardigs.
  • 17:43 - 17:44
    Hij reist erg veel
  • 17:44 - 17:48
    en hij heeft veel gezien van de wereld.
  • 17:48 - 17:50
    Hij is vast slim
  • 17:51 - 17:53
    maar ik heb nooit veel met hem gesproken.
  • 17:54 - 17:55
    Hoe is hij eigenaardig?
  • 17:56 - 17:59
    Ik weet het niet. Dat is niet
    eenvoudig om te beschrijven.
  • 17:59 - 18:01
    Je voelt het, als hij met je praat.
  • 18:01 - 18:05
    Je weet niet zeker of hij
    een grap maakt of serieus is
  • 18:05 - 18:07
    of hij blij is of niet.
  • 18:10 - 18:11
    Je begrijpt hem niet volledig.
  • 18:11 - 18:13
    Ik in ieder geval niet.
  • 18:14 - 18:16
    Maar hij is een heel goede heer.
  • 18:17 - 18:20
    Ik zou je een rondleiding geven, toch?
  • 18:20 - 18:21
    Bedankt.
  • 18:27 - 18:29
    O.
  • 18:30 - 18:32
    Ik wist niet dat u
    zulke grote vertrekken had.
  • 18:32 - 18:35
    Ik had niet durven hopen
    om ooit zoiets te zien.
  • 18:35 - 18:38
    Dit zijn slechts de eetzaal
    en de tekenkamer.
  • 18:38 - 18:41
    Ik open de gordijnen elke dag
    om de kamers te luchten.
  • 18:49 - 18:50
    En elke slaapkamer is klaar voor gebruik?
  • 18:50 - 18:52
    De heer zal me niet
    in een dutje treffen.
  • 18:52 - 18:54
    Nu heb je het hele huis gezien.
  • 18:54 - 18:56
    De bovenste verdieping nog niet.
  • 18:56 - 18:58
    Daar valt niets te zien.
  • 18:58 - 19:00
    U zei dat er een mooi uitzicht was
    vanaf het dak.
  • 19:01 - 19:03
    Wil je het dak op?
  • 19:05 - 19:07
    Oké, dan.
  • 19:22 - 19:24
    Het uitzicht was inderdaad schitterend
  • 19:25 - 19:28
    maar ik zag dat mevrouw Fairfax
    zich ongemakkelijk voelde
  • 19:28 - 19:30
    uit angst dat ik
    er langer van zou genieten.
  • 19:34 - 19:36
    Bedankt voor al uw moeite.
  • 19:36 - 19:39
    Ik had zo'n aangenaam uitzicht
    niet willen missen.
  • 19:39 - 19:40
    Het is een prachtig land.
  • 19:41 - 19:42
    Slapen de bediendes hier?
  • 19:42 - 19:43
    Nee, die slapen achter.
  • 19:43 - 19:44
    Hier slaapt niemand.
  • 19:44 - 19:46
    Er is vast wel een geest.
  • 19:46 - 19:48
    Geest? Niet dat ik weet.
  • 19:51 - 19:53
    Hoorde u dat lachje? Wie is dat?
  • 19:53 - 19:56
    Vast een van de bediendes.
    Misschien Grace Poole.
  • 19:56 - 19:57
    Ze naait hier
  • 19:57 - 20:00
    en soms is Leah er ook
    en dan maken ze lawaai.
  • 20:04 - 20:05
    Grace?
  • 20:07 - 20:08
    Grace.
  • 20:12 - 20:13
    Te veel herrie, Grace.
  • 20:15 - 20:17
    Denk aan de instructies.
  • 20:23 - 20:25
    Ze doet het naaiwerk
    en helpt met het huishouden.
  • 20:26 - 20:27
    Ze houdt iets te veel van Porter
  • 20:27 - 20:29
    maar ze werkt prima.
  • 20:29 - 20:32
    We gaan naar beneden.
    Het is hier te onaangenaam.
  • 20:32 - 20:34
    We willen geen koud eten, toch?
  • 20:38 - 20:39
    Mmm.
  • 20:41 - 20:43
    Ik kan daar op het dak
    uren zitten en dromen.
  • 20:44 - 20:46
    Ik zou daar niet meer
    heengaan als ik jou was.
  • 20:47 - 20:49
    Soms zijn er vreselijke windvlagen.
  • 20:51 - 20:52
    Het is gevaarlijk.
  • 20:58 - 21:00
    Iedereen mag het afkeuren
  • 21:00 - 21:02
    maar in de maanden daarop
  • 21:02 - 21:04
    als ik vrij was, klom ik op het dak
  • 21:04 - 21:06
    om naar de horizon te kijken
  • 21:07 - 21:10
    en ik wilde verder reiken
    tot aan de drukke wereld erachter.
  • 21:11 - 21:13
    Ik zou een succesvolle loopbaan krijgen.
  • 21:13 - 21:15
    M'n leerlinge was verwend
  • 21:15 - 21:17
    maar werd snel gehoorzaam en leergierig.
  • 21:19 - 21:21
    Maar ondanks m'n geluk
  • 21:21 - 21:22
    was ik rusteloos in m'n kalmte.
  • 21:22 - 21:24
    Ik kon het niet helpen.
  • 21:24 - 21:26
    Ik was van nature rusteloos.
  • 21:27 - 21:29
    Er zijn vast miljoenen mensen als ik
  • 21:29 - 21:31
    dacht ik, die actie nodig hebben.
  • 21:31 - 21:32
    Vooral vrouwen
  • 21:32 - 21:34
    die meer willen dan hun beperkte lot.
  • 22:04 - 22:05
    Wat is er, mevrouw Poole?
  • 22:06 - 22:08
    Gaat het niet goed met u?
  • 22:15 - 22:17
    Hier word ik beter van.
  • 22:37 - 22:39
    Juffrouw Jane, u gaat toch niet weg?
  • 22:39 - 22:42
    Ik ga naar het dorp om een brief
    te posten voor mevrouw Fairfax.
  • 22:42 - 22:44
    Maar het is drie kilometer over de berg
  • 22:44 - 22:47
    en het is daar meestal ijskoud
  • 22:47 - 22:49
    en het wordt al snel donker.
  • 22:49 - 22:52
    Ik geniet van de wandeling
    en ik houd van het donker.
  • 23:27 - 23:29
    Vervloekt.
  • 23:31 - 23:32
    Bent u gewond? Kan ik u helpen?
  • 23:32 - 23:33
    Ga aan de kant.
  • 23:40 - 23:41
    Ik kan hulp halen.
  • 23:46 - 23:48
    Ik heb niks gebroken, alleen verstuikt.
  • 23:50 - 23:53
    Ik blijf bij u tot ik zie
    dat u op uw paard komt.
  • 23:57 - 23:58
    Je hoort thuis te zijn.
  • 24:01 - 24:02
    Waar kom je vandaan?
  • 24:02 - 24:04
    Thornfield Hall.
  • 24:04 - 24:05
    Ik ging een brief op de post doen.
  • 24:05 - 24:07
    Thornfield?
  • 24:07 - 24:09
    Ik ben daar gouvernante.
  • 24:09 - 24:12
    O, ja.
  • 24:12 - 24:14
    De gouvernante.
  • 24:15 - 24:16
    Kom eens hier.
  • 24:17 - 24:19
    Pardon.
  • 24:19 - 24:23
    Uit noodzaak moet ik u nuttig maken.
  • 24:32 - 24:35
    Ga aan de kant.
  • 24:35 - 24:37
    Bedankt.
  • 24:38 - 24:40
    Pilot.
  • 24:58 - 25:00
    Pilot?
  • 25:00 - 25:03
    Dag, Pilot.
  • 25:04 - 25:06
    O, gelukkig, Jane. Daar ben je.
  • 25:06 - 25:08
    De heer is er. Hij is gevallen.
  • 25:08 - 25:09
    Z'n enkel is verstuikt.
  • 25:10 - 25:12
    Ik heb net de chirurg,
    meneer Carter, gehaald.
  • 25:12 - 25:13
    Hij kan niet opstaan.
  • 25:13 - 25:14
    Natuurlijk wel.
  • 25:14 - 25:16
    U moet niet staan, meneer.
  • 25:16 - 25:18
    Dokter Carter, ik heb u aan m'n zijde.
  • 25:22 - 25:24
    U bent meneer Rochester.
  • 25:25 - 25:28
    Een intelligente conclusie,
    mejuffrouw Eyre.
  • 25:33 - 25:35
    Mejuffrouw Eyre.
  • 25:36 - 25:38
    Mejuffrouw Eyre.
  • 25:41 - 25:44
    Het zou me deugd doen als ik
    je morgen bij de thee zie. Om zes uur.
  • 25:46 - 25:48
    Welterusten, mejuffrouw Eyre.
  • 25:48 - 25:50
    Ja, meneer. Welterusten.
Title:
Jane Eyre (1983) - Episode 3
Description:

more » « less
Video Language:
English, British
Team:
Film & TV
Duration:
26:57

Dutch subtitles

Revisions Compare revisions