YouTube

Tem uma conta do YouTube?

Novo: habilite traduções e legendas criadas por espectadores no seu canal no YouTube!

Dutch legenda

← There's No Tomorrow (2012)

De eerste productie van Incubate Pictures (http://www.incubatepictures.com):
Een animatie documentaire van 34 minuten over hoe de eindigheid van hulpmiddelen oneindige economische groei begrenst.

Obter Código para Incorporação
29 idiomas

Legendas traduzidas de Inglês Exibindo Revisão 16 criada em 06/07/2012 por a.maartens.

  1. Incubate Pictures presenteert
  2. In samenwerking met het Post Carbon Institute
  3. Morgen begint vandaag.
  4. Dit is de Aarde,
  5. maar dan 90 millioen jaar geleden.
  6. Geologen noemen deze periode de Late Krijt periode of Het Laat Krijt.
  7. Het was een tijd van extreme opwarming van de aarde,
  8. De tijd dat dinosaurissen nog niet waren uitgestorven.
  9. Zij leefden rustig,
  10. in de wetenschap dat zijn bovenaan in voedselketen stonden,
  11. niet wetend welke grote veranderingen er om hen aan de gang waren.
  12. De continenten dreven van elkaar weg,
  13. grote scheuren makend in de aardkorst.
  14. Ze stroomden over, en werden zeëen.
  15. Algen gedijden goed in de extreme warmte,
  16. terwijl ze het water vergiftigden.
  17. Ze stierven,
  18. en vielen, met triljoenen tegelijk, naar de bodem van de scheuren.
  19. Rivieren zorgden ervoor dat er slib in de zeëen kwam,
  20. totdat de organische restanten van de algen begraven waren.
  21. Terwijl de druk van dit slib toenam, nam ook de hitte toe,
  22. totdat een chemische reactie de organische resten omzette
  23. in fossiele brandstof van koolwaterstof:
  24. olie en natuurlijk gas.
  25. Een vergelijkbaar proces vond op het land plaats,
  26. waardoor kolen ontstond.
  27. De natuur deed er ongeveer 5 miljoen jaar over
  28. om de fossiele brandstoffen te creëeren die de wereld in 1 jaar opmaakt.
  29. De moderne manier van leven
  30. is afhankelijk van dit tot fossiel geworden zonlicht,
  31. alhoewel een verbazingwekkend groot aantal mensen dit "normaal" vind.
  32. Sinds 1860 hebben geologen meer dan 2 triljoen vanten olie ontdekt.
  33. Sindsdien heeft de hele wereldbevolking obgeveer de helft hiervan gebruikt.
  34. Voordat je olie kunt oppompen, moet je het eerst vinden.
  35. In het begin was olie makkelijk te vinden en was het goedkoop om het te winnen.
  36. Het eerste grote Amerikaanse olieveld was "Spindletop",
  37. ontdekt in 1900.
  38. Er volgden veel meer olievelden.
  39. Geologen speurden heel Amerika af.
  40. Ze vonden enorm veel opslagplaatsen van olie, natuurlijk gas en kolen.
  41. Amerika produceerde meer olie dan welk ander land ook,
  42. waardoor het een industriële grootmacht werd.
  43. Wanneer een oliebron eenmaal aangeboord is,
  44. is het slechts een kwestie van tijd voordat de productie afneemt.
  45. Iedere bron heeft weer een andere opbrengst.
  46. Wanneer je naar de gemiddelde opbrengst kijkt,
  47. lijkt de gecombineerde grafiek op een "klokgrafiek".
  48. Kenmerkend is:
  49. het duurt 40 jaar na het bereiken van de "piek" in ontdekken
  50. voordat een land de produktiepiek bereikt,
  51. waarna vervolgens een permanente afname intreedt.
  52. In de jaren '50,
  53. voorspelde geofysicus M. King Hubbert,
  54. dat de Amerikaanse olieproduktie in 1970 zou "pieken",
  55. 40 jaar na de piek in de Amerikaanse olievondsten.
  56. Weinig mensen geloofden hem.
  57. Alhoewel, in 1970
  58. was de Amerikaande olieproduktie op z'n hoogtepunt,
  59. en sindsdien werd het minder.
  60. Hubbert bleek gelijk te hebben.
  61. Vanaf dat punt,
  62. zou Amerika meer en meer afhankelijk worden van geïmporteerde olie.
  63. Dit maakte haar kwetsbaar voor verstoringen van de voorraden
  64. en droeg bij aan de economische onrust en oliecrises
  65. van 1973 en 1979.
  66. In de dertiger jaren werden er de meeste olieontdekkingen gedaan in de Amerikaanse geschiedenis.
  67. Ondanks geavanceerde technieken,
  68. worden er toch steeds minder nieuwe olievelden ontdekt in Amerika.
  69. Meer recente fondsen zoals ANWAR
  70. zouden op z'n hoogst olie kunnen leveren voor 17 maanden verbruik.
  71. Zelfs het nieuwe "Jack-2" veld in de golf van Mexico
  72. zou maar een paar maanden olie kunnen leveren.
  73. Hoewel de velden groot zijn, geen enkel veld voldoet
  74. aan de vraag naar energie in Amerika.
  75. Het bewijs stapelt zich op:
  76. dat de wereld-olieproduktie momenteel z'n hoogtepunt heeft bereikt.
  77. Wereldwijd is de piek van het ontdekken van olie in de zestiger jaren bereikt.
  78. Na ruim veertig jaar,
  79. lijkt de afname in het ontdekken van nieuwe velden
  80. onafwendbaar.
  81. 54 van de 65 belangrijkste olieproducerende landen
  82. hebben de piek in produktie al bereikt.
  83. Veel van de overige landen zullen waarschijnlijk snel volgen.
  84. Het is nodig dat de wereld een vergelijkbare
  85. produktie als die van Saudi Arabië
  86. iedere die jaar
  87. voortbrengt om de afname in olieproduktie te compenseren.
  88. In de zestiger jaren,
  89. werd er van de zestig gevonden vaten olie 1 opgemaakt.
  90. Veertig jaar later,
  91. verbruikt de wereld tussen de drie en zes vaten
  92. voor ieder vat dat ze vind.
  93. Wanneer de piek in olieproduktie eenmaal is bereikt,
  94. zal de vraag groter zijn dan het aanbod,
  95. en zal de prijs van benzine enorm schommelen,
  96. wat z'n invloed heeft op veel meer dan alleen het tanken.
  97. Moderne steden zijn enorm olie-afhankelijk.
  98. Zo zijn wegen gemaakt van asfalt,
  99. een produkt waar olie aan te pas komt,
  100. zals ook bij de daken van huizen.
  101. Grote gebieden zouden onbewoonbaar zijn
  102. zonder verwarming in de winter of air-conditioning in de zomer.
  103. Mensen moeten veel kilometers rijden
  104. naar het werk, naar school en naar winkels.
  105. Grote steden zijn zo ingedeeld dat woonwijken
  106. en meer commerciële gebieden ver uit elkaar liggen,
  107. waardoor mensen moeten reizen.
  108. Voorsteden en veel andere gemeenschappen
  109. zijn ontworpen er vanuit gaande dat er (altijd) voldoende olie en energie is.
  110. Chemische stoffen die gewonnen worden uit fossiele brandstoffen,
  111. of petro-chemische stoffen
  112. zijn de grondstof voor ontelbare produkten.
  113. Het moderne landbouwsysteem
  114. is sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen,
  115. zo ook ziekenhuizen,
  116. de luchtvaart,
  117. water distributiesystemen,
  118. en het Amerikaanse leger,
  119. dat alleen al ongeveer 140 miljoen vaten olie per jaar gebruikt.
  120. Fossiele brandstoffen zijn ook essentieel voor het maken van plastic en polymeren,
  121. belangrijkste bouwstof voor computers, spelletjes en kleding.
  122. De wereldeconomie is momenteel afhankelijk van oneindige groei
  123. wat een toenemende hoeveelheid goedkope energie vraagt.
  124. We zijn zo afhankelijk van olie en andere fossiele brandstoffen,
  125. dat zelfs een kleine verstoring van de voorraad
  126. verstrekkende gevolgen kan hebben op ieder aspect van ons leven.
  127. ENERGIE
  128. Energie betekent het werk kunnen doen
  129. De gemiddelde Amerikaan heeft momenteel net zoveel energie tot z'n beschikking als 150 slaven kunnen leveren die de hele dag werken.
  130. Materialen die deze energie opslaan heten "brandstoffen",
  131. sommige brandstoffen bevatten meer energie dan andere.
  132. Dit heet "dichtheid".
  133. Van deze brandstoffen is olie de meest kritische.
  134. De wereld verbruikt 30 biljoen vaten per jaar,
  135. gelijk aan 1 kubieke mijl aan olie
  136. die evenveel energie bevat
  137. als 52 kerncentrales kunnen opwekken
  138. die de komende 50 jaar zouden werken.
  139. Alhoewel olie maar 1,6 procent van de elektriciteit in Amerika ondersteunt,
  140. speelt het wel een rol in 96% van de energietransport.
  141. In 2008 werd tweederde van de Amerikaanse olie geïmporteerd.
  142. Het meeste kwam uit Canada,
  143. Mexico,
  144. Saudi Arabië,
  145. Venezuela,
  146. Nigeria, Irak en Angola.
  147. Verschillende factoren maakte olie uniek:
  148. het is compact in energie.
  149. Eén vat olie levert net zoveel energie
  150. als drie jaar menselijke arbeid.
  151. Het is vloeibaar op kamertemperatuur,
  152. makkelijk te vervoeren
  153. en te gebruiken in kleine motoren.
  154. Maar het kost ook energie om energie te winnen.
  155. De truc is natuurlijk dat energie opwekken meer moet opleveren dan dat het kost.
  156. Dit heet E.R.O.E.I.
  157. Energy Return on Energy Invested (de energie opbrengst in verhouding tot de energie benodigd om die energie te winnen)
  158. Let op - we laten het zien aan de hand van olie
  159. Eerst boorde men makkelijk winbare olie van hoge kwaliteit aan.
  160. De oliebaronnen besteden 1 vat olie (aan energie) om 100 vaten olie te winnen.
  161. De EROEI van olie was toen dus 100.
  162. Nadat men de makkelijke olie naar boven was gehaald,
  163. de olie winning verplaatste zich vervolgens naar dieper water,
  164. of naar landen die ver weg waren,
  165. en dat kostte natuurlijk steeds meer energie.
  166. Heel vaak wordt er nu zware olie gevonden of olie met een hoge zuur graad,
  167. die dan weer duur is om te verwerken.
  168. De EROEI van olie in nu gedaald tot 10.
  169. Wanneer er meer energie nodig is om de energie die besloten ligt in de energie te winnen,
  170. dan is het niet meer de moeite waard om het te winnen.
  171. Het is ook mogelijk om de ene energie bron om te zetten in een andere.
  172. Maar iedere keer dat dat gebeurt
  173. gaat er bij die overdracht energie verloren.
  174. Er bestaat ook "onconventionele olie":
  175. Er bestaan Teer Zanden en Schalie.
  176. Teer zanden bestaan vooral in Canada.
  177. Twee derde van alle schalie zanden bevinden zich in Amerika.
  178. Deze beide soorten olie grondstoffen kunnen worden omgezet in synthetische, kustmatig gemaakte olie.
  179. Maar, daar zijn wel hoge temperaturen en erg veel zoet water voor nodig,
  180. en dat verlaagt de EROEI,
  181. die varieert nu van vijf tot ongeveer anderhalf.
  182. Schalie is een bijzonder laagwaardige brandstof,
  183. Er zit in de muesli die je bij het ontbijt eet drie keer MEER energie
  184. dan in schalie zanden.
  185. Er bestaan enorme voorraden kolen,
  186. die ongeveer de helft van alle electriciteit ter wereld opwekt.
  187. De wereld gebruikt per jaar een hoeveelheid kolen van 2 kubieke mijl groot.
  188. Desalniettemin is het goed mogelijk dat de kolen productie voor 2040 het hoogte punt bereikt.
  189. De bewering dat er in Amerika nog voor eeuwen kolen zou zijn klopt niet echt,
  190. want er is geen reden mee gehouden dat de vraag toeneemt en de gevonden kolen kwaliteit afneemt.
  191. Veel van de hoge kwaliteit anthraciet kolen is inmiddels al gewonnen,
  192. wat er overblijft is kolen van mindere kwaliteit die minder energie bevat.
  193. Er ontstaan produktieproblemen als de voorraden die makkelijk te bereiken zijn uitgeput raken,
  194. en mijnwerkers moeten dieper graven op moeilijker te bereiken plekken.
  195. Vernietigende methodes als het verwijderen van bergtoppen worden gebruikt
  196. waardoor er chaos in de natuur ontstaat.
  197. In de buurt van kolen en olie wordt vaak ook gas gevonden.
  198. In 1950 bereikte de ontdekte hoeveelheid has in Amerika zijn hoogtepunt,
  199. de produktie was in de vroege 70er jaren het hoogst.
  200. Als je de grafiek van de ontdekking 23 jaar naar voren plaatst,
  201. dan wordt de mogelijke toekomst van de Noord Amerikaanse
    gasproduktie
  202. onthuld.
  203. Recente doorbraken hebben het mogelijk gemaakt om andere bronnen van gas aan te boren
  204. zoals schaliegras, dat maakt het mogelijk om afname van gas te compenseren.
  205. Het winnen van minder gebruikelijk vormen van gas is omstreden,
  206. omdat het erg duur is.
  207. Zelfs met het winnen van dit gas,
  208. zal het hoogtepunt voor het winnen van gas al in 2030 bereikt zijn.
  209. Er zijn nog wel grote hoeveelheden uranium beschikbaar.
  210. Om de hoeveelheid energie die de wereld nu uit fossiele brandstoffen wint te kunnen vervangen,
  211. zouden er 10.000 kerncentrales nodig zijn.
  212. Gezien de hoogte van dat verbruik, zouden de uraniumreserves maar 10 tot 20 jaar meegaan.
  213. Experimenten met snelle kweekreactoren met plutonium als grondstof
  214. in Frankrijk en Japan
  215. zijn dure mislukkingen geweest.
  216. Kernfusie heeft te maken met enorme technische problemen.
  217. Verder is er duurzame energie.
  218. Windenergie heeft een hoog rendement, maar is niet constant.
  219. Waterkacht is betrouwbaar,
  220. maar in de meeste rivieren in de moderne wereld zijn dammen aangebracht.
  221. De gebruikelijke geothermale energiecentrales
  222. gebruiken de bestaande hotspots aan de oppervlakte van de aarde.
  223. Ze zijn beperkt tot die gebieden.
  224. Met het experimentele EGS systeem,
  225. zouden er twee schachten geboord worden op 6 mijl diep.
  226. In de ene schacht wordt water gepompt, die in de aarde verwarmd wordt,
  227. en in de andere schacht omhoog komt, waaruit energie ontstaat.
  228. Volgens een recent rapport van MIT,
  229. zou deze techniek in 2050 10% van de elektriciteit voor Amerika kunnen leveren.
  230. Golfenergie beperkt zich tot kustgebieden,
  231. De hoeveelheid energie die golven kunnen leveren verschilt van gebied tot gebied.
  232. Om de golfenergie naar het binnenland te transporteren is een hele uitdaging.
  233. Daarbij is de omgeving van de zoute energie schadelijk voor de turbines.
  234. Biobrandstoffen zijn brandstoffen die uit gewassen komt.
  235. Hout heeft een lage energieopbrengst en groeit langzaam.
  236. Wereldwijd wordt er per jaar ongeveer 6 kubieke meter hout verbruikt.
  237. Biodiesel en ethanol
  238. worden gemaakt van gewassen van olie-ondersteunde landbouw.
  239. De toegevoegde waarde van deze brandstoffen is dus erg laag.
  240. Sommige politici willen graan omzetten in ethanol,
  241. om zo in 1/10 van het geschatte energieverbruik van Amerika in 2020 te voorzien,
  242. voor het planten van deze mais zou 3% van Amerika's grondoppervlak nodig zijn.
  243. Een hogere produktie (33%) vraagt drie keer zoveel grond als de huidige landbouwgebieden.
  244. Om in 2020 in alle olieconsumptie te kunnen voorzien
  245. zou er twee keer zoveel land nodig zijn als er nu nodig is om voedsel te verbouwen.
  246. Waterstof (een andere energieleverancier) moet worden gewonnen uit gas, kolen of water,
  247. het winnen vereist meer energie dan de waterstof kan leveren.
  248. Hierdoor is een op waterstof gebaseerde economie onwaarschijnlijk.
  249. Alle zonnepanelen wereldwijd brengen evenveel energie op
  250. als twee steenkoolcentrales.
  251. Verhoudingsgewijs is er 1 tot 4 ton kolen
  252. nodig om 1 zonnepaneel te maken.
  253. We zouden 225.000 kilometer van de aarde moeten bedekken met zonnepanelen
  254. om in het huidige energieverbruik te kunnen voorzien.
  255. Sinds 2007 zijn er nog maar 6 1/2 kilometer.
  256. Geconcentreerde zonne-energie: thermische energie biedt veel mogelijkheden,
  257. hoewel er op dit moment nog maar een klein aantal installaties in bedrijf zijn.
  258. Ze kunnen ook alleen geplaast worden in een zonnig klimaat,
  259. waarbij het mogelijk moet zijn om grote hoeveelheden energie
  260. over lange afstanden te kunnen overdragen.
  261. Voor alle alternatieven van olie zijn olie-aangedreven machines
  262. of materialen als plastics nodig, die ook olie bevatten.
  263. Bij de overweging van toekomstige nieuwe brandstoffen of uitvindingen,
  264. moeten we ons afvragen:
  265. Zijn de kosten van deze uitvinding niet hoger dan de opbrengst ?
  266. Hoeveel energie levert het op ?
  267. Kan het worden opgeslagen of makkelijk worden verdeeld ?
  268. Levert het constant energie op ?
  269. Is er ruimte om het in ons eigen land produceren ?
  270. Zijn er verborgen technologische uitdagingen ?
  271. Wat is de energie-opbrengst ?
  272. Wat zijn de gevolgen voor het milieu ?
  273. Onthou dat grote aantallen niets zeggen.
  274. Bijvoorbeeld: 1 biljoen vaten olie
  275. voorziet slechts in de wereldconsumptie van 12 dagen.
  276. Het overgaan op andere dan fossiele brandstoffen zou een enorme uitdaging zijn.
  277. Vanaf 2007 levert kolen 48,5 % van de Amerikaanse energie,
  278. 21,6 % komt van gas,
  279. 1,6 % komt van olie,
  280. 19,4 % van kernenergie,
  281. en 5,8% komt van water.
  282. Andere duurzame energieën leveren slechts 2,5%.
  283. Is het mogelijk om een systeem gebaseerd op fossiele brandstoffen te vervangen
  284. met een lapwerk van alternatieven ?
  285. Er is een grotere technische vooruitgang nodig,
  286. evenals politieke wil en samenwerking,
  287. enorme investeringen,
  288. internationale overeenstemming,
  289. het achteraf aanpassen van de wereldeconomie van 45 triljoen,
  290. inclusief vervoer,
  291. verwerkende industrie,
  292. en landbouwsystemen.
  293. alsook competente bestuurders die de overgang kunnen leiden.
  294. Als dit alles bereikt is,
  295. zouden we dan de huidige manier van leven kunnen voortzetten ?
  296. Groei.
  297. Deze bacteriën leven in een fles.
  298. Hun aantal verdubbelt iedere minuut.
  299. Om 11 uur is er één bacterie,
  300. Om 12 uur is de fles vol.
  301. Om 11.59 is de fles half vol
  302. met net nog genoeg ruimte om te verdubbelen.
  303. De bacteriën zien het gevaar.
  304. Ze zoeken naar nieuwe flessen en vinden er 3.
  305. Ze gaan er vanuit dat hun probleem is opgelost.
  306. Om 12 uur is de eerste fles vol.
  307. Om 1 minuut over twaalf is de tweede fles vol.
  308. Om 2 minuten over twaalf zijn alle flessen vol.
  309. Dit is het probleem waar we voor staan,
  310. als gevolg van de verdubbeling door zeer krachtige groei.
  311. Toen de mensheid begon met het gebruiken van olie en kolen
  312. ervaarde het een ongekende (economische) groei.
  313. Zelfs een kleine toename van de groei heeft op termijn enorme consequenties.
  314. Bij een economische groei van 1%
  315. verdubbelt een economie in 70 jaar.
  316. Een groei van 2% verdubbelt in 35 jaar.
  317. Een groei van 10%
  318. betekent een verdubbeling in slechts 7 jaar.
  319. Als een economie groeit met de huidige 3 %
  320. verdubbelt het in 23 jaar.
  321. Met iedere verdubbeling zal de vraag naar energie en grondstoffen
  322. de voorgaande vraag ver overstijgen.
  323. Het financiële stelsel gaat er vanuit dat er economische groei is
  324. het vraagt een toenemende voorraad energie om die te ondersteunen.
  325. Banken lenen geld (uit) dat ze niet hebben
  326. in feite door het te creëren.
  327. De mensen die het geld lenen gebruiken dit geld om hun bedrijf uit te breiden,
  328. en betalen de schuld terug,
  329. met rente, dat weer meer groei vraagt.
  330. Door het creëren van deze vorm van geld,
  331. bestaat het meeste geld uit een schuld waarop rente moet worden betaald.
  332. Zonder een toename in nieuwe
  333. geldleners, die voor groei zorgen
  334. en op die manier de schulden afbetalen,
  335. zal de wereldeconomie in elkaar storten.
  336. Net als een "Ponzi-systeem" (te vergelijken met piramidespel)
  337. zal het systeem moeten uitbreiden of uitsterven.
  338. Deels door dit systeem van schulden
  339. zijn de effecten op de economische groei spectaculair geweest:
  340. op het bruto national produkt,
  341. het indammen van rivieren,
  342. waterverbruik,
  343. verbruik van meststof,
  344. bevolking in de steden,
  345. papierverbruik,
  346. motorvoertuigen,
  347. communicatie,
  348. en toerisme.
  349. De wereldbevolking is gestegen naar 7 biljoen mensen
  350. voor 2050 wordt een toename naar 9 biljoen verwacht.
  351. Wanneer de aarde plat en oneindig groot zou zijn is dat geen probleem.
  352. Maar de aarde is nou eenmaal rond en eindig,
  353. uiteindelijk zullen we onder ogen moeten zien dat er grenzen zijn aan groei.
  354. Uitbreiding van de economie
  355. heeft geresulteerd in toename van distikstofmonoxide
  356. en methaan,
  357. aantasting van de ozonlaag,
  358. toename van grote overstromingen,
  359. schade aan ecosystemen van oceanen,
  360. en tevens stikstofafvoer,
  361. verlies van regenwoud en bossen,
  362. toename in ontgonnen land,
  363. en uitsterven van soorten.
  364. Als we een enkele korrel rijst
  365. op het eerste veld van het schaakbord zetten,
  366. verdubbel dat dan en leg 2 korreld op het volgende veld,
  367. verdubbel dit weer en leg 3 korrels op het derde veld,
  368. verdubbel deze vier en leg die op het volgende veld,
  369. en ga
  370. op deze manier verder
  371. op ieder volgend veld,
  372. tegen de tijd dat we bij het laaste vierkantje komen,
  373. hebben we een gigantische hoeveelheid graan nodig:
  374. 9 triljoen,
  375. 223 quadriljoen,
  376. 372 triljoen
  377. 36 biljoen,
  378. 854 miljoen,
  379. 776.000 graankorrels:
  380. meer graan dan de groei van het aantal mensen
  381. op aarde over de laatste 10.000 jaar.
  382. Moderne economieën,
  383. vinden het fijn als het graan op het schaakbord,
  384. eens in de zoveel tijd verdubbelt.
  385. Op welk vakje van het schaakbord zijn we nu denk je ?
  386. Naast energie,
  387. vereist de beschaving vele essentiële andere middelen:
  388. vers water,
  389. landbouwgrond,
  390. voedsel
  391. bossen.
  392. en vele soorten mineralen en metalen.
  393. Groei wordt begrensd
  394. door die hulpbron die het meest schaars is.
  395. Een vat wordt gemaakt van kuiphout
  396. en zoals het water in dat vat
  397. kan de groei niet verder gaan dan de laagste lat,
  398. ofwel de minst beschikbare hulpbron.
  399. Mensen gebruiken momenteel
  400. 40 % van alle fotosynthese op aarde (waarbij zonlicht wordt omgezet in onder andere zuurstof).
  401. Het zou mogelijk zijn om 80 % te benutten
  402. 160 % halen is onmogelijk.
  403. VOEDSEL
  404. De voorraad wereldvoedsel
  405. is in grote mate afhankelijk van fossiele brandstoffen.
  406. Voor de eerste wereldoorlog
  407. was alle landbouw "biologisch".
  408. Na het uitvinden van kunstmest en bestrijdingsmiddelen op basis van olie
  409. nam de voedselproduktie enorm toe,
  410. waardoor de wereldbevolking kon toenemen.
  411. Het gebruik van kunstmatige meststoffen
  412. zorgde er voor dat veel meer mensen van voedsel konden worden voorzien
  413. dan met alleen biologische landbouw.
  414. Fossiele brandstoffen (als olie) zijn nodig voor landbouwwerktuigen,
  415. vervoer,
  416. koeling,
  417. verpakking- in plastic,
  418. en koken.
  419. De moderne landbouw gebruikt land om fossiele brandstoffen in voedsel om te zetten
  420. en voesel in mensen.
  421. Er zijn ongeveer 7 calorieën van fossiele brandstof
  422. nodig om 1 voedselcalorie te produceren.
  423. In Amerika legt voedsel ongeveer 2413 kilometer af van de boer naar de klant.
  424. Naast de afname van fossiele brandstoffen als olie,
  425. zijn er diverse andere bedreigingen voor het huidige systeem van voedselproduktie:
  426. goedkope energie,
  427. verbeterde technologie
  428. en subsidies hebben gigantische visvangsten mogelijk gemaakt.
  429. De wereldvisvangst bereikte haar piek eind tachtiger jaren,
  430. waardoor vissers verder de zee op moesten.
  431. Stikstofuitstoot van kunstmest
  432. vergiftigd rivieren en zeeën, waardoor grote "dode" stukken
    ontstaan.
  433. Als we op deze manier verder gaan,
  434. wordt verwacht dat alle vis
  435. in 2048 verdwenen is.
  436. Zure regen van steden en industrieën spoelt alle belangrijke voedingsstoffen uit de bodem,
  437. zoals kalium,
  438. calcium,
  439. en magnesium.
  440. Een andere bedreiging voor de voedselproduktie is een watertekort.
  441. Veel boeren gebruiken grondwater uit natuurlijk gevormde waterreservoirs voor irrigatie.
  442. Het duurt duizenden jaren voor dit weer is aangevuld,
  443. maar het is in enkele tientallen jaren uitgeput
  444. net als oliebronnen.
  445. Ogallala, het grote ondergrondse meer in Amerika, staat nu zo laag
  446. dat veel boeren moeten teruggaan naar minder productieve, droge landbouw methoden.
  447. Bovendien leidt het gebruik van irrigatie en kunstmest vaak tot verzilting:
  448. een ophoping van zout in de bodem.
  449. Dit is een van de hoofd oorzaken van verwoestijning.
  450. Een andere bedreiging is het verlies van de bovenste grondlaag.
  451. Ongeveer 200 jaar geleden,
  452. was er nog ongeveer 1,80 meter grond op de Amerikaanse prairiies.
  453. Op dit moment is daar door landbouw en onkunde,
  454. nog ongeveer de helft van over.
  455. Irragatie bevordert de groei de steelroest schimmel - bijvoorbeeld de UG-99
  456. - deze kan in potentie 80% van de wereld graan oogst aan te tasten of te vernietigen.
  457. Volgens Norman Borlaug,
  458. de grondlegger van de Groene Revolutie,
  459. schuilt er in steelroes "een groot gevaar voor sociale onrust en uiteenvalling."
  460. Het gebruik van bio-brandstoffen betekent dat er minder land
  461. overblijft voor voedsel productie.
  462. Land heeft een beperkte "draag vermogen".
  463. Dat is het aantal mensen en dieren
  464. dat daar eindeloos kan wonen + leven.
  465. Als van de ene soort teveel komen,
  466. Sterven er een aantal, net zo lang totdat die soort weer in balans is.
  467. Totnutoe heeft de wereld deze terugval weten te voorkomen
  468. door telkens meer land te gaan verbouwen,
  469. of door de productie te vergroten,
  470. hetgeen voor een groot deel mogelijk is gemaakt door olie.
  471. Om door te groeien,
  472. zijn er meer hulpbronnen vereist - meer dan de Aarde kan beschikbaar heeft,
  473. maar er zijn geen andere planeten beschikbaar.
  474. Eigenlijk
  475. moet de voedsel productie rond 2050 zijn verdubbeld
  476. om de groeiende wereldbevolking te blijven kunnen voeden.
  477. Op dit moment zijn er leiden er al 1 miljard mensen aan honger en ondervoeding.
  478. Het wordt een probleem om de komende jaren 9 miljard mensen te kunnen voeden,
  479. terwijl de wereld olie en gas productie langzamerhand afnemen.
  480. HAPPY END
  481. De wereld economie groeit exponentieel
  482. met ongeveer 3% per jaar,
  483. waarbij steeds grotere hoeveelheden non-hernieuwbare brandstoffen worden verbruikt,
  484. maar ook mineralen en metalen,
  485. en daarnaast ook hiernieuwbare hulpbronnen
  486. denk aan water, bos, grond en vies
  487. - we consumeren die sneller dan ze kunnen worden aangevuld.
  488. Zelfs als de economie met 1% per jaar groeit,
  489. zal die economie in 70 jaar verdubbelen.
  490. Dit probleem wordt nog verergert door andere factoren:
  491. Globalisering betekent dat mensen van het ene continent
  492. spullen en voedsel kopen die zijn gemaakt op een ander continent.
  493. Daarvoor zijn lange aanvoer lijnen nodig,
  494. die een groot beroep doen op beperkte olie voorraden.
  495. We zijn nu voor eerste levensbehoeften afhankelijk van gebieden die ver weg liggen.
  496. Moderne steden kunnen niet zonder fossiele brandstoffen.
  497. Het geld systeem is gebaseerd op schuld,
  498. die mensen in een spiraal van lenen en afbetalen dwingt
  499. - iets wat die groei veroorzaakt.
  500. Wat er worden gedaan om dit proces te veranderen?
  501. Velen geloven dat een crisis kan worden voorkomen
  502. door besparing,
  503. technologie,
  504. "slimme" groei,
  505. recycling en hergebruik,
  506. electrische en hybride auto's,
  507. vervanging,
  508. of door op de goede partij te stemmen.
  509. Minder gebruik van goeden bespaart geld,
  510. maar dat alleen zal de Aarde niet redden.
  511. Als op de ene plaats veel mensen minder olie gaan gebruiken,
  512. zorgt dat voor een verlaging van de olie prijs,
  513. zodat anderen hun olie voor minder geld kunnen kopen.
  514. Op dezelfde manier,
  515. zorgt een auto die minder energie verbruikt,
  516. vreemdgenoeg, juist voor een groter energie verbruik.
  517. In de 19e eeuw,
  518. heeft de Engelse econoom William Stanley Jevons
  519. aangetoond dat betere stoom motoren kolen
  520. tot een goedkopere bron van brandstof maakten,
  521. hetgeen weer tot de komst van meer stoom machines leidde,
  522. zodat de totale kolen consumptie weer toenam.
  523. Dus: de groei van het gebruik
  524. slokt alles op wat door besparing werd gwonnne.
  525. Velen denken dat wetenschappers
  526. det probleem gaan oplossen met "Nieuwe Technologie".
  527. Maar bedenk dat technolgie niet hetzelfde als energie is.
  528. Technolgie kan energie steeds effiicienter in arbeid omzetten,
  529. maar technolgie is geen energie - het kan energie niet vervangen.
  530. Bovendien verbruikt technologie ook grondstoffen.:
  531. bijvoorbeeld:
  532. computers worden gemaakt met 10%
  533. van de energie benodigt voor het maken van een auto.
  534. Geavanceerder technologieen,
  535. maken de situatie eerder erger dan beter,
  536. omdat ze schaarse mineralen nodig hebben,
  537. die ook aan het opraken zijn.
  538. Bijvoorbeeld:
  539. 97% van de "Rare Earth" mineralen worden gedolven in China,
  540. de meesten komen uit een enkele mijn in Mongolie.
  541. Deze mineralen worden toegepast in catalysators,
  542. vliegtuig motoren,
  543. zeer efficiente magneten en hard disks,
  544. accu's voor electrische auto's,
  545. lasers,
  546. draagbare rontgen apparaten,
  547. afschermingen van kerncentrales,
  548. compact discs,
  549. motoren van electrische auto's,
  550. voor spaarlampen,
  551. voor glasvezel kabels,
  552. en voor flat-screen televisies.
  553. China overweegt de beperking van de export van deze mineralen,
  554. terwijl de vraag juist enorm toeneemt.
  555. Ook duurzame of slimme groei biedt geen soulaas
  556. omdat die ook niet-hernieuwbare metalen en mineralen nodig hebben
  557. en wel in steeds grotere hoeveelheden,
  558. inclusief de Rare Earths metalen.
  559. Hergebruik of recycling lost de tekorten niet op,
  560. omdat ook recycling energie vereist,
  561. en die processen niet 100% efficient zijn.
  562. Er wordt slechts een klein deel van de gebruikte materialen hergebruikt;
  563. het overgrote deel verwordt tot afval.
  564. Electrische auto's rijden op electriciteit.
  565. Maar omdat de meeste energie wordt opgewekt uit fossiele brandstoffen,
  566. is dit geen oplossing.
  567. Bovendien is er voor de productie van welke auto dan ook olie nodig.
  568. Het maken van een enkele autoband vereist alleen al 30 liter benzine.
  569. In 2010 waren er ongeveer 800 miljoen auto's op de wereld.
  570. Als de huidige groei doorzet,
  571. zullen dat er in 2025 ongeveer 2 miljard zijn.
  572. Het is onwaarschijnlijk dat de Aarde dit aantal voertuigen lang van energie kan voorzien,
  573. ongeacht hoe die worden aangedreven.
  574. Veel economen geloven
  575. dat de vrije markt er voor zal zorgen dat de ene bron van energie zal worden vervangen
  576. door een andere vanwege technologische innovatie.
  577. Echter: de belangrijkste vervangers van aardolie
  578. nemen ook af.
  579. Vervanging houdt ook geen rekening met de tijd die er nodig is voor een overgang.
  580. Het Hirsch rapport
  581. schat dat er tenminste 20 jaar voorbereiding nodig is
  582. om de Aarde voor te bereiden op de gevolgen van een sterk verminderd olie aanbod.
  583. Energie tekorten,
  584. uitputting van hulpbronnen,
  585. het veries van de vruchtbare toplaag van de bodem,
  586. en vervuiling zijn allemaal symptomen van een, groter probleem:
  587. Economische Groei.
  588. Zolang ons financieel systeem draait op economische groei,
  589. is het onwaarschijnlijk dat hervorming zal lukken.
  590. Hoe zal de toekomst er dan uitzien?
  591. Optimisten geloven dat de groei voor altijd door zal gaan,
  592. en wel zonder grenzen.
  593. Pessimisten denken dat we afstevenen op een nieuw Stenen Tijdperk,
  594. of zelfs op het uitsterven van de mens.
  595. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen.
  596. Het is goed voorstelbaar dat de samenleving minder complex zal worden,
  597. een vorm waarin veel en veel minder energie wordt gebruikt.
  598. Dat zou een harder leven voor de meesten van ons inhouden.
  599. Meer handmatige arbeid,
  600. meer werk op het land,
  601. en een grote productie van lokale goederen, voedsel en diensten.
  602. Wat zou iemand moeten doen om zich voor te bereiden op zo'n scenario?
  603. Bereid u voor op een veel minder voedsel en minder spullen die ver weg zijn gemaakt.
  604. Ga veel meer lopen of fietsen.
  605. Wen uzelf aan het verbruiken van veel minder electriciteit.
  606. Zorg dat u geen schulden meer hebt - dus ook geen hypotheek.
  607. Wordt zo onafhankelijk mogelijk van banken.
  608. Ga niet meer naar grote ketens voor uw boodschappen,
  609. maar haal die in de buurt, in kleine winkels.
  610. Koop voedsel dat lokaal is verbouwd, bijvoorbeeld op zgn. land of boeren markten.
  611. Vervang het gras in je tuin voor eetbaar groen en verbouw uw eigen eten.
  612. Leer hoe dat eten te conserveren zodat het kan worden bewaard.
  613. Overweeg het gebruik van lokale valuta
  614. zodat als de landelijke economie niet goed meer draait,
  615. de lokale gemeenschap meer zelf voorzienend wordt.
  616. Geen van deze stappen voorkomen een ineenstorting van de economie,
  617. maar ze vergroten uw kans op te kunnen functioneren in een wereld met minder energie,
  618. een wereld waarin u meer voorzichzelf zou moeten kunnen zorgen,
  619. enigszins zoals onze voorouders leefden.