Return to Video

Een gemengde breuk naar een onechte breuk omzetten.

  • 0:01 - 0:05
    Schrijf 5 en 1/4 als een onechte breuk.
  • 0:05 - 0:12
    Een onechte breuk is een gewone breuk waar de teller groter (of gelijk) is aan de noemer.
  • 0:12 - 0:13
    Dit hierboven is geen (gewone) breuk.
  • 0:13 - 0:18
    We hebben een geheel getal gevolgd door een breuk, dus noemen we dit een gemengde breuk.
  • 0:18 - 0:21
    Laten we even nadenken wat 5 en 1/4 voorstellen. En laat me het herschrijven:
  • 0:21 - 0:32
    Dus als we spreken over 5 en 1/4, dan kan je dat letterlijk beschouwen als 5 en 1/4 of 5 + 1/4.
  • 0:32 - 0:35
    Dat is wat 5 en 1/4 voorstelt.
  • 0:35 - 0:39
    Laten we die 5 eens bekijken. 5 staat voor 5 eenheden, of als je over taarten nadenkt,
  • 0:39 - 0:43
    kunnen we letterlijk 5 hele taarten tekenen.
  • 0:43 - 0:48
    Laat me de taarten in één keer in 4 snijden, gezien we met vierden werken.
  • 0:48 - 0:52
    Dus laat me de taarten hier in 4 snijden.
  • 0:52 - 0:54
    Dus dat is één taart hier.
  • 0:54 - 0:56
    Laat me dit kopiëren en plakken.
  • 0:56 - 0:58
    Kopiëren en plakken
  • 0:58 - 1:04
    Dus ik heb 2 taarten, en dan heb ik 3 taarten,
  • 1:04 - 1:09
    en dan heb ik 4 taarten, en dan heb ik er 5.
  • 1:09 - 1:11
    Dus dit is wat de 5 voorstelt.
  • 1:11 - 1:15
    5 stelt letterlijk -- laat me dit tesamen omcirkelen.
  • 1:15 - 1:20
    Dit hier is het stuk dat de 5 voorstelt.
  • 1:20 - 1:22
    Het stelt 5 hele taarten voor.
  • 1:22 - 1:27
    5 hele taarten.
  • 1:27 - 1:36
    Nu heb ik de taarten in 4 stukken gesneden, dus kan je je inbeelden dat elk stuk een vierde voorstelt.
  • 1:36 - 1:40
    Nu hoeveel stukken heb ik in deze vijf taarten?
  • 1:40 - 1:51
    Wel, ik heb 4 stukken per taart. 4 stukken per taart. 4
  • 1:51 - 2:05
    Laat me dat gewoon hier schrijven: 4 stukken per taart, maal 5 taarten is gelijk aan 20 stukken.
  • 2:05 - 2:09
    Of een andere manier om dit te bekijken is: sinds elke stuk gelijk is aan een vierde,
  • 2:09 - 2:19
    is dit gelijk aan 20 maal 1/4. Of je kan dat ook gewoon schrijven als 20/4.
  • 2:19 - 2:26
    Dus we weten nu dat 5 hele taarten gelijk zijn aan 20/4.
  • 2:26 - 2:29
    Laat me dat zo opschrijven: 20 vierden
  • 2:29 - 2:35
    Of we zouden het kunnen schrijven als 20/4.
  • 2:35 - 2:37
    Ik heb twee keer ongeveer hetzelfde gedaan.
  • 2:37 - 2:39
    Dus dat is wat de 5 taarten voorstellen.
  • 2:39 - 2:43
    20/4 of 20 stukken, waar elk stuk 1/4 is.
  • 2:43 - 2:50
    Nu, het 1/4 hierboven stelt letterlijk nog 1 vierde van een taart voor, of nog een stukje meer taart.
  • 2:50 - 2:54
    Laat me nog een taart tekenen hier.
  • 2:54 - 2:57
    Dus dat is nog een taart.
  • 2:57 - 3:00
    Snij het in 4 stukken.
  • 3:00 - 3:04
    Maar dit 1/4 stelt slechts 1 van die stukken voor, juist?
  • 3:04 - 3:07
    Dit is 1 van de 4 stukken.
  • 3:07 - 3:09
    De noemer vertelt ons in hoeveel stukken (de taart wordt gesneden).
  • 3:09 - 3:12
    De één vertelt ons met hoeveel van die stukken dat we nodig hebben.
  • 3:12 - 3:16
    Dus het is slechts dit ene stukje hier.
  • 3:16 - 3:20
    Dit hier is het 1/4.
  • 3:20 - 3:28
    Nu als we 5 en 1/4 schrijven, dan hebben we net gezien dat de 5 hier gelijk is aan 20/4.
  • 3:28 - 3:31
    Dus we zouden dit ook kunnen herschrijven.
  • 3:31 - 3:45
    Laat het me zo herschrijven: 5 en 1/4 kan herschreven worden als 5 + 1/4,
  • 3:45 - 3:54
    en dat is hetzelfde als -- we hebben net gezien dat 5 hele taarten, hetzelfde zijn als 20/4
  • 3:54 - 3:57
    En om dat te verifiëren, kan je gewoon 20 delen door 4.
  • 3:57 - 4:00
    Dan krijg je 5, en blijft er geen rest meer over.
  • 4:00 - 4:03
    Dus 5 is hetzelfde als 20/4, en dan dit plus 1/4
  • 4:03 - 4:05
    is hetzelfde als plus 1/4
  • 4:05 - 4:12
    Dus als ik 20 vierden heb en ik tel er nog één vierde bij, hoeveel vierden heb ik dan?
  • 4:12 - 4:15
    Wel, ik heb er 21.
  • 4:15 - 4:17
    ik heb 21 vierden.
  • 4:17 - 4:21
    Of een andere manier om dit te bekijken is, deze 5
  • 4:21 - 4:28
    dus dit hier is 20 stukken taart.
  • 4:28 - 4:35
    Je zou het zelfs kunnen natellen: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20
  • 4:35 - 4:37
    maar een snellere manier is om te zeggen, wel, we hebben 5 taarten.
  • 4:37 - 4:40
    Elk van deze taarten heeft 4 stukken. 5 maal 4 is 20.
  • 4:40 - 4:46
    Dus 1/4 hier stelt 1 stukje voor. plus 1 stukje,
  • 4:46 - 4:51
    dus in het totaal zullen we 21 stukken hebben.
  • 4:51 - 4:56
    Dus we hebben 21 stukken, waar elk stuk 1/4 is,
  • 4:56 - 5:02
    dus kunnen we zeggen dat we 21 keer 1/4 hebben of 21 kwart stukken taart.
  • 5:02 - 5:05
    Ongeacht hoe je het bekijkt, we hebben de oplossing gevonden.
  • 5:05 - 5:07
    We hebben nu een onechte breuk.
  • 5:07 - 5:10
    We hebben 5 en 1/4 geschreven als een onechte breuk.
  • 5:10 - 5:16
    Nu heb ik veel moeite gedaan om jullie enige intuïtie bij te brengen van wat 5 en 1/4 eigenlijk voorstelt.
  • 5:16 - 5:22
    Maar is een vrij eenvoudig proces, om rechtstreeks naar een onechte breuk te converteren.
  • 5:22 - 5:26
    Als je... -- Laat me het met verschillende kleuren aanduiden:
  • 5:26 - 5:36
    dus als je 5 en 1 gedeeld door 4, wil converteren naar een onechte breuk,
  • 5:36 - 5:42
    dan zal je dezelfde noemer behouden, dus ga je daar een 4 krijgen.
  • 5:42 - 5:48
    Maar je teller, zal gelijk zijn aan de teller van de breuk voordien,
  • 5:48 - 5:55
    Dus het zal gelijk zijn aan 1 plus je gehele getal maal de noemer.
  • 5:55 - 5:58
    Dus 1 plus -- of eigenlijk, laat het me oplossen op de manier dat ik er typisch over denk.
  • 5:58 - 6:00
    Wat ik doe is: ik neem 4 maal 5
  • 6:00 - 6:03
    Dus laat me dat neerschrijven en een kleur geven.
  • 6:03 - 6:13
    4 maal 5, en dan daarbij tel ik de teller op.
  • 6:13 - 6:17
    Dus ik doe letterlijk 4 maal 5 plus 1 en dat is:
  • 6:17 - 6:22
    Dus dat is: 4 maal 5 is 20, plus 1 is 21, en dan mogen we niet vergeten te delen door 4,
  • 6:22 - 6:24
    dus dat is 21/4
  • 6:24 - 6:25
    En dit allemaal is zowat een snelle manier om dit te doen.
  • 6:25 - 6:29
    We hebben letterlijk exact hetzelfde gedaan als we daarnet ietwat trager hebben gedaan.
  • 6:29 - 6:34
    Dus we zeggen, OK, 5 eenheden is hetzelfde als 20 vierden.
  • 6:34 - 6:37
    Dus nemen we 5, en dat heb ik daarnet uitgelegd, 5 maal 4
  • 6:37 - 6:42
    en dan heb ik nog één vierde meer, dus 4 maal 5 plus 1 geeft 21.
Title:
Een gemengde breuk naar een onechte breuk omzetten.
Description:

U02_L1_T2_we2 Een gemengde breuk naar een onechte breuk omzetten.

more » « less
Video Language:
English
Duration:
06:43

Dutch subtitles

Revisions Compare revisions