YouTube

Hast du ein YouTube-Benutzerkonto?

Neu: ermögliche zuschauererzeugte Übersetzungen und Untertitel auf deinem YouTube-Kanal!

Dutch Untertitel

← Stripboeken horen thuis in de klas

Einbettcode generieren
29 Sprachen

Zeige Revision 20 erzeugt am 07/04/2018 von Peter van de Ven.

  1. Toen ik in groep zeven zat,
  2. kocht ik een exemplaar
    van "DC Comics Presents #57"
  3. uit een boekstandaard
    in mijn plaatselijke boekwinkel
  4. en dat stripboek heeft
    mijn leven veranderd.
  5. De combinatie van woorden en plaatjes
    deed iets in mijn hoofd
  6. wat nog nooit gebeurd was.
  7. Ik raakte op slag verliefd
    op het medium stripboek.
  8. Ik begon stripboeken te verslinden,
  9. maar bracht ze nooit mee naar school.
  10. Instinctief wist ik dat stripboeken
    niet in het klaslokaal thuishoorden.

  11. Mijn ouders waren beslist geen fan
  12. en ik wist zeker dat mijn leraren
    dat ook niet zouden zijn.
  13. Ze gebruikten ze tenslotte nooit.
  14. Stripboeken en beeldromans waren
    verboden tijdens de uurtjes stillezen
  15. en ze werden nooit verkocht
    bij onze jaarlijkse boekenbeurs.
  16. Toch bleef ik stripboeken lezen
  17. en begon ze zelfs te maken.
  18. Tenslotte werd ik publicerend cartoonist
  19. die stripboeken schreef en tekende
    en dat als broodwinning.
  20. Ik werd ook leraar voortgezet onderwijs.
  21. Hier heb ik les gegeven:
  22. Bishop O'Dowd High School
    in Oakland, California.
  23. Ik gaf wat les in wiskunde en kunst,
  24. maar gaf vooral computerles
  25. en deed dat daar 17 jaar.
  26. Toen ik nog maar pas was begonnen,
  27. probeerde ik stripboeken
    de klas in te krijgen.
  28. Ik weet nog dat ik mijn leerlingen
    op de eerste dag vertelde
  29. dat ik ook cartoonist was.
  30. Ik plande het niet zo dat ik ze
    met stripboeken iets wilde leren;
  31. eerder hoopte ik dat stripboeken
    ze lieten beseffen dat ik cool was.
  32. (Gelach)
  33. Fout.
  34. Dit waren de jaren negentig
  35. en stripboeken hadden niet
    het culturele cachet van nu.
  36. Leerlingen vonden niet dat ik cool was.
    Ze vonden me een sukkel.
  37. En nog erger, als de lessen
    stroever liepen,
  38. gebruikten ze stripboeken
    als middel om me af te leiden.
  39. Ze staken hun vinger op
    en stelden me vragen
  40. zoals: "Meneer Yang,
    wie wint het in een gevecht, denkt u?
  41. Superman of de Hulk?"
  42. (Gelach)
  43. Al snel besefte ik dat ik mijn lesgeven
    en cartoonwerk apart moest houden.
  44. Alsof mijn instincten in groep zeven
    juist waren geweest.
  45. Stripboeken hoorden
    niet thuis in het klaslokaal.
  46. Maar weer had ik het fout.
  47. Na een paar jaar lesgeven,
  48. leerde ik uit de eerste hand
    het onderwijspotentieel van strips.
  49. In een semester vroeg men mij
    in te vallen voor een Algebra 2-klas.
  50. Ze vroegen me voor een lange periode
    en ik zei ja, maar er was een probleem.
  51. In die tijd was ik ook de onderwijskundig
    technisch assistent van de school,
  52. wat betekende dat ik elke paar weken
  53. een of twee perioden
    in deze algebraklas zou uitvallen,
  54. omdat ik in een ander lokaal
    een andere leraar hielp
  55. met een computergerelateerde activiteit.
  56. Voor deze Algebra 2-leerlingen
    was dat verschrikkelijk.
  57. Ik bedoel, een permanente
    invaller hebben is niet best,
  58. maar een invaller voor een invaller?
    Dat is wel heel erg.
  59. In een poging mijn leerlingen
    een zekere consistentie te geven,
  60. begon ik video's te maken
    van mijn eigen lessen.
  61. Die video’s gaf ik dan aan mijn invaller
    die ze aan mijn leerlingen liet zien.
  62. Ik probeerde deze video's
    zo leuk mogelijk te maken.
  63. Ik voegde zelfs speciale effecten toe.
  64. Zoals, als ik klaar was
    met een probleem op het bord,
  65. klapte ik in mijn handen
  66. en het magische bord veegde zichzelf uit.
  67. (Gelach)
  68. Ik dacht dat het te gek was.
  69. Ik was er zeker van dat
    mijn leerlingen het leuk vonden,
  70. maar ik had het mis.
  71. (Gelach)
  72. Deze videolessen waren een ramp.
  73. Studenten kwamen naar me toe
    en zeiden zoiets als:
  74. "Meneer Yang, we dachten dat u saai was,
  75. maar op video bent u onuitstaanbaar."
  76. (Gelach)
  77. Als tweede wanhoopspoging begon ik
    deze lessen als strips te tekenen.
  78. Ik deed dat heel snel,
    zonder veel planning.
  79. Ik nam een scherp potlood,
    tekende een plaatje en nog een,
  80. om zo gaandeweg duidelijk te maken
    wat ik wilde zeggen.
  81. Deze stripboeklessen werden ongeveer
  82. tussen de vier en zes pagina's lang.
  83. Ik kopieerde ze, gaf ze aan mijn invaller,
    die ze weer aan mijn leerlingen gaf.
  84. En tot mijn grote verbazing
  85. werden deze stripboeklessen een hit.
  86. Mijn leerlingen vroegen me
    om ze te maken
  87. zelfs als ik er wel kon zijn.
  88. Alsof ze mijn cartoons
    liever wilden hebben dan mijzelf.
  89. (Gelach)
  90. Dit verbaasde me omdat mijn leerlingen
    deel zijn van een generatie
  91. die opgegroeid is met computerschermen,
  92. dus wist ik haast wel zeker
    dat ze het leren vanaf een scherm
  93. leuker vonden dan vanaf een pagina.
  94. Maar toen ik hen vroeg
  95. waarom ze deze stripboeklessen
    zo leuk vonden,
  96. begon ik te begrijpen wat
    het onderwijspotentieel van strips is.
  97. Anders dan hun wiskundeboeken
  98. zijn deze stripboeklessen visueel.
  99. Leerlingen groeien op
    in een visuele wereld
  100. en zijn er dus aan gewend
    zo informatie op te doen.
  101. Maar in tegenstelling tot andere verhalen
  102. via film, televisie, animatie of video,
  103. zijn strips wat ik permanent noem.
  104. In een stripverhaal liggen verleden, heden
    en toekomst naast elkaar op één pagina.
  105. Dat houdt in dat de snelheid
    van informatieoverdracht
  106. helemaal in handen is van de lezer.
  107. Als mijn leerlingen iets niet snapten
    in mijn stripboeklessen,
  108. konden ze die passage gewoon herlezen,
    zo snel of langzaam als nodig was.
  109. Alsof ik ze een afstandsbediening gaf
    ten behoeve van die informatie.
  110. Dit ging niet op voor mijn videolessen.
  111. En helemaal niet
    voor mijn lessen in persoon.
  112. Als ik spreek, geef ik de informatie
    zo snel of langzaam als ik wil.
  113. Voor bepaalde leerlingen en
    voor een bepaald soort informatie
  114. zijn deze twee aspecten
    van stripverhalen --
  115. visueel karakter en permanentie --
  116. een ongelooflijk krachtig
    onderwijskundig hulpmiddel.
  117. Toen ik les gaf aan de Algebra 2-klas,
  118. werkte ik ook aan mijn master
    onderwijskunde aan Cal State East Bay.
  119. Ik was zo gefascineerd
  120. door deze ervaring met stripboeklessen
  121. dat ik besloot mijn afsluitende
    masterproject op strips te richten.
  122. Ik probeerde erachter te komen
    waarom Amerikaanse leraren
  123. historisch gezien zo hebben geaarzeld
    om stripboeken in de klas te gebruiken.
  124. Dit is wat ik ontdekte.
  125. Stripboeken werden
    een massamedium in de jaren 40,
  126. toen er per maand
    miljoenen van werden verkocht,
  127. en dat bleef onder leraren
    niet onopgemerkt.
  128. Veel innovatieve leraren brachten
    stripboeken de klas in
  129. om te experimenteren.
  130. In 1944 wijdde het
    "Journal of Educational Sociology"
  131. een heel nummer aan dit onderwerp.
  132. Het leek vooruit te gaan.
  133. Leraren begonnen dingen uit te proberen.
  134. En dan komt deze mijnheer langs:
  135. de kinderpsycholoog Dr. Fredric Wertham,
  136. die in 1954 een boek schreef:
    "De Verleiding van het Onschuldige".
  137. Daarin beweert hij dat stripboeken
    jeugddelinquentie veroorzaken.
  138. (Gelach)
  139. Hij had het mis.
  140. Dr. Wertham was best
    een fatsoenlijk iemand.
  141. Hij besteedde zijn carrière grotendeels
    aan jeugddelinquenten
  142. en tijdens zijn werk merkte hij
    dat de meeste cliënten stripboeken lezen.
  143. Wat Dr. Wertham niet besefte,
    was dat in de jaren 40 en 50
  144. bijna elk kind in Amerika stripboeken las.
  145. Dr. Wertham heeft op dubieuze wijze
    zijn zaak proberen te bewijzen,
  146. maar zijn boek inspireert
    de Amerikaanse Senaat
  147. tot een serie hoorzittingen
  148. om te zien of stripboeken inderdaad
    jeugddelinquentie veroorzaken.
  149. Deze hoorzittingen duurden
    bijna twee maanden.
  150. Ze eindigden zonder conclusie,
    maar met enorme schade tot gevolg
  151. aan de goede naam van stripboeken
    in de ogen van het Amerikaanse publiek.
  152. Hierna deinsden alle respectabele
    Amerikaanse leraren terug
  153. en bleven tientallen jaren weg.
  154. Pas in de jaren 70
  155. keerden een paar moedige zielen terug.
  156. Pas kort geleden,
  157. de laatste tien jaar ongeveer,
  158. krijgen stripboeken weer
    een meer wijdverspreide acceptatie
  159. bij Amerikaanse leraren.
  160. Stripboeken en beeldromans zijn
    nu eindelijk weer terug te vinden
  161. in de Amerikaanse klaslokalen.
  162. Dit gebeurt zelfs op Bishop O'Dowd,
    waar ik heb les gegeven.
  163. Mr. Smith, een van mijn ex-collega's,
  164. gebruikt Scott McCloud's
    "Stripboeken Begrijpen"
  165. in zijn letterkunde- en filmlessen,
    omdat dat boek zijn leerlingen
  166. de taal aanreikt om de relatie
    tussen woord en beeld te bespreken.
  167. Mr. Burns geeft zijn leerlingen elk jaar
    een opstel over strips op.
  168. Hij vraagt zijn leerlingen een roman
    in proza te maken met behulp van beelden
  169. en vraagt hen zo goed na te denken,
  170. niet alleen over het verhaal zelf,
  171. maar ook over hoe
    het verhaal verteld wordt.
  172. En Mw. Murrock gebruikt mijn eigen
    "American Born Chinese"
  173. voor haar Engels 1-leerlingen.
  174. Voor haar zijn beeldromans ideaal
  175. voor een gemiddelde-score-standaard.
  176. Deze laat zien dat leerlingen
    in staat zijn om te analyseren
  177. hoe visuele elementen bijdragen tot
    betekenis, toon en schoonheid van teksten.
  178. In de bibliotheek heeft
    Mw. Counts een indrukwekkende
  179. beeldromancollectie opgebouwd
    voor Bishop O'Dowd.
  180. Mw. Counts en al haar collega's
    van de bibliotheek
  181. hebben in feite voorop gestaan
    bij het bevorderen van strips,
  182. eigenlijk sinds begin 80'er jaren,
    toen een artikel over schoolbibliotheken
  183. vermeldde dat alleen al de aanwezigheid
    van beeldromans in een bibliotheek
  184. het gebruik ervan met 80% verhoogde
  185. en de circulatie van niet-strip materiaal
  186. met 30% toenam.
  187. Geïnspireerd door de hernieuwde
    interesse van Amerikaanse leraren
  188. maken Amerikaanse cartoonisten nu
    meer puur onderwijskundige boeken
  189. voor basis- en middelbare school dan ooit.
  190. Veel hiervan is gericht op taalvakken
  191. maar steeds meer stripboeken
    en beeldromans
  192. pakken wiskundige
    en natuurkundige onderwerpen aan.
  193. STEM-stripboeken en -beeldverhalen
    behoren tot dit onontgonnen gebied
  194. dat ontdekt moet worden.
  195. Amerika begint eindelijk in te zien
  196. dat stripboeken geen
    jeugddelinquentie veroorzaken.
  197. (Gelach)
  198. Dat ze echt thuishoren
  199. in de gereedschapskist van elke leraar.
  200. Er is geen reden om stripboeken
    en beeldverhalen
  201. uit het onderwijs te houden.
  202. Ze onderwijzen ons visueel
  203. en geven onze leerlingen
    de afstandsbediening in handen.
  204. Het onderwijspotentieel is er.
  205. Het wacht om aangeboord te worden
  206. door creatieve mensen als jullie.
  207. Dank je wel.
  208. (Applaus)