< Return to Video

Justice: What's The Right Thing To Do? Episode 01 "THE MORAL SIDE OF MURDER"

  • 0:04 - 0:08
    Dit programma wordt gesponsord door:
  • 0:08 - 0:15
    Aanvullende sponsoring verzorgd door:
  • 0:34 - 0:38
    Dit is een cursus over rechtvaardigheid en we beginnen met een verhaal.
  • 0:38 - 0:40
    Stel je bent de bestuurder van een tramwagen,
  • 0:40 - 0:45
    en je tramwagen rijdt met 60 mijl per uur over het spoor
  • 0:45 - 0:49
    en aan het einde van het spoor zie je vijf arbeiders aan het werk op het spoor.
  • 0:49 - 0:52
    Je probeerde te stoppen maar dat lukt niet,
  • 0:52 - 0:54
    je remmen werken niet.
  • 0:54 - 0:57
    Je voelt je wanhopig omdat je weet
  • 0:57 - 1:00
    dat als je tegen de vijf arbeiders botst
  • 1:00 - 1:01
    ze allemaal zullen sterven.
  • 1:01 - 1:05
    Laten we aannemen dat je dat zeker weet.
  • 1:05 - 1:07
    En je voelt je dus hulpeloos
  • 1:07 - 1:09
    tot je ziet dat er
  • 1:09 - 1:11
    aan de rechterkant
  • 1:11 - 1:13
    een zijspoor is.
  • 1:13 - 1:16
    Aan het einde van dat spoor
  • 1:16 - 1:17
    is er een arbeider
  • 1:17 - 1:19
    aan het werk aan het spoor.
  • 1:19 - 1:21
    Je stuur werkt
  • 1:21 - 1:23
    dus je kunt
  • 1:23 - 1:26
    de tramwagen van koers veranderen als je wil
  • 1:26 - 1:29
    op dat zijspoor
  • 1:29 - 1:30
    de ene dodend
  • 1:30 - 1:33
    maar de andere vij reddend.
  • 1:33 - 1:36
    Hier is onze eerste vraag.
  • 1:36 - 1:39
    Wat is het juiste om te doen?
  • 1:39 - 1:40
    Wat zou jij doen?
  • 1:40 - 1:43
    Laten we stemmen.
  • 1:43 - 1:45
    Wie van jullie
  • 1:45 - 1:52
    zou de tramwagen op het zijspoor sturen?
  • 1:52 - 1:54
    Wie van jullie zou dat niet doen?
  • 1:54 - 1:58
    Wie zouden er rechtdoor gaan?
  • 1:58 - 2:04
    Hou je handen omhoog, als je rechtdoor zou gaan.
  • 2:04 - 2:08
    Een handvol mensen zou dat doen, de overgrote meerderheid zou sturen.
  • 2:08 - 2:10
    Laten we eerst aanhoren-
  • 2:10 - 2:14
    nu moeten we de redenen onderzoeken waarom je denk
  • 2:14 - 2:20
    dat dat het juiste is om te doen. Laten we beginnen met hen in de meerderheid, wie zou sturen
  • 2:20 - 2:22
    om op het zijspoor te gaan?
  • 2:22 - 2:24
    Waarom zou je dat doen,
  • 2:24 - 2:26
    wat zou je reden zijn?
  • 2:26 - 2:30
    Wie wil vrijwillig een reden geven?
  • 2:30 - 2:32
    Ga je gang, sta op.
  • 2:32 - 2:39
    Want het kan niet juist zijn om vijf mensen te vermoorden als je er in de plaats daarvan maar een hoeft te vermoorden.
  • 2:40 - 2:42
    Het zou niet juist zijn om er vijf te doden.
  • 2:42 - 2:47
    als je er in plaats daarvan maar een hoeft te doden.
  • 2:47 - 2:49
    Dat is een goede reden.
  • 2:49 - 2:53
    Dat is een goede reden.
  • 2:53 - 2:54
    Wie nog meer?
  • 2:54 - 2:57
    Is iedereen het daar mee eens?
  • 2:57 - 3:01
    Met die reden? Ga je gang.
  • 3:01 - 3:04
    Nou, ik dacht dat dat dezelfde reden was waarom
  • 3:04 - 3:05
    we op elf september de mensen die het vliegtuig
  • 3:05 - 3:08
    die het vliegtuig in het
  • 3:08 - 3:10
    veld in Pennsylvania vlogen als helden zien.
  • 3:10 - 3:12
    Omdat zij ervoor kozen om de mensen in het vliegtuig te doden
  • 3:12 - 3:14
    en niet meer mensen te doden
  • 3:14 - 3:16
    in grote gebouwen.
  • 3:16 - 3:19
    Dus het principe was op elf september hetzelfde.
  • 3:19 - 3:22
    Het is een tragische gebeurtenis,
  • 3:22 - 3:25
    maar het is beter om een iemand te doden zodat er vijf kunnen blijven leven.
  • 3:25 - 3:31
    Is dat de reden die de meesten van jullie hebben, van de mensen die zouden draaien, ja?
  • 3:31 - 3:33
    Laten we nu aanhoren
  • 3:33 - 3:34
    van
  • 3:34 - 3:36
    hen in de minderheid
  • 3:36 - 3:41
    zij die niet zouden sturen.
  • 3:41 - 3:46
    Nou, ik denk dat dezelfde mentaliteit genocide en totalitarisme rechtvaardigd.
  • 3:45 - 3:50
    Teneinde een ras te redden, roei je een ander ras uit.
  • 3:50 - 3:53
    Dus wat je zou doen in dit geval?
  • 3:53 - 3:55
    Jij zou, om
  • 3:55 - 3:58
    de verschrikkingen van genocide te voorkomen
  • 3:58 - 4:04
    tegen de vijf aanrijden en ze doden?
  • 4:04 - 4:08
    Vermoedelijk, ja.
  • 4:08 - 4:10
    OK, wie nog meer?
  • 4:10 - 4:14
    Dat is een moedig antwoord, dank je.
  • 4:14 - 4:16
    Laten we nog een
  • 4:17 - 4:20
    tramwagensituatie beschouwen.
  • 4:20 - 4:22
    en kijken
  • 4:22 - 4:24
    of
  • 4:24 - 4:27
    degenen in de meerderheid
  • 4:27 - 4:31
    zich aan het principe willen houden.
  • 4:31 - 4:34
    "Beter om een te doden zodat vijf kunnen leven."
  • 4:34 - 4:39
    Deze keer ben je niet de bestuurder van de tramwagen, maar je bent een toeschouwer
  • 4:39 - 4:43
    die op een brug staat met uizicht over het tramspoor.
  • 4:43 - 4:46
    En over het spoor komt een tramwagen
  • 4:46 - 4:50
    Aan het eind van het spoor zijn vijf arbeiders.
  • 4:50 - 4:52
    De remmen werken niet
  • 4:52 - 4:56
    De tramwagen staat op het punt in te rijden op de vijf en ze te doden.
  • 4:56 - 4:57
    En nu
  • 4:57 - 4:59
    ben je niet de bestuurder
  • 4:59 - 5:01
    je voelt je echt hulpeloos
  • 5:01 - 5:03
    tot je ziet
  • 5:03 - 5:07
    dat er naast je staat,
  • 5:07 - 5:09
    leunend over
  • 5:09 - 5:10
    de brug,
  • 5:10 - 5:17
    een hele dikke man.
  • 5:17 - 5:20
    En je zou hem
  • 5:20 - 5:23
    een flinke duw kunnen geven
  • 5:23 - 5:25
    waardoor hij over de brug
  • 5:25 - 5:28
    op het spoor zou vallen
  • 5:28 - 5:30
    precies op het pad van
  • 5:30 - 5:32
    de tramwagen.
  • 5:32 - 5:33
    Hij zou sterven,
  • 5:33 - 5:39
    maar hij zou de andere vijf redden.
  • 5:39 - 5:41
    Nu, hoeveel van jullie zouden
  • 5:41 - 5:48
    de dikke man van de brug duwen? Steek je hand omhoog.
  • 5:48 - 5:51
    Wie van jullie zou dat niet doen?
  • 5:51 - 5:54
    De meesten zouden het niet doen.
  • 5:54 - 5:56
    Hier is de voor de hand liggende vraag,
  • 5:56 - 5:57
    wat is er gebeurd
  • 5:57 - 6:00
    met het principe
  • 6:00 - 6:05
    "Het is beter om vijf levens te redden, zelfs als je er daar een voor moet opofferen."
  • 6:05 - 6:07
    Wat is er met het principe gebeurd dat vrijwel iederen
  • 6:07 - 6:09
    ondersteunde in het eerste geval.
  • 6:09 - 6:13
    Ik wil van iemand horen die in de meerderheid zat
  • 6:13 - 6:14
    in beide gevallen.
  • 6:14 - 6:18
    Hoe verklaar je het verschil tussen de twee?
  • 6:18 - 6:22
    In het tweede geval gaat het om een actieve keuze
  • 6:22 - 6:23
    om een persoon de duwen
  • 6:23 - 6:24
    naar beneden
  • 6:24 - 6:25
    ik denk dat
  • 6:25 - 6:30
    die persoon anders helemaal niet bij de situatie betrokken zou zijn
  • 6:30 - 6:31
    en dus
  • 6:31 - 6:34
    om voor hem te kiezen is
  • 6:34 - 6:37
    om
  • 6:37 - 6:40
    hem te betrekken in iets waar hij anders aan zou zijn ontkomen
  • 6:40 - 6:42
    is denk ik meer dan
  • 6:42 - 6:44
    wat je en het eerste geval zou doen,
  • 6:44 - 6:46
    waar de drie partijen, de bestuurder en
  • 6:46 - 6:48
    de twee groepen arbeiders
  • 6:48 - 6:51
    zich al in de situatie bevinden.
  • 6:51 - 6:55
    Maar de man die aan het werken is, degene op het zijspoor
  • 6:55 - 7:02
    die koos er toch niet voor om zijn leven te offeren, evenmin als de dikke man, of wel?
  • 7:02 - 7:05
    Dat is waar, maar hij was op het spoor.
  • 7:05 - 7:10
    Deze man bevond zich op de brug.
  • 7:10 - 7:14
    Ga je gang, je mag terugkomen als je wil.
  • 7:14 - 7:15
    Goed, het is een moeilijke vraag,
  • 7:15 - 7:19
    maar je deed het heel goed. Het is een moeilijke vraag.
  • 7:20 - 7:21
    Wie nog meer
  • 7:21 - 7:23
    kan
  • 7:23 - 7:26
    een manier vinden om de reactie
  • 7:26 - 7:30
    van de meerderheid in deze twee situaties te verzoenen? Ja?
  • 7:30 - 7:32
    Ik denk
  • 7:32 - 7:33
    in het eerste geval waar
  • 7:33 - 7:35
    je de ene werker hebt en de andere vijf
  • 7:35 - 7:37
    het een keuze is tussen die twee en je moet
  • 7:37 - 7:41
    een keuze maken want er zullen mensen sterven door de tramwagen.
  • 7:41 - 7:45
    Niet noodzakelijk door je directe handelingen. De tramwagen is op hol geslagen
  • 7:45 - 7:48
    en je moet snel een beslissing maken.
  • 7:48 - 7:53
    Terwijl het duwen van de dikke man een bewuste keuze tot moord aan jouw kant is.
  • 7:53 - 7:54
    Daar heb je controle over,
  • 7:54 - 7:57
    terwijl je geen controle over de tramwagen hebt.
  • 7:57 - 8:00
    Dus ik denk dat het een enigszins andere situatie is.
  • 8:00 - 8:04
    Goed, wie heeft er een reactie? Nee dat was goed, wie heeft er,
  • 8:04 - 8:06
    wie wil reageren?
  • 8:06 - 8:09
    Is dat een uitweg?
  • 8:09 - 8:12
    Ik denk niet dat dat een goede reden is omdat je
  • 8:12 - 8:17
    in beide gevallen kiest en je moet kiezen wie er doodgaat omdat je bewust draait en iemand doodt,
  • 8:17 - 8:18
    wat een bewuste
  • 8:18 - 8:20
    overweging tot draaien is,
  • 8:20 - 8:21
    of je kiest ervoor om de dikke man te duwen,
  • 8:21 - 8:24
    wat ook een actieve
  • 8:24 - 8:28
    bewuste handeling is dus je moet hoe dan ook een keuze maken.
  • 8:28 - 8:30
    Wil jij reageren?
  • 8:30 - 8:34
    Ik weet niet zeker of dat het geval is, het lijkt nog steeds verschillend, de daad om iemand
  • 8:34 - 8:38
    echt op het spoor te duwen en te doden.
  • 8:38 - 8:43
    Je vermoordt hem echt zelf, je duwt hem met je eigen handen
  • 8:43 - 8:44
    en dat is anders dan
  • 8:44 - 8:47
    iets sturen wat iemands dood zal verzoorzaken
  • 8:47 - 8:49
    naar een ander...
  • 8:49 - 8:53
    Het voelt niet echt goed nu ik hier sta en het zeg.
  • 8:53 - 8:55
    nee, dat is goed, wat is je naam?
  • 8:55 - 8:56
    Andrew.
  • 8:56 - 9:00
    Andrew. Laat me je deze vraag stellen Andrew,
  • 9:00 - 9:02
    stel
  • 9:02 - 9:04
    staand op de brug
  • 9:04 - 9:05
    naast de dikke man
  • 9:05 - 9:08
    stel ik zou hem niet hoeven te duwen, stel dat hij op een
  • 9:08 - 9:15
    valluik zou staan dat ik zou kunnen openen door een stuurwiel te draaien.
  • 9:17 - 9:19
    Zou jij het draaien?
  • 9:19 - 9:21
    Om een of andere reden lijkt dat nog steeds
  • 9:21 - 9:24
    meer onjuist.
  • 9:24 - 9:30
    Ik bedoel misschien als je gewoon per ongeluk tegen het stuur zou leunen of zoiets.
  • 9:30 - 9:31
    Maar,
  • 9:31 - 9:33
    of zeg dat de wagen
  • 9:33 - 9:38
    richting een schakelaar rijdt die het luik zou openen,
  • 9:38 - 9:39
    dan zou ik het er mee eens kunnen zijn.
  • 9:40 - 9:42
    Eerlijk genoeg, het lijkt nog steeds
  • 9:42 - 9:46
    fout op een manier waarop het niet fout leek in het eerste geval om te draaien, volgens jou.
  • 9:46 - 9:50
    Een op een andere manier,
  • 9:50 - 9:52
    en het tweede geval ben je ook een toeschouwer.
  • 9:52 - 9:57
    Dus je hebt de keuze om betrokken te raken door de dikke man te duwen of niet.
  • 9:57 - 10:00
    Laten we voorlopig deze situatie vergeten,
  • 10:00 - 10:01
    goed gedaan,
  • 10:01 - 10:06
    maar laten we ons nu een andere situatie voorstellen. Deze keer ben je een arts op een eerste hulp afdeling
  • 10:06 - 10:12
    en zes patiënten komen naar je toe.
  • 10:12 - 10:18
    Ze hebben een verschrikkelijk ongeluk gehad met een tramwagen.
  • 10:18 - 10:24
    Vijf van hen hebben matig letsel, en een van hen is ernstig gewond en je zou de hele dag
  • 10:24 - 10:28
    voor het ene ernstig gewonde slachtoffer kunnen zorgen,
  • 10:28 - 10:32
    maar in die tijd zouden de andere vijf sterven, of je zou de andere vijf kunnen genezen, maar
  • 10:32 - 10:35
    in die tijd zou de ernstig gewonde
  • 10:35 - 10:36
    persoon sterven.
  • 10:36 - 10:38
    Hoeveel zouden
  • 10:38 - 10:40
    de vijf redden
  • 10:40 - 10:41
    als je de dokter was?
  • 10:41 - 10:44
    Hoeveel zouden de ene persoon redden?
  • 10:44 - 10:46
    Heel weinig mensen,
  • 10:46 - 10:49
    slechts een handvol mensen.
  • 10:49 - 10:51
    Dezelfde reden neem ik aan,
  • 10:51 - 10:56
    een leven tegenover vijf.
  • 10:56 - 10:57
    Stel nu
  • 10:57 - 10:59
    een andere doktersituatie
  • 10:59 - 11:02
    deze keer ben je een transplantatie chirurg
  • 11:02 - 11:06
    en je hebt vijf patiënten die ieder dringend
  • 11:06 - 11:10
    een orgaantransplantatie nodig hebben om te kunnen blijven leven.
  • 11:10 - 11:12
    Een persoon heeft een hart nodig, een persoon een long,
  • 11:12 - 11:14
    een persoon een nier,
  • 11:14 - 11:15
    een persoon een lever,
  • 11:15 - 11:17
    en de vijfde
  • 11:17 - 11:20
    een alvleesklier.
  • 11:20 - 11:23
    En je hebt geen orgaandonoren.
  • 11:23 - 11:25
    Je staat op het punt
  • 11:25 - 11:28
    om ze te zien sterven
  • 11:28 - 11:29
    wanneer
  • 11:29 - 11:31
    het in je opkomt
  • 11:31 - 11:32
    dat in de andere kamer
  • 11:32 - 11:36
    een gezonde man is die langskwam voor een controle.
  • 11:39 - 11:44
    En hij is,
  • 11:44 - 11:47
    adat vind je leuk,
  • 11:47 - 11:51
    en hij is een dutje aan het doen.
  • 11:53 - 11:57
    Je zou heel stilletjes naar binnen kunnen gaan,
  • 11:57 - 12:01
    de vijf organen eruit kunnen rukken, die persoon zou sterven,
  • 12:01 - 12:03
    maar je zou de vijf kunnen redden.
  • 12:03 - 12:10
    Wie van jullie zou het doen? Iemand?
  • 12:10 - 12:17
    Hoeveel? Steek je handen omhoog als je het zou doen.
  • 12:18 - 12:22
    Iemand op het balkon?
  • 12:22 - 12:24
    Jij zou het doen? Pas op dat je niet te ver naar voren leunt.
  • 12:26 - 12:29
    Wie zou het niet doen?
  • 12:29 - 12:30
    Goed.
  • 12:30 - 12:34
    Wat zou je zeggen, laat je horen op het balkon, jij die
  • 12:34 - 12:36
    de organen zou verwijderen, waarom?
  • 12:36 - 12:39
    Ik zou een enigszins veranderde
  • 12:39 - 12:40
    mogelijkheid wil onderzoeken waarbij je
  • 12:40 - 12:44
    organen van een van de vijf die het eerst sterft
  • 12:44 - 12:50
    zou gebruiken en de vier andere organen zou gebruiken om de andere vier te redden.
  • 12:50 - 12:55
    Dat is best een goed idee.
  • 12:55 - 12:58
    Dat is een geweldig idee
  • 12:58 - 13:00
    op het feit na
  • 13:00 - 13:06
    dat je zojuist het hele filosofische punt te gronde hebt gericht.
  • 13:06 - 13:07
    Laten we een stapje terug doen
  • 13:07 - 13:10
    van deze verhalen en argumenten
  • 13:10 - 13:13
    om een paar dingen op te merken
  • 13:13 - 13:18
    over de manier waarop de argumenten naar boven kwamen.
  • 13:18 - 13:19
    Zekere
  • 13:19 - 13:20
    morele principes
  • 13:20 - 13:23
    beginnen al omhoog te komen
  • 13:23 - 13:26
    in de discussies die we gehad hebben
  • 13:26 - 13:28
    en laten we nagaan
  • 13:28 - 13:30
    hoe die morele principes
  • 13:30 - 13:31
    er uitzien.
  • 13:31 - 13:36
    Het eerste morele principe dat naar boven kwam in de discussie zei
  • 13:36 - 13:39
    dat het juiste om te doen, het morele om te doen,
  • 13:39 - 13:43
    af hangt van de gevolgen die resulteren
  • 13:43 - 13:45
    uit je handelingen.
  • 13:45 - 13:47
    Uiteindelijk
  • 13:47 - 13:49
    is het beter dat er vijf blijven leven
  • 13:49 - 13:52
    zelfs als er een moet sterven.
  • 13:52 - 13:54
    Dat is een voorbeeld
  • 13:54 - 13:56
    van een consequentialistische
  • 13:56 - 13:59
    morele redenering.
  • 13:59 - 14:04
    Consequentialistische morele redenering vestigt de moraliteit van een daad in diens gevolgen. In de staat van de
  • 14:04 - 14:07
    wereld die het gevolg is
  • 14:07 - 14:09
    van hetgeen je doet.
  • 14:09 - 14:13
    Maar toen gingen we iets verder, we beschouwden die andere situaties
  • 14:13 - 14:15
    en mensen waren niet zo zeker
  • 14:15 - 14:17
    van
  • 14:17 - 14:21
    consequentialistische morele redenatie.
  • 14:21 - 14:22
    Toen mensen twijfelden.
  • 14:22 - 14:24
    over het duwen van de dikke man
  • 14:24 - 14:26
    van de brug
  • 14:26 - 14:29
    of over het verqwijderen van de organen van de onschuldige
  • 14:29 - 14:30
    patiënt
  • 14:30 - 14:32
    gebaarden mensen in de richting van
  • 14:32 - 14:34
    redenen
  • 14:34 - 14:35
    die te maken hadden
  • 14:35 - 14:37
    met de intrinsieke
  • 14:37 - 14:39
    waarde van de handeling
  • 14:39 - 14:41
    op zichzelf.
  • 14:41 - 14:43
    Gevolgen zijn wat ze mogen zijn.
  • 14:43 - 14:45
    Mensen waren onwillig
  • 14:45 - 14:48
    mensen dachten dat het gewoon fout was
  • 14:48 - 14:49
    categorisch fout
  • 14:49 - 14:50
    om
  • 14:50 - 14:51
    een persoon te doden
  • 14:51 - 14:54
    een onschuldig persoon
  • 14:54 - 14:55
    zelfs omwille
  • 14:55 - 14:56
    van het redden
  • 14:56 - 14:58
    van vijf levens. Deze mensen dachten dat in ieder geval
  • 14:58 - 15:01
    in de tweede versie
  • 15:01 - 15:05
    van ieder verhaal dat we beschouwden.
  • 15:05 - 15:07
    Dit wijst in de richting
  • 15:07 - 15:10
    van een tweede
  • 15:10 - 15:11
    categorische
  • 15:11 - 15:13
    manier
  • 15:13 - 15:15
    van denken over
  • 15:15 - 15:16
    moreel redeneren.
  • 15:16 - 15:22
    Categorische morele redenatie plaatst moraliteit in zeker absolute morele eisen,
  • 15:22 - 15:24
    zekere categorische plichten en rechten
  • 15:24 - 15:27
    ongeacht de gevolgen.
  • 15:27 - 15:29
    We zullen uitzoeken
  • 15:29 - 15:33
    in de dagen en weken die volgen, het contract tussen
  • 15:33 - 15:37
    consequentialiastische en categorische morele principes.
  • 15:37 - 15:38
    Het meest invloedrijke
  • 15:38 - 15:40
    voorbeeld
  • 15:40 - 15:46
    van consequentialistsch moreel redenere is utilitarianisme, een doctrine verzonnen door
  • 15:46 - 15:51
    Jeremy Bentham, de achttiende eeuwse Engelse politieke filosoof.
  • 15:51 - 15:54
    De belangrijkste
  • 15:54 - 15:57
    filosoof in het categorische morele redeneren
  • 15:57 - 15:58
    is de
  • 15:58 - 16:03
    achttiende eeuwse Duitse filosoof Immanuel Kant.
  • 16:03 - 16:04
    Dus we gaan kijken
  • 16:04 - 16:07
    naar deze verschillende wijzen van moreel denken.
  • 16:07 - 16:08
    We gaan hun waarde inschatten.
  • 16:08 - 16:11
    En ook andere beschouwen.
  • 16:11 - 16:16
    Als je naar de syllabus kijkt, zul je zien dat we een aantal belangrijke en beroemde boeken gaan lezen.
  • 16:16 - 16:18
    Boeken van Aristoteles
  • 16:18 - 16:20
    John Locke
  • 16:20 - 16:22
    Immanuel Kant, John Stuart Mill,
  • 16:22 - 16:24
    en anderen.
  • 16:24 - 16:28
    Je zult in de syllabus zien dat we deze boeken niet alleen gaan lezen,
  • 16:28 - 16:30
    maar we gaan ook
  • 16:30 - 16:32
    bekijken
  • 16:32 - 16:37
    huisidge politieke en juridische controverses bekijken die filosofische vragen oproepen.
  • 16:37 - 16:40
    We over zullen gelijkheid en ongelijkheid debatteren.
  • 16:40 - 16:41
    Over positieve discriminatie,
  • 16:41 - 16:44
    vrijheid van meningsuiting versus haatzaaierij,
  • 16:44 - 16:47
    het homohuwelijk, militaire dienstplicht,
  • 16:47 - 16:51
    een aantal praktische vragen
Title:
Justice: What's The Right Thing To Do? Episode 01 "THE MORAL SIDE OF MURDER"
Description:

PART ONE: THE MORAL SIDE OF MURDER
If you had to choose between (1) killing one person to save the lives of five others and (2) doing nothing even though you knew that five people would die right before your eyes if you did nothing—what would you do? What would be the right thing to do? Thats the hypothetical scenario Professor Michael Sandel uses to launch his course on moral reasoning. After the majority of students votes for killing the one person in order to save the lives of five others, Sandel presents three similar moral conundrums—each one artfully designed to make the decision more difficult. As students stand up to defend their conflicting choices, it becomes clear that the assumptions behind our moral reasoning are often contradictory, and the question of what is right and what is wrong is not always black and white.

PART TWO: THE CASE FOR CANNIBALISM

Sandel introduces the principles of utilitarian philosopher, Jeremy Bentham, with a famous nineteenth century legal case involving a shipwrecked crew of four. After nineteen days lost at sea, the captain decides to kill the weakest amongst them, the young cabin boy, so that the rest can feed on his blood and body to survive. The case sets up a classroom debate about the moral validity of utilitarianism—and its doctrine that the right thing to do is whatever produces "the greatest good for the greatest number."

more » « less
Video Language:
English
Team:
PACE
Duration:
54:56
broekstj added a translation

Dutch subtitles

Incomplete

Revisions