YouTube

Got a YouTube account?

New: enable viewer-created translations and captions on your YouTube channel!

Dutch subtitles

← Hoeveel levens kan je leven?

Spoken-word dichter Sarah Kay was verrast toen ze begreep dat ze niet in één leven prinses, ballerina en astronaut kon zijn. In deze talk draagt ze twee krachtige gedichten voor die ons laten zien hoe we andere levens kunnen leven.

Get Embed Code
35 Languages

Showing Revision 12 created 04/20/2017 by Annika.

  1. (Zingend) Ik zie de maan.
    De maan ziet mij.
  2. De maan ziet iemand die ik niet zie.
  3. God zegene de maan, en God zegene mij.
  4. En God zegene degene die ik niet kan zien.
  5. Als ik eerder in de hemel kom dan jij,
  6. dan maak ik een gat en trek je erbij.
  7. En ik schrijf je naam op elke ster,
  8. want zo lijkt de wereld
  9. niet zo ver.
  10. (Sprekend) De astronaut
    komt vandaag niet naar zijn werk.

  11. Hij heeft zich ziek gemeld.
  12. Hij heeft zijn mobieltje uitgezet,
    zijn laptop, pager, zijn wekker.
  13. Een dikke gele kat
    ligt te slapen op zijn bank,
  14. regendruppels tegen het raam
  15. en zelfs geen hint
    van koffielucht in de keuken.
  16. Iedereen is opgewonden.
  17. De ingenieurs op de 15de verdieping
    werken niet meer aan hun deeltjesmachine.
  18. De anti-zwaartekrachtruimte lekt
  19. en zelfs het kind met de bril,
  20. die alleen het vuil buiten
    hoeft te zetten, is nerveus,
  21. klungelt met de zak,
  22. morst een bananenschil
    en een papieren beker.
  23. Niemand merkt het.
  24. Ze zijn te druk om opnieuw uit te rekenen
    hoeveel tijd dit heeft gekost.
  25. Hoeveel universums
    verliezen we per seconde?
  26. Hoe lang tot de volgende raketlancering?
  27. Ergens vliegt een electron
    van zijn energiewolk.
  28. Een zwart gat is uitgebarsten.
  29. Een moeder dekt de tafel
    voor het avondeten.
  30. Een Law & Order-marathon begint.
  31. De astronaut slaapt.
  32. Hij is vergeten
    om zijn horloge uit te zetten
  33. dat op zijn pols tikt
    als een metalen trilling.
  34. Hij hoort het niet.
  35. Hij droomt van koraalriffen en plankton.
  36. Zijn vingers vinden
    de zeilmasten van het kussensloop.
  37. Hij draait zich op zijn zij,
    opent meteen zijn ogen.
  38. Hij denkt dat duikers de meest geweldige
    baan van de wereld moeten hebben.
  39. Zoveel water om doorheen te glijden!
  40. (Applaus)

  41. Dank je.

  42. Toen ik klein was,
    begreep ik het concept niet

  43. dat je maar één leven kon leven.
  44. En dat bedoel ik niet figuurlijk.
  45. Ik dacht letterlijk dat ik
    in staat zou zijn om alles te doen
  46. wat er te doen was
  47. en alles kon zijn wat je kon zijn.
  48. Het was slechts een kwestie van tijd.
  49. En er was geen barriére
    op basis van leeftijd of geslacht
  50. of ras, of zelfs het juiste tijdsvak.
  51. Ik was er zeker van
    dat ik daadwerkelijk zou ondervinden
  52. hoe het was om een leider
    in de mensenrechtenbeweging te zijn
  53. of een tien-jarig jongetje dat op een
    boerderij woont tijdens de 'Dust Bowl'
  54. of een keizer van
    de Tangdynastie in China.
  55. Mijn moeder zegt dat als mensen me vroegen
  56. wat ik wilde worden als ik groter was,
    mijn standaard antwoord was:
  57. prinses-ballerina-astronaut.
  58. En wat ze niet begrijpt,
  59. is dat ik niet een nieuw
    superberoep uit wilde vinden.
  60. Ik noemde dingen op
    waarvan ik dacht dat ik het zou worden:
  61. een prinses en een ballerina
    en een astronaut.
  62. En ik ben er vrij zeker van
    dat deze lijst nog langer was,
  63. ik werd meestal gewoon onderbroken.
  64. Het was nooit de vraag
    óf ik iets zou gaan doen,
  65. maar eerder wanneer.
  66. En ik wist zeker
    dat als ik alles zou gaan doen,

  67. ik er vaart achter moest zetten,
  68. want er was heel veel dat ik wilde doen.
  69. Dus mijn leven bestond uit haasten.
  70. Ik was altijd bang om achter te blijven.
  71. En omdat ik ben
    opgegroeid in New York,
  72. was het best normaal om je te haasten.
  73. Maar toen ik volwassen werd,
    bekroop mij het gevoel
  74. dat ik niet meer dan één leven
    zou kunnen leven.
  75. Ik wist alleen hoe het voelde
    een tienermeisje in New York City te zijn.
  76. Niet een tienerjongen in Nieuw-Zeeland,
  77. niet de koningin
    van het schoolbal in Kansas.
  78. Ik kon alleen door míjn lens kijken.
  79. En toen kwam ook
    mijn obsessie met verhalen,
  80. want door verhalen
    was het voor mij mogelijk
  81. om door de bril
    van iemand anders te zien,
  82. hoe kort of onvolmaakt ook.
  83. En ik snakte naar het horen
    van de ervaringen van anderen,
  84. want ik was zo jaloers
    dat er hele levens waren
  85. die ik nooit zou kunnen leven
  86. en ik wilde over alles horen
    wat ik miste.
  87. En omgekeerd begreep ik
  88. dat sommige mensen nooit
    zouden meemaken
  89. hoe het voelt een tienermeisje
    in New York City te zijn.
  90. Wat betekende dat zij niet zouden weten
  91. hoe de metrorit na je eerste zoen voelt,
  92. of hoe stil het wordt als het sneeuwt.
  93. En ik wilde dat zij dit wisten,
    wilde het vertellen.
  94. En dit werd de focus van mijn obsessie.

  95. Ik begon verhalen te vertellen,
    te delen en te verzamelen.
  96. En ik realiseer me pas sinds kort
  97. dat ik poëzie niet altijd kan haasten.
  98. Voor de Nationale Poëzie Maand
    in april is er een uitdaging
  99. waar veel dichters aan meedoen,
  100. het heet de '30/30 Challenge'.
  101. Het idee is dat je iedere dag
    een nieuw gedicht schrijft,
  102. gedurende de hele maand april.
  103. Vorig jaar heb ik dit
    voor het eerst geprobeerd
  104. en ik was opgewonden over de efficiëntie
    waarmee ik poëzie kon produceren.
  105. Maar aan het eind van de maand
    keek ik naar deze 30 gedichten
  106. en ontdekte dat ze allemaal
    hetzelfde verhaal probeerden te vertellen,
  107. maar dat ik 30 pogingen nodig had
    voor ik wist hoe het verteld wilde worden.
  108. En ik bedacht me dat dit waarschijnlijk
    nog meer geldt voor andere verhalen.
  109. Ik heb verhalen die ik al jaren
    probeer te vertellen,
  110. die ik herschrijf en herschrijf,
    continu zoekend naar de juiste woorden.
  111. Er is een Franse dichter
    en essayist genaamd Paul Valéry,

  112. die zei dat een gedicht nooit af is,
    het is slechts in de steek gelaten.
  113. En dit jaagt me angst aan,
  114. want het houdt in dat ik eeuwig
    kan blijven redigeren en schrijven
  115. en dat ik moet beslissen
    wanneer een gedicht af is
  116. en wanneer ik er afstand van kan nemen.
  117. En dit gaat compleet in
    tegen mijn erg obsessieve natuur
  118. om het juiste antwoord te vinden
    en de perfecte woorden en juiste vorm.
  119. En ik gebruik poëzie in mijn leven
  120. om me door situaties te sturen
    en ermee om te gaan.
  121. Maar als ik een gedicht beëindig
    betekent dat niet automatisch
  122. dat ik heb opgelost waar ik mee worstelde.
  123. Ik lees oude gedichten graag opnieuw,
  124. want het laat me precies zien
    waar ik me op dat moment bevond
  125. en waar ik op dat moment mee worstelde
  126. en de woorden die ik koos
    om mij daarbij te helpen.
  127. Ik heb een verhaal

  128. waar ik al jarenlang over struikel
  129. en ik weet niet zeker
    of ik de perfecte vorm heb gevonden
  130. of dat dit slechts één poging is
  131. en ik het later probeer te herschrijven
    in een poging het beter te vertellen.
  132. Maar ik weet dat ik,
    als ik er op terugkijk,
  133. weet dat ik hier
    op dit moment was
  134. en dat dit was waar ik me
    doorheen moest laveren,
  135. met deze woorden, hier,
    in deze ruimte, met jullie.
  136. Dus --

  137. Glimlach.
  138. Het heeft niet altijd zo gewerkt.

  139. Er was een tijd dat je
    je handen vuil moest maken.
  140. Als je in het donker was,
    was geklungel meestal een gegeven.
  141. Als je meer contrast,
    meer verzadiging nodig had,
  142. donderder donker en helderder helder,
  143. noemden ze het verlengde ontwikkeling.
  144. Het betekende langer chemicaliën
    inademen, langer tot aan je polsen.
  145. Het was niet altijd makkelijk.
  146. Opa Stewart was een marinefotograaf.
  147. Jong, met appelwangen
    en zijn mouwen opgestroopt,
  148. vuisten van vingers
    zo dik als rollen met munten,
  149. hij zag eruit als Popeye,
    de tot leven gekomen matroos.
  150. Scheve lach, dotje borsthaar,
  151. kwam hij opdagen bij WOII,
    met een grijns en een hobby.
  152. Toen ze hem vroegen
    of hij veel wist van fotografie,
  153. loog hij, leerde Europa
    te lezen als een kaart,
  154. op zijn kop, vanaf de hoogte
    van een gevechtsvliegtuig,
  155. klikkende camera, flapperende oogleden,
  156. de donkerste donkers
    en de helderste helders.
  157. Hij leerde oorlog
    alsof hij zich naar huis kon lezen.
  158. Toen andere mannen terugkeerden
    legden zij hun wapens neer,

  159. maar hij nam de lensen
    en de camera's mee naar huis.
  160. Hij opende een winkel,
    maakte het tot een familiebedrijf.
  161. Mijn vader werd in deze wereld
    van zwart-wit geboren.
  162. Zijn basketbalhanden leerden
    de kleine klikjes en schuifjes
  163. van lens naar frame, film in de camera,
  164. chemicaliën in een plastic bak.
  165. Zijn vader kende de apparatuur,
    maar niet de kunst.
  166. Hij kende donker, maar niet licht.
  167. Mijn vader leerde de magie,
    volgde het licht.
  168. Hij reisde een keer het hele land door
    om een bosbrand te volgen,
  169. jaagde er een hele week op
    met zijn camera.
  170. "Volg het licht", zei hij.
  171. "Volg het licht."
  172. Er zijn delen van mezelf
    die ik alleen herken van foto's.

  173. De zolder op Worcester Street
    met de krakende gangen,
  174. de viermeterhoge plafonds,
    witte muren en koude vloeren.
  175. Dit was het huis van mijn moeder
    voordat ze mijn moeder was.
  176. Voordat ze echtgenote was,
    was ze kunstenaresse.
  177. En de enige twee kamers in het huis
  178. met muren die tot aan het plafond reikten
    en deuren die open en dicht gingen,
  179. waren de badkamer en de donkere kamer.
  180. De donkere kamer die ze zelf had gebouwd
  181. met op maat gemaakte rvs wasbakken,
    een 8x10-vergroter
  182. die door een gigantisch handvat
    naar boven en beneden bewoog,
  183. een batterij van gekleurde lichten,
  184. een glaswand om afdrukken te bekijken,
  185. een droogrek dat in en uit de muur bewoog.
  186. Mijn moeder bouwde een doka voor zichzelf.
  187. Maakte het haar thuis.
  188. Werd verliefd op een man
    met basketbalhanden,
  189. met de manier waarop hij naar licht keek.
  190. Ze trouwden. Kregen een kind.

  191. Verhuisden naar een huis bij een park.
  192. Maar ze hielden de zolder aan
  193. voor verjaardagspartijtjes en schatzoeken.
  194. De baby bracht de grijswaarden uit balans,
  195. vulde de fotoalbums van haar ouders
    met rode ballonnen en gele taartglazuur.
  196. De baby werd een meisje zonder sproeten
  197. met een scheve lach,
  198. dat niet begreep waarom haar vriendjes
    thuis geen donkere kamer hadden,
  199. dat haar ouders nooit zag zoenen,
  200. dat ze nooit hand in hand zag.
  201. Maar op een dag kwam er nog een baby.

  202. Deze met perfect steil haar
    en kauwgomballenwangen.
  203. Ze noemden hem zoete aardappel.
  204. Als hij lachte, lachte hij zo hard
  205. dat de duiven op de brandtrap
    ervan schrokken.
  206. En deze vier woonden
    in dat huis bij het park.
  207. Het meisje zonder sproeten,
    het zoete-aardappeljochie,
  208. de basketbalvader en de doka-moeder
  209. en ze deden hun kaarsjes aan
    en zeiden hun gebeden,
  210. en de hoeken van de foto's krulden.
  211. Op een dag vielen er wat torens.

  212. En het huis bij het park
    werd een huis onder as, dus ze ontsnapten
  213. in rugzakken, op de fiets
    naar donkere kamers.
  214. Maar de zolder op Worcester Street
    was voor een kunstenaar,
  215. niet voor een familie duiven
  216. en muren die niet
    tot aan het plafond reiken,
  217. houden geschreeuw niet tegen,
  218. en de man met basketbalhanden
    legde zijn wapens ten ruste.
  219. Hij kon in deze oorlog niet vechten
    en geen kaart wees naar huis.
  220. Zijn handen pasten
    niet meer bij zijn camera,
  221. niet meer bij die van zijn vrouw,
  222. pasten niet meer bij zijn lijf.
  223. Het zoete-aardappeljong propte
    zijn vuisten in zijn mond
  224. tot hij niets meer te zeggen had.
  225. Dus ging het meisje zonder sproeten
    zelf naar schatten zoeken.

  226. En op Worcester Street,
    in een gebouw met krakende gangen
  227. en de zolder met viermeterhoge plafonds
  228. en de doka met teveel wasbakken
  229. onder de gekleurde lichten
    vond ze een briefje
  230. tegen de muur vastgepind met een punaise,
    een overblijfsel uit een tijd vóór torens,
  231. uit de tijd voor babies.
  232. Op het briefje stond: "Een man houd echt
    van de vrouw die in de doka werkt."
  233. Het duurde een jaar voordat mijn vader
    weer een camera oppakte.
  234. Die eerste keer
    volgde hij de kerstverlichting,
  235. die als stipjes waren
    in New York City's bomen,
  236. kleine lichtpuntjes, knipogend naar hem
    vanuit de donkerste duisternissen.
  237. Een jaar later reisde hij het land door
    om een bosbrand te volgen

  238. jaagde er een week op met zijn camera,
  239. hij verwoestte de westkust,
  240. at onderweg grote vrachtwagens op.
  241. Aan de andere kant van het land
    ging ik naar school
  242. en schreef een gedicht
    in de kantlijn van een schrift.
  243. We hebben beiden de kunst
    van het vastleggen geleerd.
  244. Misschien leren we
    de kunst van het omhelzen.
  245. Misschien leren we
    de kunst van het loslaten.
  246. (Applaus)