Dutch subtitles

← Hoe etnische vooroordelen werken -- en hoe we deze kunnen verstoren

Get Embed Code
39 Languages

Showing Revision 32 created 11/06/2020 by Peter van de Ven.

  1. Een aantal jaar geleden
  2. was ik op een vliegtuig met mijn zoon,
    die destijds vijf jaar oud was.
  3. Mijn zoon was zo enthousiast om samen
    met mama op een vliegtuig te zitten.
  4. Hij kijkt rond, bekijkt de dingen
  5. en de mensen.
  6. Hij ziet een man en zegt:
  7. "Hey! Die man lijkt op papa!"
  8. En ik kijk naar de man,
  9. en hij leek absoluut niet op mijn man.
  10. Helemaal niet.
  11. Dus ik begon rond te kijken
    op het vliegtuig
  12. en merk op dat deze man de enige
    zwarte man was op het vliegtuig.
  13. En ik dacht:
  14. "Oké,
  15. ik ga een gesprek
    moeten voeren met mijn zoon
  16. over hoe niet alle zwarte mensen
    op elkaar lijken."
  17. Mijn zoon tilt zijn hoofd op
    en zegt tegen me:
  18. "Ik hoop dat hij
    het vliegtuig niet berooft."
  19. En ik zei: "Wat? Wat zei je?"
  20. En hij zegt: "Ik hoop dat die man
    het vliegtuig niet berooft."
  21. En ik zei: "Wel, waarom zou je dat zeggen?
  22. Je weet dat papa
    nooit een vliegtuig zou beroven."
  23. En hij zegt: "Ja, ja, wel, ik weet het."
  24. En ik zei: "Waarom zou je dat zeggen?"
  25. En hij kijkt naar mij
    met dit droevig gezicht,
  26. en hij zegt:
  27. "Ik weet niet waarom ik dat zei."
  28. "Ik weet niet waarom ik dat dacht."
  29. We leven met zo een ernstige
    raciale stratificatie

  30. dat zelfs een vijfjarige
  31. ons kan vertellen
    wat er hierna moet gebeuren.
  32. Zelfs zonder slechte bedoeling.
  33. Zelfs zonder expliciete haat.
  34. Deze associatie
    tussen zwartheid en misdaad
  35. is binnengedrongen in de geest
    van mijn vijfjarige.
  36. Het baant zich een weg
    in al onze kinderen,
  37. in ons allemaal.
  38. Onze geesten worden gevormd
    door raciale vooroordelen
  39. die we in de wereld zien
  40. en de verhalen die ons helpen
    betekenis te geven aan de ongelijkheden.
  41. "Die mensen zijn criminelen."

  42. "Die mensen zijn gewelddadig."
  43. "Die mensen moeten worden gevreesd."
  44. Toen mijn onderzoeksteam
    mensen in een lab bracht

  45. en hen blootstelde aan gezichten,
  46. vonden we dat zwarte gezichten
    zorgden dat vage beelden van geweren
  47. met meer zekerheid en snelheid
    werden herkend.
  48. Vooroordelen controleren
    niet enkel wat we zien,
  49. maar ook waar we kijken.
  50. Wanneer mensen werden geprompt
    om aan gewelddadige misdaden te denken,
  51. leidde dit hun blik
    naar het zwarte gezicht

  52. en weg van een wit gezicht.
  53. Het prompten van politieagenten
  54. om na te denken over oppakken,
    schieten en arresteren,
  55. leidt ook hun blik naar zwarte gezichten.
  56. Vooroordelen kunnen alle aspecten
    van ons strafrechtsysteem infecteren.

  57. In een grote dataset
    van potentiële doodstrafveroordelingen
  58. vonden we dat er zwarter uitzien
    hun kans meer dan verdubbelde
  59. om de doodstraf te krijgen --
  60. tenminste als hun slachtoffers wit waren.
  61. Dit effect is significant
  62. zelfs als we rekening hielden
    met de ernst van de misdaad
  63. en de aantrekkelijkheid van de beklaagde.
  64. Ongeacht waarmee we rekening hielden,
  65. vonden we dat zwarte mensen
    werden gestraft
  66. in proportie tot de zwartheid
    van hun fysieke kenmerken.
  67. Hoe zwarter,
  68. hoe meer doodwaardig.
  69. Vooroordelen beïnvloeden ook
    hoe leerkrachten studenten straffen.

  70. Mijn collega's en ik vonden
    dat leerkrachten de neiging hadden
  71. om een zwarte student
    op de middelbare school
  72. harder te straffen dan een witte student
  73. voor dezelfde herhaalde overtredingen.
  74. In een recente studie
  75. vonden we dat leerkrachten
    zwarte studenten als groep behandelen,
  76. maar witte studenten als individuen.
  77. Bijvoorbeeld,
  78. als een zwarte student zich misdraagt
  79. en dan een andere zwarte student
    zich een paar dagen later misdraagt,
  80. reageert de leerkracht
    op de tweede zwarte student
  81. alsof die zich twee keer heeft misdragen.
  82. Het is alsof de zonden van één kind
  83. op de ander worden overgedragen.
  84. We creëren categorieën
    om betekenis te geven aan de wereld,

  85. om er controle over uit te oefenen
    en een coherent beeld te scheppen
  86. van de stimuli die ons
    constant bombarderen.
  87. Categorisatie
  88. en de vooroordelen die dat veroorzaakt,
  89. laten onze hersenen sneller
    en meer efficiënt oordelen vellen.
  90. En we doen dit door instinctief te steunen
  91. op patronen die voorspelbaar lijken.
  92. Maar net zoals de categorieën helpen
    bij het maken van snelle beslissingen,
  93. gaan deze ook vooroordelen versterken.
  94. Dus datgene wat ons
    helpt om de wereld te zien,
  95. kan ons ook ervoor blind maken.
  96. Ze maken onze keuzes moeiteloos,
  97. vrij van frictie.
  98. Maar ze eisen een hoge tol.
  99. Maar wat kunnen wij doen?

  100. We zijn allemaal kwetsbaar
    voor vooroordelen,
  101. maar we handelen
    niet steeds naar deze vooroordelen.
  102. Er zijn bepaalde condities
    die vooroordelen aanwakkeren
  103. en andere condities
    die deze kunnen dempen.
  104. Laat me een voorbeeld geven.

  105. Veel mensen kennen
    het techbedrijf Nextdoor.
  106. Hun doel is het creëren
  107. van sterkere, gezondere,
    veiligere buurten.
  108. En dus bieden zij deze online ruimte aan
  109. waar buren bijeen kunnen komen
    en informatie delen.
  110. Echter, Nextdoor kwam er snel achter
    dat ze een probleem hadden
  111. met raciale profilering.
  112. In een typisch geval
  113. zouden mensen uit hun raam kijken
  114. en een zwarte man zien in een witte buurt.
  115. Ze zouden snel oordelen
    dat deze niks goeds van plan was,
  116. zelfs als hier geen enkel bewijs was
    van crimineel gedrag.
  117. Op vele vlakken
    is hoe we ons online gedragen
  118. een reflectie van hoe
    we ons in de wereld gedragen.
  119. Maar wat we niet willen is
    een makkelijk te gebruiken systeem creëren
  120. dat vooroordelen versterkt
    en raciale ongelijkheden uitdiept,
  121. in plaats van deze te ontmantelen.
  122. Dus de oprichters van Nextdoor
    namen contact op met mij en ook anderen

  123. om na te gaan wat
    er aan gedaan kon worden.
  124. En ze realiseerden zich
    dat om etnische profilering aan te pakken,
  125. ze frictie moeten toevoegen,
  126. wat wil zeggen dat ze mensen
    moesten gaan afremmen.
  127. Nextdoor moest een keuze maken
  128. en tegen elke impuls in
  129. beslisten ze om frictie toe te voegen.
  130. Dit deden ze door het toevoegen
    van een simpele checklist.
  131. Die behelsde drie items.
  132. Eerst werd er de gebruiker
    gevraagd om te pauzeren
  133. en te denken: wat was deze persoon
    aan het doen dat hem verdacht maakte?
  134. De categorie 'zwarte man'
    was geen grond voor verdenking.
  135. Ten tweede werd aan de gebruiker gevraagd
  136. om de fysieke eigenschappen
    te beschrijven,
  137. niet enkel hun ras en gender.
  138. Ten derde realiseerden ze zich
  139. dat veel mensen niet leken te weten
    wat etnische profilering was,
  140. noch dat ze dit zelf deden.
  141. Dus voorzag Nextdoor een definitie
  142. en vertelde hen
    dat het strikt verboden was.
  143. De meesten hebben deze tekens gezien
  144. op de luchthaven en in metro stations:
  145. "Als je iets ziet, zeg iets."
  146. Nextdoor heeft dit proberen aanpassen.
  147. "Als je iets verdacht ziet,
  148. zeg dan iets specifiek."
  149. En door deze strategie te gebruiken,
    door het afremmen van mensen,
  150. slaagde Nextdoor er in raciale profilering
    te verminderen met 75 procent.
  151. Mensen zeggen vaak tegen mij:

  152. "Je kan geen frictie toevoegen
    in elke situatie, in elke context,
  153. en vooral voor mensen die altijd
    razendsnel beslissingen nemen."
  154. Maar het blijkt dat we
    frictie kunnen toevoegen
  155. in meer situaties dan we denken.
  156. Werkend bij de politie in Oakland
  157. in Californië,
  158. konden ik en een aantal
    van mijn collega's hen helpen
  159. bij het verminderen
    van het aantal stops dat ze maakten
  160. van mensen die geen ernstige
    misdrijven aan het plegen waren.
  161. En we deden dit door agenten aan te zetten
  162. om zichzelf een vraag te stellen
    bij elke aanhouding die ze maakten:
  163. is deze aanhouding informatiegestuurd,
  164. ja of nee?
  165. Met andere woorden:
  166. heb ik voorafgaande informatie
    om deze specifieke persoon te linken
  167. aan een specifiek misdrijf?
  168. Door deze vraag toe te voegen
  169. aan het formulier dat agenten
    invulden bij een aanhouding,
  170. vertraagden zij, pauzeerden zij,
  171. dachten ze: waarom overweeg ik
    om deze persoon te stoppen?
  172. In 2017,

  173. voor we de informatiegestuurde vraag
    hadden toegevoegd aan het formulier,
  174. maakten agenten rond de 32.000 stops
    over de hele stad.
  175. In het volgende jaar,
    na het toevoegen van de vraag,
  176. daalde dit naar 19.000 stops.
  177. De stops van Afro-Amerikanen
    daalde met 43 procent.
  178. Het minder stoppen van zwarte mensen
    maakte de stad niet gevaarlijker.
  179. De criminaliteitscijfers
    bleven verder dalen
  180. en de stad werd veiliger voor iedereen.
  181. Een oplossing kan zijn

  182. om het aantal onnodige
    stops te verminderen.
  183. Een andere is het verbeteren
    van de kwaliteit van de stops
  184. die agenten maken.
  185. En technologie kan ons hierbij helpen.
  186. We kennen allemaal George Floyd's dood,
  187. omdat mensen die hem probeerden te helpen
    gsm-camera's bijhadden
  188. en de afschuwelijke confrontatie
    met de politie vastlegden.
  189. Maar we hebben allerlei technologie
    waar we geen gebruik van maken.
  190. Politiekorpsen doorheen het land
  191. dragen nu verplicht bodycams.
  192. Bijgevolg hebben we niet enkel beelden
    van gruwelijke confrontaties,
  193. maar ook van alledaagse interacties.
  194. Samen met een interdisciplinair
    team aan Stanford

  195. begonnen we gebruik te maken
    van machinaal-lerentechnieken
  196. voor het analyseren van een groot
    aantal van deze confrontaties.
  197. Dit om beter te begrijpen wat er gebeurt
    bij routinematige verkeersstops.
  198. We vonden dat zelfs wanneer de agenten
    zich professioneel gedroegen,
  199. ze minder respectvol spraken
    tegen zwarte dan tegen witte bestuurders.
  200. We konden zelf op basis van
    het woordgebruik van de agenten alleen
  201. voorspellen of ze tegen een zwarte
    of witte bestuurder aan het praten waren.
  202. Het probleem is hier dat de meerderheid
    van de beelden van deze camera's

  203. niet wordt benut in politiekorpsen
  204. om beter te begrijpen
    wat op straat gebeurt
  205. of om agenten te trainen.
  206. En dat is spijtig.
  207. Hoe draait een routineaanhouding uit
    op een dodelijke situatie?
  208. Hoe gebeurde dit
    in het geval van George Floyd?
  209. Hoe gebeurde dit in andere gevallen?
  210. Toen mijn oudste zoon 16 jaar was,

  211. ontdekte hij dat wanneer
    witte mensen naar hem kijken,
  212. ze angst ervaren.
  213. "Liften zijn het ergste", zei hij.
  214. Als de deuren sluiten,
  215. zitten mensen vast in deze kleine ruimte
  216. met iemand die ze hebben leren
    associëren met gevaar.
  217. Mijn zoon voelt
    dat ze zich oncomfortabel voelen
  218. en hij lacht om hen
    op hun gemak te stellen,
  219. om hun angsten te verminderen.
  220. Wanneer hij spreekt,
  221. ontspannen hun lichamen.
  222. Ze ademen rustiger.
  223. Ze nemen plezier in zijn ritme,
  224. zijn uitspraak, zijn woordkeuze.
  225. Hij klinkt als een van hen.
  226. Vroeger dacht ik dat mijn zoon
    zoals zijn vader een extravert was.
  227. Maar ik realiseerde mij
    dat op dat moment in die conversatie
  228. zijn glimlach geen teken was
    dat hij contact wou maken
  229. met zogenaamde vreemden,
  230. maar een talisman die hij gebruikte
    om zichzelf te beschermen,
  231. een overlevingsvaardigheid die hij
    met duizenden liftritten had aangescherpt.
  232. Hij leerde zich aan te passen
    aan de spanning die zijn kleur genereerde
  233. en die zijn leven in gevaar bracht.
  234. We weten dat onze hersenen
    bedraad zijn voor vooroordelen,

  235. en een manier om deze
    vooroordelen te verstoren
  236. is pauzeren en reflecteren
    over het bewijs van onze aanname.
  237. Dus we moeten ons zelf vragen:
  238. welke aannames nemen we mee
    wanneer we in een lift stappen?
  239. Of op een vliegtuig?
  240. Hoe maken we onszelf bewust
    van onze onbewuste vooroordelen?
  241. Wie houden deze aannames veilig?
  242. Wie brengen ze in gevaar?
  243. Totdat we onszelf deze vragen stellen
  244. en erop staan dat onze scholen,
    gerechten en politiekorpsen
  245. en ieder instituut hetzelfde doen,
  246. blijven we vooroordelen toelaten
  247. om ons te verblinden.
  248. En wanneer we dat doen,
  249. is niemand echt veilig.
  250. Bedankt.