Dutch subtitles

← Demo objecten - Introductie tot Java programmeren

03-05 Demo objecten

Get Embed Code
7 Languages

Showing Revision 3 created 04/01/2018 by Michel Smits.

  1. Hier hebben we BlueJ.
  2. En het zou een goed idee zijn
    als je zelf BlueJ opstartte
  3. en naar les 2 zou gaan
    en Days als project koos.
  4. Wanneer je het opent,
  5. zul je een scherm zien met
    een blok Day hier.
  6. En dit is wat ons objecten geeft.
  7. Ik zal je laten zien hoe je
    een object maakt.
  8. klik met de rechtermuisknop op en
    selecteer de regel met de naam New Day.
  9. Je kunt het nu een naam geven.
  10. Voor nu nemen we
    de systeemgekozen naam.
  11. Hier beneden vind je je eerste object.
  12. Dit is hoe BlueJ objecten weergeeft,
  13. als kleine klodders.
  14. Weinig mensen weten dat
    alle objecten rood zijn.
  15. En om een object te manipuleren,
    klik erop met de rechtermuisknop.
  16. Je kunt het vragen om
    het huidige jaar te krijgen.
  17. Dit is het antwoord.
  18. Deze specifieke dag is ergens in 2013.
  19. Kijk wanneer, de maand is maart, 3,
  20. de dag van de maand is de 20e.
  21. Dat is de dag dat ik deze les
    heb opgenomen.
  22. We kunnen nog een dagobject maken.
  23. En nu, laten we de eerste regel
    hier kiezen.
  24. Nu vragen we welk
  25. jaar, maand en dag we zouden willen.
  26. Laten we iets invullen.
  27. We kiezen het jaar 1964,
  28. de maand 11 of november,
    en als dag, de 28ste,
  29. zoals iedereen zich
    waarschijnlijk herinnert,
  30. op 28 november 1964
  31. werd het eerste ruimteschip
    naar Mars gelanceerd.
  32. Nu hier, we hebben weer een dagobject.
  33. Het lijkt op de eerste
    maar met een andere naam.
  34. Als we daar iets over zouden willen weten,
  35. we kunnen het op dezelfde manier vragen
  36. wat zijn jaar is en hier zegt het ons.
  37. Laten we nu iets interessanter doen.
  38. Laten we ons eerst object hier nemen
  39. en laten we het vragen welke dag
    honderd dagen later komt.
  40. Nu lijkt het er niet op,
    maar dit object is nu veranderd.
  41. Het heeft zichzelf honderd
    dagen later verplaatst.
  42. Vergeet niet dat het oorspronkelijk
    20 maart was.
  43. Nu, als we het vragen wat uw maand is,
  44. zul je zien dat het juni is.
  45. Dat is logisch, vanaf maart
    zijn 100 dagen juni,
  46. of misschien juli.
  47. Hoe dan ook, dit weet ding hoe het
    deze berekening moet uitvoeren.
  48. Hoe zit het met de dag?
  49. Het is 28 juni.
  50. Ik zou niet geweten hebben
    hoe dat te doen,
  51. behalve door een kalender te halen
    en moeizaam de dagen te tellen,
  52. maar ons dagobject weet het.
  53. Hoe weet het het?
  54. Geen idee en het maakt niet uit.
  55. Ik kan het gebruiken, zolang ik begrijp
    wat het voor mij doet.
  56. Dat is een geweldig voorbeeld
    van een object.
  57. Iets dat een heel specifieke
    taak kan doen,
  58. namelijk omgaan met kalenders,
  59. net zoals de boiler iets heel
    specifiek kan doen,
  60. namelijk water verwarmen.