Dutch subtitles

← Hoe verwerkt je brein spraak? - Gareth Gaskell

Get Embed Code
34 Languages

Showing Revision 5 created 07/30/2020 by Peter van de Ven.

  1. De gemiddelde 20-jarige
    kent tussen de 27.000 en 52.000 woorden.
  2. Als we 60 zijn, schommelt dat gemiddelde
    tussen de 35.000 en 56.000.
  3. Uitgesproken duren de meeste
    van die woorden minder dan een seconde.
  4. Dus bij ieder woord
    moet het brein snel beslissen:
  5. welke van die duizenden mogelijkheden
    past bij het signaal?
  6. In ongeveer 98% van de gevallen
    kiest het brein het juiste woord.
  7. Maar hoe?

  8. Begrijpend luisteren
    werkt anders dan begrijpend lezen,
  9. maar het lijkt op het begrijpen
    van gebarentaal --
  10. al is begrijpend luisteren
    meer onderzocht dan gebarentaal.
  11. De sleutel tot het begrijpen van spraak,
  12. is de rol van het brein
    als parallelle processor,
  13. wat betekent dat het
    meerdere dingen tegelijk kan doen.
  14. De meeste theorieën nemen aan
    dat elk woord dat we kennen,
  15. vertegenwoordigd wordt door een aparte
    proceseenheid die maar één taak heeft:
  16. beoordelen hoe waarschijnlijk het is
    dat we dat woord nu horen.
  17. In termen van ons brein
    is de proceseenheid van een woord

  18. waarschijnlijk een patroon
    van vuuractiviteit van een groep neuronen
  19. in de cortex van het brein.
  20. Als we het begin van een woord horen,
  21. activeert dat wellicht duizenden
    van dat soort eenheden,
  22. omdat alleen het begin van een woord
  23. nog naar veel verschillende
    woorden kan verwijzen.
  24. Terwijl het woord zich verder ontvouwt,
    merken steeds meer eenheden echter op
  25. dat er vitale informatie ontbreekt,
    waarop ze hun activiteit staken.
  26. Wellicht al ver voor
    het einde van het woord
  27. blijft nog maar één vuurpatroon actief,
    verwijzend naar één woord.
  28. Dit heet het 'herkenningspunt'.
  29. Tijdens dit proces
    van het inzoomen op één woord,
  30. onderdrukt de actieve eenheid
    de activiteit van de anderen,
  31. wat belangrijke milliseconden bespaart.
  32. De meeste mensen begrijpen tot ongeveer
    acht lettergrepen per seconde.
  33. Maar het doel is niet alleen
    het woord te herkennen,

  34. maar ook de opgeslagen
    betekenis ervan te benaderen.
  35. Het brein benadert vele mogelijke
    betekenissen tegelijkertijd
  36. voordat het woord
    volledig geïdentificeerd is.
  37. We weten dit van onderzoeken
    die laten zien
  38. dat zelfs als we
    een woordfragment horen --
  39. zoals 'kap' --
  40. luisteraars alvast op zoek gaan
    naar verschillende betekenissen,
  41. zoals 'kapitein' of 'kapitaal',
    voordat ze het woord volledig horen.
  42. Dit suggereert dat iedere keer
    dat we een woord horen,

  43. er een explosie van betekenissen
    in ons hoofd plaatsvind
  44. tot het brein pas op het herkenningspunt
    besluit tot de uiteindelijke betekenis.
  45. Het herkenningsproces
    speelt zich sneller af
  46. bij een zin die ons context geeft,
    dan bij een willekeurige rij woorden.
  47. Context helpt ook te begrijpen
    wat er precies wordt bedoeld
  48. als een woord meerdere betekenissen heeft,
    zoals 'muis', of 'vorst',
  49. of in het geval van homofonen
    zoals 'wij' of 'wei'.
  50. Voor meertaligen is de taal
    waarnaar ze luisteren ook een aanwijzing
  51. om woorden te elimineren
    die niet passen in de taalcontext.
  52. Hoe worden volstrekt nieuwe woorden
    dan aan dit systeem toegevoegd?

  53. Zelfs volwassenen komen iedere paar dagen
    wel weer een nieuw woord tegen.
  54. Maar als elk woord wordt gerepresenteerd
    door een genuanceerd activiteitenpatroon
  55. verspreid over meerdere neuronen,
  56. hoe voorkomen we dan
    dat nieuwe woorden oude overschrijven?
  57. We denken dat om dit te vermijden,
  58. nieuwe woorden eerst
    worden opgeslagen in de hippocampus,
  59. ver weg van de centrale
    woordenopslag in de cortex,
  60. zodat ze geen neuronen delen
    met andere woorden.
  61. Gedurende meerdere nachten slaap

  62. verhuizen dan de nieuwe woorden
    en worden ze verweven met bestaande.
  63. Onderzoekers denken
    dat dit geleidelijke acquisitieproces
  64. helpt voorkomen dat bestaande
    woorden worden beschadigd.
  65. Dus overdag

  66. genereert onbewuste activiteit
    explosies van betekenis
  67. tijdens het kletsen.
  68. 's Nachts rusten we, maar ons brein
    integreert ondertussen nieuwe kennis
  69. in het bestaande woordennetwerk.
  70. Als we wakker worden,
    zorgt dit proces dat we klaar zijn
  71. voor de voortdurend
    veranderende wereld van taal.