YouTube

Got a YouTube account?

New: enable viewer-created translations and captions on your YouTube channel!

Dutch subtitles

← Tolkiens Groote Oorlog

Get Embed Code
29 Languages

Showing Revision 13 created 11/20/2016 by Dries Van der Smissen.

  1. John Ronald Reuel Tolkien
    werd geboren op 3 januari 1892.

  2. Hij en z'n broer Hillary
    kenden een moeilijke jeugd.
  3. Toen John pas vier jaar oud was, stierf
    hun vader, Arthur, aan reumatische koorts.
  4. Hun moeder Mabel was 'n arme weduwe,
    en moest de kinderen thuis opleiden.
  5. Ze speelde 'n cruciale rol
    in hun opvoeding.
  6. Tolkien was 'n slimme jongen,
    en was gefascineerd door talen.
  7. Hij legde het toegangsexamen af aan
    King Edwards, in Birmingham, en slaagde.
  8. Vanaf de herfst van 1900
    betaalde Tolkien twaalf pond per jaar
  9. om een opleiding te mogen volgen in een school
    waar hij z'n capaciteiten ten volle kon ontplooien.
  10. King Edward was zeer belangrijk voor Tolkien.
    Hij had zeer veel talent.
  11. King Edward bood hem
    veel mogelijkheden,
  12. en het gezelschap van andere jongens,
    die evenveel talent hadden.
  13. En dat was zeer uitzonderlijk
    in het geval van Tolkien.
  14. Hij speelde niet enkel rugby
  15. maar hij leidde ook de debatclub
    en de literatuurclub.
  16. Hij was de bezieler ervan.
  17. Hij miste de school vast verschrikkelijk,
    toen hij er vertrok.
  18. Toen John amper elf jaar oud was, verloren hij
    en z'n broer Hillary hun moeder, Mabel, aan diabetes.
  19. Overmand door verdriet
    stort hij zich volledig op z'n schoolwerk.
  20. Hij blinkt uit op academisch vlak,
  21. maar in 1905 ontmoet hij
    z'n intellectuele rivaal, Christopher Wiseman.
  22. Tolkien ontmoette z'n beste vriend op King Edward,
    Christopher Wiseman, op het rugbyveld.
  23. Hij was 'n musicus en een wiskundige,
    en verschilde helemaal van Tolkien.
  24. Hun vriendschap was zo sterk
    dat ze zichzelf de "Great Twin Brethren" noemden.
  25. Dat was een verwijzing naar
    "The Lays of Ancient Rome", van Lord Macaulay.
  26. Ze waren zowat elkaars rivalen,
    en beiden zeer academisch aangelegd.
  27. Wiseman was zeer slim, en interesseerde zich
    in vrijwel dezelfde dingen als Tolkien.
  28. Hij was geïnteresseerd in talen.
    Hij leerde zichzelf hiërogliefen, denk ik.
  29. Tolkien en Wiseman hebben elkaar beïnvloed
  30. en ze discussieerden altijd zeer sterk
    over al hun levensovertuigingen.
  31. Wiseman was 'n getalenteerde muzikant,
    terwijl Tolkien zowat toondoof was.
  32. Tolkien was ook bevriend met Rob Gilson,
    de zoon van het schoolhoofd.
  33. Tolkien, Wiseman en Gilson bleven
    zeer goede vrienden, ook na hun schoolcarrière.
  34. Maar buiten de schoolmuren stond Tolkiens leven
    nogmaals op het punt te veranderen.
  35. Tolkien woonde samen met z'n broer.
  36. Toen hij zestien jaar was,
    ontmoette hij Edith Bratt,
  37. die toen negentien jaar was.
  38. Ze was een knappe jonge vrouw,
    en een getalenteerde pianiste.
  39. En ze was ook een wees.
  40. Ze vonden elkaar in hun gedeeld verdriet,
    maar ook in hun hoop en dromen.
  41. Het probleem tussen Edith en Ronald,
    zoals ze hem noemde,
  42. was dat hij rooms-katholiek was,
    terwijl zij anglicaans was.
  43. Broeder Francis Morgan, Tolkiens voogd,
    vond dit verschil onoverbrugbaar.
  44. Hij geloofde ook dat Edith Tolkien zou afleiden
    van z'n pogingen om aan Oxford te kunnen beginnen.
  45. Francis Morgan verbood hen
    om elkaar te zien of te schrijven.
  46. Tolkien had enkel nog
    z'n vrienden van King Edward.
  47. Tijdens die laatste periode
    van z'n tijd in Birmingham
  48. begon Tolkien open te bloeien,
    en voelde hij er zich thuis.
  49. Hij deelde er de lakens uit,
    samen met z'n vrienden.
  50. Tolkien maakte 'r het beste van
    tijdens z'n laatste jaar.
  51. Samen met z'n vrienden
    richtte hij een studentenclub op.
  52. De studenten spraken af
    in de schoolbibliotheek.
  53. Ze zetten thee,
    hoewel dat verboden was.
  54. Na schooltijd spraken ze vaak af
    in Barrows Stores, een café in Birmingham.
  55. En dus noemden ze zichzelf spottend
    de "Teaclub and Barrovian Society",
  56. ofwel de TCBS.
  57. Tolkien en Wiseman waren waarschijnlijk
    de kern van de TCBS. De rest van de leden varieerde.
  58. Zo was er Robert Quilter Gilson,
    de zoon van de directeur.
  59. Rob was een beschaafde en sociale jongeman.
    Hij hield de groep bijelkaar.
  60. Hij was zeer gastvrij,
    en vond altijd iets om over te praten.
  61. Hij was een aangename, artistieke jongeman,
    die graag tekende.
  62. Hij was een getalenteerde artiest,
    en wou zeer graag architect worden.
  63. Later kwam daar ook Geoffrey Bache Smith bij.
  64. Hij was gefascineerd door
    de Keltische mythologie.
  65. Dat had hij gemeenschappelijk met Tolkien.
  66. Smith was een echte poëziekenner.
  67. Hij introduceerde Tolkien
    in de moderne poëzie.
  68. Toen Tolkien begon gedichten te schrijven
  69. liet hij zich inspireren door Smith en de rest.
    En zo is Tolkien beginnen schrijven.
  70. In het begin draaide het allemaal om plezier.
  71. Maar tijdens de oorlog
    groeide dit uit tot een gezelschap
  72. waaruit ze allemaal
    veel steun en troost konden halen.
  73. In datzelfde jaar
    eindigde Tolkiens schoolcarrière.
  74. Hij begint aan zijn eerste semester
    aan de universiteit van Oxford.
  75. Vlak voor z'n eenentwintigste verjaardag,
    en het einde van de voogdij van broeder Frances,
  76. schrijft Tolkien een brief aan Edith,
    en minder dan een week zijn ze weer bij elkaar.
  77. Edith is verloofd met 'n andere man.
  78. Maar ondanks de schande
    verbreekt ze de verloving,
  79. zodat ze bij Ronald kan zijn.
  80. In de komende maanden
    neemt de onrust op het Europese vasteland toe.
  81. Op 28 juni 1914 veranderde alles.
  82. Gavrilo Princip wordt gearresteerd
    voor de moord op aartshertog Frans Ferdinand.
  83. Er breekt 'n diplomatieke crisis uit.
  84. In enkele weken tijd verkeren
    de Europese grootmachten in staat van oorlog.
  85. Duitsland valt België binnen, waarop
    Groot-Brittannië hen de oorlog verklaart.
  86. Het Parlement roept het volk op
    om de wapens op te nemen.
  87. Er was niet meteen
    sprake van een wapenwedloop,
  88. De mensen traden pas toe in het leger
    toen die vreselijke verhalen opdoken.
  89. Pas vanaf dat moment
    werd het engagement algemeen.
  90. Men was opgewonden over de oorlog.
  91. Men dacht zeer naïef
    dat hun jonge mannen
  92. hierdoor hun dromen
    zouden kunnen waarmaken.
  93. Er was 'n groot gevoel
    van patriottisme en plichtsbesef
  94. tegenover Groot-Brittannië en haar waarden.
  95. Ze hadden nog een rekening te vereffenen
    met Duitsland.
  96. Men dacht de Duitsers eens goed
    op hun neus te kunnen slaan.
  97. De Duitsers waren lafhartig
    en moesten 's op hun plaats gezet worden.
  98. Ze sloten zich aan uit economische noodzaak.
    En dat zie je bij elke oorlog.
  99. Het leven was niet erg opwindend.
  100. Het idee om zich in te schrijven in het leger
  101. en deel te kunnen uitmaken van
    een grote gebeurtenis, was vast aanlokkelijk.
  102. Ze zagen het als iets romantisch,
    en waren op voorhand gedoemd te falen.
  103. We weten allemaal
    waar WO I toe geleid heeft.
  104. Het was geen levendige oorlog.
    Er was geen wapengekletter of trompetgeschal.
  105. De oorlog werd eerder overheerst
    door machinegeweren en artilleriegeschut.
  106. Hun verwachtingen van de oorlog
    bleken niet te kloppen.
  107. Ze hoopten vooral dat de oorlog voorbij zou zijn
    voor ze Frankrijk bereikten.
  108. Tolkien was toen Middeleeuwse heldendichten
    aan het lezen.
  109. En die lieten er geen twijfel over bestaan
    over hoe het er echt aan toe gaat op het veld.
  110. Hij had een veel realistischere kijk
    op de oorlog.
  111. Tolkien zei van zichzelf
    dat hij te veel verbeelding had.
  112. Hij had het niet zo bekeken
    met veldslagen.
  113. Dat geldt niet alleen voor de soldaten
    die moesten gaan vechten,
  114. maar ook voor de politiekers en de generaals.
  115. Veel mensen hadden door
    dat deze oorlog verschrikkelijk kon aflopen.
  116. De brieven van Gilson, Tolkien en Wiseman
    en de gedichten van Smith
  117. getuigen van een grondige vastberadenheid
    om hun plicht te doen
  118. en hun bereidheid
    om hun leven op te offeren.
  119. Ze beseften dat het donkere tijden waren,
    en dat ze moesten volhouden.
  120. G.B. Smith en Rob Gilson
    sloten zich aan bij het leger in 1914.
  121. Tolkiens broer Hillary
    schrijft zich in als klaroener.
  122. En Christopher Wiseman gaat in de marine.
  123. Tolkien staat echter voor 'n dilemma.
  124. Tolkien bevond zich in een moeilijke positie.
  125. Hij had nog een jaar te gaan aan Oxford.
    En hij had z'n diploma zeer erg nodig.
  126. Hij wou aan de slag
    aan de universiteit.
  127. Maar zijn familie beschikte niet over veel geld,
    in tegenstelling tot die van Gilson.
  128. Bijgevolg...
  129. Het wou eerst zijn opleiding afwerken,
    want hij had er drie jaar aan gewijd.
  130. Hij ontdekte een mogelijkheid
    waarin hij zijn legeropleiding kon verzetten
  131. en ondertussen zijn opleiding aan Oxford
    kon afwerken, waar hij met succes in geslaagd is.
  132. Hij volgt z'n goede vriend J.B. Smith
    bij de Lancashire Fusiliers,
  133. en hoopt zo
    om in hetzelfde bataljon te belanden.
  134. Tolkien zocht een manier om zijn talenten
    aan te wenden in de oorlog.
  135. Namelijk talen en schrijfsystemen.
    Hij was gefascineerd door codes en dergelijke.
  136. Het was dus niet meer dan normaal
    dat hij een opleiding tot seiner volgde.
  137. Hij mocht met de nieuwste technologieën werken.
    En dat moet hij interessant gevonden hebben.
  138. Hij gebruikte de radio, seinen en semaforen.
  139. Hij leerde de morsecode
    en het gebruik van lantaarns,
  140. en veldtelefoons,
    wat later niet bleek te werken.
  141. Uiteindelijk werd hij uitgeroepen
    tot seinofficier.
  142. Hij was verantwoordelijk
    voor de communicatie
  143. van 'n bataljon van zeshonderd tot duizend man,
    afhankelijk van de beschikbare mannen.
  144. Hij vormde een schakel
    tussen de verschillende commandoniveau's.
  145. Hij moest ervoor zorgen
    dat de juiste mensen de juiste orders kregen.
  146. En hij was natuurlijk ook verantwoordelijk
    voor de verdere doorgave van die informatie.
  147. Hij was 'n absolute spilfiguur
  148. in een oorlog waar alles draaide
    om de info die je had over de positie van de vijand.
  149. In maart 1916 loopt zijn opleiding af.
  150. Tolkien en Edith weten dat hij naar het front
    gestuurd zal worden. Ze besluiten te trouwen.
  151. Slechts twee maanden later
    moet Tolkien vertrekken naar Frankrijk.
  152. Hun wegen scheiden. Ze weten niet
    of ze elkaar ooit nog zullen weerzien.
  153. Wanneer Tolkien aankomt aan het front
    is de oorlog bijna twee jaar aan het woeden.
  154. De tol is duidelijk.
    Het landschap is verwoest, en er zijn veel doden.
  155. In 1915 komt de loopgravenoorlog
    nagenoeg tot stilstand.
  156. Er komen duizenden nieuwe soldaten aan.
    Ze bereiden zich voor op het grote offensief.
  157. Tolkiens bataljon blijft op de reservelijst.
  158. Maar hij vreest voor de levens
    van z'n schoolvrienden aan het front.
  159. Een maand na zijn aankomst in Frankrijk
    lanceren de Geallieerden het Somme-offensief.
  160. Om halfacht 's ochtends op zaterdag 1 juli
  161. komen de Britse troepen
    uit hun loopgraven.
  162. Op de eerste dag van het offensief
    komen twintigduizend mannen om.
  163. Vijfendertigduizend soldaten raken gewond,
    en tweeduizend zijn vermist.
  164. Het plan viel snel in duigen.
    Het brokkelde zeer snel uit elkaar.
  165. De mannen die naar boven kwamen
    waren ten dode opgeschreven.
  166. Eén op vijf soldaten
    die op die dag uitrukten kwam om.
  167. Het was de meest rampzalige dag
    in de Britse oorlogsgeschiedenis.
  168. Het was 'n tragedie voor het hele land.
  169. Sommige dorpen verloren die dag
    al hun jonge mannen.
  170. Er stierven veel onschuldigen.
  171. Die twintigduizend gesneuvelden
    deden de Britse attitude omslaan.
  172. En misschien ook de verhouding tussen diegenen
    die de orders stelden en zij die ze uitvoerden.
  173. Tussen de vele doden
  174. zat ook Tolkiens goede vriend
    en lid van de TCBS, Robert Gilson.
  175. Hij leidde z'n peloton over de richel,
  176. voerde zijn soldaten aan,
    en werd neergeschoten in niemandsland.
  177. Hij maakte deel uit van de vierde aanvalsgolf.
    Hij zag hoe de eerste poging mislukte.
  178. En hoe ook de tweede golf mislukte.
    En ook de derde daarna.
  179. En dan moest hij naar het slagveld,
    als deel van de vierde golf.
  180. En toch winnen ze.
  181. En dat was misschien wel
    het meest tragische van 1 juli 1916.
  182. Deze generatie had zoveel vertrouwen
    in hun meerderen,
  183. en was zo toegewijd aan hun vrienden
  184. dat ze bereid waren
    hun leven op te offeren voor hen.
  185. Tolkien vernam de feiten na zijn actie
    aan de Somme, enkele weken later.
  186. Hij was helemaal overstuur.
  187. Zijn geloof werd er erg door op de proef gesteld.
  188. Net als de andere leden van de groep
  189. zag hij de TCBS als een vriendenclub
    met idealen, en een begeestering.
  190. Ze hadden iets te bieden aan de wereld.
  191. Ze waren alle vier onmisbaar.
    En nu was één van hen dood.
  192. Welke invloed moet dat gehad hebben
    op hun doel, en Tolkiens doel?
  193. Geoffrey Smith schreef Tolkien een brief,
  194. waaruit duidelijk bleek
    dat hij zich ten einde raad voelde.
  195. Hij had het gevoel dat
    hun vriendschapsband gebroken was.
  196. Rob zou nooit een architect kunnen worden.
  197. Hij zou zijn dromen nooit meer kunnen waarmaken.
  198. Tolkien had er best wel wat tijd voor nodig
    voor hij dit te boven was gekomen.
  199. De andere twee leden, Wiseman en Smith,
    waren vastberaden om hem te overtuigen
  200. dat de TCBS zou blijven bestaan.
    En daar trok Tolkien zich vast aan op.
  201. Tolkien schrijft naar Robs vader, de directeur
    van King Edward, en biedt z'n medeleven aan.
  202. De TCBS verloor een knappe jongeman,
    een getalenteerde artiest, en meer pijnlijk,
  203. een goede vriend.
  204. De oorlog begint nu pas echt voor Tolkien.
  205. In de volgende maanden ontdekt hij
    de ontberingen van de loopgravenoorlog.
  206. Hij bracht z'n tijd door
    in en naast de loopgraven.
  207. De bataljons roteerden.
  208. Van het front naar de reserven, en dan op rust,
    zoals ze het lachend noemden.
  209. Maar in feite was het training.
  210. Tolkien sprak van de algemene vermoeidheid
    tijdens de oorlog.
  211. Tijdens deze periode
    werden ze drie keer aangevallen.
  212. Hij had geluk dat hij niet
    in het eerste Somme-offensief zat.
  213. Hij bevond zich enkele kilometers
    achter de frontlinie.
  214. Zijn bataljon voerde het tweede offensief
  215. tegen het dorpje Oviers
    op de Duitse frontlinie.
  216. Eén van de eerste dingen die hem opvielen
  217. was de chaotische communicatie.
    Het ging er heel primitief aan toe.
  218. Het was slechts deels afgewerkt,
    en beschadigd door de oorlog.
  219. Zijn seingevers moesten
    het niemandsland oversteken met berichten
  220. waarop stond dat men aangekomen was,
    of dat men gevangen genomen had.
  221. Ze gebruikten duiven.
    Die waren zeer betrouwbaar.
  222. Eén van Tolkiens seiners
    won een medaille
  223. omdat hij erin geslaagd was
    zijn duiven over het niemandsland te sturen.
  224. De aanval is een succes.
    Veel soldaten worden gevangengenomen.
  225. Eén van Tolkiens belangrijkste veldslagen
    zal uiteindelijk ook z'n laatste zijn;
  226. de aanval op Regina Trench.
  227. In oktober 1918 was het slagveld
    omgetoverd tot een modderpoel.
  228. De aanval werd uitgesteld
    door de hevige regenval.
  229. Maar op 21 oktober was de grond
    plotseling rotshard bevroren,
  230. waardoor de aanval kon doorgaan.
  231. Hij heeft mensen zien omkomen met geweld.
  232. Hij heeft ook extreme angst
    aanschouwd en doorgemaakt.
  233. Voor zover we weten heeft hij de
    loopgravenoorlog nooit in detail beschreven.
  234. Maar in één van zijn brieven vatte hij het
    samen in twee woorden; "beestelijke horror".
  235. Het reduceert je van 'n mens
  236. tot een walgelijk beest,
    dat wanhopig wil overleven.
  237. Als je "The Lord of the Rings" 's naleest,
  238. dan valt het op dat personages
    geconfronteerd met extreme angst
  239. altijd worden beschreven
    als "versteend van angst",
  240. "overmand door angst."
  241. Veel loopgraven werden
    oncomfortabel gehouden.
  242. De generaals wilden de soldaten doen geloven
    dat ze maar tijdelijk waren,
  243. dat ze snel verder zouden gaan.
    Dat ze zich hier niet thuis moesten voelen.
  244. Tolkien zit aan het westfront
    en mist zijn thuis.
  245. Brieven van en naar Edith zijn z'n enige houvast.
  246. Omwille van het strategisch belang mag
    hij zijn locatie niet onthullen in z'n brieven.
  247. Dus ontwikkelt hij een code
    om Edith op de hoogte te houden van z'n locatie.
  248. Hij overliep de brief die hij naar haar geschreven had
  249. en zette een punt boven de letters
    van de naam van zijn locatie.
  250. Edith duidde met kopspelden aan
    waar Tolkien zich bevond op ieder moment.
  251. Na de geslaagde aanval op Regina's Trench
    keert het bataljon terug van het front.
  252. Ze paraderen voor de legertop.
  253. Maar Tolkien wordt ziek.
  254. Loopgravenkoorts ontstaat door
    het gebrek aan hygiëne in de loopgraven.
  255. Het wordt doorgegeven door luizen.
    De symptomen zijn zeer onaangenaam.
  256. Hoofdpijn, maagkrampen,
  257. mogelijk pijn in de gewrichten en botten.
    Wondjes aan de huid.
  258. Je kunt er niet aan sterven, maar het kan je
    totaal nutteloos maken als soldaat.
  259. Christopher Wiseman deelt Tolkien mee
    dat G.B. Smith gesneuveld is in de oorlog.
  260. De Slag om de Somme was afgelopen.
  261. Smith organiseerde 'n voetbalmatch
    voor de soldaten, zo'n vier mijl achter de linie.
  262. 'n Afgeweken bom kwam naast hem tot ontploffing.
  263. Hij werd geraakt door de bomscherven.
    Hij ontwikkelde gasgangreen,
  264. Hij stierf enkele dagen later.
  265. Tijdens z'n opleiding, begin 1916,
    ontving Tolkien een brief van G.B. Smith,
  266. die op dat moment in de Franse loopgraven zat.
  267. Smith moest die nacht patrouilleren.
  268. De soldaat van de avond voordien
    was gevangengenomen, en wellicht gedood.
  269. Het was zowat de gevaarlijkste taak aan het
    westfront, en Smith moest deze taak nu vervullen.
  270. Maar eerst stuurde hij
    nog een brief naar Tolkien
  271. waarin hij schreef...
  272. "Ik sta op het punt te vertrekken op patrouille.
  273. Ik ben 'n grote fan
    van wat je geschreven hebt
  274. en wat je nog zult schrijven."
  275. Hij zei dat hij zeker wist
    dat Tolkien uitverkoren was.
  276. Je moet je boeken uitgeven.
  277. Smith was eigenlijk
    de eerste fan van Middenaarde.
  278. In zijn brief schreef Smith dat zijn dood
    niet het einde zou betekenen voor de TCBS.
  279. Hij noemde hen "de Onsterfelijke Vier".
  280. Tolkien schreef de dingen
    die Smith had willen zeggen,
  281. lang nadat hij nog in staat was om ze te zeggen.
  282. Da's zeer ontroerend.
  283. Hoewel Tolkien
    zijn eigen weg ging,
  284. denk ik toch dat hij
    tijdens zijn latere carrière
  285. hun gedeelde artistieke dromen wou waarmaken.
  286. Hij slaagde erin al zijn moed te verzamelen.
  287. Misschien zag hij Smith wel als een voorbeeld
  288. waaraan hij wou voldoen.
  289. In de zomer van 1918 verzamelden
    Tolkien en Wiseman enkele van Smiths gedichten,
  290. en publiceerden ze in een klein boek,
    getiteld "A Spring Harvest".
  291. Tolkiens oorlog zit erop, maar zijn
    ervaringen zullen hem altijd bijblijven,
  292. en zullen vaak terugkeren in zijn verhalen.
  293. Tolkiens oorlogservaringen zullen een
    belangrijke rol spelen in zijn mythologie.
  294. Vlak na zijn terukeer van de Somme,
    schreef hij "De Val van Gondolin",
  295. het eerste verhaal uit zijn mythologie
    waarin veldslagen plaatsvinden..
  296. Het fascinerende hieraan is dat de vijand
  297. voor het eerst "draken",
    "beesten" of "monsters" inzet.
  298. Maar Tolkien beschrijft ze
  299. als rijdende metalen monsters die vuurspuwen,
    en waaruit troepen tevoorschijn komen.
  300. Een duidelijke verwijzing naar tanks,
    het geheime wapen van de Britten
  301. dat voor de eerste keer
    gebruikt werd aan de Somme.
  302. In "The Lord of the Rings" staat
    een reisgenootschap centraal,
  303. dat moet vechten op verschillende fronten,
    net zoals de TCBS.
  304. Het is ondenkbaar dat Tolkien bij het schrijven
    van het uiteenvallen van het Reisgenootschap
  305. niet beïnvloed zou geweest zijn
    door z'n eigen verlies tijdens WOI,
  306. en het uiteenvallen van de TCBS.
  307. In één van de laatste brieven vermeldt Tolkien
  308. dat de Dode Moerassen die Frodo,
    Sam en Gollem moeten oversteken
  309. geïnspireerd zijn door het gebied
    rond de Somme, waar hij gevochten heeft.
  310. Frodo en Sam symboliseren de relatie tussen
  311. 'n officier en z'n ondergeschikte.
  312. En Tolkien zei ook dat Sam Gamgee
    geïnspireerd was
  313. op de lakeien van de soldaten
    uit de Eerste Wereldoorlog.
  314. Frodo symboliseert de gevoelens
    van 'n jongeman zoals Tolkien,
  315. die ongewild terechtkomt in 'n oorlog,
    en een zware last moet dragen,
  316. een zware plicht.
  317. Frodo ontwikkelt duidelijk symptomen
  318. van wat we nu post-traumatisch
    stresssyndroom zouden noemen.
  319. of hoe men het toen ook noemde, shell shock.
  320. Hij schermt zich af van de wereld,
    en trekt zich terug in zichzelf.
  321. Hij kan zich niet meer herinneren
    hoe gras aanvoelt, of hoe zonlicht aanvoelt.
  322. Als de oorlog eropzit in "The Lord of the Rings"
    wordt Frodo niet gevierd als een held.
  323. Hij is zichtbaar getraumatiseerd,
    en dat gold ook
  324. voor de vele soldaten
    die terugkwamen van het westfront.
  325. Ze waren niet in staat om te praten over
    hun ervaringen, die hen zo diep hadden geraakt.
  326. De generatie die in WO I
    gevochten heeft is ongetwijfeld heldhaftig.
  327. De opofferingen van die generatie
    waren uitzonderlijk.
  328. Het was 'n tragisch verlies,
    niet enkel voor de familie en vrienden,
  329. maar voor de hele samenleving.
  330. Het schudde
  331. onze oude opvattingen
    over eer en glorie door elkaar.
  332. Het was de eerste echte oorlog
    waarin machines werden ingezet.
  333. Zoveel duizenden, en uiteindelijk
    zelfs miljoenen mensen
  334. kunnen worden uitgeroeid, zonder dat ze
    hun vijand ooit in de ogen hadden gekeken.
  335. Deze mannen hadden niet de luxe
    om alleen te sterven. Ze stierven in massa's.
  336. Het zijn die aantallen die ons zo aangrijpen.
  337. Daarom organiseren we al die herdenkingen
    in Thiepval en aan de Menenpoort,
  338. met die ellenlange lijst namen.
  339. De lichamen zijn verdwenen.
    De levens van die mensen zijn op slag verdwenen.
  340. Als je de King Edwards Chronicle leest, zoals
    ik gedaan heb voor m'n onderzoek naar Tolkien,
  341. dan leer je de jongens kennen
    waarmee hij opgroeide.
  342. dan zie je hun verwezenlijkingen,
  343. dan zie je hoe intelligent ze waren,
    hoe creatief en briljant.
  344. En dan zie je hoe ze
    op de Eerste Wereldoorlog afstevenen.
  345. Deze jongens hadden hun hele leven nog voor hen.
  346. We zeggen het vaak,
    maar ze zijn ons te vroeg ontnomen.
  347. Ze zaten vol levenslust en ambitie.
  348. Ze wouden vanalles doen met hun professioneel
    en privéleven. En dat gaat niet meer.
  349. Het is verbazingwekkend
    hoe Tolkien dit alles overleefde
  350. en daarna zo'n meesterwerken kon schrijven,
    die onze cultuur hebben bepaald.
  351. Je kunt je afvragen hoeveel mensen
    dit niet overleefd hebben.
  352. Welk potentieel hadden ze nog,
    maar hebben ze nooit kunnen uiten?
  353. Het verlies is ondenkbaar.
  354. G.B. Smith geeft ons 'n kortstondige blik
  355. van 'n jongeman, die nog
    z'n hele leven voor zich had,
  356. maar die slechts weinig van z'n dromen
    heeft kunnen waarmaken.
  357. Er werd in die generatie niet gepraat
    over gevoelens.
  358. Het psychologisch effect daarvan
    zinderde nog lang na.
  359. Vele overlevenden van de oorlog ondervonden
    dat ze niet met vrede konden omgaan.
  360. In de kapel van King Edwards
  361. staan de namen van 245 oud-studenten
    gegraveerd op acht koperen gedenkplaten.
  362. Ze sneuvelden
    tijdens de Eerste Wereldoorlog.
  363. Tolkien en z'n vrienden van de TCBS
    zijn slechts vier van bijna 1500 ex-studenten
  364. die gehoor gaven aan de roep van hun land,
    en meevochten in de Groote Oorlog.
  365. Elk van hun verhalen is het vertellen waard.
  366. Je kunt rondlopen op kerkhoven
    in Noord-Frankrijk
  367. die nu bijna kathedralen zijn geworden.
  368. We moeten ons enkele zeer belangrijke vragen
    stellen over de aard van oorlog en opoffering.
  369. En de grootte van die opoffering,
    in het geval van de Eerste Wereldoorlog.
  370. Welke oorlog kan die opoffering waard zijn?
  371. 1403 oude Edwardianen dienden ons land
    tijdens het conflict. Bijna één op vijf kwam om.
  372. Naar schatting zijn er toen meer dan 16 miljoen
    mensen gestorven. 20 miljoen mensen kwamen om.
  373. vertaling: Dries Van der Smissen