Dutch subtitles

← Waarom voor echt innovatief onderzoek een sprong in het onbekende nodig is

Get Embed Code
29 Languages

Showing Revision 16 created 07/07/2020 by Axel Saffran.

  1. Halverwege mijn promotieonderzoek
    liep ik hopeloos vast.
  2. Elke richting die ik insloeg,
    liep uit op niets.
  3. Het was alsof mijn basishypothesen
    ineens niet meer werkten.
  4. Ik voelde me als een piloot in de mist
    en was mijn richtingsgevoel kwijt.
  5. Ik scheerde me niet meer.
  6. Ik kon 's ochtends niet opstaan.
  7. Ik voelde me te onwaardig
    om nog op de universiteit te komen.
  8. Ik was niet als Einstein of Newton,
    of welke bekende wetenschapper dan ook.
  9. Want de wetenschap draait
    om resultaten, niet om het proces.
  10. Ik kon dus overduidelijk
    geen wetenschapper zijn.
  11. Maar ik had genoeg steun.

  12. En ik heb het doorstaan.
  13. En ik ontdekte iets nieuws over de natuur.
  14. Dat is een geweldig gevoel van kalmte,
  15. om de enige op aarde te zijn,
  16. die een nieuwe natuurwet kent.
  17. En toen begon ik
    aan mijn tweede promotieproject.
  18. En het gebeurde weer.
  19. Ik liep vast en heb het doorstaan.
  20. En ik bedacht me toen:
    dit kan een patroon zijn.
  21. Ik vroeg het mijn collega's
    en zij zeiden:
  22. "Ja, dat is ons ook overkomen!,
    alleen heeft niemand ons erover verteld."
  23. We dachten dat wetenschap bestond uit
    logische stappen van vraag naar antwoord.
  24. Maar onderzoek doen is iets heel anders.
  25. In diezelfde periode acteerde ik
    in een improvisatiegezelschap.

  26. Dus overdag natuurkunde.
  27. 's Avonds lachen, springen, zingen
    en gitaarspelen.
  28. Improvisatietheater is net als wetenschap.
  29. Het gaat in op het onbekende.
  30. Je moet een scène spelen
    zonder regisseur, zonder script,
  31. zonder te weten wat je gaat uitbeelden
    of wat de andere personages gaan doen.
  32. Maar er is een verschil
    met wetenschap.
  33. Als improvisator vertellen ze
    meteen wat er gaat gebeuren.
  34. Het zal jammerlijk mislukken.
  35. Je gaat vastlopen.
  36. En we oefenden met creatief blijven,
    terwijl we vast zaten.
  37. Zo deden we een oefening,
    waarbij we in een cirkel stonden.
  38. En om de beurt moesten we
    's werelds slechtste tapdans doen.
  39. En alle anderen klapten
    en moedigden je aan
  40. en steunden je op het toneel.
  41. Toen ging ik lesgeven.

  42. Ik moest mijn studenten
    begeleiden bij hun onderzoek.
  43. En ik realiseerde me opnieuw
    dat ik niet wist wat ik moest doen.
  44. Ik had duizenden uren besteed aan
    natuurkunde, biologie en scheikunde.
  45. Maar ik had geen idee
    hoe ik een mentor moest zijn.
  46. Hoe ik iemand in het onbekende
    kon begeleiden, motiveren.
  47. Dus wendde ik me tot improvisatie.

  48. Ik vertelde mijn studenten vanaf het begin
    wat er gebeurt als je onderzoek gaat doen.
  49. En dit heeft te maken met
    ons mentale schema van onderzoek doen.
  50. Elke keer dat iemand iets doet,
  51. zoals dit bord aanraken,
  52. dan maken de hersenen een schema,
    ze voorspellen wat mijn spieren doen.
  53. nog voordat ik mijn hand beweeg.
  54. En als ik vastloop, als het schema
    niet past bij de realiteit,
  55. ontstaat extra stress
    of 'cognitieve dissonantie'.
  56. Daarom moeten schema's
    bij de realiteit passen.
  57. Maar als je gelooft wat je leert
    over wetenschap en uit studieboeken,
  58. dan denk je waarschijnlijk
    dat onderzoek als volgt werkt.
  59. Als A de vraag is
  60. en B het antwoord,
  61. dan is onderzoek een directe lijn.
  62. Het probleem is dat
    als een experiment mislukt
  63. of een student ontmoedigd raakt,
  64. dit als volkomen verkeerd wordt gezien
    en enorm veel stress veroorzaakt.
  65. Daarom leer ik mijn studenten
    een realistischer schema.
  66. Hier is een voorbeeld,
    waarin dingen niet bij je schema passen.
  67. Dus ik leer mijn studenten
    een ander schema.

  68. Als A de vraag is
  69. en B het antwoord ...
  70. Blijf creatief in de waas.
  71. ... en je begint.
  72. En experimenten mislukken
    en mislukken en mislukken.
  73. Totdat je een plek bereikt
    met negatieve emoties.
  74. Het lijkt dan alsof je uitgangspunten
    niet meer kloppen.
  75. Alsof iemand je onderuithaalt.
  76. En ik noem die plek 'de waas'.
  77. Hoe lang de waas duurt, is verschillend.
  78. Een dag, een week,
    een maand, een jaar,
  79. een hele carrière lang.
  80. Maar soms,
    met wat geluk en genoeg steun,
  81. zie je in de informatie die je hebt,
    of peinzend over de vorm van de waas,
  82. een nieuw antwoord.
  83. C, en je besluit om ervoor te gaan.
  84. En experimenten mislukken en mislukken.
  85. Maar je komt er wel,
  86. en dan vertel je iedereen erover
    in een paper, genaamd 'Van A naar C'.
  87. Als communicatie is dit prima.
  88. Maar vergeet niet de weg ernaartoe.
  89. De waas is onderdeel van onderzoek doen.

  90. Het is een vast onderdeel van ons vak,
    want de waas bewaakt de grens.
  91. De waas bewaakt de grens
    tussen het bekende ...
  92. ... en het onbekende.
  93. Want om iets nieuws te ontdekken,
    moet je minstens één aanname loslaten.
  94. En dat betekent dat
    wij wetenschappers iets heldhaftigs doen.
  95. We zoeken telkens de grens
    tussen bekend en onbekend
  96. en trotseren de waas.
  97. Je ziet dat ik punt B als bekend beschouw,
    want we kenden het al aan het begin.

  98. Maar C is altijd interessanter
    en belangrijker dan B.
  99. Dus B is nodig aan het begin,
    maar C is veel diepgaander.
  100. En dat is zo geweldig aan onderzoek.
  101. Het woord 'waas',
    heeft veel veranderd in mijn klas.

  102. Ze komen naar me toe en zeggen:
    "Uri, ik zit in de waas."
  103. Dan zeg ik:
    "Mooi, dan voel je je vast ellendig."
  104. Maar ik ben wel blij dat we de grens
    tussen bekend en onbekend naderen
  105. en dat we misschien
    iets heel nieuws gaan ontdekken.
  106. Want zo werkt onze geest:
  107. als we weten dat
    de waas normaal en essentieel is,
  108. en eigenlijk mooi,
  109. dan gaan we bij de waas-fanclub.
  110. (Gelach)
  111. Het neemt het gevoel weg
    dat er iets grondig mis is met mij.
  112. Als mentor weet ik wat ik moet doen,
    namelijk de student nog meer ondersteunen.
  113. Psychologisch onderzoek toont aan
    dat angst en wanhoop je beperken.
  114. Je blijft dan bij het bekende
    en denkt heel voorzichtig.
  115. Om de risicovolle paden te bewandelen,
    moet je uit de waas komen.
  116. Dat kan met emoties als steun en hoop,
    die uit verbondenheid stammen.
  117. Net als in improvisatietheater, verken je
    de waas in onderzoek het beste samen.
  118. Bij het improviseren leer je
    ook een effectieve gesprekstechniek

  119. die je in de waas kunt gebruiken.
  120. Deze techniek is gebaseerd op
    het centrale principe van improvisatie.
  121. Dus improvisatie was ook hier nuttig.
  122. Je zegt dan: "Ja, en ...",
    op wat de andere acteurs zeggen.
  123. Je gaat dus mee in wat wordt gezegd
    door te zeggen: "Ja, en ...".
  124. Als één acteur zegt:
    "Hier ligt een plas",
  125. en de ander zegt:
    "Nee, dat is het podium",
  126. dan is het afgelopen.
  127. Dan valt het spel stil
    en is iedereen gefrustreerd.
  128. Dit heet een 'blokkade'.
  129. Dit komt veel voor
    in wetenschappelijke gesprekken.
  130. "Ja, en ..." klinkt als volgt.

  131. "Hier is een plas."
    "Ja, we springen erin."

  132. "Kijk, een walvis! We pakken
    zijn staart. Hij trekt ons naar de maan!"

  133. Met "Ja, en ..." omzeilen we
    onze innerlijke criticus.

  134. We hebben allemaal een criticus
    die bewaakt wat we zeggen.
  135. Dan denken anderen niet
    dat we schunnig, gek of saai zijn.
  136. Wetenschappers zijn vaak bang
    om onorigineel te zijn.
  137. Met "Ja, en ..." omzeil je
    de criticus en ontketen je creativiteit
  138. waarvan je misschien
    niet eens wist dat je die had.
  139. Daarin ligt vaak
    de oplossing voor de waas.
  140. Dus kennis van de waas en "Ja, en ..."
    maakten mijn lab heel creatief.

  141. Studenten gingen in op elkaars ideeën
    en we ontdekten verrassende dingen
  142. in het grensgebied
    van natuurkunde en biologie.
  143. We zaten bijvoorbeeld een jaar lang vast.
  144. We wilden de complexe netwerken
    in onze cellen begrijpen.
  145. Toen zeiden we:
    "We zitten diep in de waas."
  146. En we hadden een luchtig gesprek,
    waarin mijn student Shai Shen Orr zei:
  147. "Laten we dit netwerk
    gewoon uittekenen op papier."
  148. Ik zei toen niet: "Dat hebben
    we al gedaan en het werkt niet."
  149. Maar ik zei: "Ja, en laten we
    een heel groot stuk papier gebruiken."
  150. En toen zei Ron Milo: "Laten we
    een vel voor een blauwdruk gebruiken."
  151. En toen we het geprinte netwerk bekeken,
    deden we de belangrijkste ontdekking.
  152. Het complexe netwerk bestond uit
    een paar simpele repetitieve handelingen.
  153. Zoals motieven in een glas-in-lood-raam.
  154. We noemden ze 'netwerkmotieven'.
  155. Het zijn de basisschakelingen die
    de logica van cellen helpen verklaren
  156. in alle organismen,
    dus ook ons lichaam.
  157. Kort hierna werd ik uitgenodigd
    om hier presentaties over te geven

  158. aan duizenden collega's wereldwijd.
  159. Maar de kennis over de waas
    en 'Ja, en ...' bleef in mijn eigen lab.
  160. Want in de wetenschap praten we niet
    over het proces, meningen of emoties.
  161. We praten over resultaten.
  162. Dus ik kon er niet over vertellen,
    dat was ondenkbaar.
  163. Ik zag andere wetenschappers vastlopen,
    zonder het te kunnen uitleggen.
  164. En hun denken werd beperkt
    tot de bekende veilige wegen.
  165. Ze bereikten niet
    hun potentie en daar baalden ze van.
  166. Ik dacht: zo werkt het.
  167. Ik maak mijn lab zo creatief mogelijk.
  168. En als iedereen dat ook doet,
    wordt wetenschap steeds beter.
  169. Die manier van denken sloeg om

  170. toen ik Evelyn Fox Keller
    toevallig een presentatie zag geven
  171. over hoe het is
    als vrouw in de wetenschap.
  172. Ze vroeg: "Waarom praten we niet
    over de gevoelsaspecten van wetenschap?
  173. Het is geen toeval,
    het gaat om waarden."
  174. Wetenschap richt zich
    op objectieve en rationele kennis.
  175. Dat is het mooie aan wetenschap.
  176. Maar er is ook een culturele mythe
    over onderzoek doen.
  177. Namelijk dat het vergaren van kennis
    ook alleen objectief en rationeel is.
  178. Zoals Mr. Spock.
  179. Zie je iets als objectief en rationeel,
    dan zie je het tegengestelde,
  180. het subjectieve en emotionele,
    automatisch als niet-wetenschappelijk
  181. of anti-wetenschap, bedreigend.
  182. En dan praten we er niet over.
  183. En toen ik hoorde dat wetenschap
    een cultuur heeft, viel het kwartje.
  184. Als wetenschap een cultuur heeft,
    kan deze namelijk veranderen.
  185. En ik kan daaraan bijdragen
    door mee te werken aan deze verandering.
  186. Dus mijn eerstvolgende lezing
    ging over mijn wetenschap.
  187. Over het belang van de subjectieve
    en emotionele aspecten van wetenschap.
  188. Hoe we erover konden praten.
  189. Ik keek naar het publiek.
  190. En het kwam niet aan.
  191. Wat ik zei landde niet op een congres
    met 10 aaneengesloten presentaties.
  192. Ik probeerde het steeds opnieuw
    op verschillende bijeenkomsten.
  193. Maar ik kwam er niet doorheen.
  194. Ik zat vast in de waas.
  195. En uiteindelijk kwam ik eruit
    door improvisatie en muziek.

  196. Vanaf dat moment geef ik
    altijd twee presentaties.
  197. Een wetenschappelijke en een tweede,
    genaamd 'Liefde en angst in het lab'.
  198. Ik begin met een liedje over
    de grootste angst van wetenschappers.
  199. Namelijk dat we hard werken
    en iets nieuws ontdekken.
  200. En dat iemand hetzelfde
    dan eerder publiceert.
  201. We noemen het 'gescoopt worden',
    en het voelt vreselijk.
  202. Dus durven we niet met elkaar te praten,
    en dat is niet leuk.
  203. We zitten in de wetenschap
    om ideeën te delen en van elkaar te leren.
  204. En daarom speel ik een bluesliedje.
  205. (Applaus)
  206. Het heet 'Weer gescoopt'.
  207. (Gelach)
  208. Ik vraag het publiek of ze
    de achtergrondzangers willen zijn.
  209. En ik zeg:
    "Jullie tekst is 'Scoop, Scoop'".
  210. Het klinkt zo.
  211. Ik ben weer gescoopt.

  212. Scoop! Scoop!

  213. En dan gaan we ervoor.

  214. Ik ben weer gescoopt.

  215. Scoop! Scoop!

  216. Ik ben weer gescoopt.

  217. Scoop! Scoop!

  218. Ik ben weer gescoopt.

  219. Scoop! Scoop!

  220. Ik ben weer gescoopt!

  221. Scoop! Scoop!

  222. O mama, voel je hoeveel pijn het doet?

  223. Hemel, sta me bij, ik ben weer gescoopt.

  224. Bedankt,

  225. Bedankt voor het meezingen.
  226. Iedereen begint te lachen en te ademen.

  227. Ze merken dat de anderen
    dezelfde problemen hebben.
  228. En dan praten we over de emotionele
    en subjectieve aspecten van onderzoek.
  229. Het voelt alsof
    een taboe is doorbroken.
  230. Eindelijk praten we hierover
    op een wetenschappelijk congres.
  231. Na afloop ontstaan er peergroups.
  232. Ze komen regelmatig samen
    en praten over emotie en subjectiviteit.
  233. Over alles wat gebeurt
    tijdens het begeleiden.
  234. Terwijl ze het onbekende betreden.
  235. Ze zijn zelfs opleidingen begonnen
    over het onderzoeksproces.
  236. Over gezamenlijk het onbekende betreden
    en allerlei andere zaken.
  237. Dus mijn visie is als volgt.

  238. Elke wetenschapper weet
    dat materie uit atomen bestaat.
  239. Zo zou ook elke wetenschapper moeten
    weten wat de 'waas' is en 'Ja, en ...'.
  240. Dan wordt de wetenschap veel creatiever.
  241. En zouden er veel meer
    onverwachte ontdekkingen worden gedaan
  242. en dat zou in het voordeel zijn
    van ons allemaal.
  243. En het zou ook veel luchtiger zijn.
  244. Ik hoop dat jullie het volgende
    meenemen van mijn verhaal.
  245. Als je een lastig probleem hebt, zakelijk
    of privé, dan is hier een woord voor:
  246. de waas.
  247. En je kunt erdoorheen komen,
    niet alleen maar samen.
  248. Met iemand die je steunt en die
    'Ja, en ...' zegt als je een idee hebt.
  249. Die helpt om jou 'Ja, en ...' te laten
    zeggen op je eigen ideeën.
  250. Om de kans te vergroten dat
    je rust vindt in de bochten van de waas.
  251. De rust waarin je een glimp opvangt
    van jouw onverwachte ontdekking.
  252. Jouw C.
  253. Bedankt.

  254. (Applaus, Gejuich)