< Return to Video

CA Algebra I: Eigenschappen van getallen en absolute waarde

  • 0:01 - 0:04
    We gaan nu de California Standaard Test maken.
  • 0:04 - 0:06
    Vragen in verband met Algebra I
  • 0:06 - 0:08
    In de vorige reeks heb ik Algebra II behandeld.
  • 0:08 - 0:10
    Ik ga dus eigenlijk in de omgekeerde volgorde.
  • 0:10 - 0:13
    Ik ga de eerste vraag kopiëren omdat ik denk
  • 0:13 - 0:15
    dat het goed is het geheel te zien.
  • 0:15 - 0:21
    Laat eens kijken, ik heb het nu gekopieerd.
  • 0:21 - 0:26
    Ik ga de cursor helemaal naar boven bewegen, en
  • 0:26 - 0:27
    dan starten we.
  • 0:27 - 0:29
    Ok
  • 0:29 - 0:34
    En er wordt ons gevraagd of de vergelijking "3 maal 2x min 4
  • 0:34 - 0:39
    is gelijk aan min 18" gelijkwaardig is aan "6x min 12 is gelijk aan 18"?
  • 0:39 - 0:40
    Laten we dit eens bekijken.
  • 0:40 - 0:41
    als we enkel deze 3 oplossen, wat krijgen we dan?
  • 0:41 - 0:45
    3 maal 2x is gelijk aan 6x.
  • 0:45 - 0:48
    3 maal min 4 is min 12.
  • 0:48 - 0:50
    En dat is natuurlijk gelijk aan min 18.
  • 0:50 - 0:52
    Dus ze zijn zeker gelijk aan elkaar.
  • 0:52 - 0:55
    Als je gewoon de 3 distribueert over de 2x min 4, dan krijg je
  • 0:55 - 0:57
    6x min 12.
  • 0:57 - 0:58
    Dus het antwoord is zeker ja.
  • 0:58 - 1:00
    Het is niet deze hier beneden.
  • 1:00 - 1:04
    En hier staat ja, de vergelijkingen zijn equivalent door de
  • 1:04 - 1:04
    associatieve?
  • 1:04 - 1:04
    Nee.
  • 1:04 - 1:05
    Communicatieve?
  • 1:05 - 1:05
    Nee.
  • 1:05 - 1:09
    De vergelijkingen zijn equivalent door de distributieve eigenschap?
  • 1:09 - 1:10
    [BRANDWEERWAGEN SIRENE]
  • 1:10 - 1:13
    Er is een soort brandweerwagen buiten.
  • 1:13 - 1:14
    Laat eens kijken.
  • 1:14 - 1:16
    Waar was ik?
  • 1:16 - 1:17
    O, ja.
  • 1:17 - 1:19
    Ja, de vergelijkingen zijn equivalent door de distributieve
  • 1:19 - 1:21
    eigenschap van de vermenigvuldiging over de optelling.
  • 1:21 - 1:21
    Juist, dat is dat.
  • 1:21 - 1:24
    We hebben deze 3 over de 2x min 4 gedistribueerd.
  • 1:24 - 1:27
    En ze zeggen "over de optelling" omdat je dit ook kan zien als
  • 1:27 - 1:28
    a plus min 4.
  • 1:28 - 1:31
    Optelling en aftrekking is eigenlijk hetzelfde als je
  • 1:31 - 1:32
    denkt aan de distributieve eigenschap.
  • 1:32 - 1:36
    Bon, laten we het volgende vraagstuk aanpakken.
  • 1:36 - 1:40
    Het volgende vraagstuk kan ik gewoon opschrijven.
  • 1:40 - 1:42
    Dit is vraagstuk nummer 2.
  • 1:42 - 1:47
    De vierkantwortel van 16 plus de derdemachtswortel
  • 1:47 - 1:48
    van 8 is gelijk aan?
  • 1:48 - 1:50
    Wel, wat is de vierkantswortel van 16?
  • 1:50 - 1:52
    En als je gewoon een vierkantswortel hebt hier, dan kan je
  • 1:52 - 1:54
    zeggen, misschien is het plus of min 4, maar als ze het schrijven op
  • 1:54 - 1:58
    deze manier bedoelen ze de voornaamste wortel, dus is het gewoon plus 4.
  • 1:58 - 2:00
    Ze zouden een plus of min er voor schrijven als ze zoudel willen
  • 2:00 - 2:02
    dat je de negatieve vierkantswortel krijgt.
  • 2:02 - 2:06
    Dus het is 4 plus ... wel, wat tot de derde macht is gelijk aan 8?
  • 2:06 - 2:10
    Wel, 2 tot de derde is gelijk aan 8.
  • 2:10 - 2:13
    Dus kunnen we schrijven 2 tot de derde is gelijk aan 8.
  • 2:13 - 2:18
    Dat is hetzelfde als zeggen dat de derdemachtswortel van 8
  • 2:18 - 2:19
    gelijk is aan 2.
  • 2:19 - 2:23
    Je kan dit ook zien als 8 tot de macht 1/3.
  • 2:23 - 2:26
    In ieder geval, de derdemachtswortel van 8 is dus 2, dus 4 plus 2 is gelijk
  • 2:26 - 2:30
    aan 6 en dat is antwoord B
  • 2:30 - 2:31
    Vraagstuk 3.
  • 2:36 - 2:39
    Laat ik een beetje naar beneden scrollen.
  • 2:39 - 2:41
    Ok, en ze vragen -- ik zou het allemaal kunnen kopiëren en
  • 2:41 - 2:43
    plakken.
  • 2:48 - 2:50
    Ziezo.
  • 2:50 - 2:52
    En er wordt gevraagd welke uitdrukking equivalent is aan x
  • 2:52 - 2:55
    tot de zesde maal x kwadraat?
  • 2:55 - 2:58
    Dus x tot de zesde maal x kwadraat, ze
  • 2:58 - 2:59
    hebben dezelfde basis.
  • 2:59 - 3:01
    Wanneer je deze beide uitdrukkingen vermenigvuldigt, kunnen we
  • 3:01 - 3:02
    de exponenten optellen.
  • 3:02 - 3:07
    Dus dat is gelijk aan x tot de -- 6 plus 2 is 8.
  • 3:07 - 3:09
    Dat is geen van de keuzes hier, dus moeten we zeggen welke
  • 3:09 - 3:12
    van al deze ook hetzelfde zijn als X tot de achtste.
  • 3:12 - 3:15
    En dus welke twee exponenten zijn gelijk aan 8 als ik ze optel?
  • 3:15 - 3:16
    4 plus 3 is gelijk aan 7.
  • 3:16 - 3:20
    5 plus 3, dit is gelijk aan x tot de achtste.
  • 3:20 - 3:23
    Dus dat is antwoord B.
  • 3:23 - 3:28
    Volgend vraagstuk, vraagstuk 4.
  • 3:28 - 3:31
    Ok, ik zal -- dit is er nog een die ik kan kopiëren
  • 3:31 - 3:32
    en plakken.
  • 3:37 - 3:38
    In orde.
  • 3:38 - 3:42
    Ze willen weten welk getal geen omgekeerde heeft?
  • 3:42 - 3:45
    Zo het omgekeerde van min 1 is gewoon 1 over min
  • 3:45 - 3:47
    1, wat gelijk is aan min 1.
  • 3:47 - 3:49
    Het omgekeerde van 0, wat is dat?
  • 3:49 - 3:53
    1/0, dat niet bepaald is.
  • 3:53 - 3:55
    Dus het antwoord is B.
  • 3:55 - 3:55
    0.
  • 3:55 - 3:56
    We weten niet hoeveel 1/0 is.
  • 3:56 - 3:58
    Misschien is dat een project voor jou om over na te denken
  • 3:58 - 3:59
    wat het zou moeten betekenen.
  • 3:59 - 4:01
    En natuurlijk hebben deze wel omgekeerden.
  • 4:01 - 4:07
    1 over 1/1000 is gewoon gelijk aan 1 maal 1000 over 1
  • 4:07 - 4:10
    wat gelijk is aan 1000.
  • 4:10 - 4:13
    En het omgekeerde van 3 is, natuurlijk, 1/3.
  • 4:13 - 4:14
    Volgend vraagstuk.
  • 4:18 - 4:21
    Hier staat -- hier is heel wat terminologie, maar ik denk
  • 4:21 - 4:23
    dat dat goed is.
  • 4:23 - 4:25
    Dus wat er gevraagd wordt -- ik ga het even kopïeren.
  • 4:25 - 4:26
    Ik kan de volgende ook al doen.
  • 4:29 - 4:31
    Ok.
  • 4:31 - 4:33
    Ik kan het misschien gewoon hier boven doen.
  • 4:38 - 4:38
    Ziezo.
  • 4:38 - 4:42
    Er wordt gevraagd, wat is het omgekeerde van 1/2?
  • 4:42 - 4:45
    Dus in feite, waarmee kan ik 1/2 vermenigvuldigen
  • 4:45 - 4:46
    en dan 1 uitkomen?
  • 4:49 - 4:52
    Het is hetzelfde als zeggen wat is het omgekeerde van 1/2.
  • 4:52 - 4:55
    Dus als ik vermenigvuldig met 1/2 met -- wel, het omgekeerde van 1/2
  • 4:55 - 4:56
    ik zou zeggen 1 over 1/2.
  • 4:56 - 4:59
    Dat is hetzelfde als 1 maal 2/1,
  • 4:59 - 5:00
    en dat is gelijk aan 2.
  • 5:00 - 5:05
    Of een andere manier om het te stellen is 2 maal 1/2 is gelijk aan 1.
  • 5:05 - 5:10
    Dus het omgekeerde van 1/2 is gewoon 2.
  • 5:10 - 5:13
    Dat is antwoord D.
  • 5:13 - 5:14
    Vraagstuk 6.
  • 5:14 - 5:17
    Wat is de oplossing van deze vergelijking?
  • 5:17 - 5:21
    Ok, soms kunnen deze absolute waarde tekens
  • 5:21 - 5:22
    ingewikkeld lijken maar je moet gewoon
  • 5:22 - 5:25
    logisch doordenken.
  • 5:25 - 5:28
    Als de absolute waarde van 2x min 3 gelijk is aan 5,
  • 5:28 - 5:29
    wat zegt ons dat dan?
  • 5:29 - 5:34
    Dat betekent dat 2x min 3 gelijk is aan 5, juist?
  • 5:34 - 5:37
    Want als binnenin de absolute waarde gelijk is aan 5,
  • 5:37 - 5:39
    dan is de absolute waarde van 5 gelijk aan 5.
  • 5:39 - 5:40
    Dat is evident.
  • 5:40 - 5:43
    Maar waar kan 2x min 3 nog gelijk aan zijn?
  • 5:43 - 5:48
    Wat gebeurt er als 2x min 3 binnen de absolute waarde tekens
  • 5:48 - 5:50
    gelijk is aan min 5?
  • 5:50 - 5:51
    Wel, dan zou je daarvan de absolute waarde nemen en
  • 5:51 - 5:52
    je zou 5 krijgen, juist?
  • 5:52 - 5:59
    Dus 2x min 3 zou ook gelijk kunnen zijn aan min 5.
  • 5:59 - 6:00
    Wanneer de deze absolute waarde tekens ziet, zeg je, ok,
  • 6:00 - 6:04
    wat er ook tussen de absolute waardetekens staat is 5 of min 5
  • 6:04 - 6:07
    omdat we er de absolute waarde van nemen om 5 te krijgen.
  • 6:07 - 6:10
    Dus we gaan even deze beide vergelijkingen oplossen.
  • 6:10 - 6:11
    Als je 3 optelt aan beide zijden van deze vergelijking, dan krijg je
  • 6:11 - 6:14
    2x is gelijk aan 8.
  • 6:14 - 6:18
    x is gelijk aan 4.
  • 6:18 - 6:20
    Bij de tweede, tel je 3 op aan beide zijden.
  • 6:20 - 6:25
    je krijgt 2x is gelijk aan -- min 5 plus 3 is min 2.
  • 6:25 - 6:31
    x is gelijk aan min 2 gedeeld door 2 is min 1.
  • 6:31 - 6:35
    Dus x kan gelijk zijn aan 4 of x kan gelijk zijn aan min 1.
  • 6:35 - 6:42
    En dat is antwoord C, x is min 1 of x is 4.
  • 6:42 - 6:45
    Volgend vraagstuk.
  • 6:45 - 6:49
    De Algebra I vraagstukken gaan sneller dan die van Algebra II.
  • 6:49 - 6:51
    Die zijn vaak lastiger.
  • 6:51 - 6:52
    Laat ik dit allemaal wegdoen.
  • 6:57 - 6:58
    Ik zal deze gewoon neerschrijven.
  • 6:58 - 7:04
    Men vraagt wat is de oplossingsverzameling voor de ongelijkheid 5 min
  • 7:04 - 7:09
    de absolute waarde van x plus 4 is kleiner dan of
  • 7:09 - 7:12
    gelijk aan min 3?
  • 7:12 - 7:14
    Zo op het eerste zicht ziet dit er echt ingewikkeld uit.
  • 7:14 - 7:16
    Ik kan zelfs niet de redenering gebruiken zoals de vorige keer omdat ik
  • 7:16 - 7:17
    de 5 hier buiten heb.
  • 7:17 - 7:18
    Maar laten we het eens zo bekijken.
  • 7:18 - 7:20
    Laten we het proberen te vereenvoudigen, dus we hebben de absolute
  • 7:20 - 7:22
    waarde van iets is kleiner of gelijk
  • 7:22 - 7:23
    aan iets anders.
  • 7:23 - 7:26
    Dus één ding dat we kunnen doen is, als we van deze 5 vanaf willen,
  • 7:26 - 7:28
    herinner je, wat we aan beide zijden van een vergelijking of
  • 7:28 - 7:31
    een ongelijkheid -- wat we doen aan de ene zijde van een vergelijking of een
  • 7:31 - 7:34
    ongelijkheid, doen we aan beide zijden.
  • 7:34 - 7:38
    Dus laten we 5 aftrekken van beide zijden van deze vergelijking.
  • 7:38 - 7:42
    Als je 5 aftrekt van de linkerzijde, verdwijnt deze 5.
  • 7:42 - 7:45
    Ik ga gewoon min doen -- ik ga het uitschrijven.
  • 7:45 - 7:49
    Min 5 plus -- en ik ga min 5 doen hier.
  • 7:53 - 7:53
    Dat is een plus.
  • 7:53 - 7:57
    Dus min 5 plus 5 is gelijk aan 0, dus er blijft over min absolute
  • 7:57 - 8:03
    waarde van x plus 4 is kleiner of gelijk aan -- wat is
  • 8:03 - 8:05
    min 3 min 5?
  • 8:05 - 8:08
    Dat is min 8
  • 8:08 - 8:10
    Ok, nu de volgende stap, dit is iets -- misschien
  • 8:10 - 8:14
    was het niet evident voor jou en door de ongelijkheid hier te zetten --
  • 8:14 - 8:16
    als dit een gelijkheid was, zou je gewoon zeggen
  • 8:16 - 8:18
    ok, ik ga beide zijden vermenigvuldigen of delen door
  • 8:18 - 8:20
    min 1 om van de mintekens af te geraken.
  • 8:20 - 8:23
    Maar je moet een ding onthouden, altijd als je
  • 8:23 - 8:28
    beide zijden van een ongelijkheid vermenigvuldigt of deelt door een negatief
  • 8:28 - 8:31
    getal, dan moet de je ongelijkheid omdraaien.
  • 8:31 - 8:35
    Dus als dit waar is, dan als ik beide zijden hiervan vermenigvuldig
  • 8:35 - 8:39
    met min 1, dus min 1 maal min x
  • 8:39 - 8:44
    plus 4, dan draai ik de ongelijkheid om, dus dat wordt
  • 8:44 - 8:47
    groter dan of gelijk aan min 8.
  • 8:47 - 8:49
    En ik heb min 1 aan deze kant, dus moet ik
  • 8:49 - 8:51
    vermeningvuldigen met min 1 aan die kant.
  • 8:51 - 8:54
    En dus deze min heft deze min op dus we
  • 8:54 - 8:59
    blijven achter met X plus 4 is groter dan of gelijk aan
  • 8:59 - 9:02
    min 8 maal min 1 is gelijk aan 8.
  • 9:02 - 9:04
    Nu kunnen we de redenering gebruiken die we hadden
  • 9:04 - 9:07
    bij het vorige vraagstuk.
  • 9:07 - 9:09
    Wat zegt het hier?
  • 9:09 - 9:13
    Dit zegt dat de grootte van x plus 4 is
  • 9:13 - 9:16
    groter dan of gelijk aan 8.
  • 9:16 - 9:18
    ik ga hier een getallenlijn tekenen om dat ik wil dat je echt
  • 9:18 - 9:21
    begrijpt wat grootte betekent.
  • 9:21 - 9:28
    Dus als dat de getallenlijn is en je kan de grootte zien als
  • 9:28 - 9:30
    een soort van afstand van, of de absolute waarde,
  • 9:30 - 9:34
    dan kan je het zien als de afstand van nul, juist?
  • 9:34 - 9:40
    Dus als dat hier 0 is en dit is plus 8 en dit is
  • 9:40 - 9:45
    min 8, de absolute waarde van wat deze hoeveelheid ook was is
  • 9:45 - 9:46
    groter dan 8.
  • 9:46 - 9:50
    Dat betekent dat de afstand tot 0 groter moet zijn dan 8.
  • 9:50 - 9:53
    Je kan ook zeggen de afstand tot nul van dit getal moet
  • 9:53 - 9:58
    groter dan 8 zijn, groter dan of gelijk aan 8.
  • 9:58 - 10:00
    Dat betekent dat dit getal zeker groter gaat zijn dan
  • 10:00 - 10:02
    of gelijk aan plus 8.
  • 10:02 - 10:04
    Op de getallenlijn zouden dat al
  • 10:04 - 10:06
    deze getallen zijn, juist?
  • 10:06 - 10:09
    Denk eraan, we zeggen grootte, dus we trekken ons niet aan
  • 10:09 - 10:10
    van de richting.
  • 10:10 - 10:14
    De grootte moet groter zijn dan plus 8, dus
  • 10:14 - 10:18
    het omvat ook de negatieve getallen kleiner dan min 8.
  • 10:18 - 10:19
    En waarom klopt dat?
  • 10:19 - 10:20
    We, neem min 9.
  • 10:20 - 10:23
    Wat is de absolute waarde van min 9?
  • 10:23 - 10:29
    De absolute waarde van min 9 is groter dan 8 omdat 9
  • 10:29 - 10:32
    groter is dan 8, dus elk getal links van min 8
  • 10:32 - 10:34
    of rechts van plus 8.
  • 10:34 - 10:37
    Dus wat zegt dat ons over deze vergelijking?
  • 10:37 - 10:40
    Dat betekent dus dat -- wel, het gemakkelijke stuk is x plus 4 kan
  • 10:40 - 10:41
    groter dan of gelijk zijn aan 8.
  • 10:41 - 10:44
    Laten we dat opschrijven.
  • 10:44 - 10:46
    Ik ga het hier schrijven.
  • 10:46 - 10:49
    x plus 4 groter dan of gelijk aan 8.
  • 10:49 - 10:51
    En dat houdt er rekening mee dat de
  • 10:51 - 10:54
    grootte groter is dan of gelijk aan 8 hier.
  • 10:54 - 11:00
    Of x plus 4 kleiner dan of gelijk aan min 8.
  • 11:00 - 11:02
    Dat is de grootte links van
  • 11:02 - 11:05
    deze min 8 hier.
  • 11:05 - 11:06
    En nu lossen we het op.
  • 11:06 - 11:08
    En het is erg belangrijk om over absolute waarde te denken in
  • 11:08 - 11:10
    deze termen. Anders kan het erg verwarrend worden en je
  • 11:10 - 11:11
    begint getallen te testen.
  • 11:11 - 11:14
    Maar als je echt de getallenlijn voor ogen houdt en
  • 11:14 - 11:18
    je denkt aan absolute waarde als de afstand tot nul, grootte van
  • 11:18 - 11:20
    de afstand tot nul, dan zeg je, oh, de afstand tot nul moet
  • 11:20 - 11:23
    groter dan of gelijk aan 8 zijn, dat betekent dat mijn getal
  • 11:23 - 11:27
    moet zijn -- dit ding moet minder dan of gelijk aan min 8 zijn of het
  • 11:27 - 11:31
    moet groter dan of gelijk aan plus 8 zijn.
  • 11:31 - 11:32
    Dus laten we het oplossen.
  • 11:32 - 11:35
    x plus 4 is groter dan of gelijk aan 8.
  • 11:35 - 11:38
    trek 4 af van beide zijden, dan krijg je x is groter dan of
  • 11:38 - 11:39
    gelijk aan 4.
  • 11:39 - 11:41
    k heb juist 4 afgetrokken van beide zijden.
  • 11:41 - 11:45
    Trek 4 af van beide zijden hier, je krijgt x is kleiner dan
  • 11:45 - 11:48
    of gelijk aan min 12.
  • 11:48 - 11:52
    Dus de oplossing hier is x groter dan of gelijk aan 4 of
  • 11:52 - 11:56
    x is kleiner dan of gelijk aan min 12, en,
  • 11:56 - 11:58
    dat is antwoord D.
  • 11:58 - 11:59
    Zo, tot in de volgende video.
Title:
CA Algebra I: Eigenschappen van getallen en absolute waarde
Description:

1-7, eigenschappen van getallen en vergelijkingen met absolute waarden

more » « less
Video Language:
English
Duration:
12:02
Erik Verbeeck added a translation
Amara Bot edited Dutch subtitles for CA Algebra I: Number Properties and Absolute Value
ajewebster edited Dutch subtitles for CA Algebra I: Number Properties and Absolute Value
antic added a translation

Dutch subtitles

Revisions