Dutch subtitles

← Signs for a Good Education

Get Embed Code
16 Languages

Showing Revision 1 created 06/23/2018 by Laura van Breukelen.

  1. [lerares] mijn naam?
  2. goed!
  3. en die van jou?
  4. ja! Anne, Anne, goed!
  5. mijn naam?
  6. [meisje in gebarentaal] Miriam
  7. [lerares] Goed! goed, goed.
  8. en die van jou?
  9. jouw naam? uh uh, jij bent Anne niet.
  10. mijn name? hmm, de jouwe, de jouwe, de jouwe
  11. [jongen] de jouwe, de jouwe, de jouwe
  12. [lerares] hmm. wat is haar naam?
  13. [meisje in gebarentaal] prachtig
  14. [lerares] ja, prachtig.
  15. ze is heel goed in gebarentaal aannemen.
  16. het is heel erg belangrijk want nu kan ze communiceren met andere mensen.
  17. toen ze thuis was werd er geen gebarentaal geleerd.
  18. ben je blij, blij,blij, blij, blij?
  19. [lerares] ja, blij, blij, blij, blij.
    [meisje in gebarentaal] ik ben blij dat ik op school zit.
  20. [lerares praat en meisje in gebarentaal] klopt.
  21. elke dag...kom...je...naar school.
  22. ja.
  23. [gebarentaal en vertolking] deze 6-jarige zijn zo blij om eindelijk zichzelf
  24. te kunnen uitdrukken en communiceren met anderen.
  25. alleen met het gebruik van gebarentaal kunnen dove kinderen volledig communiceren met anderen.
  26. vandaag, word nog veel te vaak het recht afgenomen van dove en jonge kinderen om naar school te gaan.
  27. dit komt omdat er te weinig leraren zijn die goed getraind zijn in gebarentaal,
  28. ook zijn de ouders er niet van op de hoogte dat hun kinderen het recht hebben om naar school te gaan.
  29. gebarentaal is nodig als deze dove kinderen iets willen leren. zonder gebarentaal kunnen ze dat niet.
  30. dus is het een moedertaal dat hun helpt om met andere te communiceren.
  31. dus zonder dit betekend het dat de communactie niet bestaat.
  32. en zonder communicatie kan je geen vaardigheden leren.
  33. hier gaan we leren over de Europeanen die naar Oost Afrika zijn gekomen..
  34. waarom de Europeanen naar Kenia zijn gekomen.
  35. Lucy?
  36. [in gebarentaal] om land te krijgen
  37. [leraar] oke, je kan zeggen om land te krijgen.
  38. nog een?
  39. [in gebarentaal] ze kwamen om te handelen]
    [leraar] ze kwamen om te handelen, dat klopt.
  40. uh huh, nog een?
  41. [in gebarentaal] economische redenen.
  42. [leraar] de economische reden
  43. is gelijkwaardig aan het handelen... waarbij ze kwamen om de handelen. oke?
  44. begrijp het goed.
  45. het is mogelijk voor de dove om alles te leren,
  46. maar wat er moet gebeuren is dat er mensen moeten zijn die goed met hun kunnen communiceren.
  47. mensen die gebarentaal kunnen.
  48. mensen die begrijpen hoe hun reageren.
  49. je kijkt naar hun gezicht, hoe hun communiceren,
  50. hun lichaam.
  51. de leraren komen hier en ze geven heel goed les en ik begrijp het.
  52. [Elizabeth Gituku] het is erg belangrijk dat we mogelijkheden hebben om te leren
  53. zodat ze zich bij de andere inwoners kunnen toevoegen in carriers
  54. zodat ze zich alleen kunnen redden, om hun onafhankelijk te maken
  55. en ook dat ze hun eigen families kunnen ondersteunen.
  56. [in gebarentaal en vertolking] ik wil leraar worden.
  57. om kleine kinderen les te geven in basisscholen.
  58. [in gebarentaal en vertolking] ik wil een apotheker worden.
  59. [in gebarentaal en vertolking] ik wil een dokter of een advocaat worden.
  60. de meeste colleges, over 90%, hebben geen ondersetuning voor dove mensen.
  61. [in gebarentaal en vertolking] als voorbeeld, mezelf, ik heb heel erg gestreden om accounting te krijgen.
  62. ik was heel erg goed in wiskunde, maar er was geen college dat wij toeliet.
  63. [in gebarentaal en vertolking] dus als ik naar een universiteit ga en er is geen vertolker,
  64. zoek ik naar een persoon die voor mij vertolken
  65. want het is moeilijk voor mij om te snappen wat er gebeurd als er geen vertolker is
  66. of als de leraar geen gebarentaal gebruikt.
  67. [in gebarentaal en vertolking] in de klas, hebben we geen vertolker maar ik leer met anderen.
  68. dus ik zit met een persoon en wanneer de leraar iets opschrijft of iets uitlegt
  69. neem ik het over van mijn vriend.
  70. als ik een vraag heb, schrijf ik het op en geef ik het aan de persoon die aan het luisteren is
  71. en die vraagt aan de leraar of hij het kan uitleggen.
  72. [spreekt zachtjes] onze ombekwaamheid beïnvloed alleen ons gehoor en niet ons gedachten.
  73. de gedachten van een doof kind is zo goed als van iemand die kan horen.
  74. [er word geklapt en gemompeld]
  75. [in gebarentaal en vertolking] het worden ontnomen van het recht tot onderwijs in gebarentaal
  76. heeft langetermijn gevolgen.
  77. als dove kinderen het vermogen om te communiceren niet ontwikkelen, kunnen ze niet leren
  78. of werk krijgen en ze zijn geïsoleerd in hun eigen gemeenschappen.
  79. [in gebarentaal] ik hou van gebarentaal leren.