YouTube

Got a YouTube account?

New: enable viewer-created translations and captions on your YouTube channel!

Dutch subtitles

← Hoe je beter kunt worden in de dingen die je belangrijk vindt

Get Embed Code
38 Languages

Showing Revision 18 created 06/08/2017 by Peter van de Ven.

  1. Bijna iedereen doet zijn best
    op wat hij dan ook maar doet:
  2. werk, gezin, school
  3. of wat dan ook.
  4. Zo voel ik dat ook; ik doe mijn best.
  5. Maar een tijdje geleden kwam ik erachter
  6. dat ik niet veel beter werd in de dingen
    waar ik het meest om gaf,
  7. zoals echtgenoot of vriend zijn
  8. of professional of teamgenoot,
  9. ik werd niet beter in die dingen,
  10. ook al besteedde ik er veel tijd
    en aandacht aan.
  11. Inmiddels weet ik
    uit gesprekken en uit onderzoek
  12. dat die stagnatie ondanks hard werken
  13. redelijk normaal blijkt te zijn.
  14. Dus ik wil jullie vertellen waarom
    dat zo is en wat we eraan kunnen doen.

  15. Ik heb geleerd
    dat de meest effectieve mensen
  16. en teams in ieder vakgebied
  17. iets doen wat we allemaal kunnen nadoen.
  18. Zij switchen voortdurend
    bewust tussen twee gebieden:
  19. de leeromgeving en de presteeromgeving.
  20. In de leeromgeving is ons doel
    om iets te verbeteren.

  21. We doen dan activiteiten
    die gericht zijn op vooruitgang,
  22. dingen die we nog niet
    onder de knie hebben;
  23. we gaan ervan uit
    dat we fouten zullen maken,
  24. maar weten dat we daar van leren.
  25. Heel anders dan hoe we ons gedragen
    in de presteeromgeving,
  26. wanneer ons doel is
    om iets zo goed mogelijk uit te voeren.
  27. Dan zijn we gericht op wat we al kunnen
  28. en proberen we dat foutloos te doen.
  29. We zouden ons in beide fases
    moeten begeven,

  30. maar we moeten goed weten
    wanneer we in welke fase willen zijn,
  31. met welk doel en welke verwachtingen,
  32. zodat we beter presteren
    en ons verder verbeteren.
  33. De presteeromgeving optimaliseert
    de directe prestatie
  34. en de leeromgeving optimaliseert de groei
  35. en toekomstige prestatie.
  36. De meeste mensen
    verbeteren zichzelf niet,
  37. ondanks hard werken,
  38. omdat we de neiging hebben bijna
    altijd in de presteeromgeving te zitten.
  39. Dat belemmert onze groei
  40. en ironisch genoeg
    op de lange termijn ook onze prestatie.
  41. Hoe ziet die leeromgeving eruit?

  42. Kijk eens naar Demosthenes,
    politiek leider,
  43. redenaar en rechtsgeleerde
    in het oude Griekenland.
  44. Hij werd niet zo goed
    door constant te werken
  45. als redenaar of rechtsgeleerde,
  46. wat zijn presteeromgeving was.
  47. Maar hij deed ook activiteiten
    gericht op verbetering.
  48. Hij studeerde veel.
  49. Hij studeerde rechten en filosofie,
    begeleid door mentoren,
  50. maar hij wist dat hij als rechtsgeleerde
    ook anderen moest kunnen overtuigen.
  51. Dus bestudeerde hij goede toespraken
  52. en acteerkunst.
  53. Om af te komen van een oude gewoonte,
    het ongewild optrekken van zijn schouder,
  54. oefende hij zijn toespraken
    voor de spiegel
  55. met een zwaard dat aan het plafond hing,
  56. zodat als hij zijn schouder optrok,
  57. het pijn zou doen.
  58. (Gelach)

  59. Hij lispelde en wilde duidelijker spreken,

  60. dus oefende hij zijn toespraken
    met steentjes in zijn mond.
  61. Hij had een ondergrondse kamer
  62. waar hij kon oefenen zonder onderbrekingen
  63. en zonder anderen te storen.
  64. En omdat de rechtszalen
    toen heel druk waren,
  65. oefende hij ook aan zee,
  66. waar hij probeerde boven het geluid
    van de golven uit te komen.
  67. In zijn leeromgeving

  68. deed hij heel andere dingen
    dan in de rechtszaal,
  69. zijn presteeromgeving.
  70. In de leeromgeving
  71. deed hij wat dr. Anders Ericsson
    omschrijft als 'bewust oefenen'.
  72. Hierbij worden vaardigheden
    opgesplitst in deelvaardigheden
  73. en is het duidelijk aan welke
    deelvaardigheid we gaan werken --
  74. schouders omlaag houden bijvoorbeeld.
  75. We zijn daarbij volledig gericht
    op een uitdaging op hoog niveau --
  76. buiten onze 'comfort zone',
  77. net iets moeilijker dan we
    op dit moment kunnen --
  78. en ontvangen regelmatig feedback,
    met herhaling en aanpassingen,
  79. idealiter onder begeleiding van
    een ervaren coach,
  80. want activiteiten
    gericht op verbetering
  81. zijn domeinspecifiek,
  82. en goede docenten en coaches
    weten wat die activiteiten zijn
  83. en kunnen ons voorzien
    van professionele feedback.
  84. Dit oefenen in de leeromgeving
  85. leidt tot echte verbetering,
  86. uitsluitend presteren doet dat niet.
  87. Onderzoek wijst bijvoorbeeld uit
    dat als we een paar jaar
  88. in een functie hebben gewerkt,
  89. de prestatie meestal stagneert.
  90. Dit is bewezen voor docenten, huisartsen,
  91. verpleegkundigen en andere beroepen,
  92. en dit is zo omdat, als we eenmaal denken
    dat we goed genoeg zijn,
  93. vakkundig,
  94. dan begeven we ons niet meer
    in de leeromgeving.
  95. We doen dan alleen maar ons werk,
  96. we presteren,
  97. en daar blijken we
    niet echt beter van te worden.
  98. Maar mensen die tijd
    blijven steken in de leeromgeving,
  99. blijven zich wel steeds verbeteren.
  100. De beste verkoopmedewerkers
    doen iedere week activiteiten
  101. gericht op verbetering.
  102. Ze lezen, ze overleggen met collega's
    of experts in hun vakgebied,
  103. proberen nieuwe strategieën uit,
    vragen om feedback en evalueren.
  104. De beste schakers
  105. zijn niet constant aan het schaken,
  106. oftewel in hun presteeromgeving,
  107. maar proberen
    de zetten van de grootmeesters
  108. te voorspellen en te analyseren.
  109. Bijna iedereen heeft waarschijnlijk
    vele uren besteed
  110. aan het typen op een computer,
  111. zonder de snelheid te verbeteren,
  112. maar als we iedere dag
    10 - 20 minuten proberen,
  113. volledig geconcentreerd,
    10 - 20 procent sneller te typen
  114. dan we op dit moment doen,
  115. zou onze snelheid verbeteren,
  116. vooral als we ook nog
    onze fouten zouden noteren
  117. en die woorden apart zouden oefenen.
  118. Dat is bewust oefenen.
  119. In welke andere delen van ons leven,

  120. wellicht nog belangrijkere,
  121. werken we hard zonder beter te worden,
  122. omdat we ons altijd
    in de presteeromgeving begeven?
  123. Ik bedoel niet dat de presteeromgeving
    niet belangrijk is.
  124. Want dat is ze zeker wel.
  125. Bij mijn knie-operatie
    zei ik niet tegen de chirurg:
  126. "Probeer maar wat uit."
  127. (Gelach)

  128. "Laten we van je fouten leren!"

  129. Ik nam een chirurg van wie ik dacht
    dat ze capabel was
  130. en ik wou dat ze het goed zou doen.
  131. In de presteeromgeving
  132. krijgen we dingen gedaan,
    zo goed mogelijk.
  133. Het kan ook motiverend zijn
  134. en het verschaft ons informatie
    over waar we op moeten focussen
  135. als we terugkeren naar de leeromgeving.
  136. Dus om goed te kunnen presteren
  137. moeten we afwisselen tussen
    de leeromgeving en de presteeromgeving,
  138. bewust onze vaardigheden opbouwen
    in de leeromgeving
  139. en die vervolgens toepassen
    in de presteeromgeving.
  140. Als Beyoncé tourt

  141. en ze geeft een concert,
    dan is ze in haar presteeromgeving,
  142. maar als ze 's avonds terugkomt
    op haar hotelkamer,
  143. keert ze terug naar haar leeromgeving.
  144. Dan bekijkt ze een video-opname
    van de show van die avond.
  145. Ze kijkt of er dingen zijn
    die beter kunnen
  146. voor haarzelf,
    haar dansers, haar cameramensen.
  147. En de volgende ochtend
  148. ontvangt iedereen een lijst
    met verbeterpunten,
  149. waar ze die dag aan werken
    voor de volgende voorstelling.
  150. Het is een spiraal
  151. van toenemende vaardigheden,
  152. maar we moeten weten wanneer
    we willen leren en wanneer presteren
  153. en ook al moeten we
    tijd besteden aan beide,
  154. hoe langer we in de leeromgeving zijn,
  155. hoe beter we zullen worden.
  156. Hoe kunnen we nu meer tijd
    doorbrengen in de leeromgeving?

  157. Allereerst moeten we begrijpen
    en ervan overtuigd zijn
  158. dat we kunnen verbeteren,
  159. de zogenaamde 'groeimentaliteit'.
  160. Ten tweede moeten we die vaardigheid
    ook echt willen verbeteren.
  161. We moeten het belangrijk vinden,
  162. want het kost tijd en moeite.
  163. Ten derde moeten we weten
    hoe we beter kunnen worden,
  164. wat we kunnen doen
    om te verbeteren,
  165. niet zoals ik met mijn gitaar
    toen ik een tiener was,
  166. telkens opnieuw hetzelfde liedje spelen,
  167. maar bewust oefenen.
  168. Ten vierde moet er niet
    te veel op het spel staan,
  169. want als fouten te verwachten zijn
  170. dan mogen de gevolgen
    daarvan niet catastrofaal zijn
  171. of zelfs maar noemenswaardig.
  172. Een koorddanser probeert geen
    nieuwe kunstjes zonder vangnet
  173. en een atleet zou nooit
    een nieuwe manoeuvre uitproberen
  174. tijdens een kampioenschap.
  175. Wij brengen zoveel tijd door
    in de presteeromgeving

  176. omdat onze wereld vaak
    onnodig veeleisend is.
  177. Wij creëren sociale risico's voor elkaar,
  178. zelfs op scholen,
    waar alles zou moeten gaan om leren,
  179. en dan bedoel ik niet
    de landelijke toetsen.
  180. Ik bedoel dat er iedere minuut
    van iedere dag
  181. leerlingen zijn,
    van basisschool tot universiteit,
  182. die voelen dat als ze een fout maken,
    anderen op hen neerkijken.
  183. Geen wonder dat ze zo gestrest zijn
  184. en de risico's vermijden
    die nodig zijn om te leren.
  185. Ze leren, onbedoeld,
    dat fouten ongewenst zijn
  186. als docenten en ouders uitsluitend
    correcte antwoorden willen horen,
  187. fouten afwijzen in plaats van
    ze te accepteren en te onderzoeken
  188. om ervan te leren,
  189. of maar één bepaald antwoord willen,
  190. in plaats van onderzoekend denken,
  191. waar iedereen van kan leren.
  192. Als alle huiswerk en iedere opdracht
    een beoordeling krijgt
  193. die meetelt voor een eindcijfer,
  194. in plaats van ze te gebruiken voor
    oefenen, fouten, feedback en herhaling,
  195. dan zetten we de school neer
    als presteeromgeving.
  196. Hetzelfde geldt voor onze werkplekken.

  197. De bedrijven die ik bezoek als consultant
    hebben vaak een perfectionistische cultuur
  198. die managers creëren
    om goede resultaten te bereiken.
  199. Maar zo blijven werknemers
    hangen in wat ze weten
  200. en leren ze niets nieuws,
  201. dus bedrijven hebben moeite te innoveren
  202. en blijven achter.
  203. We kunnen meer ruimte scheppen voor groei

  204. door met elkaar in gesprek te gaan
  205. over wanneer we
    in welke omgeving willen zijn.
  206. Op welk vlak willen we
    ons verbeteren en hoe?
  207. En wanneer willen we uitvoeren
    met zo weinig mogelijk fouten?
  208. Op die manier
    begrijpen we beter wat succes is
  209. en hoe we elkaar het beste kunnen helpen.
  210. Maar wat als we voortdurend
    in een veeleisende omgeving zitten

  211. en we denken dat we zo'n gesprek
    niet kunnen aangaan?
  212. Dan zijn er drie dingen
    die we zelf toch kunnen doen.
  213. Ten eerste kunnen we losse eilandjes
    creëren in die veeleisende oceaan.
  214. Hier zijn de gevolgen van fouten beperkt.
  215. We kunnen bijvoorbeeld een mentor
    of een collega zoeken
  216. om ideeën mee uit te wisselen
    of een gevoelig gesprek te voeren
  217. of een rollenspel te doen.
  218. Of we kunnen vragen
    om feedbackgesprekken tijdens projecten.
  219. Of we kunnen tijd vrijmaken voor lezen,
    video's kijken of online cursussen doen.
  220. Het zijn maar een paar voorbeelden.
  221. Ten tweede kunnen we uitvoeren
    en presteren naar verwachting,
  222. maar ons vervolgens afvragen
    wat er beter kan,
  223. zoals Beyoncé doet,
  224. en we kunnen experts
    observeren en imiteren.
  225. Het observeren, reflecteren
    en aanpassen vormt een leeromgeving.
  226. Ten slotte kunnen we de leiding nemen
  227. en de drempel verlagen voor anderen
    door onze verbeterpunten te delen,
  228. door vragen te stellen
    over wat we niet weten,
  229. door om feedback te vragen
    en onze fouten te delen
  230. en wat we ervan geleerd hebben,
  231. zodat anderen hetzelfde durven te doen.
  232. Echt zelfvertrouwen

  233. gaat over het vormgeven
    van een voortdurend leerproces.
  234. Stel je voor dat we in plaats van
    steeds maar te doen, doen, doen,
  235. te presteren, presteren, presteren,
  236. we meer tijd zouden besteden
    aan onderzoeken,
  237. vragen,
  238. luisteren,
  239. experimenteren, reflecteren,
  240. proberen en op weg zijn?
  241. Stel je voor dat iedereen
    altijd wel bezig was
  242. om iets beter te kunnen.
  243. Stel je voor dat we meer laagdrempelige
  244. eilandjes zouden creëren.
  245. En stel je voor dat het helder zou zijn,
  246. voor onszelf en voor teamgenoten,
  247. wanneer we proberen te leren
    en wanneer we proberen te presteren,
  248. dan zouden onze acties
    doeltreffender worden,
  249. onze vooruitgang oneindig
  250. en ons 'best' nog beter?
  251. Bedankt.