< Return to Video

Ontmoeting met de uitvinder van de spreadsheet

  • 0:01 - 0:04
    Wie heeft er ooit een elektronisch
    spreadsheet gebruikt,
  • 0:04 - 0:05
    zoals Microsoft Excel?
  • 0:06 - 0:07
    Heel goed.
  • 0:08 - 0:12
    En wie heeft een bedrijf gerund
    met een handgeschreven spreadsheet,
  • 0:12 - 0:15
    zoals mijn vader dat deed
    voor zijn drukkerijtje in Philadelphia?
  • 0:16 - 0:17
    Veel minder mensen.
  • 0:18 - 0:21
    Zo ging het honderden jaren lang.
  • 0:21 - 0:24
    Begin 1978 begon ik aan een idee te werken
  • 0:25 - 0:27
    waaruit uiteindelijk VisiCalc voortkwam.
  • 0:27 - 0:29
    In 1979 leverden we het product
  • 0:29 - 0:32
    dat draaide op iets nieuws,
    de Apple II-computer genaamd.
  • 0:33 - 0:36
    Je wist dat er echt iets veranderd was
  • 0:36 - 0:39
    toen er zes jaar later een artikel
    in de Wall Street Journal stond
  • 0:40 - 0:43
    dat er vanuit ging dat je wist
    wat VisiCalc was en er ook mee werkte.
  • 0:44 - 0:47
    In 1990 zei Steve Jobs
  • 0:47 - 0:50
    dat "spreadsheets de bedrijfstak
    een enorme impuls hadden gegeven."
  • 0:51 - 0:55
    "VisiCalc heeft meer voor het succes
    van Apple betekend dan wat dan ook."
  • 0:55 - 0:58
    In vertrouwen vertelde Steve ons:
  • 0:58 - 1:01
    "Als VisiCalc voor een andere
    computer was geschreven,
  • 1:01 - 1:03
    had je nu iemand anders geïnterviewd."
  • 1:03 - 1:10
    VisiCalc was dus cruciaal om pc's
    op bureaus van bedrijven te krijgen.
  • 1:10 - 1:11
    Hoe is dat gebeurd?
  • 1:12 - 1:15
    Wat was het? Wat moest ik doen
    om dat klaar te krijgen?
  • 1:16 - 1:21
    In 1966 begon ik met programmeren,
    toen ik 15 jaar oud was,
  • 1:21 - 1:24
    slechts een paar maanden
    na het nemen van deze foto.
  • 1:24 - 1:27
    Weinig middelbare scholieren
    hadden toen toegang tot computers.
  • 1:28 - 1:31
    Maar met wat geluk
    en heel veel doorzettingsvermogen
  • 1:31 - 1:33
    kon ik ergens in de stad
    computertijd krijgen.
  • 1:34 - 1:39
    Nadat ik in de modder had geslapen
    op Woodstock, ging ik studeren aan MIT,
  • 1:40 - 1:43
    waar ik bijverdiende door mee te werken
    aan het Multics project.
  • 1:43 - 1:48
    Multics was een baanbrekend
    interactief time-sharingsysteem.
  • 1:48 - 1:52
    Kennen jullie de besturings-systemen
    Linux en Unix?
  • 1:52 - 1:53
    Die kwamen van Multics.
  • 1:53 - 1:56
    Ik heb gewerkt aan de Multics-versies
  • 1:56 - 1:59
    van wat bekend staat
    als niet-gecompileerde computertalen,
  • 1:59 - 2:02
    gemaakt voor mensen
    die geen computer-expert zijn
  • 2:02 - 2:05
    om berekeningen te doen,
    zittend aan een computerterminal.
  • 2:06 - 2:08
    Nadat ik was afgestudeerd aan MIT
  • 2:08 - 2:11
    vond ik een baan bij
    Digital Equipment Corporation.
  • 2:11 - 2:14
    Daar werkte ik aan software
  • 2:15 - 2:18
    voor een nieuw gebied:
    letterzetten met de computer.
  • 2:18 - 2:22
    Ik hielp kranten typemachines
    van journalisten te vervangen
  • 2:22 - 2:23
    door computerterminals.
  • 2:24 - 2:25
    Ik schreef software
  • 2:25 - 2:29
    en ging dan het veld in,
    bijvoorbeeld naar Kansas City Star,
  • 2:29 - 2:31
    waar ik gebruikers opleidde
    en feedback kreeg.
  • 2:31 - 2:33
    Dit was de échte wereld,
  • 2:33 - 2:36
    heel wat anders dan wat ik
    in het lab bij MIT had gezien.
  • 2:38 - 2:40
    Daarna werd ik projectleider
  • 2:41 - 2:44
    voor de software van de eerste
    tekstver-werker van DEC,
  • 2:44 - 2:46
    weer heel iets anders.
  • 2:46 - 2:48
    Net als bij letterzetten
  • 2:48 - 2:51
    was het belangrijkste
    een gebruikersinterface te bedenken
  • 2:51 - 2:55
    die zowel natuurlijk als efficiënt was
    bij gebruik door computerleken.
  • 2:56 - 3:00
    Na de tijd bij DEC kwam ik
    bij een klein bedrijf terecht
  • 3:00 - 3:04
    dat elektronische kassa's
  • 3:04 - 3:07
    met microprocessoren
    voor de fast-food sector maakte.
  • 3:07 - 3:11
    Maar ik wilde altijd al een bedrijf
    beginnen met mijn vriend Bob Frankston,
  • 3:11 - 3:13
    die ik kende van het
    Multics-project bij MIT.
  • 3:13 - 3:17
    Dus besloot ik om weer naar school te gaan
    om veel over zakendoen te leren.
  • 3:17 - 3:20
    In het najaar van 1977
  • 3:20 - 3:23
    begon ik aan het MBA-programma
    aan de Harvard Business School.
  • 3:24 - 3:26
    Ik behoorde tot een minderheid
    van de studenten
  • 3:26 - 3:29
    met een achtergrond op het gebied
    van computerprogrammeren.
  • 3:30 - 3:33
    Hier zit ik op de eerste rij
    op een foto uit het jaarboek.
  • 3:33 - 3:34
    (Gelach)
  • 3:34 - 3:37
    Op Harvard werkten we
    met de casus-methode.
  • 3:37 - 3:39
    Op één dag werden
    drie casussen behandeld.
  • 3:39 - 3:45
    Een casus beslaat vele bladzijden waarin
    een bedrijfssituatie wordt beschreven.
  • 3:46 - 3:50
    Vaak zijn er bijlagen,
    bestaande uit woorden en cijfers
  • 3:50 - 3:53
    die op een voor die situatie
    zinvolle manier zijn gerangschikt.
  • 3:54 - 3:56
    Elke keer is het een beetje anders.
  • 3:56 - 3:57
    Dit is mijn huiswerk:
  • 3:57 - 4:00
    ook weer getallen, woorden,
    zo gerangschikt dat het zinvol is.
  • 4:00 - 4:04
    Heel veel berekeningen -- we werden echt
    heel intiem met onze rekenmachines.
  • 4:05 - 4:07
    Dit was mijn rekenmachine.
  • 4:08 - 4:11
    Voor Halloween verkleedde
    ik me zelfs als rekenmachine.
  • 4:11 - 4:12
    (Gelach)
  • 4:13 - 4:16
    Aan het begin van elke les
    kreeg één van ons
  • 4:16 - 4:19
    opdracht van de professor
    om 'n casus te brengen.
  • 4:19 - 4:22
    Dan legde je uit wat er aan de hand was
  • 4:22 - 4:26
    en daarna dicteerde je informatie
    die de professor overnam
  • 4:26 - 4:29
    op één van de vele borden voor de klas.
  • 4:29 - 4:30
    Daarna volgde een discussie.
  • 4:30 - 4:35
    Één van de frustrerende zaken was
    als je al je huiswerk af had
  • 4:35 - 4:38
    en de volgende dag in de les
    een foutje ontdekte
  • 4:38 - 4:40
    en al je berekeningen
    niet bleken te kloppen.
  • 4:40 - 4:42
    En dan kon je ook niet meepraten.
  • 4:42 - 4:44
    Meepraten was de manier
    om punten te verdienen.
  • 4:45 - 4:50
    Omdat er nog 87 anderen in mijn klas
    zaten, kon ik heel veel dagdromen.
  • 4:51 - 4:55
    De meeste programmeurs werkten
    toen nog op mainframes
  • 4:55 - 5:01
    en bouwden zaken zoals voorraadsystemen,
    salarissystemen en factuursystemen.
  • 5:02 - 5:04
    Maar ik had al gewerkt
    aan interactieve tekstverwerking
  • 5:04 - 5:06
    en gebruik van de pc op afroep.
  • 5:06 - 5:10
    In plaats van te denken aan afdrukken
    op papier en ponskaarten,
  • 5:10 - 5:14
    droomde ik van een magisch
    bord voor de klas,
  • 5:14 - 5:17
    waarop als je een enkel getal veranderde,
  • 5:17 - 5:20
    alle overige getallen automatisch
    zouden meeveranderen,
  • 5:20 - 5:22
    net als tekstverwerking met getallen.
  • 5:23 - 5:27
    Ik stelde me voor dat mijn rekenmachine
    een muis aan de onderkant had
  • 5:27 - 5:30
    en een head-up display,
    net als bij een gevechtsvliegtuig.
  • 5:31 - 5:33
    En ik kon getallen invoeren,
    er een aantal selecteren
  • 5:33 - 5:35
    en op SOM drukken.
  • 5:35 - 5:39
    En midden in een onderhandeling
    zou ik het antwoord vinden.
  • 5:39 - 5:42
    Ik hoefde alleen mijn fantasie
    te volgen en te verwezenlijken.
  • 5:43 - 5:45
    Mijn vader had me geleerd
    om prototypes te bouwen.
  • 5:46 - 5:48
    Hij liet me zien hoe hij
    knip-en-plakmodellen gebruikte
  • 5:48 - 5:51
    om ergens de plaats
    op de pagina voor te bepalen
  • 5:51 - 5:53
    voor de brochures die hij drukte.
  • 5:53 - 5:56
    Daarmee vroeg hij om feedback van klanten
  • 5:56 - 6:00
    en kreeg hij een oké
    voordat iets in druk ging.
  • 6:00 - 6:06
    Het maken van een eenvoudige en werkende
    versie van wat je probeert te bouwen,
  • 6:06 - 6:08
    dwingt je om de hoofdproblemen
    bloot te leggen.
  • 6:09 - 6:13
    Daardoor kun je voor veel minder geld
    oplossingen vinden voor die problemen.
  • 6:14 - 6:16
    Dus besloot ik om een prototype te bouwen.
  • 6:17 - 6:19
    Met een video-terminal
  • 6:19 - 6:22
    aangesloten op het
    time-sharing systeem van Harvard
  • 6:22 - 6:23
    ging ik aan het werk.
  • 6:23 - 6:26
    Een van de eerste problemen
    waar ik tegenaan liep, was:
  • 6:26 - 6:29
    hoe stel je waarden in formules voor?
  • 6:29 - 6:31
    Ik leg even uit wat ik bedoel.
  • 6:32 - 6:34
    Ik dacht dat je ergens naar zou wijzen,
  • 6:34 - 6:37
    wat woorden zou typen,
    dan ergens anders wat anders,
  • 6:37 - 6:39
    cijfers zou typen, nog wat cijfers,
  • 6:39 - 6:41
    en dan aan zou wijzen
    waar je de uitkomst wilde.
  • 6:41 - 6:44
    En dan de eerste aanwijzen,
    op min drukken, naar de tweede wijzen,
  • 6:44 - 6:46
    en de uitkomst zou krijgen.
  • 6:46 - 6:50
    Het probleem was:
    wat moest ik in de formule zetten?
  • 6:50 - 6:52
    De computer moest weten
    wat daar komt te staan.
  • 6:52 - 6:54
    En door naar de formule te kijken,
  • 6:54 - 6:57
    moest je weten naar welke
    plaats op het scherm hij verwijst.
  • 6:58 - 7:01
    Eerst keek ik hier naar
    op de manier van programmeurs.
  • 7:01 - 7:03
    De eerste keer als je ergens naar wijst,
  • 7:03 - 7:05
    zou de computer je
    om een unieke naam vragen.
  • 7:07 - 7:11
    Het werd al snel duidelijk
    dat dat te omslachtig zou worden.
  • 7:11 - 7:14
    De computer moest automatisch
    een naam verzinnen en die daar plaatsen.
  • 7:15 - 7:19
    Dus dacht ik: waarom is niet de volgorde
    waarin ze gemaakt worden bepalend?
  • 7:19 - 7:22
    Ik probeerde dat: waarde 1, waarde 2.
  • 7:22 - 7:25
    Vrij snel bleek dat als er meer
    dan een paar waarden stonden,
  • 7:25 - 7:27
    je niet meer kon onthouden
    waar alles stond.
  • 7:27 - 7:33
    Toen bedacht ik: waarom niet,
    in plaats van overal waarden in te vullen,
  • 7:33 - 7:34
    er een rooster van maken?
  • 7:35 - 7:37
    Als je dan naar een cel wijst,
  • 7:37 - 7:40
    kan de computer de rij en kolom
    als naam kiezen.
  • 7:41 - 7:43
    En door er net als bij een landkaart
  • 7:43 - 7:47
    A, B, C boven te zetten
    en cijfers langs de zijkant,
  • 7:47 - 7:50
    als je dan B7 in een formule ziet,
  • 7:50 - 7:52
    weet je precies waar dat op het scherm is.
  • 7:53 - 7:57
    Als je zelf de formule moet typen,
    weet je precies wat je te doen staat.
  • 7:57 - 8:01
    Met een rooster was mijn probleem
    zo goed als opgelost.
  • 8:01 - 8:07
    Het opende ook nieuwe mogelijkheden,
    zoals een celbereik.
  • 8:07 - 8:09
    Maar de beperkingen waren niet groot,
  • 8:09 - 8:13
    je kon nog steeds elke waarde invullen,
    elke formule, in elke cel.
  • 8:14 - 8:18
    En zo doen we het tot op vandaag,
    bijna 40 jaar later.
  • 8:19 - 8:23
    Mijn vriend Bob en ik besloten
    dat we hier verder aan wilden bouwen.
  • 8:23 - 8:25
    Mijn aandeel was in de eerste plaats
  • 8:25 - 8:27
    bedenken hoe het programma zou werken.
  • 8:27 - 8:30
    Ik schreef een korte handleiding
    die als documentatie dienst deed.
  • 8:31 - 8:35
    Zo kon ik er ook zeker van zijn
    dat de gebruikersinterface
  • 8:35 - 8:39
    kort en duidelijk aan gewone mensen
    kon worden uitgelegd.
  • 8:40 - 8:42
    Bob werkte op de bovenverdieping
  • 8:42 - 8:45
    van zijn huurwoning
    in Arlington, Massachusetts.
  • 8:45 - 8:47
    Zo zag de bovenverdieping er uit.
  • 8:48 - 8:51
    Bob kocht tijd op het
    Multics-systeem van MIT
  • 8:51 - 8:54
    om computercode te schrijven
    op een terminal die er zo uitzag.
  • 8:54 - 8:58
    En dan ging hij testversies downloaden
    naar een geleende Apple II
  • 8:58 - 9:01
    via een telefoonlijn
    en een akoestisch modem,
  • 9:01 - 9:02
    waarna we gingen testen.
  • 9:03 - 9:08
    Voor één van die tests bereidde ik
    een casus over de Pepsi-challenge voor.
  • 9:09 - 9:12
    Afdrukken werkte nog niet,
    dus moest ik alles opschrijven.
  • 9:12 - 9:15
    Opslaan werkte niet,
    dus telkens wanneer het vastliep,
  • 9:15 - 9:18
    moest ik alle formules
    nog eens en nog eens invoeren.
  • 9:18 - 9:21
    De volgende dag in de klas
    stak ik mijn hand op
  • 9:21 - 9:22
    en presenteerde ik de casus.
  • 9:22 - 9:26
    Ik gaf prognoses voor 5 jaar
    en behandelde allerlei scenario's.
  • 9:26 - 9:30
    Het was een superpresentatie.
    VisiCalc was al heel nuttig.
  • 9:30 - 9:33
    De professor vroeg:
    "Hoe heb je dat gedaan?"
  • 9:33 - 9:36
    Nu wilde ik niet over ons
    geheime programma vertellen.
  • 9:36 - 9:38
    (Gelach)
  • 9:38 - 9:40
    Ik zei: "Ik nam dit, telde dat erbij,
  • 9:40 - 9:42
    vermenigvuldigde hiermee
    en trok dat ervan af."
  • 9:42 - 9:44
    Hij vroeg: "Waarom
    gebruikte je geen deling ?"
  • 9:44 - 9:47
    Ik: "O ja, een deling --
    dat was minder nauwkeurig!"
  • 9:47 - 9:50
    Wat ik niet vertelde:
    "Delen werkt nog niet."
  • 9:50 - 9:53
    (Gelach)
  • 9:53 - 9:57
    Uiteindelijk kregen we genoeg
    onderdelen van VisiCalc af
  • 9:57 - 9:59
    om het aan het publiek te tonen.
  • 9:59 - 10:01
    Mijn vader drukte een korte handleiding
  • 10:01 - 10:03
    om als marketingmateriaal te gebruiken.
  • 10:04 - 10:10
    In juni 1979 maakte onze uitgever
    VisiCalc wereldkundig,
  • 10:10 - 10:14
    op een kleine stand bij de enorme
    National Computer Conference in New York.
  • 10:15 - 10:19
    De New York Times had een
    grappig artikel over de conferentie.
  • 10:19 - 10:22
    "De machines voeren iets uit
    als een religieus ritueel...
  • 10:22 - 10:23
    De gelovigen komen samen
  • 10:23 - 10:26
    en de Coliseumschilders
    voegen wat toe aan het pantheon.
  • 10:26 - 10:30
    In reusachtige zwarte letters verschijnt
    ´VISICALC´op de gele achtergrond.
  • 10:30 - 10:31
    Heil VISICALC!"
  • 10:31 - 10:33
    (Snakt naar adem)
  • 10:33 - 10:35
    New York Times: 'Heil VISICALC!'
  • 10:35 - 10:37
    (Gelach)
  • 10:37 - 10:41
    Dat was de laatste vermelding
    van het elektronisch spreadsheet
  • 10:41 - 10:45
    in de populaire zakelijke pers
    gedurende ongeveer twee jaar.
  • 10:45 - 10:47
    De meesten begrepen het nog niet.
  • 10:47 - 10:48
    Maar sommigen wel.
  • 10:49 - 10:53
    In oktober 1979 brachten we
    VisiCalc op de markt.
  • 10:54 - 10:57
    De verpakking zag er zo uit.
  • 10:57 - 10:59
    En op de Apple II zag het er zo uit.
  • 11:00 - 11:02
    De rest van het verhaal ken je.
  • 11:02 - 11:04
    Er valt nog veel meer over te zeggen,
  • 11:04 - 11:07
    maar dat bewaar ik voor een andere keer.
  • 11:07 - 11:09
    Maar nog één ding:
    op Harvard weet men het nog.
  • 11:09 - 11:11
    Dit is die klas.
  • 11:11 - 11:15
    Aan de muur zit een gedenkplaat
    om te herdenken wat daar gebeurd is.
  • 11:16 - 11:18
    (Applaus)
  • 11:24 - 11:27
    Maar het dient ook om eraan te herinneren
  • 11:27 - 11:33
    dat ook jullie je unieke
    achtergrond, kennis en behoeften
  • 11:33 - 11:38
    moeten gebruiken om prototypes te bouwen
    om de voornaamste problemen op te lossen,
  • 11:38 - 11:40
    en daarmee de wereld te veranderen.
  • 11:41 - 11:42
    Dank je wel.
  • 11:42 - 11:45
    (Applaus)
Title:
Ontmoeting met de uitvinder van de spreadsheet
Speaker:
Dan Bricklin
Description:

De wereld is nooit meer dezelfde geweest sinds Dan Bricklin met anderen VisiCalc ontwikkelde, de eerste elektronische spreadsheet en voorloper van programma's die je waarschijnlijk dagelijks gebruikt, zoals Microsoft Excel en Google Sheets. Luister naar de software-ontwikkelaar en computerlegende bij zijn uitleg van de eerste baantjes, dagdromen en huiswerkproblemen die hebben geleid tot deze uitvinding die alles zou veranderen.

more » « less
Video Language:
English
Team:
closed TED
Project:
TEDTalks
Duration:
12:00

Dutch subtitles

Revisions