< Return to Video

Regrouping to subtract one digit number

  • 0:00 - 0:04
    We hebben het getal 35, wat 3 tientallen heeft,
  • 0:04 - 0:06
    want er staat 3 op de plek van de tientallen,
  • 0:06 - 0:09
    dus hebben we 3 tientallen,
  • 0:09 - 0:12
    en er staat een 5 op de plek van de eenheden.
  • 0:12 - 0:14
    Dit is de plek van de eenheden,
  • 0:14 - 0:17
    Ik teken de eenheden ook in paars.
  • 0:17 - 0:18
    Dit is de plek van de eenheden,
  • 0:18 - 0:21
    en we zien dat daar een 5 staat,
  • 0:21 - 0:23
    5 eenheden.
  • 0:23 - 0:25
    Dus 35 is hetzelfde als
  • 0:25 - 0:28
    3 tientallen en 5 eenheden.
  • 0:28 - 0:30
    3 tientallen en 5 eenheden.
  • 0:30 - 0:33
    Wat we nu met in deze video gaan doen is 8 van 35 aftrekken.
  • 0:33 - 0:35
    Ik adviseer je de video stil te zetten,
  • 0:35 - 0:38
    en uit te zoeken wat 35 min 8 is.
  • 0:38 - 0:40
    Goed, laten we er eens over nadenken.
  • 0:40 - 0:44
    We hebben 5 eenheden, en we willen er 8 eenheden vanaf halen.
  • 0:44 - 0:47
    Maar we weten niet hoe we 8 eenheden
    kunnen weghalen, als we er maar 5 hebben.
  • 0:47 - 0:49
    We kunnen er 5 vanaf halen,
    maar dan hebben we geen eenheden meer.
  • 0:49 - 0:52
    Hoe halen we er dan 8 vanaf?
  • 0:52 - 0:54
    Nou, dit is waar lenen van pas komt,
  • 0:54 - 0:56
    Want we hebben niet slechts 5 vierkantjes.
  • 0:56 - 0:59
    We hebben eigenlijk 35 vierkantjes.
  • 0:59 - 1:01
    We hebben 3 groepjes van 10 vierkantjes,
  • 1:01 - 1:03
    en dan hebben we nog de 5 eenheden.
  • 1:03 - 1:06
    Wat als we nu één van
    deze groepjes van tien nemen,
  • 1:06 - 1:07
    hier op de plek van de tientallen,
  • 1:07 - 1:10
    en we zouden die bij de eenheden zetten?
  • 1:10 - 1:13
    Neem dit groepje van 10 bijvoorbeeld,
  • 1:13 - 1:15
    we nemen dit groepje van 10,
  • 1:15 - 1:18
    en in plaats van hem bij de tientallen te zetten,
  • 1:18 - 1:20
    zetten we hem bij de eenheden.
  • 1:20 - 1:21
    Laten we hem nu hier brengen,
  • 1:21 - 1:23
    en op de plek van de eenheden zou dit
  • 1:23 - 1:26
    hetzelfde zijn als 10 eenheden.
  • 1:26 - 1:31
    1, 2, 3, 4, 5, 6, ...
  • 1:31 - 1:35
    7, 8, 9, en 10.
  • 1:35 - 1:37
    Wat is er nu gebeurd?
  • 1:37 - 1:39
    Ik nam één van de tientallen weg,
  • 1:39 - 1:42
    dus heb ik nog maar 2 tientallen over,
  • 1:42 - 1:45
    en ik zette dat tiental bij de eenheden.
  • 1:45 - 1:47
    Dan heb ik de oorspronkelijke 5 eenheden
  • 1:47 - 1:49
    en het nieuwe groepje van 10
  • 1:49 - 1:50
    dat ik bij de tientallen weggehaald heb.
  • 1:50 - 1:53
    Dan is 5 plus 10 gelijk aan 15,
  • 1:53 - 1:57
    dus heb ik 15 eenheden.
  • 1:57 - 2:00
    En nu kan ik 8 eraf halen.
  • 2:00 - 2:03
    Stel dat ik er nu 8 vanaf haal.
  • 2:03 - 2:05
    Ik neem er 1, 2, 3, 4,
  • 2:05 - 2:09
    5, 6, 7, 8 weg.
  • 2:09 - 2:11
    Ik haal er 8 vanaf.
  • 2:11 - 2:13
    Wat heb ik dan nog over?
  • 2:13 - 2:16
    Nou, ik heb de 2 tientallen over,
  • 2:16 - 2:18
    2 tientallen blijven over,
  • 2:18 - 2:20
    en hoeveel eenheden?
  • 2:20 - 2:25
    Ik heb 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 eenheden.
  • 2:25 - 2:28
    7 eenheden staan hier.
  • 2:28 - 2:29
    Hoe doen we dit nu
  • 2:29 - 2:31
    zonder zo'n tekening te maken?
  • 2:31 - 2:33
    Je zou zeggen: "Goed, ik heb
  • 2:33 - 2:36
    3 tientallen en 5 eenheden, daar begonnen we mee,
  • 2:36 - 2:38
    maar ik heb één van die tientallen weggehaald.
  • 2:38 - 2:41
    Ik nam één van die tientallen weg, dus heb ik nu 2 tientallen,
  • 2:41 - 2:45
    en ik nam dat groepje van 10 en zette hem bij de eenheden,
  • 2:45 - 2:47
    dus dat is 10 eenheden.
  • 2:47 - 2:49
    Dus de 5 eenheden, plus nog eens 10 eenheden,
  • 2:49 - 2:51
    geeft ons 15 eenheden.
  • 2:51 - 2:53
    15 eenheden.
  • 2:53 - 2:57
    En dus kan je doen: 15 eenheden min 8 eenheden is 7 eenheden,
  • 2:57 - 3:00
    en die zien we hier staan: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7.
  • 3:00 - 3:03
    Dus na het aftrekken houden we 7 eenheden over.
  • 3:03 - 3:06
    Dan heb ik ook nog 2 tientallen.
  • 3:06 - 3:11
    Dus 2 tientallen, 7 eenheden. 27.
Title:
Regrouping to subtract one digit number
Description:

more » « less
Video Language:
English
Team:
Khan Academy
Duration:
03:11

Dutch subtitles

Revisions