Dutch subtitles

← Er is iets mis met het debat rondom immigratie -- zó kunnen we het verbeteren

Get Embed Code
27 Languages

Showing Revision 35 created 05/12/2020 by Axel Saffran.

  1. Je hoort tegenwoordig vaak dat
    er iets mis is met het immigratiesysteem.
  2. Ik stel dat er iets mis is
    met onze immigratie conversatie
  3. en ik heb een voorstel hoe we daar
    samen verbetering in kunnen brengen.
  4. En om dat te doen, ga ik
    nieuwe vragen voorstellen
  5. over immigratie,
  6. de Verenigde Staten
  7. en de wereld,
  8. vragen die wellicht de grenzen van
    het immigratiedebat gaan verleggen.
  9. Ik doe niet mee met de verhitte discussie
    die op dit moment gevoerd wordt,

  10. terwijl er levens en het welzijn
    van immigranten in gevaar komen
  11. aan de grens van de VS en ver daarbuiten.
  12. In plaats daarvan begin ik met mezelf
    tijdens mijn masteropleiding
  13. in New Jersey midden jaren 90 als
    student Amerikaanse geschiedenis.
  14. Dat onderwijs ik momenteel
    aan de Vanderbilt University
  15. in Nashville, Tennessee.
  16. Als ik niet aan de studie was,
  17. of als ik niet aan
    mijn scriptie wilde werken,
  18. gingen mijn vrienden en ik de stad in
  19. met flyers in neonkleuren,
    om tegen wetgeving te protesteren
  20. die dreigde om rechten
    van immigranten weg te nemen.
  21. Onze flyers waren oprecht,
    ze waren goedbedoeld,

  22. ze waren feitelijk juist ...
  23. Maar ik weet nu dat ze
    ook problematisch waren.
  24. Dit stond erop:
  25. "Ontzeg immigranten niet
    het recht op openbaar onderwijs,
  26. op medische dienstverlening,
    op het sociale vangnet.
  27. Ze werken hard.
  28. Ze betalen belastingen.
  29. Ze houden zich aan de wet.
  30. Ze gebruiken het sociale vangnet
    minder dan Amerikanen.
  31. Ze willen heel graag Engels leren,
  32. en hun kinderen dienen wereldwijd
    in het Amerikaanse leger."
  33. Nu zijn dit argumenten
    die we elke dag horen.
  34. Immigranten en hun voorvechters
    gebruiken ze
  35. in hun confrontatie met diegenen
    die immigranten hun rechten ontzeggen
  36. of ze zelfs van de samenleving
    willen buitensluiten.
  37. En tot op zekere hoogte,
    is dat ook heel logisch
  38. dat dit het soort claims zijn waar
    voorvechters van immigranten voor kiezen.
  39. Maar op langere termijn,
    en misschien zelfs wel op korte termijn,

  40. denk ik dat deze argumenten
    averechts kunnen werken.
  41. Waarom?
  42. Omdat het altijd een moeilijk gevecht is
  43. om jezelf te verdedigen
    op het terrein van je opponent.
  44. En, ongewild, speelden wij met de handouts
    die mijn vrienden en ik uitdeelden
  45. en de versies van de argumenten
    die we vandaag de dag horen
  46. in de kaarten
    van de anti-immigranten.
  47. We speelden hen in de kaarten
    deels door te suggereren
  48. dat immigranten buitenstaanders waren
  49. in plaats van, zoals ik hoop
    aan te tonen in een paar minuten,
  50. mensen die al,
    in belangrijke mate, insiders zijn.
  51. Het zijn diegenen die vijandig staan
    tegenover immigranten, de autochtonen,
  52. die erin geslaagd zijn
    om het immigratiedebat vorm te geven
  53. rondom drie hoofdvragen.
  54. Ten eerste is er de vraag of immigranten
    'nuttige hulpmiddelen' kunnen zijn.

  55. Hoe kunnen wij immigranten gebruiken?
  56. Zullen ze ons rijker en sterker maken?
  57. Het antwoord van de autochtonen
    op deze vraag is nee,
  58. immigranten hebben
    weinig tot niks te bieden.
  59. De tweede vraag is
    of immigranten 'anderen' zijn.

  60. Kunnen immigranten meer worden zoals wij?
  61. Zijn ze in staat om
    meer te worden zoals wij?
  62. Zijn ze in staat om te integreren?
  63. Zijn ze bereid om te integreren?
  64. Opnieuw is het antwoord
    van de autochtoon nee,
  65. immigranten zijn blijvend anders
    dan wij en zijn inferieur aan ons.
  66. En de derde vraag is of
    immigranten parasieten zijn.

  67. Zijn ze gevaarlijk voor ons?
    En zullen ze onze middelen uitputten?
  68. Hier is het antwoord
    van de autochtoon: ja en ja.
  69. Immigranten zijn een bedreiging
    en ze tasten onze welvaart aan.
  70. Ik zou zeggen dat deze drie vragen en
    het achterliggende autochtone sentiment
  71. erin geslaagd zijn om het
    immigratiedebat vorm te geven.
  72. Deze vragen zijn in hun kern
    anti-immigrant en autochtoon,
  73. gebaseerd op een soort van hiërarchische
    verdeling van insiders en outsiders.
  74. zij en wij,
  75. en waar alleen wij er toe doen,
  76. en zij niet.
  77. En wat deze vragen tractie en kracht geeft
  78. buiten de kring van
    gecommitteerde autochtonen,
  79. is de manier waarop ze op een alledaagse,
    ogenschijnlijk onschuldige manier
  80. de nationale samenhorigheid aanspreken
  81. deze activeren, haar verhogen
  82. en aanwakkeren.
  83. Autochtonen zijn bereid om
    een groot onderscheid te maken

  84. tussen insiders en outsiders.
  85. Maar het onderscheid zelf vormt het hart
    waarop landen zichzelf definiëren.
  86. De scheuren tussen
    wat binnen en buiten is,
  87. die vaak het diepste zijn
    langs de lijnen van ras en religie,
  88. zijn er altijd om verder verdiept
    en geëxploiteerd te worden.
  89. Dat biedt de autochtone benadering
    potentieel weerklank
  90. verder dan diegenen die zichzelf
    als anti-immigrant beschouwen,
  91. en opvallend genoeg, zelfs bij sommigen
    die zichzelf als pro-immigrant zien.
  92. Bijvoorbeeld, wanneer
    voorstanders van de Immigrants Act
  93. deze vragen beantwoorden
    die de autochtonen stellen,
  94. dan nemen ze die serieus.
  95. Ze rechtvaardigen die vragen
    en, tot op zekere hoogte,
  96. de anti-immigrant aannames
    die eraan ten grondslag liggen.
  97. Wanneer we deze vragen serieus nemen,
    dan benadrukken we,
  98. zonder het zelf te weten,
    de gesloten, beperkende grenzen
  99. van de immigratie-conversatie.
  100. Hoe zijn we hier gekomen?

  101. Hoe komt het dat dit is
    hoe we over immigratie praten?
  102. Ik zal wat achtergrond schetsen
  103. met hulp van mijn geschiedenistraining.
  104. Tijdens de eerste eeuw
    van de VS als onafhankelijk land,
  105. werd er vrij weinig gedaan om immigratie
    op landelijk niveau te beperken.
  106. Sterker nog, beleidsmakers
    en werkgevers werkten hard
  107. om immigranten te recruiteren
  108. om de industrie op te bouwen
  109. en om als kolonisten
    het continent te confisqueren.
  110. Maar na de burgeroorlog
  111. nam de stem van de autochtonen
    toe in volume en kracht.
  112. De Aziatische, Latijns Amerikaanse,
    Caribische en Europese immigranten
  113. die voor de Amerikanen kanalen groeven,
  114. hun avondeten klaarmaakten,
  115. hun oorlogen voerden
  116. en hun kinderen 's avonds
    naar bed brachten
  117. werden bekeken met een
    hernieuwde en intense xenophobie,
  118. die immigranten afschildert
    als permanente outsiders
  119. die nooit toegestaan moet worden
    om insiders te worden.
  120. Rond de mid jaren 20
    hadden de autochtonen gewonnen,

  121. en werden racistische wetten opgesteld
  122. die onnoemelijke aantallen kwetsbare
    immigranten en vluchtelingen buitensloten.
  123. Immigranten en hun medestanders
    probeerden zich hier tegen te verweren,
  124. maar werden in de verdediging gedwongen,
  125. in zekere zin gevangen binnen
    door autochtonen geschapen kaders.
  126. Als autochtonen zeiden
    dat immigranten niet nuttig waren,
  127. dan zeiden hun bondgenoten,
    dat zijn ze wel.
  128. Als autochtonen immigranten
    beschuldigden dat ze anders waren,
  129. beloofden hun bondgenoten
    dat ze zouden integreren.
  130. Als autochtonen immigranten aanvielen
    dat ze gevaarlijke parasieten waren,
  131. benadrukten hun bondgenoten
    hun loyaliteit, hun gehoorzaamheid,
  132. hun harde werk en hun spaarzaamheid.
  133. Zelfs terwijl voorstanders
    immigranten verwelkomden,
  134. zagen velen hen nog als outsiders
    waar je medelijden mee moest hebben,
  135. die gered moesten worden, opgebeurd
  136. en getolereerd,
  137. maar die nooit volledig werden toegelaten
    als gelijken in rechten en respect.
  138. Na de Tweede Wereldoorlog, en vooral
    vanaf de midden jaren 60 tot recent,

  139. keerden immigranten en hun
    bondgenoten het tij,
  140. verwierpen de restricties
    van de mid twintigste eeuw
  141. en in plaats daarvan kwam een systeem
    dat gezinshereniging prioritiseerde,
  142. de toelating van vluchtelingen
  143. en de toelating van diegenen met
    speciale vaardigheden.
  144. Maar zelfs toen
  145. lukte het hun niet om het debat
    fundamenteel te veranderen,
  146. en dus bleef dat kader in stand,
  147. klaar om nu als een stuiptrekking
    weer de kop op te steken.
  148. Met die conversatie is iets mis.
  149. De oude vragen
    zijn schadelijk en zaaien verdeeldheid.
  150. Hoe komen we nu van die conversatie

  151. naar ééntje die ons dichter brengt bij
    een wereld die rechtvaardiger is,
  152. billijker,
  153. die veiliger is?
  154. Naar mijn mening is wat we moeten doen
  155. één van de moeilijkste dingen
    die een maatschappij kan doen:
  156. nieuwe grenzen trekken over wie meetelt,
  157. wiens leven, wiens rechten
  158. en wiens welvaren belangrijk is.
  159. We moeten de grenzen opnieuw trekken.
  160. We moeten ONZE grenzen opnieuw trekken.
  161. Daarvoor moeten we een alomheersende
    opvatting ter discussie stellen,
  162. een opvatting met serieuze tekortkomingen.
  163. Volgens die opvatting
  164. bestaat er zoiets als binnen de
    nationale grenzen, binnen een land,
  165. dat is waar wij wonen, werken
    en ons met onze eigen zaken bemoeien.
  166. En dan heb je buiten;
    dat is waar alle anderen zijn.
  167. Als volgens die opvatting
    immigranten het land binnenkomen,
  168. dan gaan ze van buiten naar binnen,
  169. maar blijven buitenstaanders.
  170. Elke macht of middelen die ze ontvangen
  171. zijn geschenken van ons
    in plaats van rechten.
  172. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom
    dit zo'n alomheersende opvatting is.

  173. We benadrukken het in hoe
    we praten en ons gedragen.
  174. tot en met de landkaarten
    die we in onze klaslokalen ophangen.
  175. Het probleem met deze opvatting is
    dat ze gewoonweg niet overeenkomt
  176. met hoe de wereld functioneert,
  177. en hoe ze vroeger functioneerde.
  178. Natuurlijk, Amerikaanse werknemers hebben
    welvaart opgebouwd in de maatschappij.
  179. Maar immigranten ook,
  180. met name in onmisbare delen
    van de Amerikaanse economie
  181. en waar weinig Amerikanen werken,
    zoals landbouw.
  182. Sinds het ontstaan van de natie,
  183. zijn Amerikanen onderdeel geweest van
    de Amerikaanse arbeidskrachten.
  184. Natuurlijk, Amerikanen hebben
    maatschappelijke instellingen opgericht
  185. die rechten garanderen.
  186. Maar immigranten ook.
  187. Ze waren er gedurende elke
    belangrijke maatschappelijke beweging,
  188. zoals burgerrechten en
    de organisatie van arbeid,
  189. en streden om ieders rechten in de
    maatschappij uit te breiden.
  190. Immigranten zijn dus al
    onderdeel van de strijd
  191. voor rechten, democratie en vrijheid.
  192. En tot slot, Amerikanen en andere burgers
    van het noordelijk halfrond

  193. hebben zich niet alleen met
    hun eigen zaken bemoeid,
  194. ze zijn niet binnen
    hun eigen grenzen gebleven.
  195. Ze hebben de landsgrenzen
    niet gerespecteerd.
  196. Ze zijn de wereld in getrokken
    met hun legers,
  197. ze hebben gebieden en middelen overgenomen
  198. en enorme winsten onttrokken
    aan veel van de landen
  199. waar immigranten vandaan komen.
  200. In die zin, zijn vele immigranten al
    onderdeel van de Amerikaanse macht
  201. Met deze andere kaart van binnen
    en buiten in gedachten,
  202. is het niet de vraag
    of de ontvangende landen
  203. de immigranten toe zullen laten.
  204. Ze zijn er namelijk al.
  205. De vraag is of de Verenigde Staten
    en andere landen
  206. immigranten toegang gaan geven
    tot de rechten en middelen
  207. die hun werk, hun activisme en
    hun thuislanden
  208. in belangrijke mate hebben
    geholpen te creëren.
  209. Met deze nieuwe kaart in gedachten,
  210. kunnen we ons richten op een nieuwe reeks
    van moeilijke, dringend nodige vragen,
  211. fundamenteel andere vragen dan
    die we eerder gesteld hebben --
  212. vragen die mogelijkerwijs de grenzen
    van het immigratiedebat verleggen.
  213. Onze drie vragen zijn
    over werknemersrechten
  214. over verantwoordelijkheid
  215. en over gelijkheid.
  216. Ten eerste moeten we vragen
    naar werknemersrechten.

  217. Hoe maakt bestaand beleid het moeilijker
    voor immigranten zichzelf te verweren
  218. en makkelijker om uitgebuit te worden,
  219. met lonen, rechten en bescherming
    die voor iedereen achteruitgaan?
  220. Als immigranten bedreigd worden met
    razzia's, opsluiting en deportatie,
  221. weten werkgevers dat
    ze dat kunnen misbruiken,
  222. dat hen verteld kan worden
    dat als ze terugvechten,
  223. ze overgedragen worden
    aan de immigratiedienst.
  224. Als werkgevers weten
  225. dat ze een immigrant kunnen terroriseren
    met zijn gebrek aan papieren,
  226. dan is een werknemer
    extreem exploiteerbaar,
  227. en dat heeft niet alleen invloed
    op gastarbeiders
  228. maar op alle arbeiders.
  229. Ten tweede moeten we
    vragen stellen over verantwoordelijkheid.

  230. Welke rol hebben rijke, machtige
    landen zoals de Verenigde Staten
  231. gespeeld in het moeilijk of
    onmogelijk maken
  232. voor immigranten om in
    hun thuisland te blijven?
  233. Je boeltje oppakken en je land verlaten
    is moeilijk en gevaarlijk,
  234. maar veel immigranten hebben simpelweg
    geen optie om thuis te blijven
  235. als ze willen overleven.
  236. Oorlogen, handelsverdragen
  237. en consumptiegewoonten
    in het noordelijke halfrond
  238. spelen een belangrijke
    en verwoestende rol hier.
  239. Welke verantwoordelijkheid hebben
    de Verenigde Staten,
  240. de Europese Unie en China --
  241. de grootste uitstoters van koolstof --
  242. naar de miljoenen van mensen die ontheemd
    zijn door de opwarming van de aarde?
  243. En als derde, moeten we
    vragen stellen over gelijkheid.

  244. Mondiale ongelijkheid is een schrijnend,
    toenemend probleem.
  245. Inkomens- en welvaartsverschillen
    nemen toe in de wereld.
  246. Of je rijk of arm bent,
    wordt in toenemende mate
  247. meer nog dan wat ook,
  248. bepaald door waar je geboren bent,
  249. en dat mag geweldig lijken
    als je uit een welvarend land komt.
  250. Maar het betekent in feite
    een totaal onrechtvaardige verdeling
  251. van de kansen op een lang,
    gezond, bevredigend leven.
  252. Als immigranten geld of producten
    naar familie thuis sturen,
  253. speelt dat een aanzienlijke rol
    om die verschillen te verkleinen,
  254. al is het een onvolledige rol.
  255. Het draagt meer bij dan
    alle ontwikkelingshulpprogramma's
  256. in de wereld bij elkaar.
  257. We begonnen met de vragen van
    de autochtonen,

  258. over immigranten als hulpmiddelen,
  259. als anderen
  260. en als parasieten.
  261. Waarheen zouden deze nieuwe vragen
    over werknemersrechten,
  262. over verantwoordelijkheid
  263. en over gelijkheid
  264. ons kunnen leiden?
  265. Deze vragen verwerpen medelijden,
    en omarmen rechtvaardigheid.
  266. Deze vragen verwerpen de autochtone
    en nationalistische verdeling
  267. tussen ons en hun.
  268. Ze helpen ons ons voor te bereiden
    op de problemen die komen gaan
  269. en problemen zoals de opwarming van de
    aarde waar we al mee te maken hebben.
  270. Het zal niet makkelijk zijn ons af te
    keren van de vragen die we hebben gesteld

  271. en nieuwe vragen te stellen.
  272. Het is geen geringe uitdaging
  273. om onze eigen grenzen
    onder ogen te zien en te verleggen.
  274. Het zal verstand,
    vindingrijkheid en moed vragen.
  275. De oude vragen zijn er al zo lang,
  276. die zullen niet zomaar vanzelf weggaan,
  277. en het kon nog wel een tijdje duren.
  278. Zelfs als het lukt om
    de vragen te veranderen,
  279. dan zullen de antwoorden
    ingewikkeld zijn,
  280. en zullen opofferingen
    en compromissen vergen.
  281. En in een ongelijke wereld,
    zullen we altijd moeten letten
  282. op de vraag wie er de macht heeft
    om met het debat mee te doen
  283. en wie niet.
  284. Maar de grenzen van het
    immigratiedebat
  285. kunnen opgeschoven worden.
  286. Het is aan ons allemaal
    om ze op te schuiven.
  287. Dank je wel.

  288. (Applaus)