Zelfs na het schrijven van elf boeken
en het winnen van prestigieuze prijzen,
werd Maya Angelou
geteisterd door de twijfel
dat ze haar prestaties niet had verdiend.
Albert Einstein ervoer iets gelijkaardigs:
hij beschreef zichzelf
als een 'onvrijwillige oplichter'
wiens werk het niet verdiende
om zoveel aandacht te krijgen.
Verwezenlijkingen op het niveau
van Angelou of van Einstein zijn zeldzaam,
maar hun gevoelens van bedrog
zijn veelvoorkomend.
Waarom geraken velen
niet af van het gevoel
dat ze hun verwezenlijkingen
niet verdienen
of dat hun ideeën en vaardigheden
de aandacht van anderen niet waard zijn?
Psychologe Pauline Rose Clance
was de eerste die onderzoek deed
naar dit onterechte gevoel
van onzekerheid.
Bij haar job als therapeute
merkte ze dat veel bachelorstudenten
onder haar cliënten dezelfde zorg deelden:
hoewel ze goede punten haalden,
geloofden ze niet dat ze hun plaats
in de universiteit verdienden.
Sommigen geloofden zelfs dat hun toelating
een fout was geweest.
Ook al wist Clance
dat die angst ongegrond was,
toch had ze zich precies hetzelfde gevoeld
tijdens haar masteropleiding.
Zij en haar patiënten ervoeren
iets wat vele namen kent:
bedriegersfenomeen,
bedriegerssyndroom,
en oplichterssyndroom.
Samen met collega Suzanne Imes
bestudeerde Clance het syndroom eerst
bij vrouwelijke studenten en docenten.
Hun werk stelde een alomtegenwoordig
gevoel van bedrog vast.
Sinds die eerste studie
is hetzelfde vastgesteld
bij de verschillende genders,
rassen,
leeftijden
en een verscheidenheid aan beroepen,
hoewel het vaker kan voorkomen
en zich sterker kan laten voelen
bij minderheidsgroepen
of kansarme groepen.
De benaming 'syndroom'
minimaliseert hoe universeel het is.
Het is geen ziekte of afwijking
en het is niet noodzakelijk
verbonden met depressie,
een angststoornis
of zelfvertrouwen.
Vanwaar komen deze gevoelens van bedrog?
Mensen die erg bekwaam zijn
of veel bereikt hebben,
denken vaak dat anderen even vaardig zijn.
Dit kan leiden tot het gevoel
dat ze niet meer lof en kansen
verdienen dan andere mensen.
En zoals Angelou en Einstein
hebben ondervonden,
kan geen enkel niveau van verwezenlijking
deze gevoelens doen verdwijnen.
Het oplichterssyndroom uit zich niet enkel
bij erg bekwame individuen.
Iedereen is vatbaar voor een fenomeen
gekend als collectieve onwetendheid,
waarbij iedereen aan zichzelf twijfelt
maar het gevoel heeft de enige te zijn,
omdat niemand anders
deze twijfels uitspreekt.
Aangezien het moeilijk is om echt te weten
hoe hard onze groepsgenoten werken,
hoe moeilijk zij sommige taken vinden
of hoeveel ze aan zichzelf twijfelen,
is er geen simpele manier
om het gevoel af te schudden
dat we minder kundig zijn
dan de mensen rondom ons.
Een intens gevoel van oplichterssyndroom
kan mensen tegenhouden
om goede ideeën te delen
of om te solliciteren voor jobs
en cursussen waarin ze zouden uitblinken.
Tot nu toe lijkt de beste manier
om het syndroom te bestrijden
erover te praten.
Veel mensen die lijden aan dit syndroom
vrezen dat als ze feedback
vragen over hun werk,
hun angst bevestigd zal worden.
Zelfs het krijgen van positieve feedback
helpt de gevoelens van bedrog
niet te stillen.
Maar anderzijds:
horen dat een adviseur of mentor zelf
gevoelens van oplichterssyndroom ervoer,
kan deze gevoelens verlichten.
Dat geldt ook tussen groepsgenoten.
Zelfs simpelweg ontdekken
dat er een naam voor is,
kan een enorme opluchting zijn.
Zodra het fenomeen je bekend is,
kan je je eigen symptomen bestrijden
door positieve feedback te verzamelen.
Een geleerde die zichzelf
de problemen in haar labo verweet,
begon de oorzaken vast te leggen
telkens wanneer iets mis ging.
Uiteindelijk besefte ze
dat de meeste problemen
door apparatuurfouten kwamen
en erkende ze haar eigen vakkundigheid.
Misschien kunnen we deze gevoelens
nooit volledig verbannen,
maar we kunnen wel openlijk praten
over academische
en professionele problemen.
Wanneer het bewustzijn groeit
dat deze ervaringen veelvoorkomend zijn,
voelen we ons misschien vrijer
om eerlijk te zijn over onze gevoelens
en zelfvertrouwen te creëren
met deze simpele waarheden:
je hebt talent,
je bent bekwaam
en je hoort erbij.