Van alle vijf zintuigen
waardeer ik het gezichtsvermogen het meest.
Zicht is het minst vanzelfsprekend voor mij.
Dat komt deels omdat mijn vader blind was.
Hij praatte er niet vaak over
behalve in Nova Scotia
tijdens de volledige zonsverduistering
van het liedje van Carly Simon
dat misschien verwijst naar
James Taylor, Warren Beaty of Mick Jagger.
Verduisteringsbrilletjes werden uitgedeeld
zodat je recht naar de zon kon kijken
zonder je ogen te beschadigen.
Pap werd erg bang.
Hij wilde niet dat we dat zouden doen.
We moesten van hem een kartonnen bril dragen
zodat er helemaal geen kans was op oogbeschadiging.
Dat was een beetje vreemd voor mij.
Ik wist toen niet dat
mijn vader geboren was met perfect zicht.
Als kind nam zijn moeder
zijn zus en hem naar een zonsverduistering.
En niet lang nadien
En niet lang nadien
werden ze allebei blind.
Tientallen jaren later
bleek een bacteriële infectie
de oorzaak van hun blindheid.
Waarschijnlijk
had het niets te maken met die zonsverduistering.
Mijn grootmoeder was al overleden,
in de overtuiging dat het haar fout was.
Pap studeerde af in Harvard in 1946,
trouwde met mijn moeder
en kocht een huis in Lexington, Massachusetts
waar de Amerikaanse revolutie in 1775
tegen de Britse troepen begon.
Hij werkte voor Raytheon,
waar hij navigatiesystemen ontwikkelde,
een high-tech bedrijf op de Route 128,
het Silicone Valley van de jaren '70.
Pap was niet echt een soldaat-type,
maar hij wilde graag vechten in de Tweede Wereldoorlog
ondanks zijn handicap.
Het leger heeft hem echter
urenlang onderzocht tijdens het fysieke examen
tot de laatste test:
het zichtsvermogen.
(gelach)
Pap kreeg door zijn onderzoek
een reputatie van een blinde geniale wetenschapper.
Maar voor ons was hij gewoon Pap
en ons gezin was heel normaal.
Ik keek veel tv als kind.
Ik had veel sullige hobby's,
zoals mineralogie en microbiologie en ruimtevaart
en een beetje politiek.
Ik schaakte veel.
En toen ik 14 was,
toonde een vriend me zijn strips.
Dat was wat ik de rest van mijn leven wilde doen.
Dus, hier is mijn vader:
wetenschapper, ingenieur en militair.
Hij had vier kinderen, ja?
Wel, eentje werd informaticus
eentje ging bij de Marine,
eentje werd een ingenieur
en dan was ik er nog:
de striptekenaar...
(gelach)
Dat maakt mij het tegenovergestelde van Dean Kamen.
Ik ben een striptekenaar en de zoon van een uitvinder,
Hij is een uitvinder en de zoon van een striptekenaar.
(gelach)
Ja hoor, het is waar.
(applaus)
Pap had veel vertrouwen in me.
Hij had vertrouwen in mijn tekentalent
ook al kon hij dat zelf niet zien.
Hij zag alles wazig.
"Blind vertrouwen" noemen ze dat.
Voor veel mensen klinkt dat slecht, maar niet voor mij.
Vertrouwen in onzichtbare en onbewijsbare dingen
is niets voor mij.
Ik hou van wetenschap,
wat we zien en kunnen bewijzen
is het fundament van onze kennis.
Maar er is een middenweg.
Een middenweg voor mensen zoals Charles Babbage,
de uitvinder van de nooit gebouwde stoomcomputer.
Niemand begreep hem als uitvinder,
behalve Ada Lovelace.
Hij overleed voor hij zijn droom kon verwezenlijken.
Vannevar Bush had zijn Memex,
alle menselijke kennis binnen handbereik
Hij zag het voor zich
maar veel tijdgenoten van hem
dachten dat hij gestoord was.
We zouden nu achteraf kunnen zeggen
"Haha, alles op microfilm"
maar dat is niet het punt. Hij begreep de toekomst.
Net als J.C.R. Liklider en zijn idee van de mens-computer interactie.
Hij begreep ook de toekomst,
al werden zijn ideeën
pas veel later toegepast.
Of Paul Barron en zijn pakketgeschakeld netwerk.
Bijna niemand luisterde naar hem.
Zelfs de mensen die het uitwerkten in praktijk
bij Bolt, Beranek en Newman in Boston.
Zij schetsen die structuur
van wat nu een wereldwijd netwerk is
op de achterkant van servetten,
tijdens het avondeten in het restaurant
op Route 128 in Lexington, Massachusetts,
waar ik even verderop leerde schaken
en naar Gladys Knight & the Pips luisterde
"Midnight Train to Georgia"
(gelach)
in de luie stoel van mijn vader.
Drie types van visie dus.
Een visie gebaseerd op wat je niet kan zien:
de visie van dat onzichtbare en onbekende.
De visie van wat al bewezen is.
En dan de derde soort visie
over wat kan en zou kunnen
over wat kan en zou kunnen
gebaseerd op nog te bewijzen kennis.
Heel wat wetenschappers hebben deze visie nagestreeft,
net als kunstenaars en politici.
Het is zelfs waar in je persoonlijke verwezenlijkingen.
Er zijn slechts vier basisprincipes:
leer van iedereen
volg niemand
kijk uit naar patronen
en werk keihard.
Dat zijn de vier principes.
Vooral in het derde principe
beginnen toekomstvisies
zich te manifesteren.
Deze manier om naar de wereld te kijken
is slechts één van vier manieren,
terug te vinden in verschillende velden.
In strips bijvoorbeeld
vind je een formalistische benadering
die probeert te begrijpen hoe alles werkt.
Een andere benadering is klassieker
met de nadruk op schoonheid en kunde.
Weer een ander gelooft in de transparantie van de inhoud.
En de laatste
benadrukt de authentieke menselijke ervaring
en eerlijkheid en ruwheid.
Ik noem deze vier verschillende manieren om naar de wereld te kijken:
classicist, animist, formalist en iconoclast.
Dat lijkt min of meer op
de vier delen van het menselijk denken volgens Jung.
Je hebt de tweedeling tussen kunst en leven
links en rechts
Traditie en revolutie boven en onder.
Diagonaal: inhoud en vorm
en dan schoonheid en waarheid.
Je kan dit ook toepassen
op muziek en films en schone kunsten,
wat niets te maken heeft met visie
of zelfs niets met het onderwerp van deze conferentie
"Geïnspireerd van nature"
behalve voor zover de fabel van de kikker gaat,
die een schorpioen helpt een rivier over te steken.
De schorpioen belooft hem niet te steken
maar doet dat toch, en ze verdrinken allebei.
De kikker kan nog net vragen waarom de schorpioen dat deed:
"Dit is mijn natuur"
Op dat opzicht, ja.
(gelach)
Dus --
Dus dit was mijn natuur,
de weg voor mij om te ontdekken,
de focus in mijn werk
en in mijn eigen leven.
Dit was mijn ontdekkingstocht.
Ik moest gewoon mijn eigen karakter accepteren
en dat betekende
dat deze appel toch niet zo ver van de boom viel.
Wat doet dus een "wetenschapper"
in de kunsten?
Ik begon strips te maken
en ik probeerde ze onmiddellijk te begrijpen.
Eén van de belangrijkste ontdekkingen van me
was dat strips een visueel medium zijn
en dat ze desondanks alle zintuigen bespelen.
De elementen van een strip, zoals prentjes en woorden
en de verschillende symbolen en al de rest,
die je kan terugvinden in strips,
worden allemaal geleid door zicht.
Gelijkenis bijvoorbeeld.
Iets dat lijkt op de echte wereld kan abstract worden
in een aantal verschillende richtingen.
Abstractie van de gelijkenis
zonder de betekenis te verliezen
of abstractie van gelijkenis en betekenis naar de tekening zelf.
Alle drie samen vormen een mooi overzicht
van de grenzen van visuele iconografie
om te gebruiken in strips.
Verder naar rechts vind je taal
omdat taal nog abstracter is
maar nog steeds de betekenis heeft.
Zicht kan ook geluid oproepen
en gemeenschappelijke kenmerken van beiden
en een gemeenschappelijke oorsprong.
Zicht bepaalt ook het gevoel van geluid
door de essentie te visualiseren.
Er is een evenwicht in strips
tussen het zichtbare en het onzichtbare.
Strips zijn een soort vraag en antwoord.
De artiest geeft je
iets in de kaders
en iets tussen de kaders dat je zelf moet bedenken.
Een andere ervaring in strips is tijd.
Een andere ervaring in strips is tijd.
Volgorde is heel belangrijk in strips.
Strips geven een tijdelijke kaart weer.
Die kaart van de tijd geeft net energie aan een moderne strip
en ik zocht andere toepassingen
van dit fenomeen.
Ik vond ze in het verleden.
Je ziet dat hetzelfde principe geldt
in deze oude versie van hetzelfde idee.
De kunstvorm valt samen met
de beschikbare technologie.
Dat kan een muurtekening zijn, zoals de Schrijverstombe in Egypte
of een bas-relief rondom een zuil
of een wandtapijt van 60 meter
of beschilderde dierenvel en schors
die een 88 pagina’s lang accordeonboek vormen.
Vanaf de boekdrukkunst,
dit is een prentje uit 1450,
zie je het begin van strips zoals we ze nu kennen:
rechthoekige kadertjes,
eenvoudige lijnen
en een leeslijn van links naar rechts.
En 100 jaar later
zie je al tekstballonnetjes en onderschrift
en dan is het maar een kleine stap naar dit.
Ik schreef een strip hierover in '93
en toen ik klaar was
moest ik nog de tekst invullen.
Ik wilde niet meer naar de kopieerzaak gaan
dus kocht ik een computer.
Een kleine computer, genoeg voor tekstverwerking.
Mijn vader had me verteld over de wet van Moore
in de jaren '70 en ik wist wat ging komen.
Ik stond op de uitkijk
of dat soort veranderingen van vroeger
met de komst van de drukpers toen
ook zouden gebeuren met digitale strips.
Een eerste voorstel
was een combinatie van stripprentjes
met geluid, beweging en interactiviteit
van de CD-roms van die dagen.
Dat was er zelfs voor het Internet.
Een van de eerste pogingen toen
was om een pagina letterlijk om te zetten
naar een computerscherm.
Een typische McLuhaniaanse vergissing
om de vorm van een oude technologie te gebruiken
als de inhoud van een nieuwe technologie.
Wat ze dus gedaan hebben,
strips op de pc gekopieerd van gewone strips
en vervolgens geluid en beweging toevoegen.
Dat werd een probleem omdat
ruimte gelijk is aan tijd in strips.
Voeg je geluid en beweging toe,
dat zijn tijdelijke fenomenen, in de tijd,
dan breken ze de continuïteit van de leeslijn.
Interactiviteit was ook nieuw.
Er waren hypertext strips.
Maar het probleem met hypertext is
dat de inhoud eender waar kan staan.
Het is fundamenteel niet-ruimtelijk.
De afstand tussen Abraham Lincoln en een Lincoln penny,
tussen Penny Marshall en het Marshall Plan
tussen "Plan 9" en negen levens:
het ligt allemaal even ver.
(gelach)
Maar in strips,
elk onderdeel van de strip
heeft net een ruimtelijke verhouding tot elk ander onderdeel.
De vraag was:
is er een manier om die ruimtelijke verhouding
te combineren met de voordelen
van ons digitale tijdperk?
Het antwoord heb ik gevonden
in die strips uit het verleden van daarnet.
Die hadden allemaal een enkele leeslijn:
zigzaggend op een muur
of rondom een kolom
of van links naar rechts in één stuk,
of zigzag over 88 gevouwen pagina's.
We zien opnieuw het basisidee:
bewegen in de ruimte is bewegen in de tijd,
zonder uitzonderingen,
tot de uitvinding van de drukkunst.
Opeenvolgende ruimtes waren niet langer opeenvolgende momenten.
Het basisidee van strips werd dus gebroken,
opnieuw en opnieuw.
En ik dacht: "OK,"
als dat klopt, is er dan een manier
buiten de drukkerij van vandaag
om dat basisidee terug te brengen?
Het computerscherm
is even beperkend als een pagina, juist?
Een andere vorm, jawel,
maar nog steeds beperkt,
tenzij je het scherm niet beschouwt als een pagina
maar als een venster.
Mijn voorstel: strips maken
op een oneindig canvas
met verticale, horizontale en diagonale lijnen.
Kringverhalen in een echte cirkel.
Een verhaalwending in een letterlijke bocht.
Nevenverhalen naast het hoofdverhaal.
X, Y en Z.
Ik had al deze ideeën in de jaren '90.
Sommigen dachten dat ik behoorlijk geschift was
maar veel mensen maakten er echt werk van.
Enkele voorbeeldjes.
Een vroege collagestrip van Jason Lex.
Let op wat er gebeurt.
Ik ben op zoek naar een duurzame verandering,
iedereen van ons zoekt dat.
In dit nieuwe mediatijdperk
zoeken we veranderingen
die permanent kunnen zijn.
Het basisidee van een strip als visueel medium
bekijken we van begin tot einde.
Dit is nu de volledige strip
die we zonet gelezen hebben.
Hoewel we maar één stuk tegelijk kunnen ervaren
is dat de technologie van dit moment.
Deze technologie zal zich ontwikkelen
tot echte 3D schermen enzoverder.
Dit zal alleen maar toenemen.
Dit zal zich aanpassen
aan de omgeving.
Het is een duurzame verandering.
Een ander voorbeeld van Drew Weing:
de titel is
"Pop contempleert de hittedood van het Heelal"
Kijk wat er hier gebeurt.
Door verhalen te tekenen op het oneindige canvas
ontwerp je een zuivere uitdrukking
van het stripmedium.
We gaan een beetje sneller.
Ik wil tot aan mijn laatste prentje komen.
(gelach)
Hier.
(gelach)
(gelach)
Nog eentje.
Het oneindige canvas
door Daniel Merlin in Engeland.
Waarom is dit zo belangrijk?
Het is belangrijk omdat media,
alle media,
ons een venster op de wereld geven.
Het zou kunnen dat speelfilms
of later een virtuele werkelijkheid
een soort 3D scherm
ons beter helpen vluchten uit deze wereld.
Mensen willen ontsnappen en ontspannen door verhalen.
Maar media bieden ons een venster
op de wereld waar we al leven.
De ontwikkeling van de technologie
zorgt voor een eigen karakter van die technologie.
Dit is nu strips tot de 3de macht:
strips zullen nog meer strips zijn dan ooit tevoren.
In dat geval geef je mensen verschillende manieren
om de wereld opnieuw te bekijken met andere ogen.
en wanneer je dat doet, kunnen ze zich verbonden voelen
met de wereld waarin we leven.
Daarom is dit belangrijk.
Eén van de vele redenen, maar ik moet nu gaan.
Dank u voor uw aandacht.