Dutch subtitles

← Wat veroorzaakt paniekaanvallen en hoe kun je ze voorkomen? - Cindy J. Aaronson

Get Embed Code
27 Languages

Showing Revision 17 created 11/15/2020 by Oeds Eilander.

  1. Je wordt gevangen in je eigen lichaam.
  2. Verleden, heden en toekomst zijn één.

  3. Met enorme kracht word je
    als een raket de lucht ingeschoten.

  4. De grens tussen mensen en dingen vervagen.

  5. Talloze dichters en schrijvers
    hebben inmiddels geprobeerd

  6. een paniekaanval te beschrijven.
  7. Het is zo overweldigend dat mensen denken
  8. dat het een hartaanval, beroerte,
    of andere levensbedreigende aandoening is.
  9. Hoewel paniekaanvallen
    geen blijvend letsel veroorzaken,
  10. kan de angst voor een nieuwe aanval
    iemands leven beperken,
  11. en nieuwe paniekaanvallen veroorzaken.
  12. Onderzoek toont aan dat
    één op de drie mensen

  13. minstens een keer in zijn leven
    een paniekaanval krijgt.
  14. En of het nou de eerste
    of de honderdste keer is,
  15. of dat je het bij een ander ziet,
  16. niemand wil dat nog een keer meemaken.
  17. En beter begrijpen wat het is,
    is niet prettig,
  18. maar wel noodzakelijk,
  19. want preventie is alleen mogelijk
    als je begrijpt wat een paniekaanval is.
  20. Feitelijk is een paniekaanval

  21. een overdreven lichamelijke reactie
    op het waarnemen van gevaar.
  22. Deze reactie ontstaat in de amygdala,
  23. het deel van de hersenen
    dat angstreacties verwerkt.
  24. Als de amygdala angstsignalen ontvangt,
  25. reageert het sympathische zenuwstelsel,
  26. waardoor adrenaline vrijkomt.
  27. Adrenaline versnelt
    de hartslag en ademhaling
  28. om bloed en zuurstof snel
    naar de arm- en beenspieren te brengen.
  29. De hersenen krijgen ook meer zuurstof,
  30. wat ze alerter en effectiever maakt.
  31. Tijdens een paniekaanval

  32. is de reactie veel heftiger
    dan eigenlijk nodig is
  33. in een gevaarlijke situatie,
  34. met als gevolg hartkloppingen,
    zwaar ademhalen en hyperventilatie.
  35. Veranderingen in de bloedstroom
    veroorzaken duizeligheid
  36. en gevoelloze handen en voeten.
  37. Meestal duurt een paniekaanval
    niet langer dan tien minuten.

  38. Dan neemt de prefrontale cortex
    het van de amygdala over
  39. en wordt het parasympatische
    zenuwstelsel geactiveerd.
  40. Hierdoor komt het hormoon
    acetylcholine vrij,
  41. waardoor de hartslag verlaagt
    en de paniekaanval wegzakt.
  42. Tijdens een paniekaanval
    reageert het lichaam op angst

  43. alsof er een echte dreiging is,
  44. of nog erger.
  45. We weten niet zeker waarom dit gebeurt,
  46. maar soms roept iets
    een traumatische herinnering op,
  47. waardoor een paniekaanval ontstaat.
  48. Paniekaanvallen kunnen onderdeel zijn
    van angststoornissen
  49. zoals PTSS, sociale angststoornis, OCS,
    en gegeneraliseerde angststoornis.
  50. Terugkerende paniekaanvallen,
    piekeren over nieuwe aanvallen,
  51. en je anders gaan gedragen
    om paniekaanvallen te voorkomen
  52. kunnen leiden tot een diagnose
    van een paniekstoornis.
  53. De voornaamste behandelingen
    bij paniekstoornissen

  54. zijn antidepressiva
    en cognitieve gedragstherapie,
  55. oftewel CGT.
  56. De slagingskans is voor beiden 40%,
  57. hoewel ze niet bij iedereen
    even succesvol zijn.
  58. Antidepressiva hebben echter
    wel vaak bijwerkingen
  59. en 50% van de mensen heeft een terugval
    na het stoppen met de medicatie.
  60. Gedragstherapie heeft langer effect
    en kent maar 20% terugval.
  61. Het doel van CGT bij paniekstoornissen

  62. is het aanleren en trainen
    van praktische oefeningen
  63. om zowel lichamelijk
    als geestelijk grip te krijgen
  64. op gevoelens en gedachten
    tijdens een paniekaanval.
  65. Eerst worden de lichamelijke oorzaken
    van een paniekaanval uitgelegd,

  66. dan volgen ademhalings- en spieroefeningen
  67. die helpen de ademhaling
    onder controle te krijgen.
  68. Dan volgt cognitieve herstructurering,

  69. waarbij de gedachten worden bijgestuurd
  70. die tijdens aanvallen ontstaan --
  71. bijvoorbeeld dat je stikt,
    een hartaanval hebt, of doodgaat --
  72. en deze te vervangen
    door juiste gedachten.
  73. De volgende stap
    is de confrontatie aangaan

  74. met gevoelens en situaties
    die normaal paniekaanvallen veroorzaken.
  75. Het doel is om de gedachte los te laten
  76. dat deze gevoelens
    en situaties gevaarlijk zijn.
  77. Zelfs na therapie blijft het moeilijk
    om te gaan met een paniekaanval,

  78. maar door oefening kan de methode
    aanvallen voorkomen en kalmeren
  79. en uiteindelijk de greep van de paniek
    op iemands leven verlichten.
  80. Naast de standaard therapie

  81. hebben veel mensen met paniekaanvallen
    baat bij de ideeën achter CGT:
  82. dat angst je geen kwaad doet,
    maar eraan vasthouden wel.
  83. Zelfs als je nooit
    een paniekaanval hebt gehad,
  84. is het goed te weten hoe je ze bij jezelf
    en bij anderen kan identificeren,
  85. en de aanvallen herkennen is
    de eerste stap naar preventie.