Mijn eeneiige tweelingbroer en ik
zijn samen opgegroeid.
Mijn broer was echt een lieverd.
Als tweeling krijg je een feilloos gevoel
voor voorkeursbehandelingen.
Als zijn koekje ook maar ietsje groter was
dan de mijne, ging ik vragen stellen.
En ik was duidelijk niet uitgehongerd.
(Gelach)
Toen ik psycholoog werd, ontdekte ik
een andere vorm van voortrekkerij,
namelijk: onze voorkeur
voor het lichaam boven de geest.
Het kostte me negen jaar om mijn doctoraat
in de psychologie te halen,
en je hebt geen idee hoeveel mensen
mijn kaartje zien en zeggen:
'Oh, psycholoog. Dus geen echte dokter.'
(Gelach)
Alsof dat op mijn kaartje
zou moeten staan!
[Gewoon psycholoog - geen echte dokter]
(Gelach)
Ik zie deze voorkeur
voor het lichaam boven de geest overal.
Ik was laatst bij een vriend thuis
en hun kind van vijf
maakte zich klaar om te gaan slapen.
Hij stond op een kruk bij de gootsteen
zijn tanden te poetsen
toen hij uitgleed en zijn been bezeerde.
Hij huilde even, stond toen op
en pakte een pleister
om op zijn wond te plakken.
Dit kind kon amper zijn veters strikken,
maar hij wist dat je de wond moet bedekken
zodat het niet ontsteekt
en dat je twee keer per dag moet poetsen
voor een gezond gebit.
We weten allemaal hoe we
fysiek gezond kunnen blijven
en hoe mondhygiëne werkt, nietwaar?
We weten het van kinds af aan.
Maar wat weten we eigenlijk
over psychisch gezond blijven?
Eigenlijk niets.
Wat leren we onze kinderen
over emotionele hygiëne?
Niets.
Waarom zorgen we beter voor onze tanden
dan voor onze geest?
Waarom is onze fysieke gezondheid
zoveel belangrijker
dan onze mentale gezondheid?
We lopen vaker psychische letsels op
dan fysieke letsels,
letsels zoals falen, afwijzing
of eenzaamheid.
Ze kunnen erger worden als we ze negeren
en kunnen een dramatische impact
op ons leven hebben.
En toch, ook al bestaan er
wetenschappelijk bewezen technieken
om dergelijk psychologisch letsel
te behandelen, we doen het niet.
We beseffen niet eens dat het nodig is.
'Ben je depressief? Oh, kop op,
het zit gewoon tussen de oren.'
Stel je voor dat je tegen iemand
met een gebroken been zegt:
'Loop het er maar uit,
het zit gewoon in je been?'
(Gelach)
Het wordt tijd dat we de kloof dichten
tussen psychische en fysieke gezondheid.
Ze verdienen een gelijke behandeling,
meer zoals een tweeling.
Nu we het erover hebben,
mijn broer is ook psycholoog.
Dus hij is ook geen echte dokter.
(Gelach)
Maar we hebben niet samen gestudeerd.
Dat was wel het moeilijkste
wat ik ooit in mijn leven heb gedaan:
de Atlantische Oceaan oversteken
om in New York mijn doctoraat
in de psychologie te halen.
Toen waren we voor het eerst van ons leven
van elkaar gescheiden
en dat was voor ons allebei enorm zwaar.
Maar hij had tenminste nog
familie en vrienden om zich heen;
ik was alleen in een nieuw land.
We misten elkaar verschrikkelijk,
maar internationaal bellen
was nog erg duur,
dus konden we elkaar
maar vijf minuten per week bellen.
Onze verjaardag kwam eraan
en het zou de eerste zijn
die we niet samen vierden.
We spraken af om eens gek te doen:
die week zouden we wel 10 minuten bellen.
Ik liep die ochtend in mijn kamer
te ijsberen, wachtend op zijn telefoontje.
Ik wachtte en wachtte,
maar de telefoon ging niet over.
Vanwege het tijdsverschil dacht ik:
'Oké, hij is vast uit met vrienden,
hij belt later wel.'
We hadden toen nog geen mobiele telefoons.
Maar hij belde niet.
En het besef begon door te dringen dat,
na die 10 maanden zonder elkaar,
hij mij niet meer zo erg miste als ik hem.
Ik wist dat hij 's ochtends
wel zou bellen,
maar die nacht was een van de langste
en verdrietigste van mijn leven.
Ik werd de volgende ochtend wakker.
Ik keek naar de telefoon
en zag dat ik per ongeluk
tijdens het ijsberen
de hoorn van de haak had afgetikt.
Ik sprong mijn bed uit
en legde de hoorn terug op de haak.
Een seconde later rinkelde de telefoon.
Het was mijn broer.
En wat was hij kwaad.
(Gelach)
Het was ook voor hem
de langste en verdrietigste nacht
van zijn leven geweest.
Ik probeerde uit te leggen
wat er was gebeurd,
maar hij zei: 'Ik snap het niet.
Jouw telefoon ging niet over,
maar waarom belde jij mij dan niet?'
Hij had gelijk.
Waarom had ik zelf niet gebeld?
Ik wist het toen nog niet, maar nu wel.
Het antwoord is simpel: eenzaamheid.
Eenzaamheid veroorzaakt
een diepe psychologische wond,
die onze waarneming verstoort
en ons denken overhoop haalt.
We gaan geloven dat mensen om ons heen
minder om ons geven dan ze feitelijk doen.
Het maakt ons bang om contact te zoeken,
want waarom zou je het risico willen lopen
op afwijzing en hartzeer,
als je hart al meer pijn doet
dan je aankunt?
Ik was toen echt eenzaam,
maar ik had de hele dag mensen om me heen,
dus het viel me gewoon niet op.
Toch is eenzaamheid
een heel subjectief gegeven.
Het ontstaat als je je emotioneel
of sociaal afgesloten voelt
van mensen om je heen.
En zo voelde ik me toen.
Er is veel onderzoek gedaan
naar eenzaamheid
en de uitkomsten zijn verschrikkelijk.
Eenzaamheid maakt niet alleen ongelukkig;
je kunt er dood aan gaan.
Ik maak geen grap.
Chronische eenzaamheid verhoogt de kans
op vroegtijdig overlijden met 14 procent.
Eenzaamheid veroorzaakt een hoge bloeddruk
en een hoog cholesterol.
Het onderdrukt zelfs
de werking van het immuunsysteem,
waardoor je vatbaar wordt
voor allerlei kwalen en ziektes.
Wetenschappers hebben zelfs geconcludeerd
dat voor de gezondheid
en de levensverwachting,
chronische eenzaamheid
een even groot risico vormt als roken.
Bij een pakje sigaretten staat het er
tenminste nog op: 'Roken is dodelijk'.
Maar bij eenzaamheid niet.
Daarom is het zo belangrijk
om prioriteit te geven
aan onze psychische gezondheid,
om emotioneel hygiënisch te zijn.
Je kunt een psychologische wond
namelijk niet behandelen
als je niet weet dat je gewond bent.
[Heb aandacht voor emotionele pijn]
Eenzaamheid is niet de enige
psychologische wond
die onze waarneming beïnvloedt
en ons misleidt.
Falen doet dat ook.
Ik was eens in een kinderdagverblijf
waar ik drie peuters zag spelen
met identiek plastic speelgoed.
Ze moesten een rode knop verschuiven
en dan kwam er een schattig hondje uit.
Een klein meisje trok aan de paarse knop,
vervolgens drukte ze erop,
waarna ze met trillende onderlip
naar de doos bleef kijken.
Het jongetje naast haar zag het gebeuren,
hij keek naar zijn eigen doos
en barstte in huilen uit,
zonder het ook maar aan te raken.
Tegelijkertijd probeerde een ander meisje
gewoon van alles uit,
tot ze uiteindelijk de rode knop verschoof
en het schattige hondje eruit sprong.
Ze kraaide het uit van plezier.
Er waren dus drie kinderen
met precies hetzelfde speelgoed,
maar met heel verschillende
reacties op falen.
De eerste twee kinderen
waren prima in staat
om een rode knop te verschuiven.
De enige reden dat ze er niet in slaagden,
was dat ze dachten dat ze het niet konden.
Volwassenen trappen er ook voortdurend in.
We zijn zelfs allemaal standaard uitgerust
met gevoelens en overtuigingen
die getriggerd worden
door frustraties en tegenslagen.
Weet jij hoe jouw gedachten
reageren op falen?
Dat zou je moeten weten.
Want als je eigen gedachten
je ervan proberen te overtuigen
dat je iets niet kan en je gelooft erin,
dan zul je je net zo hopeloos voelen
als die twee peuters.
Je zult te snel opgeven
of het niet eens proberen.
Dan zul je nog overtuigder raken
dat je niet zult slagen.
Dit is waarom zoveel mensen
onder hun niveau presteren.
Er is ooit ergens een faalmoment geweest,
wat hen ervan overtuigde
dat ze niet konden slagen
en ze geloofden het.
Als we eenmaal van iets overtuigd zijn,
is het erg lastig om dat te veranderen.
Dat was voor mij ooit een harde les,
toen ik en mijn broer tieners waren.
We reden 's avonds met vrienden
over een donkere weg,
toen de politie ons aanhield.
Er was in de buurt een overval geweest
en ze zochten naar verdachten.
De agent liep op onze auto af
en scheen met zijn lamp op de bestuurder,
toen op mijn broer die ernaast zat,
en uiteindelijk op mij.
Hij zette grote ogen op en zei:
'Waar heb ik jouw gezicht eerder gezien?'
(Gelach)
En ik zei: 'Voorin'.
(Gelach)
Maar het kwartje viel niet bij hem,
dus dacht hij dat ik drugs had gebruikt.
(Gelach)
Hij trok me uit de auto en fouilleerde me,
hij nam me mee naar de politiewagen,
en pas toen hij had geverifieerd
dat ik geen strafblad had,
kon ik hem laten zien
dat mijn tweelingbroer voorin zat.
Maar zelfs toen we wegreden,
zag je hem nóg denken
dat ik ergens mee wegkwam.
Onze gedachten zijn moeilijk te veranderen
als we eenmaal ergens van overtuigd zijn.
Het kan dus heel natuurlijk zijn
om je ontmoedigd te voelen als je faalt.
Maar je mag jezelf niet toestaan
te gaan geloven dat je niet kunt slagen.
Je moet de strijd aangaan
met gevoelens van hulploosheid.
Je moet controle krijgen over de situatie.
Je moet zo'n negatieve spiraal
doorbreken voordat ze begint.
[Stop het emotionele bloeden]
Onze gedachten en gevoelens
zijn niet de betrouwbare vrienden
die we dachten dat ze waren.
Ze zijn meer zoals
een heel humeurige vriend,
die je het ene moment volledig steunt,
en je het andere moment laat vallen.
Ik werkte ooit met een vrouw
die na 20 jaar huwelijk
en een hele zware scheiding,
eindelijk weer klaar was
voor een eerste date.
Ze had online een man ontmoet,
hij leek zo leuk en succesvol,
en het belangrijkste:
hij leek haar geweldig te vinden.
Ze was helemaal blij,
ze kocht een nieuwe jurk,
en ze ontmoetten elkaar
in een hippe bar in New York.
De date was net 10 minuten aan de gang
toen de man opstond en zei:
'Ik ben niet geïnteresseerd',
en hij liep weg.
Afwijzing is bijzonder pijnlijk.
De vrouw was zo gekwetst
dat ze niet meer kon bewegen.
Ze kon het nog net opbrengen
om een vriend te bellen.
Die zei: 'Wat verwachtte je dan?
Je hebt brede heupen,
je hebt niks interessants te melden,
waarom zou zo'n knappe, succesvolle man
met een sukkel als jij op stap gaan?'
Het is toch shockerend
dat een vriend zo gemeen kan zijn?
Het zou veel minder schockerend zijn
als ik je zou vertellen
dat het niet de vriend was, die het zei.
De vrouw zei het tegen zichzelf.
Dat doen we allemaal,
met name na een afwijzing.
We denken dan aan al onze fouten
en tekortkomingen,
aan wat we zouden willen zijn
of wat juist niet,
we worden boos op onszelf.
Misschien niet zo extreem,
maar we doen het allemaal.
Het is interessant dat we dat dan doen,
want ons zelfvertrouwen is al geschaad.
Waarom zouden we dat
nog erger willen maken?
Een lichamelijke wond
maken we ook niet expres erger.
Als je een snijwond op je arm hebt,
denk je toch ook niet:
'Wacht eens! Ik pak een mes en zal eens
kijken hoe diep ik kan gaan.'
Maar met psychologische wonden
doen we dat steeds weer.
Waarom? Door slechte emotionele hygiëne.
We stellen geen prioriteit aan
psychologische gezondheid.
Talloze studies tonen aan
dat een lager zelfvertrouwen
je vatbaarder maakt
voor stress en spanningen,
dat falen en afwijzingen meer pijn doen
en dat het langer duurt om te herstellen.
Dus als je afgewezen wordt,
zou je je zelfvertrouwen
juist eerst een boost moeten geven,
in plaats van het nog verder
de grond in te boren.
Als je emotionele pijn hebt,
toon jezelf dan hetzelfde medeleven
dat je ook verwacht van een goede vriend.
[Bescherm je gevoel van eigenwaarde]
We moeten onze ongezonde psychologische
gewoontes leren kennen en veranderen.
Een van de ongezondste
en meest voorkomende, is rumineren.
Rumineren betekent herkauwen.
Stel, je krijgt op je kop van je baas,
of je docent zet je voor schut in de klas,
of je ruzie hebt met een vriend,
en in je hoofd blijft zich
de bewuste scène maar herhalen,
dagenlang, soms zelfs wekenlang.
Het herkauwen van nare momenten
kan zo gemakkelijk een gewoonte worden,
een gewoonte die je duur komt te staan.
Want als je je zoveel focust
op nare en negatieve gedachten,
verhoog je het risico aanzienlijk
om klinische depressie te ontwikkelen,
alcoholisme, eetstoornissen,
of zelfs hart- en vaatziekten.
De drang om te blijven herkauwen
kan erg sterk zijn en belangrijk lijken,
dus de gewoonte is moeilijk te stoppen.
Ik kan het weten,
omdat ik iets meer dan een jaar geleden
precies die gewoonte had.
Mijn tweelingbroer werd gediagnosticeerd
met de ziekte van Hodgkin in fase drie.
De kanker was zeer aggressief.
Hij had zichtbare tumoren
over zijn hele lichaam.
Hij moest een zware chemokuur ondergaan.
Ik kon alleen maar denken
aan hoe dit voor hem moest zijn.
Ik dacht alleen maar aan hoezeer hij leed,
ondanks dat hij nooit klaagde, nooit.
Hij had een ongelooflijk
positieve instelling.
Zijn psychologische gezondheid
was uitstekend.
Ik was lichamelijk gezond,
maar psychologisch helemaal niet.
Maar ik wist wat ik moest doen.
Onderzoek toont aan dat een afleiding
van slechts twee minuten genoeg is
om de drang tot herkauwen
op dat moment te doorbreken.
Dus elke keer dat ik piekerde,
van streek was, of negatief dacht,
dwong ik mezelf me op iets anders
te concentreren, tot die drang verdween.
En binnen een week
was mijn hele perspectief veranderd,
ik werd positiever en behulpzamer.
[Bestrijd negatief denken]
Negen weken nadat hij met chemo begon
kreeg mijn broer een CAT-scan,
ik was bij hem toen hij de uitslag kreeg.
Alle tumoren waren weg.
Hij had nog drie chemokuren te gaan,
maar we wisten dat hij beter zou worden.
Deze foto is van twee weken geleden.
Door actie te ondernemen
als je eenzaam bent,
door je reactie op falen te veranderen,
door je zelfvertrouwen te beschermen,
door negatieve gedachtes te bestrijden,
genees je niet alleen
je psychologische wonden.
Je kweekt er incasseringsvermogen mee.
Je bloeit op.
Honderd jaar geleden begonnen mensen
met persoonlijke hygiëne
en de gemiddelde levensverwachting
steeg met meer dan 50 procent
binnen enkele tientallen jaren.
Ik geloof dat onze levenskwaliteit
net zo hard kan stijgen
als we allemaal
emotionele hygiëne gaan betrachten.
Kun je je een wereld voorstellen
met psychisch gezondere mensen?
Als er minder eenzaamheid
en depressie was?
Als mensen wisten
hoe ze met falen moeten omgaan?
Als ze een beter zelfbeeld hadden
en zich sterker voelden?
Als ze gelukkiger en meer voldaan waren?
Ik wel, want dat is de wereld
waarin ik wil leven,
en dat is ook de wereld
waarin mijn broer wil leven.
Als je je gewoon informeert
en een paar simpele gewoontes verandert,
dan kunnen wij allemaal
in zo'n wereld leven.
Dank je wel.
(Applaus)